Veiligheidssysteem van uw auto
Kleine kinderen zijn bij een ongeval
het best beschermd als ze goed
vastgezet
op
een
achterstoel
vervoerd worden in een wettelijk
goedgekeurd kinderzitje. Controleer
voor de aanschaf van een kinderzitje
of het is voorzien van een label
waarop
staat
dat
het
goedgekeurd is. Het kinderzitje moet
geschikt zijn voor de lengte en het
gewicht van het kind dat erin vervoerd
moet worden. Deze informatie moet
op het label van het kinderzitje
vermeld
staan.
Raadpleeg
"Kinderzitjes" in dit hoofdstuk.
2-34
Grotere kinderen
Kinderen jonger dan 13 jaar en
kinderen die te groot zijn voor een
zittingverhoging moeten altijd op een
achterstoel
gebruikmaken van de aanwezige
driepuntsgordels.
wettelijk
veiligheidsgordel moet strak over de
heupen en over de schouder en
borstkas liggen om het kind veilig op
zijn plaats te houden. Controleer
regelmatig of de gordel goed aanligt.
Door de bewegingen van het kind kan
de gordel niet meer in de juiste positie
komen te liggen. Bij een aanrijding
zitten kinderen het veiligst op een
achterstoel als ze op de juiste manier
gebruik
maken
veiligheidsgordels.
Als een groter kind (ouder dan 13) op
de voorstoel vervoerd moet worden,
moet het kind de driepuntsgordel op
de juiste manier dragen en moet de
stoel zo ver mogelijk naar achteren
worden geplaatst.
Probeer het kind verder naar het
midden plaats te laten nemen
wanneer het schoudergedeelte over
de hals of het gezicht van het kind
loopt. Maak op de achterstoel gebruik
plaatsnemen
en
van een geschikte zittingverhoging
wanneer de schoudergordel het
De
gezicht of de hals nog steeds raakt.
•
•
van
de
•
WAARSCHUWING
Zorg
ervoor
dat
grotere
kinderen de veiligheidsgordel
altijd dragen en controleer of
deze goed is afgesteld.
Laat het schoudergedeelte
van de gordel NOOIT langs de
hals of langs het gezicht van
het kind lopen.
Zet nooit meer dan één kind
vast
met
een
enkele
veiligheidsgordel.