WAARSCHUWING
Als het controlelampje ESC
knippert, geeft dit aan dat de
ESC geactiveerd is:
Rijd
langzaam
en
NOOIT te accelereren. Schakel
de ESC NOOIT uit als het
controlelampje ESC knippert,
omdat u dan de controle over
de auto kunt verliezen, wat kan
resulteren in een ongeval.
AANWIJZING
Als er banden en/of velgen met
een verschillende maat onder de
auto gemonteerd zijn, kan dat een
storing
in
het
ESC-systeem
veroorzaken. Controleer voor het
vervangen van banden of alle vier
de banden en velgen dezelfde
maat hebben. Rijd nooit met de
auto wanneer er banden en velgen
met een verschillende maat zijn
gemonteerd.
ESC uitschakelen
Tijdens het rijden
De ESC OFF-modus mag alleen kort
worden gebruikt om weg te rijden als
u vastzit in sneeuw of modder. Door
de ESC tijdelijk uit te schakelen, kan
probeer
het niet-doorslippende wiel koppel
overbrengen.
Schakel de ESC tijdens het rijden
alleen uit als u op een vlakke weg
rijdt. Doe dit door de toets ESC OFF
in te drukken.
AANWIJZING
• Laat het wiel/de wielen voor of
achter
niet
overmatig
doorslippen
als
waarschuwingslampjes van de
ESC,
het
ABS
parkeerremsysteem
Eventuele
schade
onderdelen die hierdoor kan
ontstaan valt niet onder de
fabrieksgarantie. Verlaag het
vermogen en laat het wiel/de
wielen
niet
overmatig
doorslippen
als
w a a r s c h u w i n g s l a m p j e s
branden.
• Schakel
de
ESC
(controlelampje
ESC
brandt) als de auto op een
rollenbank getest wordt.
i
Informatie
Het uitschakelen van de ESC heeft
geen gevolgen voor een correcte
werking
van
het ABS
remsysteem.
de
en
het
branden.
aan
5
deze
uit
OFF
en
het
5-35