Rijden met uw auto
Stand P (parkeren)
Zorg ervoor dat de auto volledig tot
stilstand is gekomen voordat stand P
(parkeren) wordt ingeschakeld.
Druk, om de transmissie van stand R
(achteruit), stand N (neutraal) of
stand D (rijden) in stand P (parkeren)
te zetten op knop [P].
Als u de auto uitzet in stand D
(rijden) of stand R (achteruit),
schakelt de transmissie automatisch
naar stand P (parkeren).
WAARSCHUWING
•
Wanneer u tijdens het rijden
stand P (parkeren) inschakelt,
kunt u de controle over de
auto verliezen.
•
Zet als de auto tot stilstand is
gebracht altijd de transmissie
in stand P (parkeren), activeer
de parkeerrem en zet de auto
uit.
•
Gebruik stand P (parkeren)
niet
in
plaats
van
parkeerrem.
5-12
Stand R (achteruit)
Gebruik deze stand om achteruit te
rijden.
Druk om stand R (achteruit) in te
schakelen op knop [R] terwijl u het
rempedaal ingetrapt houdt.
Stand N (neutraal)
De wielen en de transmissie zijn niet
aan elkaar gekoppeld.
Druk om stand N (neutraal) in te
schakelen op knop [N] terwijl u het
rempedaal ingetrapt houdt.
Trap altijd het rempedaal in als u de
transmissie vanuit stand N (neutraal)
in een anders stand zet.
Als de bestuurder de auto uit
probeert te zetten in stand N
(neutraal), blijft de transmissie in
stand N (neutraal) staan en gaat de
startknop naar stand ACC.
Om de auto vanuit stand ACC uit te
zetten, zet u de startknop in stand
ON, drukt u op knop [P] en zett u de
startknop in stand OFF.
de
Als het bestuurdersportier wordt
geopend binnen 3 minuten nadat de
startknop in stand ACC gezet wordt
en de transmissie in stand N
(neutraal),
wordt
de
automatisch
uitgeschakeld
schakelt de transmissie naar stand P
(parkeren).
Stand D (rijden)
Dit is de normale rijstand.
Druk om stand D (rijden) in te
schakelen op knop [D] terwijl u het
rempedaal ingetrapt houdt.
auto
en