Download Print deze pagina

Hyundai IONIQ 2017 Instructieboekje pagina 393

Rijden met uw auto
Gevallen waarbij het systeem
niet mag worden gebruikt
Het controlelampje BSD in de
buitenspiegel werkt mogelijk niet
goed wanneer:
• Het buitenspiegelhuis beschadigd
is.
• De spiegel bedekt is met vuil,
sneeuw e.d.
• De ruit bedekt is met vuil, sneeuw
e.d.
• De ruit getint is.
5-48
Beperkingen van het system
De bestuurder dient in onderstaande
situaties voorzichtig te zijn omdat het
systeem
onder
omstandigheden andere voertuigen
of objecten mogelijk niet signaleert
• De auto rijdt op een bochtige weg
of door een tolpoort.
• De sensor is bedekt met water,
sneeuw, modder, enz.
• De achterbumper waar de sensor
is geplaatst, wordt bedekt door een
object, zoals een bumpersticker,
een
bumperbeschermer,
fietsendrager, enz.
• De achterbumper is beschadigd of
de sensor bevindt zich niet meer in
zijn oorspronkelijke positie.
• De voertuighoogte is lager of
hoger dan normaal door zware
lading in de bagageruimte, een
abnormale bandenspanning, enz.
• De auto rijdt in slecht weer, zoals
hevige regen of sneeuw.
• Er bevindt zich een vast voorwerp
in de buurt van de auto, zoals een
vangrail.
• Als er met de auto gereden wordt
bepaalde
in de buurt van gebieden met
metalen constructies, zoals bij
wegwerkzaamheden, spoorwegen,
enz.
• Er is een groot voertuig in de buurt,
zoals een bus of vrachtwagen.
• Er is een (motor)fiets in de buurt.
• Er
bevindt
aanhanger in de buurt.
• Als uw auto gelijktijdig weggereden
is met de auto naast u en
een
geaccelereerd heeft.
• Als het andere voertuig met zeer
hoge snelheid passeert.
• Tijdens het wisselen van rijstrook.
• Tijdens het op- of afrijden van een
steile weg waar de hoogte van de
rijstroken verschillend is.
• Als het andere voertuig zeer dicht
nadert.
• Er
hangt
fietsendrager achter de auto.
zich
een
platte
een
aanhanger
of
loading