Rijden met uw auto
Controleer schakelbediening
OAEE056106L
De melding verschijnt in het LCD-
display als er een probleem is met de
schakelknoppen.
We adviseren u de auto onmiddellijk
te laten nakijken door een officiële
HYUNDAI-dealer.
5-16
Goede rijgewoonten
• Houd het gaspedaal nooit ingetrapt
als de selectiehendel van stand P
(parkeren) of stand N (neutraal) in
een andere stand wordt gezet.
• Zet de selectiehendel nooit in
stand P (parkeren) als de auto nog
niet
volledig
tot
stilstand
gekomen.
Zorg ervoor dat de auto volledig tot
stilstand is gekomen voordat stand
R (achteruit) of stand D (rijden)
wordt ingeschakeld.
• Zet de selectiehendel tijdens het
rijden niet in stand N (neutraal). Als
u dat wel doet kan er een ongeval
ontstaan omdat er niet meer op de
motor afgeremd kan worden.
Bovendien kan de transmissie
beschadigd raken.
• Laat tijdens het rijden uw voet niet
op het rempedaal rusten. Zelfs een
lichte,
maar
permanente
pedaaldruk
kan
leiden
oververhitting in het remsysteem,
voortijdige slijtage en zelfs het
weigeren van de remmen.
• Activeer altijd de parkeerrem als u
de auto verlaat. Vertrouw niet
uitsluitend op stand P (parkeren)
van de transmissie om de auto op
zijn plaats te houden.
• Wees buitengewoon voorzichtig bij
het
rijden
op
ondergrond. Let in dat geval vooral
is
op bij het remmen, gasgeven en
schakelen. Op een glad wegdek
kan
een
snelheidsverandering leiden tot
verlies
van
grip
aangedreven wielen, waardoor u
de controle over uw auto kunt
verliezen,
met
ongeval tot gevolg.
• Voor de beste prestaties en een zo
laag mogelijk brandstofverbruik
moet het gaspedaal met een
gelijkmatige beweging worden
ingetrapt en worden losgelaten.
tot
een
gladde
plotselinge
van
de
een
mogelijk