Wat te doen in een noodgeval
B B A A N N D D E E N N S S P P A A N N N N I I N N G G S S C C O O N N T T R R O O L L E E S S Y Y S S T T E E E E M M ( ( T T P P M M S S ) ) ( ( I I N N D D I I E E N N V V A A N N T T O O E E P P A A S S S S I I N N G G ) )
(1) Waarschuwingslampje
bandenspanning/controlelampje
storing TPMS
(2) Waarschuwingslampje
lage
bandenspanning
waarschuwingslampje
bandenspanning (weergegeven
op het LCD-display)
6-8
Controleer bandenspanning
(indien van toepassing)
OAEE066012
• U
kunt
controleren in de assistentiemodus
op het instrumentenpaneel.
Raadpleeg
hoofdstuk 3.
OAE046115L
• De bandenspanning wordt na
enkele
lage
weergegeven.
• Als
de
stilstaande
positie
weergegeven, zal de melding
en
"Drive to display (Rijden om weer
lage
te geven)" worden weergegeven.
Controleer
bandenspanning.
• De weergegeven waarden voor de
• U kunt de eenheid waarin de
- psi,
OAE066030L
de
bandenspanning
"LCD-modus"
in
minuten
rijden
bandenspanning
bij
auto
niet
wordt
na
het
rijden
de
bandenspanning
verschillen
mogelijk
van
de
met
bandenspanningsmeter gemeten
waarden.
bandenspanning
weergegeven wijzigen in de modus
Gebruikersinstellingen in het LCD-
display.
kPa,
bar
(Zie
Gebruikersinstellingen
hoofdstuk 3).
een
wordt
Modus
in