STARTEN, STOPPEN VAN DE MOTOR (2/2)
Bijzonderheid
Afhankelijk van de auto stoppen de acces-
soires (radio enz.) met werken zodra de
motor wordt uitgeschakeld of de portieren
worden vergrendeld.
Bij startmoeilijkheden
Om schade te voorkomen, moet u niet blij-
ven proberen de motor te starten (door de
auto te duwen of te slepen). zolang de oor-
zaak van het defect niet is opgespoord en
verholpen.
Ga niet door met starten maar roep de hulp
in van een merkdealer en laat de storing ver-
helpen.
De auto kan alleen worden gestart als
het oplaadsnoer is losgekoppeld van de
auto.
Verantwoordelijkheid van de
bestuurder tijdens het parkeren
of stoppen van de auto
Laat nooit, zelfs niet eventjes,
een kind, een afhankelijke volwassene
of een dier in de auto achter als u deze
verlaat.
Ze kunnen zichzelf of anderen in gevaar
brengen door bijvoorbeeld de motor te
starten, organen te bedienen zoals bij-
voorbeeld de ruitbediening, of de portie-
ren te vergrendelen.
Bovendien kan bij warm en/of zonnig
weer de temperatuur in het interieur heel
erg snel oplopen.
LEVENSGEVAAR OF GEVAAR VAN
ERNSTIG LETSEL.
2.3