POMPSET VOOR BANDEN
1
2
Gebruik, afhankelijk van de auto, in geval
van een lekke band, de set die is opgebor-
gen in de bagageruimte of onder de mat van
de bagageruimte.
Auto met een controlesysteem voor ban-
denspanning
Bij een te lage bandenspanning (lekke band,
lage spanning, enz.) verschijnt het controle-
lampje
op het instrumentenpaneel.
2.20
(2/3)
Met draaiende motor en handrem aange-
trokken:
– Ontkoppel alle accessoires die zijn aan-
gesloten op de accessoireaansluitingen
van het voertuig;
– Raadpleeg de info op de pompsetcom-
pressor in de bagageruimte van de auto
en volg de instructies;
– Pomp de band op tot de voorgeschreven
spanning.
4.9
– Stop het pompen na maximaal 15 minu-
ten en controleer de spanning (op de ma-
nometer 2).
NB: terwijl de fles leegloopt (ongeveer
30 seconden), geeft de manometer 2 kort
een druk tot 6 bar aan, daarna daalt de
spanning.
– Corrigeer de spanning: om deze te ver-
hogen gaat u door met het oppompen
met de set, om deze te verlagen drukt u
op de knop 1.
Indien na 15 minuten geen minimumdruk
van 1,8 bar wordt bereikt, is reparatie niet
mogelijk; rijd niet met het voertuig maar
neem contact op met een merkdealer.
Voordat u de set gebruikt zet
u de auto aan de kant van de
weg, ver genoeg van het ver-
keer, schakelt u de alarmknip-
perlichten in, zet u de handrem vast, laat
u alle inzittenden uit de auto stappen en
zorgt u dat deze zich op veilige afstand
van het verkeer bevinden.
Als u de auto heeft stilgezet
in de berm van de weg, moet
u de andere weggebruikers
waarschuwen door middel van
de gevarendriehoek of op een andere,
in het land waar u bent, voorgeschreven
manier.
5.5