RIJHULP- EN CORRECTIESYSTEMEN (1/4)
Uw voertuig is uitgerust met:
– ABS (antiblokkeersysteem);
– het elektronische stabiliteitspro-
gramma ESC met onderstuurcontrole
en tractiecontrole;
– noodstopbekrachtiging;
– hulp bij wegrijden op een helling.
Op de volgende bladzijden zijn andere rijhul-
psystemen beschreven.
Deze functies zijn extra hulp-
middelen in kritieke situaties
waarbij het rijgedrag van de
auto aangepast wordt.
Deze functies kunnen de bestuurder
echter niet vervangen. De limieten van
het voertuig worden hiermee niet ver-
legd en vormen ook geen reden om
harder te gaan rijden. Deze functies
kunnen dus in geen geval de oplettend-
heid of de verantwoordelijkheid van de
bestuurder overnemen - de bestuurder
moet altijd alert zijn op plotselinge ge-
beurtenissen die zich tijdens het rijden
kunnen voordoen.
ABS (antiblokkeersysteem)
Bij krachtig remmen voorkomt het ABS dat
de wielen blokkeren, waardoor de remaf-
stand wordt geoptimaliseerd, terwijl de
macht over het voertuig behouden blijft.
Onder deze omstandigheden is het moge-
lijk om obstakels te vermijden, ook bij het
remmen. Bovendien optimaliseert dit sys-
teem de remweg, met name op een weg met
weinig grip (natte weg, enz.).
Elke activering van deze functie is voelbaar
door een trilling in het rempedaal. Het ABS
kan echter nooit de natuurkundige eigen-
schappen van de grip tussen de banden en
het wegdek verbeteren. Blijf altijd de gebrui-
kelijke voorzichtigheid in acht houden (af-
stand bewaren enz.).
Bij krachtig remmen adviseren we u
het rempedaal krachtig ingedrukt te
houden. Het is niet nodig "pompend" te
remmen. Het ABS regelt de kracht in het
remsysteem.
2.15