VOORSTOELEN
1
2
Rugleuning verstellen
Til de knop 1omhoog om het kantelmecha-
nisme te ontgrendelen. Kantel de rugleuning
naar de gewenste stand en laat de knop los.
Zorg ervoor dat de rugleuning na het ont-
grendelen goed is vergrendeld.
Vooruit of achteruit bewegen
Til de hendel 2 omhoog om de stoel te ont-
grendelen en naar voren of naar achteren
te verplaatsen. Laat de hendel 2 los in de
gewenste stand en zorg ervoor dat de stoel
stevig op zijn plaats is vergrendeld.
1.30
Voer deze verstellingen uitslui-
tend uit als de auto stilstaat.
Laat geen voorwerpen op de
vloer (voor de bestuurder)
liggen. In geval van plotseling remmen
zouden deze onder de pedalen terecht
kunnen komen, waardoor de bestuurder
deze niet meer goed kan bedienen.
Voor een optimale werking van
de autogordels moet u de rug-
leuningen niet te veel achter-
over zetten.