AANVULLENDE VOORZIENINGEN OP DE VOORGORDEL
Krachtbegrenzer
Vanaf een bepaalde hevigheid van de schok
van de aanrijding komt dit mechanisme in
werking om de kracht die de gordel op het li-
chaam uitoefent te begrenzen tot een draag-
lijk niveau.
1.36
Airbags voor de bestuurder en
passagier
Deze bevindt zich bij de linker en rechter
voorstoel.
Het opschrift "airbag" op het stuurwiel, het
dashboard (zone van de airbag A) en, af-
hankelijk van de auto, een pictogram aan de
onderkant van de voorruit, herinneren aan
de aanwezigheid van deze uitrusting.
Elk airbagsysteem bestaat uit:
– een airbag en een gaspatroon in het
stuurwiel voor de bestuurder en in het
dashboard voor de passagier;
– een rekeneenheid die het systeem be-
waakt en de elektrische ontsteking van
de gaspatroon bestuurt;
– een gemeenschappelijk waarschu-
å
wingslampje
op het instrumen-
tenpaneel.
(2/6)
Bij het afgaan van het air-
bagsysteem vindt een explo-
sie plaats. Daarom komen bij
het ontplooien van de airbag
warmte en rook vrij zonder enig brand-
gevaar en klinkt er een luide knal. De
airbag die onmiddellijk naar buiten komt,
kan ongevaarlijke, lichte schaafwonden
veroorzaken.
A