POMPSET VOOR BANDEN
3
Als de band correct is opgepompt, verwijdert
u de set: schroef de pompaansluiting los
van de fles 3 om spatten te voorkomen, en
bewaar de fles in een plastic verpakking om
te voorkomen dat het product gaat lekken.
– Plak het etiket met de rijvoorschriften (on-
deraan op de fles) op een voor de be-
stuurder zichtbare plaats op het dash-
board.
– Berg de set op.
– Na het oppompen ontsnapt er nog steeds
lucht uit de band. Rijd een kort stukje om
het gat af te dichten.
5.6
(3/3)
– Start meteen en rijd met een snelheid van
tussen de 20 en 60 km/u om het product
gelijkmatig in de band te verdelen; stop
na een afstand van 3 kilometer en con-
troleer de spanning.
– Pas de spanning aan indien deze hoger
is dan 1,3 bar maar lager dan de voorge-
schreven spanning (raadpleeg de sticker
op de rand van het bestuurdersportier).
Neem anders contact op met een merk-
dealer: de band kan niet worden gerepa-
reerd.
Voorzorgsmaatregel bij het
gebruik van de set
De set mag niet langer dan 15 minuten aan-
eengesloten gebruikt worden;
De fles moet na het eerste gebruik worden
vervangen, ook al zit er nog vloeistof in.
In de voetenruimte van de be-
stuurder mogen geen objec-
ten aanwezig zijn; bij plotseling
remmen kunnen deze onder de
pedalen terechtkomen en het gebruik
ervan hinderen.
Let op, als een ventieldopje
ontbreekt of niet goed vast-
gezet is, kan er lucht uit de
banden ontsnappen en de ban-
denspanning afnemen.
Zorg altijd dat de ventieldopjes gelijk
zijn aan de originele en dat ze helemaal
vastgezet zijn.
Na een reparatie met behulp
van de set, mag u niet meer
dan 200 km rijden. Verlaag bo-
vendien uw snelheid en
rijd in geen geval harder dan 80 km/u.
Het etiket dat u op een zichtbare plaats
op het dashboard moet plakken, herin-
nert u hieraan.
Afhankelijk van het land of de plaatse-
lijke voorschriften, moet een met de
pompset gerepareerde band worden
vervangen.