ACTIEVE NOODSTOP (6/7)
Storingen van het systeem
Bepaalde omstandigheden kunnen het systeem storen of de correcte werking ervan verhinderen, zoals:
– een complexe omgeving (metalen brug, tunnel enz.);
– slechte weersomstandigheden (sneeuw, hagel, ijzel, regen enz.);
– obstructie van de radarzone (vuil, ijs, sneeuw, condensvorming enz.);
– ...
In deze omstandigheden kan het zijn dat het systeem niet reageert of per ongeluk remt.
Beperkingen voor de werking van het systeem
– Elke keer dat de auto wordt gestart, voert het systeem een kalibratie uit overeenkomstig de omgeving van de auto en kan het maximaal
ongeveer drie minuten niet actief zijn;
– Voor voertuigen die in tegengestelde richting rijden wordt geen waarschuwing afgegeven en treedt het systeem niet in werking;
– De radarzone moet schoon blijven en mag niet worden gemanipuleerd om de juiste werking van het systeem te waarborgen;
– Het systeem reageert mogelijk niet zo goed op kleine voertuigen zoals motorfietsen als op andere voertuigen;
– Het systeem werkt mogelijk niet optimaal bij een glad wegdek (regen, sneeuw, ijzel enz.);
– ...
I n deze omstandigheden kan het zijn dat het systeem niet reageert of per ongeluk remt.
2.13