RIJHULP- EN CORRECTIESYSTEMEN (3/4)
De ESC-functie uitschakelen
In sommige situaties (rijden op een heel
zachte ondergrond: bv. sneeuw, modder of
rijden met sneeuwkettingen), kan het sys-
teem de kracht van de motor verminderen
om het doorslippen te beperken.
Als u dit niet wenst, kan de functie uitge-
schakeld worden door schakelaar 1 in te
drukken.
Het waarschuwingsbericht "ESC OFF" en
het waarschuwingslampje
nen op het instrumentenpaneel om u hier-
voor te waarschuwen.
Als u deze functie uitschakelt, wordt de trac-
tiecontrole (ASR) ook uitgeschakeld.
Omdat het elektronische stabiliteitspro-
gramma ESC met onderstuurcontrole en
tractieregeling voor bijkomende veiligheid
zorgt, raden wij af om te rijden met deze
functie uitgeschakeld. Herstel de werking
van deze functie zo snel mogelijk door weer
op schakelaar 1 te drukken.
Let op: de functie wordt automatisch weer
ingeschakeld bij het aanzetten van het con-
tact, of zodra het voertuig sneller rijdt dan
ongeveer 50 km/u
De werking van de startvergrendeling
Een opname-element in het stuurwiel regis-
treert de richting waarin de bestuurder de
auto wil laten rijden.
Andere opname-elementen in de auto regis-
treren de werkelijke verplaatsingsrichting.
Het systeem vergelijkt de door de bestuur-
der gegeven bevelen en gekozen richting
met de werkelijke verplaatsingsrichting van
de auto en corrigeert deze laatste door,
indien nodig, op bepaalde wielen te remmen
en/of het motorvermogen aan te passen. Als
verschij-
het systeem in werking is, wordt dit aange-
duid door een knipperend controlelampje
op het instrumentenpaneel.
storingen
Wanneer het systeem een storing detec-
teert, verschijnen het waarschuwingsbericht
en het waarschuwingslampje
instrumentenpaneel.
In dat geval wordt het elektronische stabi-
liteitsprogramma ESC met onderstuurcon-
trole en tractieregeling uitgeschakeld.
Raadpleeg een merkdealer als deze contro-
lelampjes op het instrumentenpaneel blijven
branden nadat het contact is uit- en aange-
zet
Noodstopbekrachtiging
Dit systeem is een aanvulling op het ABS dat
zorgt voor het verkorten van de remweg van
de auto.
De werking van de startvergrendeling
Het systeem herkent wanneer een nood-
stop wordt uitgevoerd. In dit geval ontwikkelt
het remsysteem onmiddellijk de maximale
kracht en kan het ABS in werking treden.
Het ABS-remsysteem blijft werken zolang
het rempedaal ingedrukt is.
storingen
Wanneer
ring constateert, verschijnt het bericht
"WAARSCHUWING: controleer remsys-
teem" op het instrumentenpaneel, in combi-
natie met het oplichten van het waarschu-
wingslampje
op het
Ga naar een merkdealer.
het
systeem
een
sto-
©
.
2.17