RUITENSPROEIERS, -WISSERS (2/2)
2
Achterruitwisser
Y
Contact aan, draai het einde van
de schakelaar 1 tot het merkteken 2 tegen-
over het symbool staat.
Bijzonderheid
De achterruit wordt één keer geveegd als
de achteruitversnelling wordt ingeschakeld
en de ruitenwissers in werking zijn of in de
afgelopen twee minuten zijn uitgeschakeld.
5.23
Achterruitsproeier
p
Contact aan, draai het einde van
de schakelaar 1 tot het merkteken 2 tegen-
over het symbool staat.
Als u de schakelaar loslaat, blijft de achter-
ruitwisser werken.
1
Voordat u iets aan de voorruit
doet (wassen van de auto, ont-
dooien, reinigen van de voor-
ruit enz.) moet u de schakelaar
1 in de stand B (ruststand) zetten.
Risico van verwonding en/of bescha-
digingen.
Gebruik de ruitenwisserarm niet om de
achterklep te openen of te sluiten.
Probeer niet de ruitenwisserbladen
omhoog te zetten. Zij kunnen niet los
van de voorruit omhoog blijven staan.
Voor het vervangen van de
bladen,
5.23
Voordat u de ruitenwisser achter ge-
bruikt moet u ervoor zorgen dat niets de
beweging van de wisser hindert.
Controleer als het vriest, voordat u weg-
rijdt, of de ruitenwissers voor en achter
niet aan het glas zijn vastgevroren.
De wissermotor kan hierdoor te warm
worden.
Controleer regelmatig de staat van de
ruitenwisserbladen. Zodra hun werking
afneemt, moet u ze vervangen,
Maak regelmatig uw achterruit schoon.
1.83