Garmin DRIVESMART 51 / 61 Handleiding

Aan de slag


Raadpleeg de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

  • Update de kaarten en software op uw toestel (Kaart- en software-updates).
  • Bevestig het toestel in uw voertuig en sluit het aan op de voeding (Het Garmin DriveSmart toestel in uw voertuig bevestigen en van stroom voorzien).
  • GPS-signalen ontvangen (GPS-signalen ontvangen).
  • Pas het volume (Het volume aanpassen) en de helderheid van het scherm aan (De helderheid van het scherm aanpassen).
  • Naar uw bestemming navigeren (Een route starten).

Toesteloverzichten
Overzicht Garmin DriveSmart 51

  1. Aan/uit-knop
  2. USB-poort voor stroom en gegevens
  3. Kaart- en gegevensgeheugenkaartsleuf
  4. Microfoon voor spraakopdrachten of handsfree bellen

Overzicht Garmin DriveSmart 61

  1. Aan/uit-knop
  2. USB-poort voor stroom en gegevens
  3. Kaart- en gegevensgeheugenkaartsleuf
  4. Microfoon voor spraakopdrachten of handsfree bellen

Het Garmin DriveSmart toestel in uw voertuig bevestigen en van stroom voorzien

Dit product bevat een lithium-ionbatterij. Stel het toestel niet bloot aan extreme hitte en bewaar het niet in direct zonlicht om schade of persoonlijk letsel te voorkomen.

Voordat u het toestel op de batterij gebruikt, moet u het opladen.

  1. Sluit de voedingskabel voor in de auto aan op de USB-poort op het toestel.
  2. Druk de steun op de zuignap totdat deze vastklikt.
  3. Druk de zuignap tegen de voorruit en klap de hendel terug naar de voorruit.
  4. Plaats het lipje aan de bovenkant van de steun in de sleuf aan de achterkant van het toestel.
  5. Druk de onderkant van de steun in het toestel totdat deze vastklikt.
  6. Sluit het andere uiteinde van de voedingskabel voor in de auto aan op een stopcontact in uw voertuig.

Het toestel in- of uitschakelen

  • U kunt het toestel inschakelen door op de aan/uit-knop te drukken of het toestel aan te sluiten op een stroombron.
  • Als u het toestel in de energiebesparingsmodus wilt zetten, drukt u op de aan/uit-knop terwijl het toestel is ingeschakeld.
    In de energiebesparingsmodus is het scherm uitgeschakeld en gebruikt het toestel zeer weinig stroom, maar kan het direct worden geactiveerd voor gebruik.
    TIP: U kunt uw toestel sneller opladen door het in de energiebesparingsmodus te zetten terwijl u de batterij oplaadt.
  • Als u het toestel volledig wilt uitschakelen, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat er een melding op het scherm verschijnt en selecteert u Uitzetten.
    De melding verschijnt na vijf seconden. Als u de aan/uit-knop loslaat voordat de melding verschijnt, gaat het toestel naar de energiebesparingsmodus.

GPS-signalen ontvangen
Wanneer u uw navigatietoestel inschakelt, moet de GPS-ontvanger satellietgegevens verzamelen en uw huidige locatie bepalen. De tijd die nodig is om satellietontvangst te verkrijgen, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de afstand tot de locatie waar u uw navigatietoestel voor het laatst hebt gebruikt, of u vrij zicht op de hemel hebt en hoe lang geleden het is dat u uw navigatietoestel voor het laatst hebt gebruikt. De eerste keer dat u uw navigatietoestel inschakelt, kan het enkele minuten duren voordat satellietontvangst is verkregen.

  1. Schakel het toestel in.
  2. Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
  3. Ga indien nodig naar een open plek, uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.
    op de statusbalk geeft de sterkte van het satellietontvangst aan. Wanneer ten minste de helft van de balken is gevuld, is het toestel klaar voor navigatie.

Pictogrammen op de statusbalk
De statusbalk bevindt zich boven aan het hoofdmenu. De pictogrammen op de statusbalk geven informatie weer over functies op het toestel. U kunt bepaalde pictogrammen selecteren om instellingen te wijzigen of aanvullende informatie te bekijken.

GPS-signaalstatus. Houd vast om de GPS-nauwkeurigheid en informatie over ontvangen satellieten te bekijken (GPS-signaalstatus weergeven).
Bluetooth®-technologie status. Selecteer om de Bluetooth-instellingen weer te geven (Draadloze netwerkinstellingen).
Wi-Fi-signaalsterkte. Selecteer om de Wi-Fi-instellingen te wijzigen (Draadloze netwerkinstellingen).
Verbonden met handsfree bellen. Selecteer om een telefoongesprek te voeren (Handsfree bellen).
Huidige tijd. Selecteer om de tijd in te stellen (De tijd instellen).
Batterijoplaadniveau.
LiveTrack-gegevens delen. Het aantal uitgenodigde kijkers verschijnt op het pictogram. Selecteer om de LiveTrack app te openen (LiveTrack).
Smartphone Link status. Selecteer om verbinding te maken met de Smartphone Link app en live verkeersgegevens en andere live services te ontvangen (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link). Wanneer het pictogram blauw is, is het toestel verbonden met de Smartphone Link app.
Temperatuur. Selecteer om de weersvoorspelling weer te geven (De weersvoorspelling weergeven).

De knoppen op het scherm gebruiken
Met de knoppen op het scherm kunt u door de pagina's, menu's en menuopties op uw toestel navigeren.

  • Selecteer om terug te keren naar het vorige menuscherm.
  • Houd vast om snel terug te keren naar het hoofdmenu.
  • Selecteer of om door lijsten of menu's te bladeren.
  • Houd of vast om sneller te bladeren.
  • Selecteer om een contextgevoelig menu met opties voor het huidige scherm weer te geven.

Het volume aanpassen

  1. Selecteer Volume.
  2. Selecteer een optie:
    • Gebruik de schuifbalk om het volume aan te passen.
    • Selecteer om het geluid van het toestel uit te schakelen.
    • Selecteer voor extra opties.

Automatisch volume inschakelen
Uw toestel kan het volume automatisch verhogen of verlagen op basis van het achtergrondgeluid.

  1. Selecteer Volume > .
  2. Selecteer Automatisch volume.

De audiomixer gebruiken
U kunt de audiomixer gebruiken om het volumeniveau voor verschillende audiotypen in te stellen, zoals navigatieaanwijzingen of telefoongesprekken. Het niveau voor elk audiotype is een percentage van het hoofdvolume.

  1. Selecteer Volume.
  2. Selecteer > Audiomixer.
  3. Gebruik de schuifregelaars om het volume voor elk audiotype aan te passen.

De helderheid van het scherm aanpassen

  1. Selecteer Instellingen > Scherm > Helderheid.
  2. Gebruik de schuifbalk om de helderheid aan te passen.

Functies en waarschuwingen voor de bestuurder

LET OP:
De waarschuwingen voor de bestuurder en de snelheidslimietfuncties zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en ontslaan u niet van uw verantwoordelijkheid om u te houden aan alle verkeersborden en om te allen tijde veilig te rijden.
Garmin® is niet verantwoordelijk voor eventuele verkeersboetes of citaties die u ontvangt als gevolg van het niet naleven van toepasselijke verkeerswetten en -borden.
Uw toestel beschikt over functies die veiliger en efficiënter rijden kunnen bevorderen, zelfs wanneer u in een bekende omgeving rijdt. Het toestel speelt een geluidssignaal of een bericht af en geeft informatie weer voor elke waarschuwing. U kunt het geluidssignaal voor bepaalde typen bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen. Niet alle waarschuwingen zijn in alle regio's beschikbaar.
Schoolzone of school in de buurt: Het toestel speelt een geluidssignaal af en geeft de afstand tot en de maximumsnelheid (indien beschikbaar) voor een naderende school of schoolzone weer.
Verlaging van de maximumsnelheid: Het toestel speelt een geluidssignaal af en geeft de komende lagere maximumsnelheid weer, zodat u zich kunt voorbereiden om uw snelheid te verlagen.
Maximumsnelheid overschreden: Het toestel speelt een geluidssignaal af en geeft een rode rand weer op het pictogram voor de maximumsnelheid wanneer u de aangegeven maximumsnelheid voor de huidige weg overschrijdt.
Verkeerde richting op eenrichtingsweg: Het toestel speelt een bericht af en geeft een waarschuwing op het volledige scherm weer als u in de verkeerde richting op een eenrichtingsweg rijdt. De randen van het scherm worden rood en er blijft een waarschuwing boven aan het scherm staan totdat u de eenrichtingsweg verlaat of uw rijrichting corrigeert.
Spoorwegovergang: Het toestel speelt een geluidssignaal af en geeft de afstand tot een naderende spoorwegovergang weer.
Overstekende dieren: Het toestel speelt een geluidssignaal af en geeft de afstand tot een gebied weer waar dieren kunnen oversteken.
Bocht: Het toestel speelt een geluidssignaal af en geeft de afstand tot een bocht in de weg weer.
Langzamer rijdend verkeer: Het toestel speelt een geluidssignaal af en geeft de afstand tot langzamer rijdend verkeer weer wanneer u langzamer rijdend verkeer nadert met een hogere snelheid. Uw toestel moet verkeersinformatie ontvangen om deze functie te kunnen gebruiken (Verkeer).
Vermoeidheidswaarschuwing: Het toestel speelt een geluidssignaal af en stelt komende rustplaatsen voor nadat u meer dan twee uur hebt gereden zonder te stoppen.

Geluidssignalen voor bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen
U kunt het geluidssignaal voor bepaalde typen bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen. De visuele waarschuwing verschijnt ook als het geluidssignaal is uitgeschakeld.

  1. Selecteer Instellingen > Bestuurdersassistentie > Audible Driver Alerts.
  2. Schakel het selectievakje naast elke waarschuwing in of uit.

Roodlicht- en flitspalen
LET OP:
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van of de gevolgen van het gebruik van een database met roodlicht- of flitspalen.

OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle regio's of productmodellen.
Informatie over de locaties van roodlicht- en flitspalen is in bepaalde gebieden beschikbaar voor sommige productmodellen. Het toestel waarschuwt u wanneer u een gemelde flits- of roodlichtcamera nadert.

  • Live roodlicht- en flitspaalinformatie is beschikbaar als een abonnement van Garmin Live Services met behulp van de Smartphone Link app (Garmin Live Services).
  • U moet een abonnement aanschaffen om flitspaalinformatie te downloaden en op uw toestel op te slaan. Ga naar garmin.com/speedcameras om de beschikbaarheid en compatibiliteit te controleren of om een abonnement of een eenmalige update aan te schaffen. U kunt op elk moment een nieuwe regio aanschaffen of een bestaand abonnement verlengen.
  • In sommige regio's bevatten sommige productbundels vooraf geladen roodlicht- en flitspaalinformatie met levenslange updates.
  • U kunt de Garmin Express software (garmin.com /express) gebruiken om de cameradatabase die op uw toestel is opgeslagen, bij te werken. U moet uw toestel regelmatig bijwerken om de meest actuele camerainformatie te ontvangen.

Routes
Een route is een pad van uw huidige locatie naar een of meer bestemmingen.

  • Het toestel berekent een aanbevolen route naar uw bestemming op basis van de voorkeuren die u hebt ingesteld, waaronder de routeberekeningsmodus (De routeberekeningsmodus wijzigen) en vermijdingen (Vertragingen, tolwegen en gebieden vermijden).
  • U kunt snel beginnen met navigeren naar uw bestemming via de aanbevolen route of u kunt een andere route selecteren (Een route starten).
  • Als er specifieke wegen zijn die u moet gebruiken of vermijden, kunt u de route aanpassen (Uw route vormgeven).
  • U kunt meerdere bestemmingen aan een route toevoegen (Een locatie toevoegen aan uw route).

Een route starten

  1. Selecteer Waarheen? en zoek een locatie (Locaties zoeken en opslaan).
  2. Selecteer een locatie.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u wilt beginnen met navigeren via de aanbevolen route, selecteert u Start!.
    • Als u een andere route wilt kiezen, selecteert u , en selecteert u een route.
      Alternatieve routes worden rechts van de kaart weergegeven.
    • Als u het verloop van de route wilt bewerken, selecteert u > Route bewerken en voegt u vormgevingspunten toe aan de route (Uw route vormgeven).

Het toestel berekent een route naar de locatie en begeleidt u met behulp van gesproken aanwijzingen en informatie op de kaart (Uw route op de kaart). Een voorbeeld van de belangrijkste wegen in uw route wordt enkele seconden aan de rand van de kaart weergegeven.
Als u bij extra bestemmingen moet stoppen, kunt u de locaties aan uw route toevoegen (Een locatie toevoegen aan uw route).

Een route starten via de kaart
U kunt een route starten door een locatie op de kaart te selecteren.

  1. Selecteer Kaart weergeven.
  2. Sleep en zoom op de kaart om het gebied te tonen dat u wilt zoeken.
  3. Selecteer indien nodig om de weergegeven nuttige punten te filteren op categorie.
    Locatiemarkeringen ( of een blauwe stip) worden op de kaart weergegeven.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer een locatiemarkering.
    • Selecteer een punt, zoals een straat, kruising of adreslocatie.
  5. Selecteer Start!.

Naar huis gaan
De eerste keer dat u een route naar huis start, vraagt het toestel u om uw woonadres in te voeren.

  1. Selecteer Waarheen? > Naar huis.
  2. Voer indien nodig uw woonadres in.

Uw woonadres bewerken

  1. Selecteer Waarheen? > > Woonadres instellen.
    Naar uw bestemming navigeren
  2. Voer uw woonadres in.

Uw route op de kaart
Tijdens het reizen begeleidt het toestel u naar uw bestemming met behulp van gesproken aanwijzingen en informatie op de kaart. Instructies voor uw volgende afslag of afrit, of andere acties, worden boven aan de kaart weergegeven.
Uw route op de kaart

  1. Volgende actie in de route. Geeft de volgende afslag, afrit of andere actie aan, en de rijstrook die u moet aanhouden, indien beschikbaar.
  2. Afstand tot de volgende actie.
  3. Naam van de straat of afrit die hoort bij de volgende actie.
  4. Route gemarkeerd op de kaart.
  5. Volgende actie in de route. Pijlen op de kaart geven de locatie van de komende acties aan.
  6. Snelheid van het voertuig.
  7. Naam van de weg waarop u rijdt.
  8. Geschatte aankomsttijd. TIP: U kunt dit veld aanraken om de informatie te wijzigen die wordt weergegeven (Het kaartgegevensveld wijzigen).

Actieve rijbaanassistentie
Wanneer u bepaalde afslagen, afritten of knooppunten op uw route nadert, verschijnt er een gedetailleerde simulatie van de weg naast de kaart, indien beschikbaar. Een gekleurde lijn À geeft de juiste rijbaan voor de afslag aan.
Actieve rijbaanassistentie

Afslagen en aanwijzingen bekijken
Tijdens het navigeren over een route kunt u toekomstige afslagen, rijbaanwisselingen of andere aanwijzingen voor uw route bekijken.

  1. Selecteer een optie op de kaart:
    • Als u de komende afslagen en aanwijzingen tijdens het navigeren wilt bekijken, selecteert u > Afslagen.
      De kaarttool geeft de volgende vier afslagen of aanwijzingen naast de kaart weer. De lijst wordt automatisch bijgewerkt tijdens het navigeren over de route.
    • Als u de volledige lijst met afslagen en aanwijzingen voor de hele route wilt bekijken, selecteert u de tekstbalk boven aan de kaart.
  2. Selecteer een afslag of aanwijzing (optioneel).
    Gedetailleerde informatie verschijnt. Een afbeelding van het knooppunt kan verschijnen voor knooppunten op belangrijke wegen, indien beschikbaar.

De hele route op de kaart bekijken

  1. Selecteer tijdens het navigeren over een route een willekeurige plaats op de kaart.
  2. .

Aankomen op uw bestemming
Wanneer u uw bestemming nadert, geeft het toestel informatie om u te helpen uw route te voltooien.

  • geeft de locatie van uw bestemming op de kaart aan, en een gesproken aanwijzing meldt dat u uw bestemming nadert.
  • Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt het toestel u automatisch om naar parkeerplaatsen te zoeken. U kunt Ja selecteren om nabijgelegen parkeerplaatsen te vinden (Parkeren nabij uw bestemming).
  • Wanneer u op een grotere afstand van uw bestemming moet parkeren of stoppen, kunt u te voet naar uw bestemming verdergaan met uw Garmin DriveSmart toestel of een compatibel Garmin horloge met Connect IQ (Uw bestemming vinden met uw Garmin horloge).
  • Wanneer u bij uw bestemming stopt, beëindigt het toestel automatisch de route. Als het toestel uw aankomst niet automatisch detecteert, kunt u Stop selecteren om uw route te beëindigen.

Parkeren nabij uw bestemming
Uw toestel kan u helpen een parkeerplaats nabij uw bestemming te vinden. Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt het toestel u automatisch om naar parkeerplaatsen te zoeken.

  1. Selecteer een optie:
    • Wanneer het toestel u hierom vraagt, selecteert u Ja om naar nabijgelegen parkeerplaatsen te zoeken.
    • Als het toestel u niet hierom vraagt, selecteert u Waarheen? > Categorieën > Parkeren en selecteert u > Mijn bestemming.
  2. Selecteer Parkeerplaatsen filteren en selecteer een of meer categorieën om parkeerplaatsen te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar.
  3. Selecteer een parkeerlocatie en selecteer Start! > Als volgende stop toevoegen.

Het toestel begeleidt u naar de parkeerplaats.
Nadat u uw voertuig hebt geparkeerd, kunt u te voet naar uw bestemming verdergaan met uw Garmin DriveSmart toestel of een compatibel Garmin horloge met Connect IQ (Uw bestemming vinden met uw Garmin horloge). Uw toestel of Garmin horloge kan u ook terugleiden naar deze parkeerplaats wanneer u terugkeert naar uw voertuig (Uw laatste parkeerplaats vinden).

Uw bestemming vinden met uw Garmin horloge
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u Watch Link instellen (Watch Link instellen).
U kunt uw compatibele Garmin horloge gebruiken om van uw voertuig naar uw bestemming te navigeren, of van uw bestemming terug naar uw voertuig. Deze functie is vooral handig voor het vinden van een locatie binnen een grote locatie, of wanneer u uit de buurt van uw bestemming moet parkeren en de navigatie te voet moet voltooien.
OPMERKING: GPS-technologie vereist een helder zicht op de hemel. De Watch Link app kan mogelijk geen begeleiding bieden in binnenlocaties, zoals winkelcentra of luchthavens.

  1. Start de Watch Link app op uw horloge en selecteer Mijn bestemming zoeken.
    Uw horloge ontvangt een GPS-signaal en begint u naar uw bestemming te leiden.
  2. Loop naar uw bestemming.

De bestemmingsindicator toont de richting van uw bestemming ten opzichte van de richting waarin u beweegt . Wanneer de bestemmingsindicator boven aan de cirkel verschijnt, gaat u in de richting van uw bestemming. De resterende afstand tot uw bestemming verschijnt onder de cirkel. De voortgangsbalk geeft uw voortgang in de richting van uw bestemming weer.

Uw laatste parkeerplaats vinden
Wanneer u uw Garmin DriveSmart toestel loskoppelt van de stroomvoorziening van het voertuig, wordt uw huidige locatie opgeslagen als een parkeerplaats. Als u Watch Link hebt ingesteld, stuurt het toestel de parkeerplaatslocatie naar uw compatibele Garmin horloge (Watch Link instellen). U kunt terug navigeren naar uw parkeerplaats met uw Garmin DriveSmart toestel of de Watch Link app op uw horloge.
TIP: Als uw Garmin DriveSmart toestel is aangesloten op een geschakeld stopcontact, wordt uw parkeerplaats elke keer opgeslagen wanneer u uw voertuig uitschakelt. Als uw toestel is aangesloten op een niet-geschakeld stopcontact, moet u de stroomkabel van het voertuig loskoppelen om uw parkeerplaats op te slaan.

  • Selecteer op uw Garmin DriveSmart toestel Apps > Laatste locatie > Start!.
  • Start op uw horloge de Watch Link app, selecteer Mijn auto zoeken en loop naar uw parkeerplaats.

De bestemmingsindicator toont de richting van uw bestemming ten opzichte van de richting waarin u beweegt . Wanneer de bestemmingsindicator boven aan de cirkel verschijnt, gaat u in de richting van uw bestemming. De resterende afstand tot uw bestemming verschijnt onder de cirkel. De voortgangsbalk geeft uw voortgang in de richting van uw bestemming weer.

Uw actieve route wijzigen
Een locatie toevoegen aan uw route
Voordat u een locatie aan uw route kunt toevoegen, moet u een route navigeren (Een route starten).
U kunt locaties toevoegen aan het midden of einde van uw route. U kunt bijvoorbeeld een tankstation toevoegen als de volgende bestemming in uw route.

TIP: Om complexe routes met meerdere bestemmingen of geplande stops te maken, kunt u de reisplanner gebruiken om een reis te plannen, in te plannen en op te slaan (Een reis plannen).

  1. Selecteer in de kaart > Waarheen?.
  2. Zoek een locatie (Locaties zoeken en opslaan).
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer Start!.
  5. Selecteer een optie:
  • Als u de locatie als volgende bestemming aan uw route wilt toevoegen, selecteert u Als volgende stop toevoegen.
  • Als u de locatie aan het einde van uw route wilt toevoegen, selecteert u Als laatste stop toevoegen.
  • Als u de locatie wilt toevoegen en de volgorde van bestemmingen in uw route wilt bewerken, selecteert u Toevoegen aan actieve route.

Het toestel herberekent de route om de toegevoegde locatie op te nemen en begeleidt u naar de bestemmingen in de juiste volgorde.

Uw route vormgeven
Voordat u uw route kunt vormgeven, moet u een route starten (Een route starten).
U kunt uw route handmatig vormgeven om de koers te wijzigen. Hierdoor kunt u de route over een bepaalde weg leiden of door een bepaald gebied laten lopen zonder een bestemming aan de route toe te voegen.

  1. Raak een willekeurige plaats op de kaart aan.
  2. Selecteer .
    Het toestel gaat naar de routevormgevingsmodus.
  3. Selecteer een locatie op de kaart.
    TIP: U kunt selecteren om in te zoomen op de kaart en een nauwkeurigere locatie te selecteren.
    Het toestel herberekent de route om via de geselecteerde locatie te lopen.
  4. Selecteer indien nodig een optie:
    • Als u meer vormgevingspunten aan de route wilt toevoegen, selecteert u extra locaties op de kaart.
    • Als u een vormgevingspunt wilt verwijderen, selecteert u .
  5. Wanneer u klaar bent met het vormgeven van de route, selecteert u Start!.

Een omleiding nemen
U kunt een omleiding nemen over een bepaalde afstand langs uw route of een omleiding nemen om specifieke wegen heen. Dit is handig als u bouwplaatsen, afgesloten wegen of slechte wegomstandigheden tegenkomt.

  1. Selecteer in de kaart > Route wijzigen.
    TIP: Als het hulpmiddel Route wijzigen niet in het menu met kaartgereedschap staat, kunt u het toevoegen (Kaartgereedschap inschakelen).
  2. Selecteer een optie:
    • Als u uw route over een bepaalde afstand wilt omleiden, selecteert u Omleiding op afstand.
    • Als u een omleiding om een specifieke weg op de route wilt maken, selecteert u Omleiding op weg.
    • Als u een nieuwe route wilt zoeken, selecteert u Omleiding.

De routeberekeningsmodus wijzigen

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Berekeningsmodus.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer Snellere tijd om routes te berekenen die sneller te rijden zijn, maar een langere afstand kunnen hebben.
    • Selecteer Offroad om punt-naar-punt routes te berekenen (zonder wegen).
    • Selecteer Minder brandstof om routes te berekenen die zuiniger zijn.
    • Selecteer Kortere afstand om routes te berekenen die korter zijn, maar meer tijd kunnen kosten om te rijden.

De route stoppen
Selecteer in de kaart > Stop.

Voorgestelde routes gebruiken
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u ten minste één locatie opslaan en de functie voor reisgeschiedenis inschakelen (Toestel- en privacy-instellingen).
Met de myTrends functie voorspelt uw toestel uw bestemming op basis van uw reisgeschiedenis, de dag van de week en de tijd van de dag. Nadat u meerdere keren naar een opgeslagen locatie bent gereden, kan de locatie worden weergegeven in de navigatiebalk op de kaart, samen met de geschatte reistijd en verkeersinformatie.
Selecteer de navigatiebalk om een voorgestelde route naar de locatie te bekijken.

Vertragingen, tolwegen en gebieden vermijden
Verkeersvertragingen op uw route vermijden
Voordat u verkeersvertragingen kunt vermijden, moet u verkeersinformatie ontvangen (Verkeersgegevens ontvangen met Smartphone Link).
Standaard optimaliseert het toestel automatisch uw route om verkeersvertragingen te vermijden. Als u deze optie hebt uitgeschakeld in de verkeersinstellingen (Verkeersinstellingen), kunt u verkeersvertragingen handmatig bekijken en vermijden.

  1. Selecteer tijdens het navigeren van een route > Verkeer.
  2. Selecteer Alternatieve route, indien beschikbaar.
  3. Selecteer Start!.

Tolwegen vermijden
Uw toestel kan voorkomen dat u door gebieden rijdt waar tol moet worden betaald, zoals tolwegen, tolbruggen of gebieden met files. Het toestel kan nog steeds een tolgebied in uw route opnemen als er geen andere redelijke routes beschikbaar zijn.

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie.
  2. Selecteer een optie:
    OPMERKING: Het menu verandert afhankelijk van uw gebied en de kaartgegevens op uw toestel.
    • Selecteer Tolwegen.
    • Selecteer Tol en kosten > Tolwegen.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u elke keer wilt worden gevraagd voordat u door een tolgebied rijdt, selecteert u Altijd vragen.
    • Als u tolwegen altijd wilt vermijden, selecteert u Vermijden.
    • Als u tolwegen altijd wilt toestaan, selecteert u Toestaan.
  4. Selecteer Opslaan.

Tolvignetten vermijden
OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.
De kaartgegevens op uw toestel kunnen gedetailleerde tolvignetinformatie voor sommige landen bevatten. U kunt tolvignetten voor elk land vermijden of toestaan.

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Tol en kosten > Tolvignetten.
  2. Selecteer een land.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u elke keer wilt worden gevraagd voordat u door een tolgebied rijdt, selecteert u Altijd vragen.
    • Als u tolwegen altijd wilt vermijden, selecteert u Vermijden.
    • Als u tolwegen altijd wilt toestaan, selecteert u Toestaan.
  4. Selecteer Opslaan.

Wegkenmerken vermijden

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Vermijdingen.
  2. Selecteer de wegkenmerken die u op uw routes wilt vermijden en selecteer Opslaan.

Milieuzones vermijden
Uw toestel kan gebieden met milieu- of emissiebeperkingen vermijden die van toepassing kunnen zijn op uw voertuig.

  1. Instellingen > Navigatie > Milieuzones.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u elke keer wilt worden gevraagd voordat u door een milieuzone rijdt, selecteert u Altijd vragen.
    • Als u milieuzones altijd wilt vermijden, selecteert u Vermijden.
    • Als u milieuzones altijd wilt toestaan, selecteert u Toestaan.
  3. Selecteer Opslaan.

Aangepaste vermijdingen
Met aangepaste vermijdingen kunt u specifieke gebieden of weggedeelten selecteren om te vermijden. Wanneer het toestel een route berekent, worden deze gebieden en wegen vermeden, tenzij er geen andere redelijke route beschikbaar is.

Een weg vermijden

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer Weg vermijden toevoegen.
  3. Selecteer het beginpunt van het weggedeelte dat u wilt vermijden en selecteer Volgende.
  4. Selecteer het eindpunt van het weggedeelte en selecteer Volgende.
  5. Selecteer Gereed.

Een gebied vermijden

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer indien nodig Vermijding toevoegen.
  3. Selecteer Gebied vermijden toevoegen.
  4. Selecteer de linkerbovenhoek van het gebied dat u wilt vermijden en selecteer Volgende.
  5. Selecteer de rechteronderhoek van het gebied dat u wilt vermijden en selecteer Volgende.
    Het geselecteerde gebied wordt gearceerd op de kaart.
  6. Selecteer Gereed.

Een aangepaste vermijding uitschakelen
U kunt een aangepaste vermijding uitschakelen zonder deze te verwijderen.

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer een vermijding.
  3. Selecteer > Uitschakelen.

Aangepaste vermijdingen verwijderen

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u alle aangepaste vermijdingen wilt verwijderen, selecteert u.
    • Als u één aangepaste vermijding wilt verwijderen, selecteert u de vermijding en selecteert u > Verwijderen.

Offroad navigeren
Als u geen wegen volgt tijdens het navigeren, kunt u de Offroad-modus gebruiken.

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie.
  2. Selecteer Berekeningsmodus > Offroad > Opslaan.
    De volgende route wordt berekend als een rechte lijn naar de locatie.

Locaties zoeken en opslaan
De kaarten die op uw toestel zijn geladen, bevatten locaties, zoals restaurants, hotels, autoservices en gedetailleerde straatinformatie. Het menu Waarheen? helpt u uw bestemming te vinden door verschillende methoden te bieden om deze informatie te zoeken, doorbladeren en op te slaan.

  • Voer zoektermen in om snel alle locatie-informatie te doorzoeken (Een locatie vinden met de zoekbalk).
  • Blader of zoek voorgeladen nuttige punten op categorie (Nuttige punten).
  • Zoek en check in bij Foursquare® nuttige punten (Foursquare nuttige punten zoeken).
  • Gebruik zoekhulpmiddelen om specifieke locaties te vinden, zoals adressen, kruispunten of geografische coördinaten (Zoekhulpmiddelen).
  • Zoek in de buurt van een andere stad of gebied (Het zoekgebied wijzigen).
  • Sla uw favoriete locaties op om ze in de toekomst snel terug te vinden (Locaties opslaan).
  • Keer terug naar recent gevonden locaties (Recent gevonden locaties weergeven).

Nuttige punten
Een nuttig punt is een plek die u wellicht handig of interessant vindt. Nuttige punten zijn ingedeeld per categorie en kunnen populaire reisbestemmingen omvatten, zoals tankstations, restaurants, hotels en uitgaansgelegenheden.

Een locatie vinden met de zoekbalk
U kunt de zoekbalk gebruiken om naar locaties te zoeken door een categorie, merknaam, adres of stadsnaam in te voeren.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer Voer zoekopdracht in in de zoekbalk.
  3. Voer de volledige zoekterm of een deel ervan in.
    Voorgestelde zoektermen worden onder de zoekbalk weergegeven.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u naar een type bedrijf wilt zoeken, voert u een categorienaam in (bijvoorbeeld 'bioscopen').
    • Als u naar een bedrijfsnaam wilt zoeken, voert u de volledige naam of een deel ervan in.
    • Als u naar een adres bij u in de buurt wilt zoeken, voert u het huisnummer en de straatnaam in.
    • Als u naar een adres in een andere stad wilt zoeken, voert u het huisnummer, de straatnaam, de plaats en de provincie in.
    • Als u naar een plaats wilt zoeken, voert u de plaats en de provincie in.
    • Als u naar coördinaten wilt zoeken, voert u de coördinaten voor de breedtegraad en lengtegraad in.
  5. Selecteer een optie:
    • Als u wilt zoeken met behulp van een voorgestelde zoekterm, selecteert u de term.
    • Als u wilt zoeken met de tekst die u hebt ingevoerd, selecteert u.
  6. Selecteer indien nodig een locatie.

Een locatie vinden per categorie

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer een categorie of selecteer Categorieën.
  3. Selecteer indien nodig een subcategorie.
  4. Selecteer een locatie.

Zoeken binnen een categorie
Nadat u een zoekopdracht voor een nuttig punt hebt uitgevoerd, kunnen bepaalde categorieën een lijst met snelle zoekopdrachten weergeven die de laatste vier bestemmingen laat zien die u hebt geselecteerd.

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën.
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer een bestemming in de lijst met snelle zoekopdrachten aan de rechterkant van het scherm.
      De lijst met snelle zoekopdrachten biedt een lijst met recent gevonden locaties in de geselecteerde categorie.
    • Selecteer indien nodig een subcategorie en selecteer een bestemming.

Naar nuttige punten navigeren binnen een locatie
U kunt een route maken naar een nuttig punt (POI) binnen een grotere locatie, zoals een winkel in een winkelcentrum of een specifieke terminal in een luchthaven.

  1. Selecteer Waarheen? > Voer zoekopdracht in.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u naar de locatie wilt zoeken, voert u de naam of het adres van de locatie in, selecteert u en gaat u naar stap 3.
    • Als u naar het nuttig punt wilt zoeken, voert u de naam van het nuttig punt in, selecteert u en gaat u naar stap 5.
  3. Selecteer de locatie.
    Een lijst met categorieën wordt onder de locatie weergegeven, zoals restaurants, autoverhuurbedrijven of terminals.
  4. Selecteer een categorie.
  5. Selecteer het nuttig punt en selecteer Start! (Start!).
    Het toestel maakt een route naar het parkeerterrein of de ingang van de locatie die zich het dichtst bij het nuttig punt bevindt. Wanneer u bij de bestemming aankomt, geeft een geblokte vlag het aanbevolen parkeerterrein aan. Een gemarkeerd punt geeft de locatie aan van het nuttig punt binnen de locatie.

Een locatie verkennen
U kunt een lijst weergeven van alle nuttige punten die zich binnen elke locatie bevinden.

  1. Selecteer een locatie.
  2. Selecteer > Deze locatie verkennen.

Zoekresultaten voor locaties
Standaard worden de zoekresultaten voor locaties weergegeven in een lijst, met de dichtstbijzijnde locatie bovenaan. U kunt omlaag scrollen om meer resultaten te bekijken.
Zoekresultaten voor locaties

1 Selecteer een locatie om het optiemenu weer te geven.
2 Selecteer deze optie om gedetailleerde informatie over de geselecteerde locatie weer te geven.
3 Selecteer deze optie om parkeerterreinen in de buurt van de locatie te vinden.
4 Selecteer deze optie om alternatieve routes naar de locaties weer te geven.
5 Start! Selecteer deze optie om te beginnen met navigeren naar de locatie met behulp van de aanbevolen route.
6 Selecteer deze optie om de zoekresultaten op de kaart weer te geven.

Zoekresultaten voor locaties op de kaart
U kunt de resultaten van een zoekopdracht naar een locatie op de kaart bekijken in plaats van in een lijst.
Selecteer vanuit de zoekresultaten voor locaties . De dichtstbijzijnde locatie wordt in het midden van de kaart weergegeven en basisinformatie over de geselecteerde locatie wordt onderaan de kaart weergegeven.
Zoekresultaten voor locaties op de kaart

  1. Sleep de kaart om extra zoekresultaten te bekijken.
  2. Extra zoekresultaten. Selecteer deze optie om een andere locatie weer te geven.
  3. Samenvatting van de geselecteerde locatie. Selecteer deze optie om gedetailleerde informatie over de geselecteerde locatie weer te geven.
  4. Start! Selecteer deze optie om te beginnen met navigeren naar de locatie met behulp van de aanbevolen route.
  5. Selecteer deze optie om de zoekresultaten in een lijst weer te geven.

Het zoekgebied wijzigen
Standaard zoekt het toestel in de buurt van uw huidige locatie. U kunt ook in andere gebieden zoeken, zoals in de buurt van uw bestemming, in de buurt van een andere stad of langs uw actieve route.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer .
  3. Selecteer een optie.

Parkeren
Uw Garmin DriveSmart toestel bevat gedetailleerde parkeergegevens, waarmee u parkeerplaatsen in de buurt kunt vinden op basis van de waarschijnlijkheid van beschikbare parkeerplaatsen, het type parkeerterrein, de prijs of geaccepteerde betaalmethoden.
In sommige gebieden zijn live parkeergegevens beschikbaar terwijl uw Garmin DriveSmart toestel is verbonden met Smartphone Link (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link). Terwijl uw toestel live parkeergegevens ontvangt, kunt u realtime parkeertrends bekijken.
OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar. Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid of tijdigheid van live parkeergegevens.

Parkeerplaatsen zoeken in de buurt van uw huidige locatie

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > Parkeren.
  2. Selecteer Parkeren filteren en selecteer een of meer categorieën om parkeerplaatsen te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar.
  3. Selecteer een parkeerlocatie.
  4. Selecteer Start! (Start!).

Parkeerplaatsen zoeken in de buurt van een opgegeven locatie

  1. Zoek naar een locatie.
  2. Selecteer vanuit de zoekresultaten voor locaties een locatie.
  3. Selecteer .
    Er wordt een lijst weergegeven met parkeerterreinen in de buurt van de geselecteerde locatie.
  4. Selecteer Parkeren filteren en selecteer een of meer categorieën om parkeerplaatsen te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar.
  1. Selecteer een parkeerlocatie.
  2. Selecteer Start! (Start!).

Informatie over parkeerkleuren en -symbolen
Parkeerlocaties die gedetailleerde parkeergegevens bevatten, zijn voorzien van een kleurcode om de waarschijnlijkheid weer te geven dat er een parkeerplaats beschikbaar is. Symbolen geven het type beschikbare parkeerplaats aan (op straat of parkeerterrein), relatieve prijsinformatie en het type betaling.
U kunt de legenda voor deze kleuren en symbolen op het toestel bekijken.
Selecteer vanuit de zoekresultaten voor parkeerplaatsen .

Zoekhulpmiddelen
Met zoekhulpmiddelen kunt u zoeken naar specifieke typen locaties door te reageren op aanwijzingen op het scherm.

Een adres zoeken
OPMERKING: De volgorde van de stappen kan veranderen, afhankelijk van de kaartgegevens die op uw toestel zijn geladen.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer indien nodig Zoeken in de buurt van: om het zoekgebied te wijzigen (Het zoekgebied wijzigen).
  3. Selecteer Adres.
  4. Volg de aanwijzingen op het scherm om adresgegevens in te voeren.
  5. Selecteer het adres.

Een kruising zoeken
U kunt zoeken naar een kruising of splitsing tussen twee straten, snelwegen of andere wegen.

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > Kruispunten.
  2. Volg de aanwijzingen op het scherm om straatinformatie in te voeren.
  3. Selecteer de kruising.

Een plaats zoeken

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > Plaatsen.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer een plaats in de lijst met plaatsen in de buurt.
    • Als u in de buurt van een andere locatie wilt zoeken, selecteert u Zoeken in de buurt van: (Het zoekgebied wijzigen).
    • Als u een plaats op naam wilt zoeken, selecteert u Zoekterm invoeren, voert u een plaatsnaam in en selecteert u .

Een locatie zoeken met behulp van coördinaten
U kunt een locatie zoeken met behulp van coördinaten voor breedte en lengte. Dit kan handig zijn bij geocaching.

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > Coördinaten.
  2. Selecteer indien nodig en wijzig de coördinaatindeling of referentiewaarde.
  3. Voer de coördinaten voor de breedte en lengte in.
  4. Selecteer Weergeven op kaart.

Foursquare
Foursquare is een locatiegebaseerd sociaal netwerk. Uw toestel bevat vooraf geladen Foursquare nuttige punten, die worden aangegeven met het Foursquare logo in uw zoekresultaten.
Voor extra functies kunt u verbinding maken met uw Foursquare account met behulp van Smartphone Link op uw compatibele smartphone. Wanneer u verbinding maakt met uw Foursquare account met behulp van Smartphone Link, kunt u Foursquare locatiegegevens bekijken, inchecken op een locatie en zoeken naar nuttige punten in de online Foursquare database.

Verbinding maken met uw Foursquare account

  1. Verbind uw toestel met Smartphone Link (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link).
  2. Open de Smartphone Link app op uw smartphone.
  3. Open de instellingen van de Smartphone Link app en selecteer Foursquare® > Aanmelden.
  4. Voer uw Foursquare aanmeldingsgegevens in.

Foursquare nuttige punten zoeken
U kunt zoeken naar Foursquare nuttige punten die op uw toestel zijn geladen. Wanneer u verbinding maakt met uw Foursquare account met behulp van Smartphone Link, geeft de zoekopdracht de meest recente resultaten uit de online Foursquare database en aangepaste resultaten uit uw Foursquare gebruikersaccount.
Selecteer Waarheen? > Categorieën > Foursquare®.

Foursquare locatiegegevens bekijken
Voordat u Foursquare locatiegegevens kunt bekijken, moet u verbinding maken met een ondersteunde telefoon waarop Smartphone Link wordt uitgevoerd en zich aanmelden bij uw Foursquare account.
U kunt gedetailleerde Foursquare locatiegegevens bekijken, zoals gebruikersbeoordelingen, prijsinformatie voor restaurants en openingstijden.

  1. Selecteer een Foursquare nuttig punt in de zoekresultaten.
  2. Selecteer .

Inchecken met Foursquare
Voordat u kunt inchecken met Foursquare, moet u verbinding maken met een ondersteunde telefoon waarop Smartphone Link wordt uitgevoerd en zich aanmelden bij uw Foursquare account.

  1. Selecteer Apps > Foursquare® > Inchecken.
  2. Selecteer een nuttig punt.
  3. Selecteer > Inchecken.

TripAdvisor
Uw toestel bevat TripAdvisor nuttige punten en beoordelingen. TripAdvisor beoordelingen worden automatisch weergegeven in de zoekresultaten voor toepasselijke nuttige punten. U kunt ook zoeken naar TripAdvisor nuttige punten in de buurt en sorteren op afstand of populariteit.

TripAdvisor nuttige punten zoeken

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > TripAdvisor.
  2. Selecteer een categorie.
    Er verschijnt een lijst met TripAdvisor nuttige punten in de buurt voor de categorie.
  3. Selecteer Resultaten sorteren om de zoekresultaten te sorteren op afstand of populariteit (optioneel).

Recent gevonden locaties weergeven
Uw toestel slaat een geschiedenis op van de laatste 50 locaties die u hebt gevonden.
Selecteer Waarheen? > Recent.
De lijst met recent gevonden locaties wissen
Selecteer Waarheen? > Recent > > Wissen > Ja.

Informatie over de huidige locatie weergeven
U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om informatie over uw huidige locatie weer te geven. Deze functie is handig als u uw locatie aan hulpdiensten moet doorgeven.
Selecteer het voertuig op de kaart.

Hulpdiensten en tankstations zoeken
U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om de dichtstbijzijnde ziekenhuizen, politiebureaus en tankstations te zoeken.

  1. Selecteer het voertuig op de kaart.
  2. Selecteer Ziekenhuizen, Politiebureaus, Tankstations of Pechhulp.
    OPMERKING: Sommige servicecategorieën zijn niet in alle gebieden beschikbaar.
    Er verschijnt een lijst met locaties voor de geselecteerde service, met de dichtstbijzijnde locaties bovenaan.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u naar de locatie wilt navigeren, selecteert u Start!.
    • Als u het telefoonnummer en andere locatiegegevens wilt bekijken, selecteert u .

Een routebeschrijving naar uw huidige locatie opvragen
Als u iemand anders wilt vertellen hoe hij of zij naar uw huidige locatie kan komen, kan uw toestel u een lijst met aanwijzingen geven.

  1. Selecteer het voertuig op de kaart.
  2. Selecteer > Routebeschrijving naar mij.
  3. Selecteer een startlocatie.
  4. Selecteer Selecteren.

Een snelkoppeling toevoegen
U kunt snelkoppelingen toevoegen aan het menu Waarheen?. Een snelkoppeling kan verwijzen naar een locatie, een categorie of een zoekhulpmiddel.
Het menu Waarheen? kan maximaal 36 snelkoppelingspictogrammen bevatten.

  1. Selecteer Waarheen? > Snelkoppeling toevoegen.
  2. Selecteer een item.

Een snelkoppeling verwijderen

  1. Selecteer Waarheen? > > Snelkoppeling(en) verwijderen.
  2. Selecteer een snelkoppeling om te verwijderen.
  3. Selecteer de snelkoppeling opnieuw om te bevestigen.
  4. Selecteer Opslaan.

Locaties opslaan
Een locatie opslaan

  1. Zoek naar een locatie (Een locatie zoeken op categorie).
  2. Selecteer een locatie in de zoekresultaten.
  3. Selecteer Opslaan
  4. Selecteer Menu > Opslaan.
  5. Voer indien nodig een naam in en selecteer Gereed.

Uw huidige locatie opslaan

  1. Selecteer het voertuigpictogram op de kaart.
  2. Selecteer Opslaan.
  3. Voer een naam in en selecteer Gereed.
  4. Selecteer OK.

Een opgeslagen locatie bewerken

  1. Selecteer Waarheen? > Opgeslagen.
  2. Selecteer indien nodig een categorie.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer Meer
  5. Selecteer Menu> Bewerken.
  6. Selecteer een optie:
    • Selecteer Naam.
    • Selecteer Telefoonnummer.
    • Selecteer Categorieën om categorieën toe te wijzen aan de opgeslagen locatie.
    • Selecteer Kaartsymbool wijzigen om het symbool te wijzigen dat wordt gebruikt om de opgeslagen locatie op een kaart aan te duiden.
  7. Bewerk de informatie.
  8. Selecteer Gereed.

Categorieën toewijzen aan een opgeslagen locatie
U kunt aangepaste categorieën toevoegen om uw opgeslagen locaties te ordenen.
OPMERKING: Categorieën verschijnen in het menu met opgeslagen locaties nadat u minstens 12 locaties hebt opgeslagen.

  1. Selecteer Waarheen? > Opgeslagen.
  2. Selecteer een locatie.
  3. Selecteer Symbool menu
  4. Selecteer Symbool instellingen > Edit (Bewerken) > Categories (Categorieën).
  5. Voer een of meer categorienamen in, gescheiden door komma's.
  6. Selecteer indien nodig een voorgestelde categorie.
  7. Selecteer Done (Klaar).

Een opgeslagen locatie verwijderen
OPMERKING: Verwijderde locaties kunnen niet worden hersteld.

  1. Selecteer Waarheen? > Opgeslagen.
  2. Selecteer Symbool menu > Delete Saved Places (Opgeslagen plaatsen verwijderen).
  3. Selecteer het vakje naast de opgeslagen locaties die u wilt verwijderen en selecteer Delete (Verwijderen).

De kaart gebruiken

U kunt de kaart gebruiken om een route te navigeren (Uw route op de kaart) of om een kaart van uw omgeving te bekijken als er geen route actief is.

  1. Selecteer View Map (Kaart bekijken).
  2. Raak een willekeurige plek op de kaart aan.
  3. Selecteer een optie:
    • Sleep de kaart om naar links, rechts, omhoog of omlaag te bewegen.
    • Selecteer of om in of uit te zoomen.
    • Selecteer om te schakelen tussen de weergaven Noord boven en 3D.
    • Selecteer om de weergegeven nuttige punten op categorie te filteren.
    • Selecteer een locatie op de kaart en selecteer Go! (Starten!) (Een route starten met behulp van de kaart) om een route te starten.

Kaarttools
Kaarttools bieden snelle toegang tot informatie en functies van het toestel terwijl u de kaart bekijkt. Wanneer u een kaarttool activeert, wordt deze weergegeven in een paneel aan de rand van de kaart.
Stop: Stopt de navigatie van de actieve route.
Change Route: (Route wijzigen) Hiermee kunt u een omleiding nemen of locaties in uw route overslaan.
Up Ahead: (Verderop) Geeft komende locaties langs de route of de weg waarop u reist weer (Verderop).
Turns: (Afslaan) Geeft een lijst met komende afslagen in uw route weer (Afslaan en aanwijzingen weergeven).
Trip Data: (Reisgegevens) Geeft aanpasbare reisgegevens weer, zoals snelheid of afstand (Reisgegevens weergeven op de kaart).
Volume: (Volume) Past het hoofdvolume aan.
Brightness: (Helderheid) Past de helderheid van het scherm aan.
Phone: (Telefoon) Geeft een lijst met recente telefoongesprekken van uw verbonden telefoon weer en geeft opties voor gesprekken weer terwijl een telefoongesprek actief is (Opties tijdens het gesprek gebruiken).
LiveTrack: (LiveTrack) Hiermee kunt u het delen van LiveTrack starten en stoppen (LiveTrack).
Traffic: (Verkeer) Geeft verkeersomstandigheden weer langs uw route of in uw gebied (Naderende verkeersinformatie bekijken).
Weather: (Weer) Geeft de weersomstandigheden voor uw gebied weer.
photoLive: (photoLive) Geeft live verkeerscamera's weer van uw photoLive-abonnement (photoLive-verkeerscamera's).
Report Camera: (Camera melden) Hiermee kunt u een flits- of roodlichtcamera melden. Deze tool is alleen beschikbaar als u flits- of roodlichtcameragegevens op uw toestel hebt en een actieve verbinding hebt met de Smartphone Link app (Koppelen met uw telefoon en verbinden met Smartphone Link).

Een kaarttool weergeven

  1. Selecteer op de kaart.
  2. Selecteer een kaarttool.
    De kaarttool verschijnt in een paneel aan de rand van de kaart.
  3. Selecteer wanneer u klaar bent met het gebruik van de kaarttool.

Kaarttools inschakelen
Standaard zijn alleen de meest gebruikte kaarttools ingeschakeld in het menu met kaarttools. U kunt maximaal 12 tools aan het menu toevoegen.

  1. Selecteer > op de kaart.
  2. Selecteer het selectievakje naast elke tool om deze toe te voegen.
  3. Selecteer Save (Opslaan).

Verderop
De tool Verderop biedt informatie over komende locaties langs uw route of de weg waarop u reist. U kunt aankomende nuttige punten bekijken, zoals restaurants, tankstations of parkeerplaatsen. Wanneer u op een snelweg reist, kunt u ook informatie en beschikbare services voor komende afritten en steden bekijken, vergelijkbaar met de informatie op verkeersborden op de snelweg.
U kunt drie categorieën aanpassen die in de tool Verderop worden weergegeven.

Naderende locaties bekijken

  1. Selecteer > Up Ahead (Verderop) op de kaart.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer om indien nodig de volgende aankomende locatie in elke categorie weer te geven.
    • Selecteer om informatie en beschikbare diensten voor naderende snelwegafritten of -steden te bekijken.
      OPMERKING: Deze optie is alleen beschikbaar wanneer u op een snelweg reist of wanneer uw route een snelweg omvat.
  3. Selecteer een item om een lijst met locaties voor die categorie, afrit of stad weer te geven.

De categorieën Verderop aanpassen
U kunt de locatiecategorieën wijzigen die in de tool Verderop worden weergegeven.

  1. Selecteer > Up Ahead (Verderop) op de kaart.
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer .
  4. Selecteer een optie:
    • Als u een categorie omhoog of omlaag wilt verplaatsen in de lijst, selecteert en sleept u de pijl naast de categorienaam.
    • Als u een categorie wilt wijzigen, selecteert u de categorie.
    • Als u een aangepaste categorie wilt maken, selecteert u een categorie, selecteert u Custom Search (Aangepaste zoekopdracht) en voert u de naam in van een bedrijf of categorie.
  5. Selecteer Done (Gereed).

Reisinformatie
Reisgegevens weergeven op de kaart
Voordat u reisgegevens op de kaart kunt weergeven, moet u de tool toevoegen aan het menu met kaarttools (Kaarttools inschakelen).
Selecteer > Trip Data (Reisgegevens) op de kaart.

De velden met reisgegevens aanpassen
Voordat u de gegevens kunt aanpassen die worden weergegeven in de kaarttool voor reisgegevens, moet u de tool voor reisgegevens toevoegen aan het menu met kaarttools (Kaarttools inschakelen).

  1. Selecteer > Trip Data (Reisgegevens) op de kaart.
  2. Selecteer een veld met reisgegevens.
  3. Selecteer een optie.
    Het nieuwe veld met reisgegevens wordt weergegeven in de kaarttool voor reisgegevens.

De pagina met reisinformatie weergeven
De pagina met reisinformatie toont uw snelheid en biedt statistieken over uw reis.
OPMERKING: Als u vaak stopt, laat u het toestel ingeschakeld, zodat het de verstreken tijd tijdens de reis nauwkeurig kan meten.
Selecteer Speed (Snelheid) op de kaart.

Het reislogboek weergeven
Uw toestel houdt een reislogboek bij, dat een overzicht is van de route die u hebt afgelegd.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig) > Map Layers (Kaartlagen).
  2. Schakel het selectievakje Trip Log (Reislogboek) in.

Reisinformatie opnieuw instellen

  1. Selecteer Speed (Snelheid) op de kaart.
  2. Selecteer > Reset Field(s) (Veld(en) opnieuw instellen).
  3. Selecteer een optie:
    • Als u geen route navigeert, selecteert u Select All (Alles selecteren) om elk gegevensveld, behalve de snelheidsmeter, op de eerste pagina opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reset Trip Data (Reisgegevens opnieuw instellen) om de informatie op de boordcomputer opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reset Max. Speed (Maximumsnelheid opnieuw instellen) om de maximumsnelheid opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reset Trip B (Reis B opnieuw instellen) om de kilometerteller opnieuw in te stellen.

Naderende verkeersinformatie bekijken
U kunt verkeersincidenten bekijken die zich langs uw route of langs de weg waarop u reist voordoen.

  1. Selecteer tijdens het navigeren van een route > Traffic (Verkeer).
    Het dichtstbijzijnde aankomende verkeersincident wordt weergegeven in een paneel aan de rechterkant van de kaart.
  2. Selecteer het verkeersincident om meer informatie te bekijken.

Verkeer op de kaart weergeven
De verkeerskaart toont verkeersdoorstroming en vertragingen op nabijgelegen wegen met kleurcodes.

  1. Selecteer Apps > Traffic (Verkeer) in het hoofdmenu.
  2. Selecteer indien nodig > Legend (Legenda) om de legenda voor de verkeerskaart te bekijken.

Zoeken naar verkeersincidenten

  1. Selecteer Apps > Traffic (Verkeer) in het hoofdmenu.
  2. Selecteer > Incidents (Incidenten).
  3. Selecteer een item in de lijst.
  4. Als er meer dan één incident is, gebruikt u de pijlen om aanvullende incidenten te bekijken.

De kaart aanpassen
De kaartlagen aanpassen
U kunt aanpassen welke gegevens op de kaart worden weergegeven, zoals pictogrammen voor nuttige punten en wegomstandigheden.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig) > Map Layers (Kaartlagen).
  2. Selecteer de lagen die u op de kaart wilt opnemen en selecteer Save (Opslaan).

Het kaartgegevensveld wijzigen

  1. Selecteer een gegevensveld op de kaart.
    OPMERKING: U kunt de snelheid niet aanpassen.
  2. Selecteer een type gegevens dat u wilt weergeven.

Het kaartperspectief wijzigen

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig) > Driving Map View (Kaartweergave rijden).
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer Track Up (Richting boven) om de kaart in twee dimensies (2D) weer te geven, met uw reisrichting bovenaan.
    • Selecteer North Up (Noord boven) om de kaart in 2D weer te geven met het noorden bovenaan.
    • Selecteer 3-D om de kaart in drie dimensies weer te geven.
  3. Selecteer Save (Opslaan).

Live Services, verkeer en smartphonefuncties

Om optimaal gebruik te maken van uw Garmin DriveSmart toestel, moet u het toestel koppelen met uw smartphone en verbinding maken met de Smartphone Link app. Met de Smartphone Link app kan uw toestel live data ontvangen, waaronder live verkeersdata, parkeertrends, roodlicht- en flitspaalcamera's en andere live services. U kunt de app ook gebruiken voor connected functies, zoals LiveTrack voor het delen van ritten en Watch Link.
Live verkeersdata: Verzendt real-time verkeersdata naar uw toestel, zoals verkeersincidenten en -vertragingen, wegwerkzaamheden en wegafsluitingen (Verkeer).
Live parkeerinformatie: Verzendt real-time parkeertrends naar uw toestel, indien beschikbaar (Parkeren).
Garmin Live Services: Biedt gratis en betaalde services om live data naar uw toestel te verzenden, zoals roodlicht- en flitspaalcamera's of verkeerscamera's (Garmin Live Services).
Weersinformatie: Verzendt real-time weersomstandigheden en waarschuwingen naar uw toestel (De weersvoorspelling bekijken).
LiveTrack: Hiermee kunt u uw rit in real-time delen met geselecteerde contactpersonen (LiveTrack).
Smart Notifications: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw toestel. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.
Handsfree bellen: Hiermee kunt u bellen en gebeld worden via uw toestel en kunt u het toestel gebruiken als handsfree speakerphone. Als de geselecteerde taal de functie voor spraakopdrachten ondersteunt, kunt u spraakopdrachten gebruiken om te bellen en oproepen te beantwoorden.
Watch Link: Biedt navigatiebegeleiding voor voetgangers naar uw bestemming of uw parkeerplaats met behulp van een compatibel Garmin horloge met Connect IQ (Watch Link).
Locaties naar toestel verzenden: Hiermee kunt u locaties van uw smartphone naar uw navigatietoestel verzenden.
Foursquare inchecken: Hiermee kunt u inchecken op Foursquare-locaties met uw navigatietoestel (Inchecken met Foursquare).

Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link
U moet uw Garmin DriveSmart toestel koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link om bepaalde functies te kunnen gebruiken, zoals live verkeers- en parkeerinformatie, handsfree bellen en andere connected functies.
OPMERKING: Productmodellen die eindigen op LMT-D of LMT-HD kunnen verkeersdata ontvangen via de Smartphone Link app of de ingebouwde, draadloze digitale verkeersontvanger.
Nadat de toestellen zijn gekoppeld, maken ze automatisch verbinding wanneer ze zijn ingeschakeld en binnen bereik zijn.

  1. Installeer de Smartphone Link app via de app store op uw telefoon.
  2. Plaats het Garmin DriveSmart toestel en uw telefoon binnen 3 m (10 ft.) van elkaar.
  3. Selecteer op het Garmin DriveSmart toestel Settings (Instellingen) > Wireless Networks (Draadloze netwerken) en selecteer het selectievakje Bluetooth.
  4. Selecteer Search for Devices (Zoeken naar toestellen).
  5. Schakel Bluetooth draadloze technologie in op uw telefoon en stel de telefoon in op zichtbaar.
    Raadpleeg de handleiding van uw telefoon voor meer informatie.
  6. Selecteer OK op het Garmin DriveSmart toestel.
    Het Garmin DriveSmart toestel begint met zoeken naar Bluetooth toestellen in de buurt en er wordt een lijst met Bluetooth toestellen weergegeven. Het kan tot een minuut duren voordat uw telefoon in de lijst verschijnt.
  7. Selecteer uw telefoon in de lijst en selecteer OK.
  8. Bevestig het koppelverzoek op uw telefoon.
  9. Open de Smartphone Link app op uw telefoon.
    Als u een Apple® toestel koppelt, wordt er een beveiligingscode weergegeven op het Garmin DriveSmart scherm.
  10. Voer indien nodig de beveiligingscode binnen 30 seconden in op uw telefoon.

Statuspictogrammen van Bluetooth functie
Statuspictogrammen worden weergegeven in de Bluetooth instellingen naast elke gekoppelde telefoon.
Selecteer Settings (Instellingen) > Wireless Networks (Draadloze netwerken).

  • Een grijs pictogram geeft aan dat de functie is uitgeschakeld of verbroken voor die telefoon.
  • Een gekleurd pictogram geeft aan dat de functie is verbonden en actief is voor die telefoon.
Handsfree bellen Handsfree bellen
Smart notifications Smart notifications
Smartphone Link functies en services Smartphone Link functies en services

Garmin Live Services
Voordat u Garmin Live Services kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met Smartphone Link (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link).
Garmin Live Services biedt gratis en op abonnementen gebaseerde abonnementen die live data naar uw toestel verzenden, zoals verkeersomstandigheden, weer en roodlicht- en flitspaalcamera's.
Sommige services, zoals weer, zijn beschikbaar als afzonderlijke apps op uw toestel. Andere services, zoals verkeer, verbeteren de bestaande navigatiefuncties op uw toestel. Functies waarvoor toegang tot Garmin Live Services vereist is, geven het Smartphone Link symbool weer en worden alleen weergegeven wanneer het toestel is verbonden met Smartphone Link.

Abonneren op Garmin Live Services
Voor sommige Garmin DriveSmart Live Services is een betaald abonnement vereist. In de Smartphone Link app kunt u een levenslang abonnement aanschaffen als een in-app aankoop. Het abonnement is gekoppeld aan de app store-account voor uw smartphone.

  1. Open de Smartphone Link app op uw smartphone.
  2. Selecteer My Account (Mijn account).
    Er wordt een lijst met beschikbare services en abonnementsprijzen weergegeven.
  3. Selecteer een service.
  4. Selecteer de prijs.
  5. Selecteer Subscribe (Abonneren).
  6. Volg de aanwijzingen op het scherm om de aankoop te voltooien.

Een locatie van uw smartphone naar uw toestel verzenden
U kunt een locatie zoeken met behulp van de Smartphone Link app op uw telefoon en deze naar uw Garmin DriveSmart toestel verzenden.

  1. Open de Smartphone Link app op uw smartphone.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u een locatie in de buurt wilt zoeken, selecteert u Find Nearby Places (Plaatsen in de buurt zoeken) en voert u een volledig of gedeeltelijk adres of de naam van een plaats in.
    • Als u een Foursquare nuttige plaats in de buurt wilt zoeken, selecteert u Foursquare en selecteert u een nuttige plaats in de lijst.
    • Als u een locatie op de kaart wilt kiezen, selecteert u Pick Location (Locatie kiezen) en raakt u de locatie op de kaart aan.
    • Als u een adres uit uw lijst met contactpersonen wilt zoeken, selecteert u Search Contacts (Contactpersonen zoeken) en selecteert u een contactpersoon.
      De geselecteerde locatie wordt weergegeven op de kaart.
  3. Selecteer Send (Verzenden).
    De Smartphone Link app verzendt de locatie naar uw Garmin DriveSmart.
  4. Selecteer op uw Garmin DriveSmart toestel een optie:
    • Als u de navigatie naar de locatie wilt starten, selecteert u Go! (Start!).
    • Als u details over de locatie wilt weergeven of de locatie wilt opslaan in uw favorieten, selecteert u Menu.
    • Als u de locatie wilt accepteren zonder de navigatie te starten, selecteert u OK.
      De locatie wordt weergegeven in de recent gevonden locaties op uw Garmin DriveSmart toestel.

Smart Notifications
Terwijl uw toestel is verbonden met de Smartphone Link app, kunt u meldingen van uw smartphone bekijken op uw Garmin DriveSmart toestel, zoals sms-berichten, inkomende oproepen en agenda-afspraken.
OPMERKING: U moet mogelijk enkele minuten wachten om meldingen op uw navigatietoestel te ontvangen nadat het verbinding heeft gemaakt met de Smartphone Link app. wordt in kleur weergegeven in de Bluetooth instellingen wanneer smart notifications zijn verbonden en actief zijn (Statuspictogrammen van Bluetooth functie).

Meldingen ontvangen
Waarschuwing
Lees of beantwoord geen meldingen tijdens het rijden.
Voordat uw Garmin DriveSmart toestel meldingen kan ontvangen, moet u het verbinden met uw smartphone en met de Smartphone Link app.
Op de meeste pagina's verschijnt een pop-up wanneer het toestel een melding ontvangt van uw smartphone. Als het toestel in beweging is, moet u bevestigen dat u een passagier bent en niet de bestuurder voordat u meldingen kunt bekijken.
OPMERKING: Als u de kaart bekijkt, verschijnen meldingen in een kaarttool.

  • Als u een melding wilt negeren, selecteert u OK.
    De pop-up wordt gesloten, maar de melding blijft actief op uw telefoon.
  • Als u een melding wilt bekijken, selecteert u View (Bekijken).
  • Als u naar de melding wilt luisteren, selecteert u View (Bekijken) > Play (Afspelen).
    Het toestel leest de melding voor met behulp van tekst-naar-spraak technologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.
  • Als u extra acties wilt uitvoeren, zoals het verwijderen van de melding van uw telefoon, selecteert u View (Bekijken) en selecteert u een optie.
    OPMERKING: Extra acties zijn alleen beschikbaar voor sommige meldingstypen en moeten worden ondersteund door de app die de melding genereert.

Meldingen ontvangen tijdens het bekijken van de kaart
Waarschuwing
Lees of beantwoord geen meldingen tijdens het rijden.
Voordat uw Garmin DriveSmart toestel meldingen kan ontvangen, moet u het verbinden met uw smartphone en met de Smartphone Link app.
Wanneer u de kaart bekijkt, verschijnen nieuwe meldingen in een kaarttool aan de rand van het scherm. Als het toestel in beweging is, moet u bevestigen dat u een passagier bent en niet de bestuurder voordat u meldingen kunt bekijken.

  • Als u een melding wilt negeren, selecteert u , of wacht tot de pop-up verloopt.
    De pop-up wordt gesloten, maar de melding blijft actief op uw telefoon.
  • Als u een melding wilt bekijken, selecteert u de meldingstekst.
  • Als u naar de melding wilt luisteren, selecteert u Play Message (Bericht afspelen).
    Het toestel leest de melding voor met behulp van tekst-naar-spraak technologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.
  • Als u naar de melding wilt luisteren met behulp van een spraakopdracht, zegt u Play Message (Bericht afspelen).
    OPMERKING: Deze optie is alleen beschikbaar als de geselecteerde taal de functie voor spraakopdrachten ondersteunt en wordt weergegeven in de kaarttool.
  • Als u extra acties wilt uitvoeren, zoals het verwijderen van de melding van uw telefoon, selecteert u View (Bekijken) en selecteert u een optie.
    OPMERKING: Extra acties zijn alleen beschikbaar voor sommige meldingstypen en moeten worden ondersteund door de app die de melding genereert.

De lijst met meldingen bekijken
U kunt een lijst met alle actieve meldingen bekijken.

  1. Selecteer Apps > Smart Notifications.
    De lijst met meldingen wordt weergegeven. Ongelezen meldingen worden zwart weergegeven en eerder gelezen meldingen worden grijs weergegeven.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u een melding wilt bekijken, selecteert u de beschrijving van de melding.
    • Als u naar een melding wilt luisteren, selecteert u.
      Het toestel leest de melding voor met behulp van tekst-naar-spraaktechnologie. Deze functie is niet voor alle talen beschikbaar.

Handsfree bellen
OPMERKING: Hoewel de meeste telefoons worden ondersteund en kunnen worden gebruikt, kan niet worden gegarandeerd dat een bepaalde telefoon kan worden gebruikt. Mogelijk zijn niet alle functies beschikbaar voor uw telefoon.
Met behulp van draadloze Bluetooth technologie kan uw toestel verbinding maken met uw mobiele telefoon om als een handsfree toestel te dienen. Terwijl de verbinding actief is, kunt u bellen en gebeld worden met behulp van uw toestel.

Een nummer bellen
Een nummer kiezen

  1. Selecteer Apps > Phone > Dial.
  2. Voer het nummer in.
  3. Selecteer Dial.

Een contactpersoon bellen in uw telefoonboek
Uw telefoonboek wordt van uw telefoon naar het toestel geladen elke keer dat uw telefoon en het toestel verbinding maken. Het kan enkele minuten duren voordat het telefoonboek beschikbaar is. Sommige telefoons ondersteunen deze functie niet.

  1. Selecteer Apps > Phone > Phone Book.
  2. Selecteer een contactpersoon.
  3. Selecteer Call.

Een locatie bellen

  1. Selecteer Apps > Phone > Browse Categories.
  2. Selecteer een nuttige plaats.
  3. Selecteer Call.

Een oproep ontvangen
Wanneer u een oproep ontvangt, selecteert u Answer (Beantwoorden) of Ignore (Negeren).

De oproepgeschiedenis gebruiken
Uw oproepgeschiedenis wordt van uw telefoon naar het toestel geladen elke keer dat uw telefoon en het toestel verbinding maken. Het kan enkele minuten duren voordat de oproepgeschiedenis beschikbaar is. Sommige telefoons ondersteunen deze functie niet.

  1. Selecteer Apps > Phone > Call History.
  2. Selecteer een categorie.
    Een lijst met oproepen wordt weergegeven, met de meest recente oproepen bovenaan.
  3. Selecteer een oproep.

Opties gebruiken tijdens een oproep
Tijdens een oproep kunt u de opties voor oproepen op de kaart selecteren.

  • Als u de audio naar uw telefoon wilt overbrengen, selecteert u.
    TIP: U kunt deze functie gebruiken als u uw toestel wilt uitschakelen en in gesprek wilt blijven, of als u privacy nodig hebt.
  • Als u het toetsenblok wilt gebruiken, selecteert u.
    TIP: U kunt deze functie gebruiken om automatische systemen, zoals voicemail, te gebruiken.
  • Als u de microfoon wilt dempen, selecteert u.
  • Als u wilt ophangen, selecteert u.

Een thuis telefoonnummer opslaan
TIP: Nadat u een thuisnummer hebt opgeslagen, kunt u het thuisnummer bewerken door "Thuis" te bewerken in uw lijst met opgeslagen locaties (Een opgeslagen locatie bewerken).

  1. Selecteer Apps > Phone > > Set Home Number.
  2. Voer uw telefoonnummer in.
  3. Selecteer Done (Klaar).

Naar huis bellen
Voordat u naar huis kunt bellen, moet u een telefoonnummer invoeren voor uw thuislocatie.
Selecteer Apps > Phone > Call Home.

Bluetooth functies instellen voor uw Apple toestel
Standaard zijn alle compatibele Bluetooth functies ingeschakeld wanneer u uw telefoon koppelt. U kunt bepaalde functies in- of uitschakelen of aanpassen.

Verbinding maken met de Smartphone Link app op uw Apple toestel
Voordat u verbinding kunt maken met de Smartphone Link app, moet u uw Garmin DriveSmart toestel koppelen met uw telefoon.
Als u tijdens het koppelingsproces geen verbinding hebt gemaakt met de Smartphone Link app, kunt u er verbinding mee maken voor extra Bluetooth functies. De Smartphone Link app communiceert met uw telefoon via Bluetooth Smart technologie. De eerste keer dat u verbinding maakt met de Smartphone Link app op een Apple toestel, moet u een Bluetooth Smart beveiligingscode invoeren.

  1. Installeer de Smartphone Link app vanuit de app store op uw telefoon.
  2. Open de Smartphone Link app op uw telefoon.
    Er wordt een beveiligingscode weergegeven op het scherm van het Garmin DriveSmart toestel.
  3. Voer de code in op uw telefoon.

Handsfree bellen uitschakelen voor uw Apple toestel
U kunt handsfree bellen uitschakelen en verbinding met uw telefoon behouden voor Smartphone Link gegevens en meldingen.

  1. Selecteer Settings > Wireless Networks.
  2. Selecteer de naam van de telefoon die wordt gebruikt voor handsfree bellen.
    TIP: Uw telefoon kan verbinding maken met handsfree bellen en gegevens via twee verschillende namen. wordt gekleurd weergegeven naast de naam van de telefoon die wordt gebruikt voor handsfree bellen.
  3. Schakel het selectievakje Phone calls (Telefoongesprekken) uit.

Smartphone Link gegevens en Smart Notifications uitschakelen voor uw Apple toestel
U kunt Smartphone Link gegevens en smart notifications uitschakelen en verbinding met uw telefoon behouden voor handsfree bellen.

  1. Selecteer Settings > Wireless Networks.
  2. Selecteer de naam van de telefoon die is verbonden met Smartphone Link gegevens en meldingen.
    TIP: Uw telefoon kan verbinding maken met handsfree bellen en gegevens via twee verschillende namen. en worden blauw weergegeven naast de naam van de telefoon die wordt gebruikt voor gegevens en meldingen.
  3. Schakel het selectievakje Smartphone services uit.

Meldingscategorieën weergeven of verbergen voor uw Apple toestel
U kunt de meldingen die op uw toestel worden weergegeven filteren door categorieën weer te geven of te verbergen.

  1. Selecteer Settings > Wireless Networks.
  2. Selecteer de naam van de telefoon die is verbonden met Smartphone Link gegevens en meldingen.
    TIP: Uw telefoon kan verbinding maken met handsfree bellen en gegevens via twee verschillende namen. en worden gekleurd weergegeven naast de naam van de telefoon die wordt gebruikt voor gegevens en meldingen.
  3. Selecteer Smart Notifications.
  4. Schakel het selectievakje naast elke melding in om deze weer te geven.

Bluetooth functies instellen voor uw smartphone met Android
Standaard zijn alle compatibele Bluetooth functies ingeschakeld wanneer u uw telefoon koppelt. U kunt bepaalde functies in- of uitschakelen of aanpassen.

Verbinding maken met de Smartphone Link app op uw Android smartphone
Voordat u verbinding kunt maken met de Smartphone Link app, moet u uw Garmin DriveSmart toestel koppelen met uw telefoon.
Als u tijdens het koppelingsproces geen verbinding hebt gemaakt met de Smartphone Link app, kunt u er verbinding mee maken voor extra Bluetooth functies.

  1. Installeer de Smartphone Link app vanuit de app store op uw telefoon.
  2. Open de Smartphone Link app op uw telefoon.

Bluetooth functies uitschakelen voor uw smartphone met Android
U kunt specifieke Bluetooth functies uitschakelen en verbinding behouden met andere functies.

  1. Selecteer Settings > Wireless Networks.
  2. Selecteer de naam van de telefoon.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u handsfree bellen wilt uitschakelen, schakelt u het selectievakje Phone calls uit.
    • Als u Smartphone Link gegevens en smart notifications wilt uitschakelen, schakelt u het selectievakje Smartphone Link uit.
    • Als u specifieke app-meldingen wilt uitschakelen, gebruikt u de instellingen in de Smartphone Link app.

Meldingen weergeven of verbergen voor uw smartphone met Android
U kunt de Smartphone Link app gebruiken om te selecteren welke typen meldingen worden weergegeven op uw Garmin DriveSmart toestel.

  1. Open de Smartphone Link app op uw telefoon.
  2. Selecteer .
  3. Controleer of het selectievakje Smart Notifications is ingeschakeld.
  4. Selecteer Settings in het gedeelte Notifications.
    Er wordt een lijst met meldingscategorieën en apps weergegeven.
  5. Selecteer een optie:
    • Als u een melding wilt in- of uitschakelen, selecteert u de schakelaar naast de categorie- of app-naam.
    • Als u een app aan de lijst wilt toevoegen, selecteert u.

Een Bluetooth toestel ontkoppelen
U kunt tijdelijk een Bluetooth toestel ontkoppelen zonder het uit de lijst met gekoppelde toestellen te verwijderen. Het Bluetooth toestel kan in de toekomst automatisch verbinding maken met uw Garmin DriveSmart toestel.

  1. Selecteer Settings > Wireless Networks.
  2. Selecteer het toestel dat u wilt ontkoppelen.
  3. Schakel het selectievakje naast de naam van uw gekoppelde toestel uit.

Een gekoppelde telefoon verwijderen
U kunt een gekoppelde telefoon verwijderen om te voorkomen dat deze in de toekomst automatisch verbinding maakt met uw apparaat.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Wireless Networks (Draadloze netwerken).
  2. Selecteer de telefoon en selecteer Unpair device (Apparaat ontkoppelen).

Verkeer

LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid of tijdigheid van de verkeersinformatie.
Uw toestel kan informatie geven over verkeer op de weg voor u of op uw route. U kunt instellen dat uw toestel verkeer vermijdt bij het berekenen van routes en dat het een nieuwe route naar uw bestemming zoekt als er een grote verkeersvertraging optreedt op uw actieve route (Verkeersinstellingen). Via de verkeerskaart kunt u op de kaart zoeken naar verkeersvertragingen in uw omgeving.
Uw toestel moet verkeersgegevens ontvangen om verkeersinformatie te kunnen verstrekken.

  • Uw toestel ontvangt gratis verkeersgegevens via de Smartphone Link app (Verkeersgegevens ontvangen met Smartphone Link).
  • Alle productmodellen kunnen verkeersgegevens ontvangen met een accessoirekabel voor een draadloze verkeersontvanger (Verkeersgegevens ontvangen met een verkeersontvanger). Ga naar uw productpagina op garmin.com om een compatibele accessoirekabel voor een verkeersontvanger te vinden en aan te schaffen.
  • Productmodellen die eindigen op LMT-D of LMTHD kunnen verkeersgegevens ontvangen met de ingebouwde digitale verkeersontvanger en de meegeleverde voedingskabel voor in de auto (Verkeersgegevens ontvangen met een verkeersontvanger).
    Verkeersgegevens zijn niet overal beschikbaar. Ga voor informatie over de verkeersdekkingsgebieden naar www.garmin.com/traffic.

Verkeersgegevens ontvangen met Smartphone Link
Uw toestel kan gratis verkeersgegevens ontvangen via de Smartphone Link app.

  1. Verbind uw toestel met Smartphone Link (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link).
  2. Selecteer op uw Garmin DriveSmart toestel Instellingen > Verkeer en controleer of het selectievakje Verkeer is ingeschakeld.

Verkeersgegevens ontvangen met een verkeersontvanger
LET OP
Verwarmde (gemetalliseerde) voorruiten kunnen de prestaties van de verkeersontvanger negatief beïnvloeden.
Een verkeersontvanger ontvangt verkeersgegevens van een draadloos uitzendsignaal, indien beschikbaar. Een accessoirekabel voor een draadloze verkeersontvanger is beschikbaar voor alle productmodellen. Ga naar uw productpagina op garmin.com om een compatibele accessoirekabel voor een verkeersontvanger te vinden en aan te schaffen. Verkeersgegevens zijn niet overal beschikbaar.
Sluit het toestel aan op de stroomvoorziening van het voertuig met behulp van de kabel van de verkeersontvanger (De Garmin DriveSmart in uw voertuig bevestigen en van stroom voorzien).
OPMERKING: Als uw productmodel eindigt op LMT-D of LMTHD, moet u de voedingskabel gebruiken die bij uw toestel is geleverd. De voedingskabel heeft een geïntegreerde antenne voor de ingebouwde digitale verkeersontvanger. Indien beschikbaar, ontvangt de digitale verkeersontvanger verkeersgegevens van FM-radiostations met behulp van HD Radio-technologie.
Wanneer u zich binnen een verkeersdekkingsgebied bevindt, kan uw toestel verkeersinformatie weergeven en u helpen verkeersvertragingen te vermijden.

Abonnementen voor verkeersontvanger
Een regionaal abonnement op verkeersgegevens is inbegrepen bij de meeste verkeersontvangers. U kunt abonnementen voor extra regio's toevoegen aan uw verkeersontvanger. Ga voor meer informatie naar garmin.com/traffic.

Verkeersabonnementen weergeven Selecteer Instellingen > Verkeer > Abonnementen.
Een abonnement toevoegen
U kunt verkeersabonnementen aanschaffen voor andere regio's of landen.

  1. Selecteer Verkeer in het hoofdmenu.
  2. Selecteer Abonnementen > .
  3. Noteer de ID van de FM-verkeersontvanger.
  4. Ga naar www.garmin.com/fmtraffic om een abonnement aan te schaffen en een code van 25 tekens te ontvangen.
    De code voor het verkeersabonnement kan niet opnieuw worden gebruikt. U moet elke keer dat u uw service verlengt een nieuwe code verkrijgen. Als u meerdere FM-verkeersontvangers bezit, moet u voor elke ontvanger een nieuwe code verkrijgen.
  5. Selecteer Volgende op het toestel.
  6. Voer de code in.
  7. Selecteer Gereed.

Verkeer inschakelen
U kunt verkeersgegevens in- of uitschakelen.

  1. Selecteer Instellingen > Verkeer.
  2. Schakel het selectievakje Verkeer in.

Verkeer weergeven op de kaart
De verkeerskaart geeft de verkeersdoorstroming en vertragingen op nabijgelegen wegen aan in verschillende kleuren.

  1. Selecteer Apps > Verkeer in het hoofdmenu.
  2. Selecteer indien nodig Symbool menu > Legenda om de legenda voor de verkeerskaart weer te geven.

Zoeken naar verkeersincidenten

  1. Selecteer Apps > Verkeer in het hoofdmenu.
  2. Selecteer Symbool menu > Incidenten.
  3. Selecteer een item in de lijst.
  4. Als er meer dan één incident is, gebruikt u de pijlen om extra incidenten te bekijken.

Spraakopdracht

OPMERKING: Spraakopdrachten zijn niet beschikbaar voor alle talen en regio's en mogelijk niet op alle modellen.
OPMERKING: Spraakgestuurde navigatie presteert mogelijk niet zoals verwacht in een lawaaierige omgeving.
Met spraakopdrachten kunt u uw toestel bedienen door woorden en opdrachten te spreken. Het menu met spraakopdrachten biedt gesproken aanwijzingen en een lijst met beschikbare opdrachten.

De activeringszin instellen
De activeringszin is een woord of zin die u kunt zeggen om de spraakopdracht te activeren. De standaardactiveringszin is Voice Command.

TIP: U kunt de kans op onbedoelde activering van de spraakopdracht verkleinen door een sterke activeringszin te gebruiken.

  1. Selecteer Apps > Spraakopdracht > > Activeringszin.
  2. Voer een nieuwe activeringszin in.
    Het toestel geeft de sterkte van de activeringszin aan terwijl u de zin invoert.
  3. Selecteer Gereed.

Spraakopdracht activeren
Zeg uw activeringszin.
Het menu met spraakopdrachten wordt weergegeven.

Tips voor spraakopdrachten

  • Spreek met een normale stem gericht op het toestel.
  • Verminder achtergrondgeluiden, zoals stemmen of de radio, om de nauwkeurigheid van de spraakherkenning te verbeteren.
  • Spreek opdrachten uit zoals ze op het scherm worden weergegeven.
  • Reageer zo nodig op gesproken aanwijzingen van het toestel.
  • Verleng de lengte van uw activeringszin om de kans op onbedoelde activering van de spraakopdracht te verkleinen.
  • Luister naar twee tonen om te bevestigen wanneer het toestel de spraakopdracht activeert en verlaat.

Een route starten met spraakopdracht
U kunt de namen van populaire, bekende locaties zeggen.

  1. Zeg uw activeringszin (De activeringszin instellen).
  2. Zeg Plaats zoeken.
  3. Luister naar de gesproken aanwijzing en spreek de naam van de locatie.
  4. Zeg het regelnummer.
  5. Zeg Navigeren.

Instructies dempen
U kunt de gesproken aanwijzingen voor spraakopdrachten uitschakelen zonder het geluid van het toestel uit te schakelen.

  1. Selecteer Apps > Spraakopdracht > .
  2. Selecteer Instructies dempen > Ingeschakeld.

Spraakbediening
Voor regio's waar de functie Spraakopdracht niet beschikbaar is, wordt de functie Spraakbediening geactiveerd. Met Spraakbediening kunt u uw stem gebruiken om het toestel te bedienen. Voordat u de functie Spraakbediening kunt gebruiken, moet u deze configureren voor uw stem.

Spraakbediening configureren
De functie Spraakbediening moet worden geconfigureerd voor de stem van één gebruiker en werkt niet voor andere gebruikers.

  1. Selecteer Apps > Spraakbediening.
  2. Volg de instructies op het scherm om opdrachten op te nemen voor elke spraakbedieningszin.
    OPMERKING: U hoeft niet de exacte zin op het scherm voor te lezen. U kunt een alternatieve opdracht met dezelfde betekenis zeggen op basis van uw voorkeur.
    Als u een spraakbedieningsfunctie wilt gebruiken, moet u de opdracht zeggen die u voor de functie hebt opgenomen.

Spraakbediening gebruiken

  1. Zeg de opdracht die u hebt opgenomen voor de zin Spraakbediening.
    Het menu voor spraakbediening verschijnt.
  2. Volg de instructies op het scherm.

Tips voor spraakbediening

  • Spreek met een normale stem gericht op het toestel.
  • Verminder achtergrondgeluiden, zoals stemmen of de radio, om de nauwkeurigheid van de spraakherkenning te verbeteren.
  • Spreek opdrachten uit zoals ze op het scherm worden weergegeven.
  • Luister naar een toon om te bevestigen wanneer het toestel een opdracht heeft ontvangen.

De apps gebruiken

De gebruikershandleiding bekijken op uw toestel
U kunt de volledige gebruikershandleiding in diverse talen bekijken op het scherm van het toestel.

  1. Selecteer Apps > Gebruikershandleiding.
    De gebruikershandleiding wordt weergegeven in dezelfde taal als de softwaretekst (Taal- en toetsenbordinstellingen).
  2. Selecteer Zoeken om de gebruikershandleiding te doorzoeken (optioneel).

Watch Link
De Watch Link app breidt de navigatiefuncties van uw Garmin DriveSmart toestel uit naar een compatibel Garmin horloge met Connect IQ.
OPMERKING: Voor deze functie hebt u een Garmin horloge nodig waarop Connect IQ apps kunnen worden uitgevoerd, en een smartphone.
Mijn bestemming zoeken: Begeleidt u naar uw bestemming via het scherm van het horloge. Deze functie is vooral handig wanneer u een eind van uw bestemming moet parkeren en het laatste stuk te voet moet afleggen (Uw bestemming zoeken met uw Garmin horloge).
Mijn auto zoeken: Begeleidt u naar de laatst geregistreerde parkeerplaats van uw auto (Uw laatste parkeerplaats zoeken).
Waarschuwingen voor de bestuurder: Laat het horloge trillen wanneer het toestel een bestuurderswaarschuwing weergeeft en toont een waarschuwingspictogram op het scherm van het horloge (Bestuurderswaarschuwingen ontvangen op uw horloge).

Watch Link instellen
Voordat u Watch Link kunt instellen, moet u de volgende taken uitvoeren:

  • Koppel uw Garmin DriveSmart toestel met de Smartphone Link app op uw smartphone (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link).
  • Koppel uw compatibele Garmin horloge met de Garmin Connect Mobile app op uw smartphone. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw horloge voor meer informatie.

De Watch Link functie gebruikt uw smartphone om gegevens van uw Garmin DriveSmart toestel naar de Watch Link app op uw compatibele Connect IQ horloge te verzenden.

  1. Open de Garmin Connect Mobile app op uw smartphone.
  2. Selecteer Menu of Menu om het menu te openen, afhankelijk van het besturingssysteem van uw smartphone.
  3. Selecteer Connect IQ Store.
  4. Zoek de Watch Link app en selecteer Download (Downloaden).
    De Connect IQ Watch Link app wordt op uw horloge geïnstalleerd.
  5. Open de Smartphone Link app op uw smartphone.
  6. Selecteer Watch Link.
    TIP: Mogelijk moet u naar links of rechts vegen om de Watch Link optie te vinden.
  7. Selecteer uw horloge in de lijst en selecteer Continue (Doorgaan).
  8. Wanneer de installatie is voltooid, selecteert u OK (OK).
    Wanneer uw telefoon verbinding maakt met uw Garmin DriveSmart toestel, start de Watch Link app automatisch op uw horloge.

Bestuurderswaarschuwingen ontvangen op uw horloge
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u Watch Link instellen (Watch Link instellen).
Uw compatibele Garmin horloge kan bepaalde bestuurderswaarschuwingen van uw Garmin DriveSmart toestel weergeven. U kunt kiezen welke waarschuwingen op uw horloge worden weergegeven.

  1. Selecteer op uw Garmin DriveSmart toestel Apps > Watch Link.
  2. Selecteer elk type waarschuwing dat u op uw horloge wilt ontvangen.
  3. Start op uw horloge de Watch Link app en selecteer Driver Warnings (Bestuurderswaarschuwingen).
    Terwijl u navigeert met uw Garmin DriveSmart toestel, trilt het horloge en worden de opgegeven bestuurderswaarschuwingen weergegeven wanneer deze zich voordoen.

LiveTrack
LET OP
Wees voorzichtig met het delen van uw locatiegegevens met anderen.
Met de LiveTrack functie kunt u uw reis delen met contactpersonen vanaf uw smartphone en uw sociale netwerkaccounts, zoals Facebook en Twitter. Tijdens het delen kunnen kijkers uw huidige locatie, recent bezochte locaties en de route van uw recente reizen in realtime volgen.
Voor deze functie is een smartphone met de Smartphone Link app vereist.

LiveTrack delen instellen en kijkers uitnodigen
De eerste keer dat u de LiveTrack functie gebruikt, moet u de functie instellen en kijkers uitnodigen.

  1. Maak verbinding met Smartphone Link (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link).
  2. Open de Smartphone Link app op uw smartphone en selecteer LiveTrack.
  3. Voer een gebruikersnaam in en selecteer Next (Volgende).
  4. Voer een of meer contactpersonen in om uit te nodigen.
    U kunt de naam of het e-mailadres van de contactpersoon invoeren.
  5. Selecteer Start LiveTrack (LiveTrack starten).
    De app begint met het delen van uw LiveTrack gegevens. Uitgenodigde kijkers ontvangen een e-mail met een link om uw LiveTrack gegevens te bekijken.
  6. Selecteer Delen om de LiveTrack link te delen via een sociaal netwerk, een bericht-app of een andere deel-app (optioneel).

LiveTrack delen starten
LET OP
Wees voorzichtig met het delen van uw locatiegegevens met anderen.
Voordat u kunt beginnen met delen, moet u de LiveTrack functie instellen (LiveTrack delen instellen en kijkers uitnodigen).
U kunt het delen van uw LiveTrack gegevens starten via uw Garmin DriveSmart toestel of de Smartphone Link app.

  • Selecteer op uw Garmin DriveSmart toestel Apps > LiveTrack > Start LiveTrack (LiveTrack starten).
  • Open de Smartphone Link app op uw smartphone en selecteer LiveTrack > Start LiveTrack (LiveTrack starten).

Een link om uw LiveTrack gegevens te bekijken, wordt op uw ingeschakelde sociale netwerkaccounts geplaatst en een e-mail met de link wordt verzonden naar uw uitgenodigde contactpersonen. Tijdens het delen kunnen kijkers op de link klikken om uw huidige locatie, recent bezochte locaties en de route van uw recente reizen in realtime te volgen.
LiveTrack actief verschijnt op de statusbalk van de Garmin DriveSmart wanneer LiveTrack delen actief is. Het aantal uitgenodigde kijkers wordt ook weergegeven.
TIP: Standaard wordt de LiveTrack deelsessie automatisch na 24 uur beëindigd. In de Smartphone Link app kunt u LiveTrack > Extend LiveTrack (LiveTrack verlengen) selecteren om de duur van de LiveTrack deelsessie te verlengen, of u kunt het delen op elk gewenst moment stoppen.

LiveTrack delen stoppen
U kunt het delen van LiveTrack op elk gewenst moment stoppen via uw Garmin DriveSmart toestel of de Smartphone Link app.

  • Selecteer op uw Garmin DriveSmart toestel Apps > LiveTrack > Stop LiveTrack (LiveTrack stoppen).
  • Open de Smartphone Link app op uw smartphone en selecteer LiveTrack > Stop LiveTrack (LiveTrack stoppen).
    Kijkers ontvangen een bericht dat de LiveTrack sessie is beëindigd en ze kunnen uw locatie niet langer volgen.

De weersvoorspelling bekijken
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel weergegevens ontvangen. U kunt uw toestel verbinden met de Smartphone Link app om weergegevens te ontvangen (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link). In sommige gebieden kunnen productmodellen met een digitale verkeersinformatieontvanger gebiedsgebonden weersinformatie ontvangen van FM-radiostations via HD Radio technologie (Verkeer). Weersvoorspellingen zijn niet in alle gebieden beschikbaar.

  1. Selecteer Apps > Weer.
    Het toestel toont de huidige weersomstandigheden en een voorspelling voor de komende dagen.
  2. Selecteer een dag.
    De gedetailleerde voorspelling voor die dag wordt weergegeven.

Het weer in de buurt van een andere stad bekijken

  1. Selecteer Apps > Weer > Huidige locatie.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u het weer voor een favoriete stad wilt bekijken, selecteert u een stad in de lijst.
    • Als u een favoriete stad wilt toevoegen, selecteert u Add City (Stad toevoegen) en voert u een stadsnaam in.

De weerradar bekijken
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de Advanced Weather service aanschaffen via Smartphone Link.
U kunt een geanimeerde, kleurgecodeerde radarkaart bekijken van de huidige weersomstandigheden, evenals een weerpictogram op de kaart. Het weerpictogram verandert om het weer in de omgeving weer te geven, zoals regen, sneeuw en onweer.

  1. Selecteer Apps > Weer.
  2. Selecteer indien nodig een stad.
  3. Selecteer Menu > Weather Radar (Weerradar).

Weerwaarschuwingen bekijken
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u Advanced Weather Service aanschaffen via Smartphone Link.
Tijdens het reizen met uw toestel kunnen er weerwaarschuwingen op de kaart worden weergegeven. U kunt ook een kaart bekijken met weerwaarschuwingen in de buurt van uw huidige locatie of in de buurt van een geselecteerde stad.

  1. Selecteer Apps > Weer.
  2. Selecteer indien nodig een stad.
  3. Selecteer > Weerwaarschuwingen.

Wegomstandigheden controleren
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u Advanced Weather Service aanschaffen via Smartphone Link.

  1. Selecteer Apps > Weer.
  2. Selecteer indien nodig een stad.
  3. Selecteer Wegomstandigheden > Wegomstandigheden.

Reisplanner
U kunt de reisplanner gebruiken om een reis te maken en op te slaan, zodat u deze later kunt navigeren. Dit kan handig zijn voor het plannen van een bezorgroute, een vakantie of een roadtrip. U kunt een opgeslagen reis bewerken om deze verder aan te passen, inclusief het opnieuw rangschikken van locaties, het optimaliseren van de volgorde van stops, het toevoegen van voorgestelde attracties en het toevoegen van vormpunten.
U kunt de reisplanner ook gebruiken om uw actieve route te bewerken en op te slaan.

Een reis plannen
Een reis kan veel bestemmingen bevatten en moet minstens een startlocatie en één bestemming bevatten. De startlocatie is de locatie van waaruit u uw reis wilt beginnen. Als u de reis vanaf een andere locatie begint te navigeren, geeft het toestel u de mogelijkheid om eerst naar uw startlocatie te navigeren. Voor een rondreis kunnen de startlocatie en de eindbestemming hetzelfde zijn.

  1. Selecteer • Apps > Reisplanner > Nieuwe reis.
  2. Selecteer Startlocatie selecteren.
  3. Kies een locatie voor uw startpunt en selecteer Selecteer.
  4. Selecteer Bestemming selecteren.
  5. Kies een locatie voor een bestemming en selecteer Selecteer.
  6. Selecteer Locatie toevoegen om meer locaties toe te voegen (optioneel).
  7. Nadat u alle benodigde locaties hebt toegevoegd, selecteert u Volgende > Opslaan.
  8. Voer een naam in en selecteer Gereed.

Locaties bewerken en opnieuw rangschikken in een reis

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u de locatie omhoog of omlaag wilt verplaatsen, selecteert u en sleept u de locatie naar een nieuwe positie in de reis.
    • Als u een nieuwe locatie na de geselecteerde locatie wilt toevoegen, selecteert u.
    • Als u de locatie wilt verwijderen, selecteert u.

De volgorde van bestemmingen in een reis optimaliseren
Het toestel kan automatisch de volgorde van bestemmingen in uw reis optimaliseren om een kortere, efficiëntere route te creëren. De startlocatie en de eindbestemming worden niet gewijzigd wanneer u de volgorde optimaliseert.
Selecteer tijdens het bewerken van een reis > Volgorde optimaliseren.

Attracties langs uw reis ontdekken
Het toestel kan interessante of populaire attracties voorstellen om aan uw reis toe te voegen.

  1. Selecteer tijdens het bewerken van een reis > Reisinstellingen > Attracties voorstellen.
  2. Selecteer een attractie om meer informatie te bekijken.
  3. Selecteer Selecteer om de attractie aan uw reis toe te voegen.

Routeringsopties voor een reis wijzigen
U kunt aanpassen hoe het toestel de route berekent wanneer u uw reis start.

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer > Reisinstellingen.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u vormpunten aan uw reis wilt toevoegen, selecteert uVorm route en volgt u de instructies op het scherm (Uw route vormgeven).
    • Als u de berekeningsmodus voor de reis wilt wijzigen, selecteert uVoorkeursroute (De routeberekeningsmodus wijzigen).

Naar een opgeslagen reis navigeren

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer Start!.
  4. Selecteer de eerste locatie waarnaar u wilt navigeren en selecteer Start.
    Het toestel berekent een route vanaf uw huidige locatie naar de geselecteerde locatie en leidt u vervolgens naar de resterende reisbestemmingen in de juiste volgorde.

Uw actieve route bewerken en opslaan
Als een route actief is, kunt u de reisplanner gebruiken om uw route te bewerken en op te slaan als een reis.

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Mijn actieve route.
  2. Bewerk uw route met behulp van een van de functies van de reisplanner.
    De route wordt opnieuw berekend telkens wanneer u een wijziging aanbrengt.
  3. Selecteer Opslaan om uw route op te slaan als een reis, zodat u deze later opnieuw kunt navigeren (optioneel).

photoLive-verkeerscamera's
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u verbinding hebben met Smartphone Link en moet u een abonnement hebben op de photoLive-service (Abonneren op Garmin Live Services).
photoLive-verkeerscamera's bieden live beelden van de verkeerssituatie op belangrijke wegen en kruispunten. De photoLive-service is niet in alle gebieden beschikbaar.

photoLive-verkeerscamera's bekijken en opslaan
U kunt live beelden bekijken van verkeerscamera's in de buurt. U kunt ook verkeerscamera's opslaan voor gebieden waar u vaak reist.

  1. Selecteer Apps > photoLive.
  2. Selecteer Aanraken om toe te voegen
  3. Selecteer een weg.
  4. Selecteer een verkeerscameralocatie.
    Een voorbeeld van het live beeld van de camera wordt weergegeven naast een kaart van de cameralocatie. U kunt het voorbeeld van de afbeelding selecteren om de afbeelding op volledig formaat te bekijken.
  5. Selecteer Opslaan om de camera op te slaan (optioneel).
    Een miniatuurafbeelding van de camera wordt toegevoegd aan het hoofdscherm van de photoLive-app.

photoLive-verkeerscamera's op de kaart bekijken
De photoLive-kaarttool toont verkeerscamera's vanaf de weg voor u.

  1. Selecteer op de kaart > photoLive.
    Het toestel toont het live beeld van de dichtstbijzijnde verkeerscamera op de weg voor u, samen met de afstand tot de camera. Wanneer u de camera passeert, laadt het toestel het live beeld van de volgende camera op de weg.
  2. Als er geen camera's worden gevonden voor de weg, selecteert u Camera's zoeken om verkeerscamera's in de buurt te bekijken of op te slaan (optioneel).

Een verkeerscamera opslaan

  1. Selecteer Apps > photoLive.
  2. Selecteer Aanraken om toe te voegen.
  3. Selecteer een weg.
  4. Selecteer een kruispunt.
  5. Selecteer Opslaan.

Eerdere routes en bestemmingen bekijken
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de functie reisgeschiedenis inschakelen (Apparaat- en privacyinstellingen).
U kunt uw eerdere routes en plaatsen waar u bent gestopt op de kaart bekijken.
Selecteer Apps > Where I've Been.

Garmin DriveSmart-instellingen

Kaart- en voertuiginstellingen
Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig.
Voertuig: Stelt het pictogram in dat uw positie op de kaart aangeeft.
Weergave rijkaart: Stelt het perspectief op de kaart in.
Kaartdetail: Stelt het detailniveau op de kaart in. Meer detail kan ervoor zorgen dat de kaart langzamer wordt getekend.
Kaartthema: Wijzigt de kleur van de kaartgegevens.
Kaarttools: Stelt de snelkoppelingen in die in het menu Kaarttools worden weergegeven.
Kaartlagen: Stelt de gegevens in die op de kaartpagina worden weergegeven (De kaartlagen aanpassen).
Automatisch zoomen: Selecteert automatisch het zoomniveau voor optimaal gebruik van uw kaart. Als deze optie is uitgeschakeld, moet u handmatig in- of uitzoomen.
myMaps: Hiermee stelt u in welke geïnstalleerde kaarten het toestel gebruikt.

Kaarten inschakelen
U kunt kaartproducten inschakelen die op uw toestel zijn geïnstalleerd.
TIP: Als u extra kaartproducten wilt aanschaffen, gaat u naar http://buy.garmin.com.

  1. Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > myMaps.
  2. Selecteer een kaart.

Navigatie-instellingen
Selecteer Instellingen > Navigatie.
Routevoorbeeld: Toont een voorbeeld van de belangrijkste wegen in uw route wanneer u de navigatie start.
Berekeningsmodus: Stelt de methode voor routeberekening in.
Vermijdingen: Stelt wegkenmerken in die op een route moeten worden vermeden.
Aangepaste vermijdingen: Hiermee kunt u bepaalde wegen of gebieden vermijden.
Tolwegen: Stelt voorkeuren in voor het vermijden van tolwegen.
Tol en kosten: Stelt voorkeuren in voor het vermijden van tolwegen en tolvignetten.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.
Milieuzones: Stelt de vermijdingsvoorkeuren in voor gebieden met milieu- of emissiebeperkingen die mogelijk van toepassing zijn op uw voertuig.
Beperkte modus: Schakelt alle functies uit die aanzienlijke aandacht van de bestuurder vereisen.
GPS-simulator: Voorkomt dat het toestel een GPS-signaal ontvangt en bespaart batterijvermogen.

Instellingen berekeningsmodus
Selecteer Instellingen > Navigatie > Berekeningsmodus.
De routeberekening is gebaseerd op wegsnelheden en gegevens over de versnelling van voertuigen voor een bepaalde route.
Snellere tijd: Berekent routes die sneller te rijden zijn, maar een langere afstand kunnen hebben.
Kortere afstand: Berekent routes die korter zijn, maar meer tijd in beslag kunnen nemen.
Minder brandstof: Berekent routes die minder brandstof kunnen verbruiken dan andere routes.
Offroad: Berekent een rechte lijn van uw locatie naar uw bestemming.

Een gesimuleerde locatie instellen
Als u zich binnenshuis bevindt of geen satellietontvangst hebt, kunt u de GPS-simulator gebruiken om routes te plannen vanaf een gesimuleerde locatie.

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > GPS-simulator.
  2. Selecteer Kaart weergeven in het hoofdmenu.
  3. Tik tweemaal op de kaart om een gebied te selecteren.
    Het adres van de locatie wordt onder aan het scherm weergegeven.
  4. Selecteer de locatiebeschrijving.
  5. Selecteer Locatie instellen.

Instellingen draadloos netwerk
Met de instellingen voor het draadloos netwerk kunt u Wi‑Fi®-netwerken, gekoppelde Bluetooth-toestellen en Bluetooth-functies beheren.
Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
Bluetooth: Schakelt draadloze Bluetooth-technologie in.
Naam gekoppeld toestel: De namen van gekoppelde Bluetooth-toestellen worden in het menu weergegeven. U kunt een toestelnaam selecteren om de instellingen van de Bluetooth-functie voor dat toestel te wijzigen.
Zoeken naar toestellen: Zoekt naar Bluetooth-toestellen in de buurt.
Vriendelijke naam: Hiermee kunt u een vriendelijke naam invoeren die uw toestel identificeert op andere toestellen met draadloze Bluetooth-technologie.
Wi-Fi: Schakelt de Wi‑Fi-radio in.
Opgeslagen netwerken: Hiermee kunt u opgeslagen netwerken bewerken of verwijderen.
Zoeken naar netwerken: Zoekt naar Wi‑Fi-netwerken in de buurt (Verbinding maken met een WiFi-netwerk).

Instellingen rijhulp
Selecteer Instellingen > Rijhulp.
Hoorbare waarschuwingen bestuurder: Schakelt een hoorbare waarschuwing in voor elk type waarschuwing voor de bestuurder (Functies voor alertheid van de bestuurder en waarschuwingen).
Vermoeidheidswaarschuwing: Waarschuwt u wanneer u lange tijd zonder pauze hebt gereden.
Waarschuwingen nabijheid: Waarschuwt u wanneer u zich in de buurt van aangepaste nuttige punten of roodlichtcamera's bevindt.
OPMERKING: U moet aangepaste nuttige punten (POI's) hebben geladen om waarschuwingen voor nabijheidspunten weer te geven. Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.

Instellingen achteruitrijcamera
Met de instellingen voor de achteruitrijcamera kunt u gekoppelde Garmin-achteruitrijcamera's en camera-instellingen beheren. Dit menu verschijnt alleen op uw navigatietoestel wanneer het toestel is aangesloten op een draadloze camera-ontvangkabel. Raadpleeg de handleiding voor uw achteruitrijcamera voor gedetailleerde informatie over het koppelen van camera's en camera-instellingen. Ga naar garmin.com/backupcamera om een Garmin-achteruitrijcamera te kopen.
Selecteer Instellingen > Achteruitrijcamera en selecteer een gekoppelde camera.
Ontkoppelen: Verwijdert de gekoppelde camera. U moet de camera opnieuw koppelen voordat u deze met dit toestel en deze kabel kunt bekijken.
Naam wijzigen: Hiermee kunt u de naam van de gekoppelde camera wijzigen.
Hulplijnen: Toont of verbergt hulplijnen en stelt u in staat de positie van de hulplijnen aan te passen.

babyCam-instellingen
Met de babyCam-instellingen kunt u gekoppelde Garmin babyCam-camera's en camera-instellingen beheren. Dit menu verschijnt alleen op uw navigatietoestel wanneer het toestel is aangesloten op een draadloze camera-ontvangkabel. Raadpleeg de handleiding voor uw camera voor gedetailleerde informatie over het koppelen van camera's en camera-instellingen. Ga naar garmin.com/babycam om een Garmin babyCam-camera te kopen.
Selecteer Instellingen > babyCam en selecteer een gekoppelde camera.
Energie-instellingen: Hiermee kunt u instellen hoe lang de video op het scherm wordt weergegeven.
Video omdraaien: Hiermee kunt u de video omdraaien of spiegelen.
Uitlijning: Geeft de babyCam-video weer om u te helpen de camera uit te lijnen.
Stoelcontroleherinnering: Schakelt een herinnering in om passagiers op de achterbank te controleren voordat u het voertuig verlaat.
Ontkoppelen: Verwijdert de gekoppelde camera.
Naam wijzigen: Hiermee kunt u de naam van de camera wijzigen.

Scherminstellingen
Selecteer Instellingen > Scherm.
Orientatie: Hiermee kunt u het scherm instellen op portret (verticaal) of landschap (horizontaal).
Kleurmodus: Hiermee kunt u de kleurmodus voor dag of nacht selecteren. Als u de optie Auto selecteert, schakelt het toestel automatisch over naar dag- of nachtkleuren op basis van het tijdstip van de dag.
Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van het scherm aanpassen.
Time-out scherm: Hiermee kunt u de hoeveelheid inactiviteit instellen voordat uw toestel in de slaapstand gaat bij gebruik van batterijvoeding.
Screenshot: Hiermee kunt u een foto van het scherm van het toestel maken. Screenshots worden opgeslagen in de map Screenshot van de toestelopslag.

Verkeersinstellingen
Selecteer in het hoofdmenu Instellingen > Verkeer.
Verkeer: Schakelt verkeer in.
Huidige provider: Stelt de verkeersinformatieprovider in die moet worden gebruikt voor verkeersgegevens. De optie Auto selecteert automatisch de beste beschikbare verkeersgegevens.
Abonnementen: Geeft een lijst van de huidige verkeersabonnementen.
Route optimaliseren: Hiermee kan het toestel automatisch of op aanvraag geoptimaliseerde alternatieve routes gebruiken (Verkeersvertragingen op uw route vermijden).
Verkeerswaarschuwingen: Stelt de ernst van de verkeersvertraging in waarvoor het toestel een verkeerswaarschuwing weergeeft.
Gesproken verkeersaanwijzingen: Schakelt gesproken aanwijzingen in voor verkeersincidenten.

Eenheden en tijdinstellingen
Als u de pagina Eenheden en tijd wilt openen, selecteert u in het hoofdmenu Instellingen > Eenheden en tijd. Huidige tijd: Stelt de tijd van het toestel in.
Tijdnotatie: Hiermee kunt u een 12-uurs, 24-uurs of UTC-weergavetijd selecteren.
Eenheden: Stelt de meeteenheid in die voor afstanden wordt gebruikt.
Positienotatie: Stelt de coördinaatnotatie en het datum in dat wordt gebruikt voor geografische coördinaten.

De tijd instellen

  1. Selecteer de tijd in het hoofdmenu.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u de tijd automatisch wilt instellen met behulp van GPS-informatie, selecteert u Automatisch.
    • Als u de tijd handmatig wilt instellen, sleept u de cijfers omhoog of omlaag.

Taal- en toetsenbordinstellingen
Als u de taal- en toetsenbordinstellingen wilt openen, selecteert u in het hoofdmenu Instellingen > Taal en toetsenbord. Spreektaal: Stelt de taal in voor gesproken aanwijzingen.
Teksttaal: Hiermee stelt u alle tekst op het scherm in op de geselecteerde taal.
OPMERKING: Het wijzigen van de teksttaal heeft geen invloed op de taal van door de gebruiker ingevoerde gegevens of kaartgegevens, zoals straatnamen.
Toetsenbordtaal: Schakelt toetsenbordtalen in.

Instellingen waarschuwingen nabijheid
OPMERKING: U moet aangepaste nuttige punten (POI's) hebben geladen om waarschuwingen voor nabijheidspunten weer te geven.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.
Selecteer Instellingen > Waarschuwingen nabijheid.
Audio: Stelt de stijl van waarschuwing in die wordt afgespeeld wanneer u nabijheidspunten nadert.
Waarschuwingen: Stelt het type nabijheidspunten in waarvoor waarschuwingen worden afgespeeld.

Toestel- en privacy-instellingen
Selecteer Instellingen > Toestel.
Over: Geeft het nummer van de softwareversie, het ID-nummer van het toestel en informatie over verschillende andere softwarefuncties weer.
Regelgeving: Geeft regelgevingsmarkeringen en informatie weer.
EULA's: Geeft de licentieovereenkomsten voor eindgebruikers weer.
OPMERKING: U hebt deze informatie nodig wanneer u de systeemsoftware bijwerkt of extra kaartgegevens aanschaft.
Rapportage van toestelgegevens: Deelt anonieme gegevens om het toestel te verbeteren.
Positierapportage: Deelt uw positiegegevens met Garmin om de inhoud te verbeteren.
Reisgeschiedenis: Hiermee kan het toestel informatie registreren voor de functies myTrends, Waar ben ik geweest en Reislogboek.
Reisgeschiedenis wissen: Hiermee wist u uw reisgeschiedenis voor de functies myTrends, Waar ben ik geweest en Reislogboek.

Instellingen herstellen
U kunt een categorie instellingen of alle instellingen terugzetten naar de standaard fabrieksinstellingen.

  1. Selecteer Instellingen.
  2. Selecteer zo nodig een categorie instellingen.
  3. Selecteer Menu > Herstellen.

Toestelgegevens

Informatie over regelgeving en conformiteit weergeven

  1. Veeg vanuit het instellingenmenu naar de onderkant van het menu.
  2. Selecteer Toestel > Regelgeving.

Specificaties

Bedrijfstemperatuurbereik Van -20 °C tot 55 °C (van -4 °F tot 131 °F)
Oplaadtemperatuurbereik Van 0 °C tot 45 °C (van 32 °F tot 113 °F)
Stroomtoevoer Voertuigvoeding via de meegeleverde voedingskabel voor voertuigen. Netvoeding via een optioneel accessoire (alleen voor thuis- en kantoorgebruik).
Batterijtype Oplaadbare lithium-ionbatterij

Het toestel opladen
OPMERKING: Dit product van klasse III moet worden gevoed door een LPS-voeding.
U kunt de batterij in het toestel opladen met behulp van een van deze methoden.

  • Sluit het toestel aan op de voertuigvoeding.
  • Sluit het toestel aan op een optionele voedingsadapter, zoals een wandvoedingsadapter.
    U kunt een goedgekeurde Garmin AC-DC-adapter die geschikt is voor thuis- of kantoorgebruik aanschaffen bij een Garmin-dealer of op www.garmin.com. Het toestel kan langzaam opladen wanneer het is aangesloten op een adapter van derden.

Apparaatonderhoud

Kaart- en software-updates
Voor de beste navigatie-ervaring moet u de kaarten en software op uw toestel up-to-date houden. Met kaartupdates beschikt uw toestel over de meest recente beschikbare kaartgegevens. Software-updates bieden verbeteringen aan functies en prestaties.
U kunt uw toestel op twee manieren bijwerken.

  • U kunt het toestel verbinden met een Wi‑Fi-netwerk om het rechtstreeks op het toestel bij te werken (aanbevolen). Met deze optie kunt u uw toestel gemakkelijk bijwerken zonder het op een computer aan te sluiten.
  • U kunt het toestel met een computer verbinden en het bijwerken met de Garmin Express applicatie. Met deze optie kunt u kaartgegevens op een geheugenkaart installeren als de bijgewerkte kaarten te groot zijn voor de interne opslag.

Verbinding maken met een Wi‑Fi-netwerk
De eerste keer dat u het toestel inschakelt, wordt u gevraagd verbinding te maken met een Wi‑Fi-netwerk en uw toestel te registreren. U kunt ook verbinding maken met een Wi‑Fi-netwerk via het instellingenmenu.

  1. Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
  2. Selecteer indien nodig Wi-Fi om Wi‑Fi-technologie in te schakelen.
  3. Selecteer Zoeken naar netwerken.
    Het toestel geeft een lijst met Wi‑Fi-netwerken in de buurt weer.
  4. Selecteer een netwerk.
  5. Voer indien nodig het wachtwoord voor het netwerk in en selecteer Gereed.
    Het toestel maakt verbinding met het netwerk en het netwerk wordt toegevoegd aan de lijst met opgeslagen netwerken. Het toestel maakt automatisch opnieuw verbinding met dit netwerk wanneer het zich binnen bereik bevindt.

Kaarten en software bijwerken via een Wi‑Fi-netwerk
LET OP
Voor kaart- en software-updates moeten mogelijk grote bestanden worden gedownload. Er zijn mogelijk beperkingen voor normaal dataverkeer of er kunnen kosten in rekening worden gebracht door uw internetprovider. Neem contact op met uw internetprovider voor meer informatie over datalimieten of kosten.
U kunt de kaarten en software bijwerken door uw toestel te verbinden met een Wi‑Fi-netwerk dat toegang biedt tot internet. Zo kunt u uw toestel up-to-date houden zonder het op een computer aan te sluiten.

  1. Verbind het toestel met een Wi‑Fi-netwerk (Verbinding maken met een WiFi-netwerk).
    Wanneer het toestel is verbonden met een Wi‑Fi-netwerk, controleert het of er updates beschikbaar zijn. Wanneer een update beschikbaar is, verschijnt op het pictogram Instellingen in het hoofdmenu.
  2. Selecteer Instellingen > Updates.
    Het toestel controleert of er updates beschikbaar zijn. Wanneer een update beschikbaar is, verschijnt Update beschikbaar onder Kaart of Software.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer Alles installeren om alle beschikbare updates te installeren.
    • Als u alleen kaartupdates wilt installeren, selecteert u Kaart > Alles installeren.
    • Als u alleen software-updates wilt installeren, selecteert u Software > Alles installeren.
  4. Lees de licentieovereenkomsten en selecteer Alles accepteren om de overeenkomsten te accepteren.
    OPMERKING: Als u niet akkoord gaat met de licentievoorwaarden, kunt u Afwijzen selecteren. Hiermee wordt het updateproces gestopt. U kunt geen updates installeren totdat u de licentieovereenkomsten hebt geaccepteerd.
  5. Sluit het toestel met de meegeleverde USB-kabel aan op een externe voedingsbron en selecteer Doorgaan (Het toestel opladen).
    Voor het beste resultaat wordt een USB-wandoplader met een vermogen van ten minste 1 A aanbevolen. Veel USB-voedingsadapters voor smartphones, tablets of draagbare media-apparaten zijn mogelijk compatibel.
  6. Houd het toestel aangesloten op een externe voedingsbron en binnen het bereik van het Wi‑Fi-netwerk totdat het updateproces is voltooid.
    TIP: Als een kaartupdate wordt onderbroken of geannuleerd voordat deze is voltooid, ontbreken er mogelijk kaartgegevens op uw toestel. Om ontbrekende kaartgegevens te herstellen, moet u de kaarten opnieuw bijwerken via Wi‑Fi of Garmin Express.

Kaarten en software bijwerken met Garmin Express
U kunt Garmin Express software gebruiken om de nieuwste kaart- en software-updates voor uw toestel te downloaden en installeren. Garmin Express is beschikbaar voor Windows® en Mac® computers.

  1. Ga op uw computer naar www.garmin.com/express.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u wilt installeren op een Windows computer, selecteert u Download voor Windows.
    • Als u wilt installeren op een Mac computer, selecteert u Download voor Mac.
  3. Open het gedownloade bestand en volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.
  4. Start Garmin Express.
  5. Sluit uw Garmin DriveSmart toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
  6. Wanneer uw Garmin DriveSmart toestel u vraagt om de bestandsverplaatsingsmodus te openen, selecteert u Ja.
  7. Klik op uw computer op Een toestel toevoegen.
    De Garmin Express software detecteert uw toestel.
  8. Klik op Toestel toevoegen.
  9. Volg de aanwijzingen op het scherm om uw toestel te registreren en toe te voegen aan de Garmin Express software.
    Wanneer de installatie is voltooid, zoekt de Garmin Express software naar kaart- en software-updates voor uw toestel.
  10. Selecteer een optie:
  • Als u alle beschikbare updates wilt installeren, klikt u op Alles installeren.
  • Als u één update wilt installeren, klikt u op Details bekijken en selecteert u een update.
    OPMERKING: Als een kaartupdate te groot is voor de interne opslag van het toestel, kan de software u vragen een microSD® kaart in uw toestel te plaatsen om opslagruimte toe te voegen (Een geheugenkaart installeren voor kaarten en gegevens).

De Garmin Express software downloadt en installeert de updates op uw toestel. Kaartupdates zijn erg groot en dit proces kan lang duren bij tragere internetverbindingen.

Apparaatonderhoud
LET OP
Laat uw toestel niet vallen.
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit permanente schade kan veroorzaken.
Gebruik nooit een hard of scherp voorwerp om het touchscreen te bedienen, anders kan er schade ontstaan. Stel het toestel niet bloot aan water.

De buitenkant reinigen
LET OP
Vermijd chemische reinigers en oplosmiddelen die plastic onderdelen kunnen beschadigen.

  1. Reinig de buitenkant van het toestel (niet het touchscreen) met een doek die is bevochtigd met een milde oplossing van reinigingsmiddel.
  2. Veeg het toestel droog.

Het touchscreen reinigen

  1. Gebruik een zachte, schone, pluisvrije doek.
  2. Maak de doek indien nodig licht vochtig met water.
  3. Als u een vochtige doek gebruikt, schakelt u het toestel uit en koppelt u het toestel los van de voeding.
  4. Veeg het scherm voorzichtig schoon met de doek.

Diefstal voorkomen

  • Verwijder het toestel en de steun uit het zicht wanneer u deze niet gebruikt.
  • Verwijder de resten die door de zuignap op de voorruit zijn achtergebleven.
  • Bewaar uw toestel niet in het dashboardkastje.
  • Registreer uw toestel met de Garmin Express software (garmin.com/express).

Het toestel resetten
U kunt uw toestel resetten als het niet meer werkt.
Houd de aan/uit-knop 12 seconden ingedrukt.

Het toestel, de steun en de zuignap verwijderen
Het toestel uit de steun verwijderen

  1. Druk op het lipje of de knop op de steun.
  2. Kantel de onderkant van het toestel omhoog en til het toestel uit de steun.

De steun van de zuignap verwijderen

  1. Draai de steun van het toestel naar rechts of links.
  2. Oefen druk uit totdat de houder op de steun loslaat van de kogel op de zuignap.

De zuignap van de voorruit verwijderen

  1. Klap de hendel op de zuignap naar u toe.
  2. Trek het lipje op de zuignap naar u toe.

De zekering in de voedingskabel van het voertuig vervangen
LET OP
Wanneer u de zekering vervangt, zorg er dan voor dat u geen kleine onderdelen kwijtraakt en dat u ze in de juiste positie terugplaatst. De voedingskabel van het voertuig werkt niet als deze niet correct is gemonteerd.
Als uw toestel niet wordt opgeladen in uw voertuig, moet u mogelijk de zekering vervangen die zich aan het uiteinde van de voertuigadapter bevindt.

  1. Draai het eindstuk ontgrendelen tegen de klok in om het te ontgrendelen.
    TIP: Mogelijk hebt u een munt nodig om het eindstuk te verwijderen.
  2. Verwijder het eindstuk, de zilveren punt punt, en de zekering zekering.
  3. Plaats een nieuwe snelle zekering met dezelfde stroomsterkte, zoals 1 A of 2 A.
  4. Plaats de zilveren punt in het eindstuk.
  5. Duw het eindstuk naar binnen en draai het met de klok mee om het weer in de voedingskabel van het voertuig te vergrendelen vergrendelen.

Probleemoplossing

De zuignap blijft niet op mijn voorruit zitten

  1. Maak de zuignap en de voorruit schoon met ontsmettingsalcohol.
  2. Droog af met een schone, droge doek.
  3. Bevestig de zuignap (Het Garmin DriveSmart-toestel in uw voertuig bevestigen en van stroom voorzien).

Mijn toestel ontvangt geen satelliet signalen

  • Controleer of de GPS-simulator is uitgeschakeld (Navigatie-instellingen).
  • Haal uw toestel uit parkeergarages en uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.
  • Blijf enkele minuten stilstaan.

Het toestel laadt niet op in mijn voertuig

  • Controleer de zekering in de voedingskabel van het voertuig (De zekering in de voedingskabel van het voertuig vervangen).
  • Controleer of het voertuig is ingeschakeld en stroom levert aan het stopcontact.
  • Controleer of de temperatuur in het voertuig binnen het laadtemperatuurbereik ligt dat in de specificaties wordt vermeld.
  • Controleer of de zekering in het stopcontact van het voertuig niet kapot is.

Mijn batterij blijft niet lang opgeladen

  • Verlaag de helderheid van het scherm (Weergave-instellingen).
  • Verkort de time-out voor het scherm (Weergave-instellingen).
  • Verlaag het volume (Het volume aanpassen).
  • Schakel de Wi-Fi-radio uit wanneer deze niet wordt gebruikt (Instellingen draadloos netwerk).
  • Zet het toestel in de energiebesparende modus wanneer het niet wordt gebruikt (Het toestel in- of uitschakelen).
  • Houd uw toestel uit de buurt van extreme temperaturen.
  • Laat uw toestel niet in direct zonlicht liggen.

Mijn toestel maakt geen verbinding met mijn telefoon of Smartphone Link

  • Selecteer Settings (Instellingen) > Wireless Networks (Draadloze netwerken).
    De Bluetooth optie moet zijn ingeschakeld.
  • Schakel draadloze Bluetooth technologie in op uw telefoon en houd uw telefoon binnen 10 m (33 ft) van het toestel.
  • Open op uw smartphone de Smartphone Link app en selecteer > om de Smartphone Link achtergrondservices opnieuw te starten.
  • Controleer of uw telefoon compatibel is.
    Ga naar www.garmin.com/bluetooth voor meer informatie.
  • Voltooi het koppelingsproces opnieuw.
    Als u het koppelingsproces wilt herhalen, moet u de koppeling van uw telefoon en toestel ongedaan maken (Een gekoppelde telefoon verwijderen) en het koppelingsproces voltooien (Koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link).

De Smartphone Link app beïnvloedt het batterijlaadniveau op mijn smartphone
De Smartphone Link app gebruikt draadloze Bluetooth technologie om gegevens te verzenden naar en te ontvangen van uw toestel. Het is normaal dat een actieve Bluetooth verbinding enig batterijvermogen verbruikt. De app controleert ook periodiek op updates voor beschikbare services, wat extra batterijvermogen kan verbruiken.
U kunt de instellingen voor batterijgebruik in de Smartphone Link app wijzigen om de hoeveelheid batterijvermogen die de app gebruikt, te verminderen.

  • Selecteer in de Smartphone Link app op uw smartphone .
  • Blader naar de sectie Battery Usage (Batterijgebruik) en selecteer Settings (Instellingen).
  • Selecteer een of meer opties:
    • Schakel het selectievakje Bluetooth Auto-Connect (Automatisch verbinding maken via Bluetooth) uit. Als u deze optie uitschakelt, kunt u mogelijk een kleine hoeveelheid batterijvermogen besparen, maar de app kan dan niet automatisch verbinding maken met uw Garmin DriveSmart toestel. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, moet u selecteren in het hoofdmenu van Smartphone Link telkens wanneer u uw toestel wilt verbinden met Smartphone Link.
    • Schakel het selectievakje Live Services Check (Controleren op Live Services) uit.
      Op sommige smartphones kan het uitschakelen van deze optie het batterijvermogen dat door de app wordt gebruikt aanzienlijk verminderen. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, moet u het hoofdmenu van Smartphone Link handmatig vernieuwen om bijgewerkte informatie te ontvangen over beschikbare Live Services.

Een geheugenkaart installeren voor kaarten en gegevens

U kunt een geheugenkaart installeren om de opslagruimte voor kaarten en andere gegevens op uw toestel te vergroten. U kunt geheugenkaarten kopen bij een leverancier van elektronica of naar www.garmin.com /maps gaan om een geheugenkaart te kopen met vooraf geladen Garmin kaartsoftware. Het toestel ondersteunt microSD geheugenkaarten van 4 tot 32 GB.

  1. Zoek de kaart- en gegevensgeheugenkaartsleuf op uw toestel (Toesteloverzichten).
  2. Plaats een geheugenkaart in de sleuf.
  3. Duw de kaart in de sleuf totdat deze vastklikt.

Gegevensbeheer

U kunt bestanden opslaan op uw toestel. Het toestel heeft een geheugenkaartsleuf voor extra gegevensopslag.
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95, 98, Me, Windows NT® en Mac OS 10.3 en eerder.

Over geheugenkaarten
U kunt geheugenkaarten kopen bij een leverancier van elektronica of vooraf geladen Garmin kaartsoftware kopen (www.garmin.com). Naast het opslaan van kaarten en gegevens, kan de geheugenkaart worden gebruikt om bestanden op te slaan, zoals kaarten, afbeeldingen, geocaches, routes, waypoints en aangepaste nuttige punten.

Het toestel aansluiten op uw computer
U kunt het toestel op uw computer aansluiten met behulp van een USB-kabel.

  1. Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de poort op het toestel.
  2. Sluit het grotere uiteinde van de USB-kabel aan op een poort op uw computer.
  3. Wanneer uw Garmin DriveSmart toestel u vraagt de bestandsmodus te openen, selecteert u Yes (Ja).
    Een afbeelding van uw toestel dat is aangesloten op een computer verschijnt op het scherm van het toestel.
    Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer, wordt het toestel weergegeven als een draagbaar toestel, een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume.

Gegevens overdragen vanaf uw computer

  1. Sluit het toestel aan op uw computer (Het toestel aansluiten op uw computer).
    Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer, wordt het toestel weergegeven als een draagbaar toestel, een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume.
  2. Open de bestandsbrowser op uw computer.
  1. Selecteer een bestand.
  2. Selecteer Edit (Bewerken) > Copy (Kopiëren).
  3. Blader naar een map op het toestel.
    OPMERKING: Voor een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume, mag u geen bestanden in de Garmin map plaatsen.
  4. Selecteer Edit (Bewerken) > Paste (Plakken).

De USB-kabel loskoppelen
Als uw toestel als een verwisselbare schijf of volume op uw computer is aangesloten, moet u uw toestel op een veilige manier loskoppelen van uw computer om gegevensverlies te voorkomen. Als uw toestel als een draagbaar toestel op uw Windows computer is aangesloten, is het niet nodig om het toestel op een veilige manier los te koppelen.

  1. Voer een actie uit:
    • Voor Windows computers selecteert u het pictogram Safely Remove Hardware (Hardware veilig verwijderen) in het systeemvak en selecteert u uw toestel.
    • Voor Mac computers sleept u het volume-icoon naar de prullenmand.
  2. Koppel de kabel los van uw computer.

GPS-signaalstatus weergeven

Houd drie seconden vast.

Extra kaarten kopen

  1. Ga naar de productpagina van uw toestel op garmin.com.
  2. Klik op het tabblad Maps (Kaarten).
  3. Volg de aanwijzingen op het scherm.

Accessoires kopen

Ga naar garmin.com/accessories.

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Garmin DRIVESMART 51 / 61 Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave