Garmin CAMPER 780, RV 780, Avtex TOURER TWO Handleiding

Inhoud

Aan de slag


Raadpleeg de handleiding Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de productverpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

  • Werk de kaarten en software op uw toestel bij (Kaart- en software-updates).
  • Bevestig het toestel in uw voertuig en sluit het aan op de voeding (Het Garmin-toestel in uw voertuig bevestigen en van voeding voorzien).
  • Verkrijg GPS-signalen (GPS-signalen ontvangen).
  • Pas het volume (Het volume aanpassen) en de helderheid van het scherm (De schermhelderheid aanpassen) aan.
  • Stel een voertuigprofiel voor uw camper in (Een voertuigprofiel toevoegen).
  • Navigeer naar uw bestemming (Een route starten).

Garmin® toesteloverzicht

Toesteloverzicht

  1. Aan/uit-knop
  2. USB-poort voor voeding en gegevens
  3. Kaart- en geheugenkaartsleuf
  4. Microfoon voor spraakopdrachten of handsfree bellen

Het Garmin-toestel in uw voertuig bevestigen en van voeding voorzien


Dit product bevat een lithium-ion batterij. Om persoonlijk letsel of schade aan het product als gevolg van blootstelling van de batterij aan extreme hitte te voorkomen, dient u het toestel buiten direct zonlicht te bewaren.

Voordat u het toestel op batterijvoeding gebruikt, dient u de batterij op te laden.

  1. Steek de voedingskabel van het voertuig in de USB-poort op het toestel.
    Bevestigen en van voeding voorzien in uw voertuig
  2. Druk de steun op de zuignap totdat deze vastklikt.
  3. Druk de zuignap tegen de voorruit en klap de hendel terug naar de voorruit.
  4. Plaats het lipje aan de bovenkant van de steun in de sleuf aan de achterkant van het toestel.
  5. Druk de onderkant van de steun in het toestel totdat deze vastklikt.
  6. Steek het andere uiteinde van de voedingskabel van het voertuig in een stopcontact in uw voertuig.

Het toestel in- of uitschakelen

  • Als u het toestel wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-knop of sluit u het toestel aan op de voeding.
    Het toestel in- of uitschakelen
  • Als u het toestel in de energiebesparende modus wilt zetten, drukt u op de aan/uit-knop terwijl het toestel is ingeschakeld. In de energiebesparende modus is het scherm uitgeschakeld en verbruikt het toestel zeer weinig stroom, maar kan het direct worden geactiveerd voor gebruik.
    informatie TIP: U kunt uw toestel sneller opladen door het in de energiebesparende modus te zetten terwijl u de batterij oplaadt.
  • Als u het toestel volledig wilt uitschakelen, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat er een melding op het scherm verschijnt en selecteert u Uit.
    De melding verschijnt na vijf seconden. Als u de aan/uit-knop loslaat voordat de melding verschijnt, schakelt het toestel over naar de energiebesparende modus.

GPS-signalen ontvangen

Wanneer u uw navigatietoestel inschakelt, moet de GPS-ontvanger satellietgegevens verzamelen en de huidige locatie bepalen. De tijd die nodig is om satellietgegevens te ontvangen, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals hoe ver u zich bevindt van de locatie waar u uw navigatietoestel het laatst hebt gebruikt, of u vrij zicht op de hemel hebt en hoe lang geleden u uw navigatietoestel voor het laatst hebt gebruikt. De eerste keer dat u uw navigatietoestel inschakelt, kan het enkele minuten duren voordat het satellietgegevens heeft ontvangen.

  1. Schakel het toestel in.
  2. Wacht totdat het toestel satellieten heeft gevonden.
  3. Ga indien nodig naar een open ruimte, uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.

in de statusbalk geeft de sterkte van het satelliet-signaal aan. Wanneer ten minste de helft van de balken is gevuld, is het toestel klaar voor navigatie.

Statusbalkpictogrammen

De statusbalk bevindt zich aan de bovenkant van het hoofdmenu. De statusbalkpictogrammen geven informatie weer over functies op het toestel. U kunt sommige pictogrammen selecteren om instellingen te wijzigen of extra informatie weer te geven.

GPS-signaalstatus. Houd vast om de GPS-nauwkeurigheid en ontvangen satellietinformatie weer te geven (GPS-signaalstatus weergeven).
Bluetooth®-technologie status. Selecteer om de Bluetooth-instellingen weer te geven (Draadloze netwerkinstellingen).
Wi-Fi-signaalsterkte. Selecteer om de Wi-Fi-instellingen te wijzigen (Draadloze netwerkinstellingen).
Verbonden met handsfree bellen. Selecteer om een telefoongesprek te voeren (Handsfree bellen).
Actief voertuigprofiel. Selecteer om de instellingen van het voertuigprofiel weer te geven (Een voertuigprofiel bewerken).
Huidige tijd. Selecteer om de tijd in te stellen (De tijd instellen).
Batterijlading.
Garmin Drive™ app-verbinding status (Koppelen met uw smartphone).
Temperatuur. Selecteer om de weersvoorspelling te bekijken (De weersvoorspelling bekijken).

De schermknoppen gebruiken

Met de schermknoppen kunt u door de pagina's, menu's en menu-opties op uw toestel navigeren.

  • Selecteer om terug te keren naar het vorige menuscherm.
  • Houd vast om snel terug te keren naar het hoofdmenu.
  • Selecteer of om door lijsten of menu's te bladeren.
  • Houd of vast om sneller te bladeren.
  • Selecteer om een contextafhankelijk menu met opties voor het huidige scherm te bekijken.

Het volume aanpassen

  1. Selecteer Volume.
  2. Selecteer een optie:
    • Gebruik de schuifbalk om het volume aan te passen.
    • Selecteer om het geluid van het toestel uit te schakelen.
    • Selecteer voor extra opties.

De audiomixer gebruiken

U kunt de audiomixer gebruiken om de volumeniveaus voor verschillende audiotypen in te stellen, zoals navigatieaanwijzingen of telefoongesprekken. Het niveau voor elk audiotype is een percentage van het hoofdvolume.

  1. Selecteer Volume.
  2. Selecteer > Audio Mixer.
  3. Gebruik de schuifregelaars om het volume voor elk audiotype aan te passen.

De schermhelderheid aanpassen

  1. Selecteer Instellingen > Display > Helderheid.
  2. Gebruik de schuifbalk om de helderheid aan te passen.

Voertuigprofielen

Waarschuwing
Het invoeren van de eigenschappen van uw voertuigprofiel garandeert niet dat de eigenschappen van uw voertuig worden meegenomen in alle routesuggesties of dat u in alle gevallen de waarschuwingspictogrammen ontvangt. Er kunnen beperkingen zijn in de kaartgegevens waardoor uw toestel geen rekening kan houden met deze beperkingen of wegomstandigheden in alle gevallen. Vertrouw altijd op de verkeersborden en wegomstandigheden wanneer u beslissingen neemt tijdens het rijden.

Routes en navigatie worden anders berekend, afhankelijk van uw voertuigprofiel. Het geactiveerde voertuigprofiel wordt aangegeven met een pictogram in de statusbalk. De navigatie- en kaartinstellingen op uw toestel kunnen afzonderlijk worden aangepast voor elk voertuigtype.

Wanneer u een campervoertuigprofiel activeert, vermijdt het toestel het opnemen van beperkte of onbegaanbare gebieden in routes op basis van de afmetingen, het gewicht en andere kenmerken die u voor uw voertuig hebt ingevoerd.

Een voertuigprofiel toevoegen

U moet een voertuigprofiel toevoegen voor elke camper die met uw toestel moet worden gebruikt.

  1. Selecteer Instellingen > Voertuigprofiel > .
  2. Selecteer uw voertuigtype:
    • Als u een camper met een permanent bevestigde camper wilt toevoegen, selecteert u Camper.
    • Als u een camper met een aanhanger wilt toevoegen, selecteert u Camper met aanhanger.
    • Als u een truck met een bevestigde camper wilt toevoegen, selecteert u Truckcamper.
    • Als u een truck met een bevestigde camper met een aanhanger wilt toevoegen, selecteert u Truckcamper met aanhanger.
    • Als u een auto wilt toevoegen, selecteert u Auto.
    • Als u een camper wilt toevoegen die achter een personenauto wordt getrokken, selecteert u Met aanhanger.
  3. Selecteer indien nodig uw aanhangertype:
    • Als u een camper wilt toevoegen die wordt getrokken met een standaard trekhaak, selecteert u Caravan.
    • Als u een camper wilt toevoegen die wordt getrokken met een schotelkoppeling, selecteert u Schotelkoppeling.
      waarschuwing OPMERKING: Dit aanhangertype is niet in alle gebieden beschikbaar.
    • Als u een boottrailer wilt toevoegen die wordt getrokken met een standaard trekhaak, selecteert u Boottrailer.
    • Als u een aanhanger wilt toevoegen die wordt getrokken met een standaard trekhaak, selecteert u Aanhanger.
  4. Volg de aanwijzingen op het scherm om de voertuigkenmerken in te voeren.

Nadat u een voertuigprofiel hebt toegevoegd, kunt u het profiel bewerken om meer gedetailleerde informatie in te voeren (Een voertuigprofiel bewerken).

Autoprofiel

Het autoprofiel is een vooraf geladen voertuigprofiel dat is bedoeld voor gebruik in een auto zonder aanhanger. Wanneer u het autoprofiel gebruikt, berekent het toestel standaard autoroutes en is routering voor grote voertuigen niet beschikbaar. Sommige functies en instellingen die specifiek zijn voor grote voertuigen zijn niet beschikbaar wanneer u het autoprofiel gebruikt.

Het voertuigprofiel wijzigen

De eerste keer dat u uw toestel inschakelt, wordt u gevraagd een voertuigprofiel te selecteren. U kunt op elk gewenst moment handmatig een ander voertuigprofiel selecteren.

  1. Selecteer in de statusbalk het voertuigprofielpictogram, zoals .
  2. Selecteer een voertuigprofiel.
    De informatie over het voertuigprofiel wordt weergegeven, inclusief afmetingen en gewicht.
  3. Selecteer Selecteren.

Een voertuigprofiel bewerken

U kunt basisinformatie over het voertuigprofiel wijzigen of gedetailleerde informatie aan een voertuigprofiel toevoegen, zoals de maximumsnelheid.

  1. Selecteer Instellingen > Voertuigprofiel.
  2. Selecteer het voertuigprofiel dat u wilt bewerken.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u de voertuigprofielinformatie wilt bewerken, selecteert u en selecteert u een veld om te bewerken.
    • Als u de naam van een voertuigprofiel wilt wijzigen, selecteert u > > Naam profiel wijzigen.
    • Als u het voertuigprofiel wilt verwijderen, selecteert u > > Verwijderen.

Propaantanks toevoegen

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar op alle productmodellen.

Wanneer u uw propaantanks aan uw voertuigprofiel toevoegt, vermijdt het toestel het routeren door gebieden met propaantankbeperkingen die van invloed kunnen zijn op uw route. Het toestel waarschuwt u ook wanneer u gebieden nadert waar u uw propaantanks moet afsluiten.

  1. Selecteer Instellingen > Voertuigprofiel.
  2. Selecteer het voertuigprofiel dat u wilt bewerken.
  3. Selecteer .
  4. Selecteer Propaantanks > Tank toevoegen.
  5. Voer het gewicht van de propaantank in en selecteer Opslaan.

Functies en waarschuwingen voor de bestuurder

Let op
De bestuurderswaarschuwingen en snelheidslimietfuncties zijn uitsluitend bedoeld ter informatie en vervangen niet uw verantwoordelijkheid om alle aangegeven snelheidslimieten te respecteren en altijd veilig te rijden. Garmin is niet verantwoordelijk voor eventuele verkeersboetes of citaties die u ontvangt omdat u zich niet aan alle geldende verkeerswetten en -borden hebt gehouden.

Uw toestel biedt functies die veiliger rijden en meer efficiëntie kunnen bevorderen, zelfs wanneer u in een vertrouwd gebied rijdt. Het toestel speelt een geluidstoon of bericht af en geeft informatie weer voor elke waarschuwing. U kunt de geluidstoon voor sommige soorten bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen. Niet alle waarschuwingen zijn in alle gebieden beschikbaar.

Scholen: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft de maximumsnelheid (indien beschikbaar) weer voor een naderende school of schoolzone.

Snelheidslimiet overschreden: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft een rode rand weer op het pictogram van de maximumsnelheid wanneer u de aangegeven maximumsnelheid voor de huidige weg overschrijdt.

Wijziging maximumsnelheid: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft de komende maximumsnelheid weer, zodat u zich kunt voorbereiden op het aanpassen van uw snelheid.

Verkeerde richting op eenrichtingsweg: Het toestel speelt een bericht af en geeft een waarschuwing op volledig scherm weer als u in de verkeerde richting rijdt op een eenrichtingsweg. De randen van het scherm worden rood en er blijft een waarschuwing boven aan het scherm staan totdat u de eenrichtingsweg verlaat of uw rijrichting corrigeert.

Spoorwegovergang: Het toestel speelt een geluidstoon af om een naderende spoorwegovergang aan te geven.

Oversteekplaats voor dieren: Het toestel speelt een geluidstoon af om een naderende oversteekplaats voor dieren aan te geven.

Bochten: Het toestel speelt een geluidstoon af om een bocht in de weg aan te geven.

Langzamer verkeer: Het toestel speelt een geluidstoon af om langzamer verkeer aan te geven wanneer u langzamer verkeer met een hogere snelheid nadert. Uw toestel moet verkeersinformatie ontvangen om deze functie te kunnen gebruiken (Verkeer).

Pauzeplanning: Het toestel speelt een geluidstoon af en stelt komende rustplaatsen voor nadat u lange tijd hebt gereden.

Risico op vastlopen: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft een bericht weer wanneer u een weg nadert waar uw voertuig kan vastlopen.

Zijwind: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft een bericht weer wanneer u een weg nadert waar er risico is op zijwind.

Smalle weg: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft een bericht weer wanneer u een weg nadert die te smal kan zijn voor uw voertuig.

Steile helling: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft een bericht weer wanneer u een steile helling nadert.

Staats- en landsgrenzen: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft een bericht weer wanneer u de grens van een staat of land nadert.

Propaan uitschakelen: Het toestel speelt een geluidstoon af en geeft een bericht weer wanneer u een gebied nadert waar propaan moet worden uitgeschakeld.

Geluidssignalen voor bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen

U kunt de geluidstoon voor sommige soorten bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen. De visuele waarschuwing wordt ook weergegeven als de geluidstoon is uitgeschakeld.

  1. Selecteer Instellingen > Bestuurdersassistentie > Bestuurderswaarschuwingen.
  2. Schakel het selectievakje naast elke waarschuwing in of uit.

Roodlicht- en flitscamera's

waarschuwing LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van of de gevolgen van het gebruik van een database met roodlicht- of flitscamera's.

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle regio's of productmodellen.

In sommige gebieden is informatie over locaties van roodlicht- en flitscamera's beschikbaar voor sommige productmodellen. Het toestel waarschuwt u wanneer u een gemelde flits- of roodlichtcamera nadert.

  • In sommige gebieden kan uw toestel live roodlicht- en flitscameragegevens ontvangen wanneer het is verbonden met een smartphone waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd.
  • U kunt de Garmin Express software (garmin.com/express) gebruiken om de cameradatabase bij te werken die op uw toestel is opgeslagen. U moet uw toestel regelmatig bijwerken om de meest recente camera-informatie te ontvangen.

Waarschuwings- en attentiesymbolen

Waarschuwing
Het invoeren van de eigenschappen van uw voertuigprofiel garandeert niet dat de eigenschappen van uw voertuig worden meegenomen in alle routesuggesties of dat u in alle gevallen de waarschuwingspictogrammen ontvangt. Er kunnen beperkingen zijn in de kaartgegevens waardoor uw toestel geen rekening kan houden met deze beperkingen of wegomstandigheden in alle gevallen. Vertrouw altijd op de verkeersborden en wegomstandigheden wanneer u beslissingen neemt tijdens het rijden.

Er kunnen waarschuwings- en attentiesymbolen op de kaart of in de routebeschrijvingen worden weergegeven om u te waarschuwen voor mogelijke gevaren en wegomstandigheden.

Beperkingswaarschuwingen

Waarschuwings- en attentiesymbolen - Beperkingswaarschuwingen

Waarschuwingen voor wegomstandigheden

Waarschuwings- en attentiesymbolen - Waarschuwingen voor wegomstandigheden

Attenties

Weegbrug
Weg niet geverifieerd voor campers

Locaties zoeken en opslaan

De kaarten die op uw toestel zijn geladen, bevatten locaties zoals restaurants, hotels, autoservices en gedetailleerde straatinformatie. Via het menu Waarheen? kunt u uw bestemming vinden door verschillende methoden te gebruiken om deze informatie te bekijken, zoeken en op te slaan.

Selecteer in het hoofdmenu Waarheen?.

  • Als u snel alle locaties op uw toestel wilt doorzoeken, selecteert u Zoeken (Een locatie zoeken via de zoekbalk).
  • Als u een adres wilt zoeken, selecteert u Adres (Een adres zoeken).
  • Als u vooraf geladen nuttige punten per categorie wilt bekijken of zoeken, selecteert u Categoriën (Een locatie zoeken op categorie).
  • Als u in de buurt van een andere stad of gebied wilt zoeken, selecteert u naast het huidige zoekgebied (Het zoekgebied wijzigen).
  • Als u uw opgeslagen locaties wilt bekijken en bewerken, selecteert u Opgeslagen (Locaties opslaan).
  • Als u locaties wilt bekijken die u onlangs hebt geselecteerd in de zoekresultaten, selecteert u Recent (Recent gevonden locaties bekijken).
  • Als u wilt zoeken naar camperparken en campings, selecteert u Alle campings (Campings zoeken).
  • Als u Foursquare® nuttige punten wilt bekijken, zoeken en inchecken, selecteert u Foursquare® (Foursquare nuttige punten zoeken).
  • Als u TripAdvisor® nuttige punten en beoordelingen wilt bekijken en zoeken, selecteert u TripAdvisor (TripAdvisor).
  • Als u HISTORY® nuttige punten, foto's en informatie wilt bekijken en zoeken, selecteert u History® (HISTORY nuttige punten zoeken).
  • Als u nationale parken wilt zoeken en parkkaarten wilt verkennen, selecteert u Nationale parken (Nationale parken zoeken).
  • Als u naar specifieke geografische coördinaten wilt navigeren, selecteert u Coördinaten (Een locatie zoeken met behulp van coördinaten).

U kunt de zoekbalk gebruiken om locaties te zoeken door een categorie, merknaam, adres of plaatsnaam in te voeren.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer Zoeken in de zoekbalk.
  3. Voer de volledige of een gedeelte van de zoekterm in. Voorgestelde zoektermen worden onder de zoekbalk weergegeven.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u een type bedrijf wilt zoeken, voert u een categorienaam in (bijvoorbeeld 'bioscopen').
    • Als u een bedrijfsnaam wilt zoeken, voert u de volledige naam of een deel ervan in.
    • Als u een adres bij u in de buurt wilt zoeken, voert u het huisnummer en de straatnaam in.
    • Als u een adres in een andere stad wilt zoeken, voert u het huisnummer, de straatnaam, de plaats en de provincie in.
    • Als u een plaats wilt zoeken, voert u de plaats en de provincie in.
    • Als u coördinaten wilt zoeken, voert u de coördinaten voor de breedte- en lengtegraad in.
  5. Selecteer een optie:
    • Als u wilt zoeken met een voorgestelde zoekterm, selecteert u de term.
    • Als u wilt zoeken met de tekst die u hebt ingevoerd, selecteert u .
  6. Selecteer indien nodig een locatie.

Een adres zoeken

waarschuwing OPMERKING: De volgorde van de stappen kan veranderen, afhankelijk van de kaartgegevens die op uw toestel zijn geladen.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer indien nodig om te zoeken in de buurt van een andere plaats of gebied.
  3. Selecteer Adres.
  4. Volg de instructies op het scherm om adresgegevens in te voeren.
  5. Selecteer het adres.

Zoekresultaten voor locaties

De zoekresultaten voor locaties worden standaard in een lijst weergegeven, met de dichtstbijzijnde locatie bovenaan. U kunt omlaag scrollen om meer resultaten te bekijken.
Zoekresultaten voor locaties

Selecteer een locatie om het optiemenu te bekijken.
Selecteer deze optie om gedetailleerde informatie over de geselecteerde locatie te bekijken.
Selecteer deze optie om parkeerplaatsen in de buurt van de locatie te zoeken.
Selecteer deze optie om alternatieve routes naar de locaties te bekijken.
Go! Selecteer deze optie om de navigatie naar de locatie te starten via de aanbevolen route.
Selecteer deze optie om de zoekresultaten op de kaart te bekijken.

Het zoekgebied wijzigen

Het toestel zoekt standaard naar locaties in de buurt van uw huidige locatie. U kunt ook in andere gebieden zoeken, bijvoorbeeld in de buurt van uw bestemming, in de buurt van een andere plaats of langs uw actieve route.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer naast het huidige zoekgebied .
    Zoekresultaten voor locaties - Het zoekgebied wijzigen
  3. Selecteer een zoekgebied.
  4. Volg indien nodig de aanwijzingen op het scherm om een specifieke locatie te selecteren.

Het geselecteerde zoekgebied wordt weergegeven naast . Wanneer u naar een locatie zoekt via een van de opties in het menu Waarheen?, stelt het toestel eerst locaties in de buurt van dit gebied voor.

Zoekresultaten voor locaties op de kaart

U kunt de resultaten van een locatie zoeken op de kaart weergeven in plaats van in een lijst.

Selecteer vanuit de zoekresultaten voor locaties . De dichtstbijzijnde locatie wordt in het midden van de kaart weergegeven en basisinformatie over de geselecteerde locatie verschijnt onder aan de kaart.
Zoekresultaten voor locaties op de kaart

Sleep de kaart om aanvullende zoekresultaten weer te geven.
Aanvullende zoekresultaten. Selecteer deze optie om een andere locatie weer te geven.
Samenvatting van de geselecteerde locatie. Selecteer deze optie om gedetailleerde informatie over de geselecteerde locatie te bekijken.
Go! Selecteer deze optie om de navigatie naar de locatie te starten via de aanbevolen route.
Selecteer deze optie om de zoekresultaten in een lijst weer te geven.

Het zoekgebied wijzigen met behulp van de kaart

  1. Selecteer Kaart weergeven.
  2. Raak een willekeurige plaats op de kaart aan.
  3. Sleep de kaart naar het nieuwe zoekgebied.
  4. Selecteer Hier zoeken.

Nuttige plaatsen

Een nuttige plaats is een plek die u wellicht nuttig of interessant vindt. Nuttige plaatsen zijn geordend per categorie en kunnen populaire reisbestemmingen bevatten, zoals tankstations, restaurants, hotels en uitgaansgelegenheden.

Een locatie zoeken op categorie

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?).
  2. Selecteer een categorie of selecteer Categorieën (Categorieën).
  3. Selecteer indien nodig een subcategorie.
  4. Selecteer een locatie.

Zoeken binnen een categorie
Nadat u naar een nuttige plaats hebt gezocht, kunnen bepaalde categorieën een lijst met Snel zoeken weergeven met de laatste vier bestemmingen die u hebt geselecteerd.

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Categorieën (Categorieën).
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer een bestemming in de lijst met Snel zoeken aan de rechterkant van het scherm.
      De lijst met Snel zoeken biedt een lijst met recent gevonden locaties in de geselecteerde categorie.
    • Selecteer indien nodig een subcategorie en selecteer een bestemming.

Campings zoeken

Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Alle campings.

Campings zoeken met voorzieningen
U kunt zoeken naar RV-parken en campings op basis van de beschikbare voorzieningen.

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?).
  2. Selecteer een zoekprovider voor RV-parken en campings, zoals PlanRV™ Parks, The Caravan and Motorhome Club of ACSI™.
    waarschuwing OPMERKING: Niet alle zoekproviders zijn beschikbaar op alle productmodellen.
  3. Selecteer indien nodig Filteren op voorzieningen (Filteren op voorzieningen), selecteer een of meer voorzieningen en selecteer Opslaan (Opslaan).
  4. Selecteer een locatie.

RV-services zoeken

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.

U kunt locaties in de buurt zoeken die reparaties, sleepdiensten en andere services voor RV's aanbieden.
Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > PlanRV™ Services.

Nationale parken zoeken

Apparaatmodellen met kaarten voor Noord-Amerika of de Verenigde Staten bevatten ook gedetailleerde informatie over nationale parken in de Verenigde Staten. U kunt naar een nationaal park of naar een locatie in een nationaal park navigeren.

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Nationale parken.
    Er verschijnt een lijst met nationale parken, met het dichtstbijzijnde park bovenaan.
  2. Selecteer Zoeken (Zoeken) en voer de volledige naam of een deel van de parknaam in om de resultaten te beperken (optioneel).
  3. Selecteer een nationaal park. Er verschijnt een lijst met categorieën voor locaties van functies en voorzieningen in het park onder de parknaam.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u de navigatie naar het park wilt starten, selecteert u Start! (Start!).
    • Als u meer parkinformatie wilt bekijken of de functies en voorzieningen van het park wilt verkennen, selecteert u .
    • Als u snel een locatie in het park wilt zoeken, selecteert u een categorie in de lijst onder de parknaam en selecteert u een locatie.

Functies en voorzieningen van nationale parken verkennen
Op Noord-Amerikaanse productmodellen kunt u gedetailleerde informatie bekijken over de functies en voorzieningen die beschikbaar zijn in een nationaal park en navigeren naar specifieke locaties in het park. U kunt bijvoorbeeld campings, bezienswaardigheden, bezoekerscentra en populaire attracties vinden.

  1. Selecteer in de zoekresultaten naar locaties een nationaal park en selecteer .
  2. Selecteer Dit park verkennen (Dit park verkennen).
    Er verschijnt een lijst met categorieën voor parkfuncties en voorzieningen.
  3. Selecteer een categorie.
  4. Selecteer een locatie en selecteer Start! (Start!).

HISTORY Points of Interest zoeken

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is niet op alle productmodellen of voor alle kaartregio's beschikbaar.

Uw toestel bevat HISTORY Points of Interest, waarmee u historisch belangrijke locaties en attracties kunt vinden en er meer over te weten kunt komen, zoals historische gebouwen, monumenten, musea en opmerkelijke locaties van historische gebeurtenissen.

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > History®.
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer om een foto en een korte samenvatting van de geschiedenis van de locatie te bekijken.

Foursquare

Foursquare is een locatiegebaseerd sociaal netwerk. Uw toestel bevat miljoenen vooraf geladen Foursquare Points of Interest, die worden aangegeven met het Foursquare logo in uw zoekresultaten.

U kunt verbinding maken met uw Foursquare account via de Garmin Drive app op uw compatibele smartphone. Hierdoor kunt u Foursquare locatiegegevens bekijken, inchecken op een locatie en zoeken naar Points of Interest in de online Foursquare database.

Verbinding maken met uw Foursquare account
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met een ondersteunde telefoon waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd (Live Services, Traffic, and Smartphone Features).

  1. Open de Garmin Drive app op uw smartphone.
  2. Selecteer > Foursquare® > Aanmelden (Aanmelden).
  3. Voer uw Foursquare aanmeldingsgegevens in.

Foursquare Points of Interest zoeken
U kunt zoeken naar Foursquare Points of Interest die op uw toestel zijn geladen. Terwijl uw toestel is verbonden met uw Foursquare account via de Garmin Drive app, biedt de zoekopdracht de meest actuele resultaten van de online Foursquare database en aangepaste resultaten van uw Foursquare gebruikersaccount (Connecting to Your Foursquare Account).

Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Foursquare®.

Foursquare locatiegegevens bekijken
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met uw Foursquare account via de Garmin Drive app (Connecting to Your Foursquare Account).

U kunt gedetailleerde Foursquare locatiegegevens bekijken, zoals gebruikersbeoordelingen, prijsinformatie voor restaurants en openingstijden.

  1. Selecteer in de zoekresultaten naar locaties een Foursquare Point of Interest.
  2. Selecteer .

Inchecken met Foursquare
Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met uw Foursquare account via de Garmin Drive app (Connecting to Your Foursquare Account).

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Foursquare® > Inchecken (Inchecken).
  2. Selecteer een Point of Interest.
  3. Selecteer > Inchecken (Inchecken).

TripAdvisor

Uw toestel bevat TripAdvisor Points of Interest en beoordelingen. TripAdvisor beoordelingen worden automatisch weergegeven in de zoekresultaten voor toepasselijke Points of Interest. U kunt ook zoeken naar TripAdvisor Points of Interest in de buurt en sorteren op afstand of populariteit.

TripAdvisor Points of Interest zoeken

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > TripAdvisor.
  2. Selecteer een categorie.
    Er verschijnt een lijst met TripAdvisor Points of Interest in de buurt voor de categorie.
  3. Selecteer Resultaten sorteren (Resultaten sorteren) om de zoekresultaten te sorteren op afstand of populariteit (optioneel).

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is mogelijk niet in alle gebieden of voor alle productmodellen beschikbaar.

U kunt een route maken naar een Point of Interest (POI) binnen een grotere gelegenheid, zoals een winkel in een winkelcentrum of een specifieke terminal in een luchthaven.

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Zoeken (Zoeken).
  2. Selecteer een optie:
    • Als u naar de gelegenheid wilt zoeken, voert u de naam of het adres van de gelegenheid in, selecteert u en gaat u naar stap 3.
    • Als u naar de POI wilt zoeken, voert u de naam van de POI in, selecteert u en gaat u naar stap 5.
  3. Selecteer de gelegenheid.
    Er verschijnt een lijst met categorieën onder de gelegenheid, zoals restaurants, autoverhuurbedrijven of terminals.
  4. Selecteer een categorie.
  5. Selecteer de POI en selecteer Start! (Start!).

Het toestel maakt een route naar de parkeerplaats of ingang van de gelegenheid die zich het dichtst bij de POI bevindt. Wanneer u op de bestemming aankomt, geeft een geblokte vlag de aanbevolen parkeerplaats aan. Een gelabeld punt geeft de locatie van de POI binnen de gelegenheid aan.

Een gelegenheid verkennen

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is mogelijk niet in alle gebieden of voor alle productmodellen beschikbaar.

U kunt een lijst bekijken met alle Points of Interest die zich binnen elke gelegenheid bevinden.

  1. Selecteer een gelegenheid.
  2. Selecteer > Deze gelegenheid verkennen (Deze gelegenheid verkennen).

Zoekhulpmiddelen

Met zoekhulpmiddelen kunt u zoeken naar specifieke soorten locaties door te reageren op aanwijzingen op het scherm.

Een kruising zoeken

U kunt zoeken naar een kruising of knooppunt tussen twee straten, snelwegen of andere wegen.

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Categorieën (Categorieën) > Kruispunten (Kruispunten).
  2. Volg de aanwijzingen op het scherm om straatinformatie in te voeren.
  3. Selecteer de kruising.

Een locatie zoeken met coördinaten

U kunt een locatie vinden met behulp van coördinaten van breedtegraad en lengtegraad.

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Coördinaten (Coördinaten).
  2. Selecteer indien nodig en wijzig de coördinaatindeling of -datum.
  3. Voer de coördinaten van de breedtegraad en lengtegraad in.
  4. Selecteer Bekijken op kaart (Bekijken op kaart).

Parkeren

Uw Garmin toestel bevat gedetailleerde parkeergegevens, waarmee u parkeerplaatsen in de buurt kunt vinden op basis van de waarschijnlijkheid van beschikbare parkeerplaatsen, het type parkeerplaats, de prijs of de geaccepteerde betaalmethoden.

waarschuwing OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet beschikbaar in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties.

Parkeerplaatsen in de buurt van uw huidige locatie zoeken

  1. Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Categorieën (Categorieën) > Parkeren (Parkeren).
  2. Selecteer Parkeerplaatsen filteren (Parkeerplaatsen filteren) en selecteer een of meer categorieën om te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    waarschuwing OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet beschikbaar in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties.
  3. Selecteer een parkeerlocatie.
  4. Selecteer Start! (Start!).

Parkeerplaatsen in de buurt van een opgegeven locatie zoeken

  1. Zoek naar een locatie.
  2. Selecteer in de zoekresultaten naar locaties een locatie.
  3. Selecteer .
    Er verschijnt een lijst met parkeerplaatsen in de buurt van de geselecteerde locatie.
  4. Selecteer Parkeerplaatsen filteren (Parkeerplaatsen filteren) en selecteer een of meer categorieën om te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    waarschuwing OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet beschikbaar in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties.
  5. Selecteer een parkeerlocatie.
  6. Selecteer Start! (Start!).

Informatie over parkeerkleuren en symbolen

Parkeerlocaties met gedetailleerde parkeergegevens zijn voorzien van een kleurcode om de waarschijnlijkheid aan te geven dat u een parkeerplaats vindt. Symbolen geven het type beschikbare parkeerplaats aan (op straat of op een parkeerterrein), relatieve prijsinformatie en het type betaling.

U kunt de legenda voor deze kleuren en symbolen op het toestel bekijken.
Selecteer in de zoekresultaten naar parkeerplaatsen .

Recent gevonden locaties bekijken

Uw toestel slaat een geschiedenis op van de laatste 50 locaties die u hebt gevonden.
Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Recent.

De lijst met recent gevonden locaties wissen

Selecteer Waarheen? (Waarheen?) > Recent > > Wissen (Wissen) > Ja (Ja).

Informatie over de huidige locatie bekijken

U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om informatie over uw huidige locatie te bekijken. Deze functie is handig als u noodpersoneel uw locatie moet vertellen.
Selecteer het voertuig op de kaart.

Hulpdiensten en brandstof vinden

U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om de dichtstbijzijnde ziekenhuizen, politiebureaus en tankstations te vinden.

  1. Selecteer het voertuig op de kaart.
  2. Selecteer Hospitals (Ziekenhuizen), Police Stations (Politiebureaus), Fuel (Brandstof) of Roadside Assist. (Pechhulp).
    waarschuwing LET OP: Sommige servicecategorieën zijn niet in alle gebieden beschikbaar.
    Er verschijnt een lijst met locaties voor de geselecteerde service, met de dichtstbijzijnde locaties bovenaan.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u naar de locatie wilt navigeren, selecteert u Go! (Start!).
    • Als u het telefoonnummer en andere locatiegegevens wilt bekijken, selecteert u .

Routebeschrijving naar uw huidige locatie opvragen

Als u iemand anders moet vertellen hoe hij of zij naar uw huidige locatie moet komen, kan uw toestel u een lijst met aanwijzingen geven.

  1. Selecteer het voertuig op de kaart.
  2. Selecteer > Directions to Me (Routebeschrijving naar mij).
  3. Selecteer een beginlocatie.
  4. Selecteer Select (Selecteren).

Een snelkoppeling toevoegen

U kunt snelkoppelingen toevoegen aan het menu Waarheen?. Een snelkoppeling kan verwijzen naar een locatie, een categorie of een zoekhulpmiddel.

Het menu Waarheen? kan maximaal 36 snelkoppelingspictogrammen bevatten.

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Add Shortcut (Snelkoppeling toevoegen).
  2. Selecteer een item.

Een snelkoppeling verwijderen

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > > Remove Shortcut(s) (Snelkoppelingen verwijderen).
  2. Selecteer een snelkoppeling om te verwijderen.
  3. Selecteer de snelkoppeling opnieuw om te bevestigen.
  4. Selecteer Done (Klaar).

Locaties opslaan

Een locatie opslaan

  1. Zoek een locatie (Een locatie zoeken op categorie).
  2. Selecteer een locatie in de zoekresultaten.
  3. Selecteer > Save (Opslaan).
  4. Voer een naam in en selecteer Done (Klaar).

Uw huidige locatie opslaan

  1. Selecteer het voertuigpictogram op de kaart.
  2. Selecteer Save (Opslaan).
  3. Voer een naam in en selecteer Done (Klaar).
  4. Selecteer OK (OK).

Een opgeslagen locatie bewerken

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Saved (Opgeslagen).
  2. Selecteer indien nodig een categorie.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer .
  5. Selecteer > Edit (Bewerken).
  6. Selecteer een optie:
    • Selecteer Name (Naam).
    • Selecteer Phone Number (Telefoonnummer).
    • Selecteer Categories (Categorieën) om categorieën toe te wijzen aan de opgeslagen locatie.
    • Selecteer Change Map Symbol (Kaartsymbool wijzigen) om het symbool te wijzigen dat wordt gebruikt om de opgeslagen locatie op een kaart te markeren.
  7. Bewerk de informatie.
  8. Selecteer Done (Klaar).

Categorieën toewijzen aan een opgeslagen locatie

U kunt aangepaste categorieën toevoegen om uw opgeslagen locaties te ordenen.

waarschuwing LET OP: Categorieën worden weergegeven in het menu met opgeslagen locaties nadat u minstens 12 locaties hebt opgeslagen.

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Saved (Opgeslagen).
  2. Selecteer een locatie.
  3. Selecteer .
  4. Selecteer > Edit (Bewerken) > Categories (Categorieën).
  5. Voer een of meer categorienamen in, gescheiden door komma's.
  6. Selecteer indien nodig een voorgestelde categorie.
  7. Selecteer Done (Klaar).

Een opgeslagen locatie verwijderen

waarschuwing LET OP: Verwijderde locaties kunnen niet worden hersteld.

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Saved (Opgeslagen).
  2. Selecteer > Delete Saved Places (Opgeslagen plaatsen verwijderen).
  3. Selecteer het vakje naast de opgeslagen locaties die u wilt verwijderen en selecteer Delete (Verwijderen).

Een route volgen

Routes

Een route is een pad van uw huidige locatie naar een of meer bestemmingen.

  • Het toestel berekent een aanbevolen route naar uw bestemming op basis van de voorkeuren die u hebt ingesteld, inclusief de routeberekeningsmodus (De routeberekeningsmodus wijzigen) en vermijdingen (Vertragingen, tolwegen en gebieden vermijden).
  • Het toestel kan automatisch wegen vermijden die niet geschikt zijn voor het actieve voertuigprofiel.
  • U kunt snel beginnen met navigeren naar uw bestemming via de aanbevolen route of u kunt een alternatieve route selecteren (Een route starten).
  • Als er bepaalde wegen zijn die u moet gebruiken of vermijden, kunt u de route aanpassen (Uw route vormgeven).
  • U kunt meerdere bestemmingen aan een route toevoegen (Een locatie toevoegen aan uw route).

Een route starten

  1. Selecteer Waarheen? en zoek naar een locatie (Locaties zoeken en opslaan).
  2. Selecteer een locatie.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u wilt beginnen met navigeren via de aanbevolen route, selecteert u Start!.
    • Als u een alternatieve route wilt kiezen, selecteert u Opties, en selecteert u een route.
      Alternatieve routes worden rechts van de kaart weergegeven.
    • Als u de route wilt bewerken, selecteert u Opties>Bewerk route en voeg vormgevingspunten toe aan de route (Uw route vormgeven).

Het toestel berekent een route naar de locatie en begeleidt u met behulp van gesproken aanwijzingen en informatie op de kaart (Uw route op de kaart). Een voorbeeld van de belangrijkste wegen in uw route wordt enkele seconden aan de rand van de kaart weergegeven.

Als u bij extra bestemmingen moet stoppen, kunt u de locaties toevoegen aan uw route (Een locatie toevoegen aan uw route).

Een route starten met behulp van de kaart

U kunt een route starten door een locatie op de kaart te selecteren.

  1. Selecteer Bekijk kaart.
  2. Sleep en zoom de kaart om het te zoeken gebied weer te geven.
  3. Selecteer zo nodig Filter POI om de weergegeven nuttige punten te filteren op categorie. Locatiemarkeringen (Locatiemarkering of een blauwe stip) worden op de kaart weergegeven.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer een locatiemarkering.
    • Selecteer een punt, zoals een straat, kruising of adreslocatie.
  5. Selecteer Start!.

Naar huis gaan

De eerste keer dat u een route naar huis start, vraagt het toestel u om uw thuislocatie in te voeren.

  1. Selecteer Waarheen? > Ga naar huis.
  2. Voer indien nodig uw thuislocatie in.

Uw thuislocatie bewerken

  1. Selecteer Waarheen? > > Thuislocatie instellen.
  2. Voer uw thuislocatie in.

Uw route op de kaart

Tijdens uw reis begeleidt het toestel u naar uw bestemming met behulp van gesproken aanwijzingen en informatie op de kaart. Instructies voor uw volgende afslag of afrit of andere acties worden boven aan de kaart weergegeven.
Uw route op de kaart

  1. Volgende actie op de route. Geeft de volgende afslag, afrit of andere actie aan en de rijstrook waarin u moet rijden, indien beschikbaar.
  2. Afstand tot de volgende actie.
  3. Naam van de straat of afrit die is gekoppeld aan de volgende actie.
  4. Route gemarkeerd op de kaart.
  5. Volgende actie op de route. Pijlen op de kaart geven de locatie van toekomstige acties aan.
  6. Voertuigsnelheid.
  7. Naam van de weg waarop u rijdt.
  8. Geschatte aankomsttijd.
    informatie TIP: U kunt dit veld aanraken om de informatie die er wordt weergegeven, te wijzigen (Het kaartgegevensveld wijzigen).
  9. Kaarttools. Biedt tools om u meer informatie over uw route en omgeving te tonen.

Actieve rijstrookassistentie

Als u bepaalde afslagen, afritten of knooppunten op uw route nadert, verschijnt er een gedetailleerde simulatie van de weg naast de kaart, indien beschikbaar. Een gekleurde lijn geeft de juiste rijstrook voor de afslag aan.
Uw route op de kaart - Actieve rijstrookassistentie

Afslagen en aanwijzingen bekijken

Tijdens het navigeren over een route kunt u toekomstige afslagen, rijstrookwisselingen of andere aanwijzingen voor uw route bekijken.

  1. Selecteer een optie op de kaart:
    • Als u toekomstige afslagen en aanwijzingen tijdens het navigeren wilt bekijken, selecteert u > Afslagen. De kaarttool geeft de volgende vier afslagen of aanwijzingen naast de kaart weer. De lijst wordt automatisch bijgewerkt tijdens het navigeren over de route.
    • Als u de volledige lijst met afslagen en aanwijzingen voor de hele route wilt bekijken, selecteert u de tekstbalk boven aan de kaart.
  2. Selecteer een afslag of aanwijzing (optioneel).
    Gedetailleerde informatie verschijnt. Er kan een afbeelding van het knooppunt worden weergegeven voor knooppunten op belangrijke wegen, indien beschikbaar.

De volledige route op de kaart weergeven

  1. Selecteer een willekeurige plaats op de kaart tijdens het navigeren over een route.
  2. Selecteer Routeoverzicht.

Aankomen op uw bestemming

Wanneer u uw bestemming nadert, geeft het toestel informatie om u te helpen uw route te voltooien.

  • geeft de locatie van uw bestemming op de kaart aan en een gesproken aanwijzing meldt dat u uw bestemming nadert.
  • Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt het toestel u automatisch om naar parkeerplaatsen te zoeken. U kunt Ja selecteren om te zoeken naar nabijgelegen parkeerplaatsen (Parkeren in de buurt van uw bestemming).
  • Wanneer u stopt op uw bestemming, beëindigt het toestel automatisch de route. Als het toestel uw aankomst niet automatisch detecteert, kunt u Stop selecteren om uw route te beëindigen.

Parkeren in de buurt van uw bestemming

Uw toestel kan u helpen een parkeerplaats in de buurt van uw bestemming te vinden. Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt het toestel u automatisch om naar parkeerplaatsen te zoeken.

  1. Selecteer een optie:
    • Wanneer het toestel u vraagt, selecteert u Ja om naar nabijgelegen parkeerplaatsen te zoeken.
    • Als het toestel u niet vraagt, selecteert u Waarheen? > Categoriën > Parkeren en selecteert u > Mijn bestemming.
  2. Selecteer Parkeerplaatsen filteren en selecteer een of meer categorieën om parkeerplaatsen te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    waarschuwing OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar.
  3. Selecteer een parkeerlocatie en selecteer Start! > Toevoegen als volgende stop.
    Het toestel begeleidt u naar de parkeerplaats.

Uw actieve route wijzigen

Een locatie toevoegen aan uw route

Voordat u een locatie aan uw route kunt toevoegen, moet u een route navigeren (Een route starten).

U kunt locaties toevoegen aan het midden of het einde van uw route. U kunt bijvoorbeeld een tankstation toevoegen als de volgende bestemming op uw route.

informatie TIP: Als u complexe routes met meerdere bestemmingen of geplande stops wilt maken, kunt u de reisplanner gebruiken om een reis te plannen, in te delen en op te slaan (Een reis plannen).

  1. Selecteer op de kaart > Waarheen?.
  2. Zoek naar een locatie (Locaties zoeken en opslaan).
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer Start!.
  5. Selecteer een optie:
    • Als u de locatie wilt toevoegen als de volgende bestemming in uw route, selecteert u Toev. als volgende stop.
    • Als u de locatie aan het einde van uw route wilt toevoegen, selecteert u Toev. als laatste stop.
    • Als u de locatie wilt toevoegen en de volgorde van de bestemmingen op uw route wilt bewerken, selecteert u Toevoegen aan actieve route.

Het toestel berekent de route opnieuw en neemt de toegevoegde locatie op, en leidt u in de juiste volgorde naar de bestemmingen.

Uw route vormgeven

Voordat u uw route kunt vormgeven, moet u een route starten (Een route starten).

U kunt uw route handmatig vormgeven om de koers te wijzigen. Hierdoor kunt u de route leiden om een bepaalde weg te gebruiken of door een bepaald gebied te gaan zonder een bestemming aan de route toe te voegen.

  1. Raak een willekeurige plaats op de kaart aan.
  2. Selecteer . Het toestel schakelt over naar de modus voor het vormgeven van de route.
  3. Selecteer een locatie op de kaart.
    informatie TIP: U kunt selecteren om in te zoomen op de kaart en een nauwkeurigere locatie te selecteren.
    Het toestel berekent de route opnieuw om via de geselecteerde locatie te gaan.
  4. Selecteer indien nodig een optie:
    • Als u meer vormgevingspunten aan de route wilt toevoegen, selecteert u extra locaties op de kaart.
    • Als u een vormgevingspunt wilt verwijderen, selecteert u .
  5. Wanneer u klaar bent met het vormgeven van de route, selecteert u Start!.

Een omleiding nemen

U kunt een omleiding nemen over een bepaalde afstand langs uw route of omleiden rond specifieke wegen. Dit is handig als u te maken krijgt met wegwerkzaamheden, afgesloten wegen of slechte wegomstandigheden.

  1. Selecteer op de kaart > Bewerk route.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u uw route over een bepaalde afstand wilt omleiden, selecteert u Omleiding op afstand.
    • Als u een omleiding wilt nemen rond een bepaalde weg op de route, selecteert u Omleiding op weg.

De modus voor routeberekening wijzigen

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > Berekeningsmodus.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer Snellere tijd om routes te berekenen die sneller zijn om te rijden, maar langer kunnen zijn qua afstand.
    • Selecteer Offroad om punt-naar-puntroutes te berekenen (zonder wegen).
    • Selecteer Kortere afstand om routes te berekenen die korter zijn qua afstand, maar meer tijd kunnen kosten om te rijden.

De route stoppen

Selecteer op de kaart > Stop.

Voorgestelde routes gebruiken

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u ten minste één locatie opslaan en de functie voor reisgeschiedenis inschakelen (Toestel- en privacyinstellingen).

Met de myTrends functie voorspelt uw toestel uw bestemming op basis van uw reisgeschiedenis, de dag van de week en het tijdstip van de dag. Nadat u meerdere keren naar een opgeslagen locatie bent gereden, kan de locatie verschijnen in de navigatiebalk op de kaart, samen met de geschatte reistijd en verkeersinformatie.

Selecteer de navigatiebalk om een voorgestelde route naar de locatie te bekijken.

Vertragingen, tolgelden en gebieden vermijden

Verkeersvertragingen op uw route vermijden

Voordat u verkeersvertragingen kunt vermijden, moet u verkeersinformatie ontvangen (Verkeersgegevens ontvangen met uw smartphone).

Het toestel optimaliseert uw route standaard automatisch om verkeersvertragingen te vermijden. Als u deze optie hebt uitgeschakeld in de verkeersinstellingen (Verkeersinstellingen), kunt u verkeersvertragingen handmatig bekijken en vermijden.

  1. Selecteer tijdens het navigeren van een route > Traffic (Verkeer).
  2. Selecteer Alternate Route (Alternatieve route), indien beschikbaar.
  3. Selecteer Go! (Start!).

Tolwegen vermijden

Uw toestel kan u omleiden rond gebieden waar tol wordt geheven, zoals tolwegen, tolbruggen of drukke gebieden. Het toestel kan nog steeds een tolgebied in uw route opnemen als er geen andere redelijke routes beschikbaar zijn.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie).
  2. Selecteer een optie:
    waarschuwing NOTE: (OPMERKING:) Het menu verandert op basis van uw regio en de kaartgegevens op uw toestel.
    • Selecteer Toll Roads (Tolwegen).
    • Selecteer Tolls and Fees (Tolgelden en kosten) > Toll Roads (Tolwegen).
  3. Selecteer een optie:
    • Als u telkens wilt worden gevraagd voordat u door een tolgebied wordt geleid, selecteert u Always Ask (Altijd vragen).
    • Als u tolgelden altijd wilt vermijden, selecteert u Avoid (Vermijden).
    • Als u tolgelden altijd wilt toestaan, selecteert u Allow (Toestaan).
  4. Selecteer Save (Opslaan).

Tolvignetten vermijden

Als de kaartgegevens op uw toestel gedetailleerde informatie over tolvignetten bevatten, kunt u wegen waarvoor tolvignetten vereist zijn voor elk land vermijden of toestaan.

waarschuwing NOTE: (OPMERKING:) Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Tolls and Fees (Tolgelden en kosten) > Toll Stickers (Tolvignetten).
  2. Selecteer een land.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u telkens wilt worden gevraagd voordat u door een gebied wordt geleid waarvoor tolvignetten vereist zijn, selecteert u Always Ask (Altijd vragen).
    • Als u wegen waarvoor tolvignetten vereist zijn altijd wilt vermijden, selecteert u Avoid (Vermijden).
    • Als u wegen waarvoor tolvignetten vereist zijn altijd wilt toestaan, selecteert u Allow (Toestaan).
  4. Selecteer Save (Opslaan).

Wegkenmerken vermijden

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Avoidances (Vermijdingen).
  2. Selecteer de wegkenmerken die u op uw routes wilt vermijden en selecteer OK.

Milieuzones vermijden

Uw toestel kan gebieden met milieu- of emissiebeperkingen vermijden die mogelijk van toepassing zijn op uw voertuig. Deze optie is van toepassing op het voertuigtype in het actieve voertuigprofiel.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Environmental Zones (Milieuzones).
  2. Selecteer een optie:
    • Als u telkens wilt worden gevraagd voordat u door een milieuzone wordt geleid, selecteert u Always Ask (Altijd vragen).
    • Als u milieuzones altijd wilt vermijden, selecteert u Avoid (Vermijden).
    • Als u milieuzones altijd wilt toestaan, selecteert u Allow (Toestaan).
  3. Selecteer Save (Opslaan).

Aangepaste vermijdingen

Met aangepaste vermijdingen kunt u specifieke gebieden of weggedeelten selecteren die u wilt vermijden. Wanneer het toestel een route berekent, worden deze gebieden en wegen vermeden, tenzij er geen andere redelijke route beschikbaar is.

Een weg vermijden

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Custom Avoidances (Aangepaste vermijdingen).
  2. Selecteer indien nodig Add Avoidance (Vermijding toevoegen).
  3. Selecteer Add Avoid Road (Weg vermijden toevoegen).
  4. Selecteer het beginpunt van het weggedeelte dat u wilt vermijden en selecteer Next (Volgende).
  5. Selecteer het eindpunt van het weggedeelte en selecteer Next (Volgende).
  6. Selecteer Done (Gereed).

Een gebied vermijden

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Custom Avoidances (Aangepaste vermijdingen).
  2. Selecteer indien nodig Add Avoidance (Vermijding toevoegen).
  3. Selecteer Add Avoid Area (Gebied vermijden toevoegen).
  4. Selecteer de linkerbovenhoek van het gebied dat u wilt vermijden en selecteer Next (Volgende).
  5. Selecteer de rechteronderhoek van het gebied dat u wilt vermijden en selecteer Next (Volgende). Het geselecteerde gebied wordt gearceerd op de kaart.
  6. Selecteer Done (Gereed).

Een aangepaste vermijding uitschakelen

U kunt een aangepaste vermijding uitschakelen zonder deze te verwijderen.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Custom Avoidances (Aangepaste vermijdingen).
  2. Selecteer een vermijding.
  3. Selecteer > Disable (Uitschakelen).

Aangepaste vermijdingen verwijderen

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Custom Avoidances (Aangepaste vermijdingen).
  2. Selecteer een optie:
    • Als u alle aangepaste vermijdingen wilt verwijderen, selecteert u .
    • Als u één aangepaste vermijding wilt verwijderen, selecteert u de vermijding en selecteert u > Delete (Verwijderen).

Als u geen wegen volgt tijdens het navigeren, kunt u de offroad-modus gebruiken.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie).
  2. Selecteer Calculation Mode (Berekeningsmodus) > Off Road (Offroad) > Save (Opslaan).

De volgende route wordt berekend als een rechte lijn naar de locatie.

De kaart gebruiken

U kunt de kaart gebruiken om een route te navigeren (Uw route op de kaart) of om een kaart van uw omgeving te bekijken wanneer er geen route actief is.

  1. Selecteer View Map (Kaart bekijken).
  2. Raak een willekeurige plek op de kaart aan.
  3. Selecteer een optie:
    • Sleep de kaart om naar links, rechts, omhoog of omlaag te pannen.
    • Als u wilt in- of uitzoomen, selecteert u of .
    • Als u wilt schakelen tussen Noord boven en 3D-weergaven, selecteert u .
    • Als u de weergegeven nuttige punten op categorie wilt filteren, selecteert u .
    • Als u een route wilt starten, selecteert u een locatie op de kaart en selecteert u Go! (Start) (Een route starten met behulp van de kaart).

Kaarttools

Kaarttools bieden snel toegang tot informatie en toestelfuncties terwijl u de kaart bekijkt. Wanneer u een kaarttool activeert, verschijnt deze in een paneel aan de rand van de kaart.

Stop: Stopt de navigatie van de actieve route.

Edit Route (Route bewerken): Hiermee kunt u een omweg nemen of locaties in uw route overslaan (Uw actieve route wijzigen).

Mute (Dempen): Dempt het hoofdvolume.

Cities Ahead (Steden verderop): Toont steden en services die eraan komen langs uw actieve route of langs een snelweg (Steden verderop).

Up Ahead (Verderop): Toont locaties die eraan komen langs de route of de weg waarop u reist (Verderop).

Elevation (Hoogte): Geeft hoogteverschillen verderop weer.

Traffic (Verkeer): Toont de verkeerssituatie langs uw route of in uw omgeving (Aankomend verkeer bekijken). Deze functie is niet in alle gebieden of voor alle toestelmodellen beschikbaar.

Trip Data (Reisgegevens): Geeft aanpasbare reisgegevens weer, zoals snelheid of afstand (Reisgegevens bekijken vanaf de kaart).

Turns (Afslaan): Geeft een lijst weer van de komende afslagen in uw route (Afslagen en aanwijzingen bekijken).

Phone (Telefoon): Geeft een lijst weer van recente telefoongesprekken vanaf uw verbonden telefoon en geeft opties tijdens het gesprek weer terwijl een telefoongesprek actief is (Opties tijdens het gesprek gebruiken).

Weather (Weer): Geeft de weersomstandigheden voor uw regio weer.

photoLive: Geeft live verkeerscamera's van uw photoLive-abonnement weer (photoLive-verkeerscamera's).

Report Camera (Camera melden): Hiermee kunt u een flitser of roodlichtcamera melden. Deze tool is alleen beschikbaar als u flitser- of roodlichtcameragegevens op uw toestel hebt en u een actieve verbinding hebt met de Garmin Drive app (Live services, verkeersinformatie en smartphonefuncties).

Break Planner (Pauzeplanner): Geeft pauzeherinneringen en voorgestelde stops weer.

Een kaarttool bekijken

  1. Selecteer vanaf de kaart .
  2. Selecteer een kaarttool.
    De kaarttool wordt weergegeven in een paneel aan de rand van de kaart.
  3. Wanneer u klaar bent met het gebruik van de kaarttool, selecteert u .

Verderop

De tool Verderop geeft informatie over locaties die eraan komen langs uw route of de weg waarop u reist. U kunt aankomende nuttige punten per categorie bekijken, zoals restaurants, benzinestations of rustplaatsen.

U kunt drie categorieën aanpassen om in de tool Verderop weer te geven.

Aankomende locaties bekijken

  1. Selecteer vanaf de kaart > Up Ahead (Verderop).
    Tijdens het reizen toont de kaarttool de volgende locatie langs uw weg of route in elk van de drie categorieën. Als u niet reist, toont de kaarttool de drie categorienamen.
  2. Selecteer een optie:
    • Als de kaarttool categorieën weergeeft, selecteert u een categorie om een lijst met nabijgelegen locaties in die categorie weer te geven.
    • Als de kaarttool aankomende locaties weergeeft, selecteert u een locatie om locatiegegevens weer te geven of een route naar de locatie te starten.

De categorieën voor Verderop aanpassen

U kunt de locatiecategorieën wijzigen die in de tool Verderop worden weergegeven.

  1. Selecteer vanaf de kaart > Up Ahead (Verderop).
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer .
  4. Selecteer een optie:
    • Als u een categorie omhoog of omlaag in de lijst wilt verplaatsen, selecteert en sleept u de pijl naast de categorienaam.
    • Als u een categorie wilt wijzigen, selecteert u de categorie.
    • Als u een aangepaste categorie wilt maken, selecteert u een categorie, selecteert u Custom Search (Aangepast zoeken) en voert u de naam van een bedrijf of categorie in.
  5. Selecteer Save (Opslaan).

Steden verderop

Wanneer u op een snelweg reist of een route navigeert die een snelweg bevat, geeft de tool Steden verderop informatie over de komende steden langs de snelweg. Voor elke stad toont de kaarttool de afstand tot de snelwegafslag en de beschikbare services, vergelijkbaar met de informatie op verkeersborden langs de snelweg.

Aankomende steden en services bij afritten bekijken

  1. Selecteer vanaf de kaart > Cities Ahead (Steden verderop).
    Wanneer u langs een snelweg of een actieve route reist, toont de kaarttool informatie over aankomende steden en afritten.
  2. Selecteer een stad.
    Het toestel toont een lijst met nuttige punten bij de geselecteerde afrit van de stad, zoals benzinestations, accommodaties of restaurants.
  3. Selecteer een locatie en selecteer Go! (Start) om de navigatie te starten.

Reisgegevens

Reisgegevens bekijken vanaf de kaart

Voordat u reisgegevens op de kaart kunt bekijken, moet u de tool aan het kaarttoolmenu toevoegen.
Selecteer vanaf de kaart > Trip Data (Reisgegevens).

Aangepaste reisgegevens bekijken op de kaart
U kunt de kaarttool Reisgegevens gebruiken om aangepaste reisgegevens op de kaart weer te geven.

  1. Selecteer op de kaart > Trip Data (Reisgegevens).
  2. Selecteer een optie:
    Aangepaste reisgegevens bekijken op de kaart
  • Selecteer een gegevensveld in de tool Reisgegevens en selecteer de gegevens die in het veld moeten worden weergegeven.
  • Selecteer het aanpasbare kaartgegevensveld en selecteer de gegevens die in het veld moeten worden weergegeven.

De reisinformatiepagina bekijken

De reisinformatiepagina geeft uw snelheid weer en biedt statistieken over uw reis.
Selecteer vanaf de kaart Speed (Snelheid).

Het reislogboek bekijken

Uw toestel houdt een reislogboek bij, een registratie van de route die u hebt afgelegd.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig) > Map Layers (Kaartlagen).
  2. Schakel het selectievakje Trip Log (Reislogboek) in.

Reisgegevens opnieuw instellen

  1. Selecteer vanaf de kaart Speed (Snelheid).
  2. Selecteer > Reset Field(s) (Veld(en) opnieuw instellen).
  3. Selecteer een optie:
    • Wanneer u geen route navigeert, selecteert u Select All (Alles selecteren) om elk gegevensveld, behalve de snelheidsmeter, op de eerste pagina opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reset Trip Data (Reisgegevens opnieuw instellen) om de informatie op de boordcomputer opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reset Max. Speed (Max. snelheid opnieuw instellen) om de maximumsnelheid opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reset Trip B (Reis B opnieuw instellen) om de kilometerteller opnieuw in te stellen.

Aankomend verkeer bekijken

warning LET OP:
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid of tijdigheid van de verkeersinformatie.

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel verkeersgegevens ontvangen (Verkeer).

U kunt verkeersincidenten bekijken die eraan komen langs uw route of langs de weg waarop u reist.

  1. Selecteer tijdens het navigeren van een route > Traffic (Verkeer).
    Het dichtstbijzijnde verkeersincident verschijnt in een paneel aan de rechterkant van de kaart.
  2. Selecteer het verkeersincident om meer details te bekijken.

Verkeer op de kaart bekijken

De verkeerskaart toont verkeersdoorstroming en vertragingen op nabijgelegen wegen met kleurcodes.

  1. Selecteer in het hoofdmenu Apps > Traffic (Verkeer).
  2. Selecteer indien nodig > Legend (Legenda) om de legenda voor de verkeerskaart weer te geven.

Zoeken naar verkeersincidenten

  1. Selecteer in het hoofdmenu Apps > Traffic (Verkeer).
  2. Selecteer > Incidents (Incidenten).
  3. Selecteer een item in de lijst.
  4. Als er meer dan één incident is, gebruikt u de pijlen om extra incidenten weer te geven.

De kaart aanpassen

De kaartlagen aanpassen

U kunt aanpassen welke gegevens op de kaart worden weergegeven, zoals pictogrammen voor nuttige punten en wegomstandigheden.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig) > Map Layers (Kaartlagen).
  2. Schakel het selectievakje in naast elke laag die u op de kaart wilt weergeven.

Het kaartgegevensveld wijzigen

  1. Selecteer vanaf de kaart een gegevensveld.
    warning OPMERKING: U kunt Snelheid niet aanpassen.
  2. Selecteer een type gegevens dat u wilt weergeven.

Het kaartperspectief wijzigen

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig) > Driving Map View (Kaartweergave tijdens het rijden).
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer Track Up (Richting boven) om de kaart in twee dimensies (2D) weer te geven, met uw reisrichting bovenaan.
    • Selecteer North Up (Noord boven) om de kaart in 2D weer te geven met het noorden bovenaan.
    • Selecteer 3-D om de kaart in drie dimensies weer te geven.

Live Services, verkeer en smartphonefuncties

Met de Garmin Drive app kan je toestel slimme meldingen en live informatie ontvangen, zoals live verkeersgegevens en weersinformatie.

Live verkeersgegevens: Verzendt real-time verkeersgegevens naar je toestel, zoals verkeersincidenten en -vertragingen, wegwerkzaamheden en wegafsluitingen (Verkeer).

Weersinformatie: Verzendt real-time weersvoorspellingen, wegomstandigheden en weerradar naar je toestel (De weersvoorspelling weergeven).

Slimme meldingen: Geeft telefoonmeldingen en -berichten weer op je toestel. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.

Handsfree bellen: Hiermee kun je telefoongesprekken plaatsen en ontvangen met je toestel en kun je het toestel gebruiken als een handsfree speakerphone. Als de geselecteerde taal de spraakopdrachtfunctie ondersteunt, kun je bellen met spraakopdrachten.

Locaties naar toestel verzenden: Hiermee kun je locaties van je smartphone naar je navigatietoestel verzenden.

Inchecken bij Foursquare: Hiermee kun je inchecken bij Foursquare-locaties met je navigatietoestel (Inchecken met Foursquare).

Koppelen met je smartphone

Je kunt je Garmin toestel koppelen met je smartphone en de Garmin Drive app om extra functies in te schakelen en toegang te krijgen tot live informatie (Live Services, verkeer en smartphonefuncties).

  1. Installeer de Garmin Drive app vanuit de app store op je smartphone.
  2. Schakel je Garmin toestel in en plaats het toestel en je smartphone binnen 3 m (10 ft.) van elkaar.
  3. Open de Garmin Drive app op je telefoon.
  4. Volg de instructies op het scherm om je aan te melden bij een Garmin account en het koppel- en installatieproces te voltooien.

Het hoofddashboard van de app wordt weergegeven. Nadat de toestellen zijn gekoppeld, maken ze automatisch verbinding wanneer ze zijn ingeschakeld en binnen bereik zijn.

Bluetooth-functies uitschakelen (Android)

Standaard zijn alle compatibele Bluetooth-functies ingeschakeld wanneer je je telefoon koppelt. Je kunt specifieke Bluetooth-functies uitschakelen en verbonden blijven met de andere functies.

  1. Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
  2. Selecteer de naam van de telefoon.
  3. Selecteer een optie:
    • Om handsfree bellen uit te schakelen, schakel je het selectievakje Telefoongesprekken uit.
    • Als je Garmin Drive gegevens en smartphone meldingen wilt uitschakelen, schakel je het selectievakje Garmin Drive uit.

App-meldingen weergeven of verbergen (Android)

Je kunt de Garmin Drive app gebruiken om aan te passen welke typen smartphone meldingen worden weergegeven op je Garmin toestel.

  1. Open de Garmin Drive app op je telefoon.
  2. Selecteer Menuknop > Slimme meldingen. Er wordt een lijst met je smartphone-apps weergegeven.
  3. Selecteer de schakelaar naast een app om meldingen voor de app in of uit te schakelen.

Bluetooth-functies uitschakelen (iPhone®)

Standaard zijn alle compatibele Bluetooth-functies ingeschakeld wanneer je je telefoon koppelt. Je kunt specifieke Bluetooth-functies uitschakelen en verbonden blijven met de andere functies.

  1. Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
  2. Selecteer een optie:
    • Om handsfree bellen uit te schakelen, selecteer je de naam van de telefoon en schakel je het selectievakje Telefoongesprekken uit.
      informatie TIP: Indicator voor de telefoonstatus wordt gekleurd weergegeven naast de telefoonnaam die wordt gebruikt voor handsfree bellen.
    • Als je Garmin Drive app-gegevens en smartphone meldingen wilt uitschakelen, selecteer je Smartphoneservices en schakel je het selectievakje Smartphoneservices uit.
      informatie TIP: Indicator voor smartphoneservices-status en Indicator voor verkeersstatus worden gekleurd weergegeven wanneer de services actief zijn.

Meldingscategorieën weergeven of verbergen (iPhone)

Je kunt de meldingen die op je toestel worden weergegeven filteren door categorieën weer te geven of te verbergen.

  1. Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
  2. Selecteer Smartphoneservices.
    informatie TIP: Indicator voor smartphoneservices-status wordt gekleurd weergegeven wanneer de services actief zijn.
  3. Selecteer Slimme meldingen.
  4. Schakel het selectievakje naast elke melding in om deze weer te geven.

Statuspictogrammen van Bluetooth-functies

Statuspictogrammen worden weergegeven in de Bluetooth-instellingen naast elk gekoppeld toestel.

Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.

  • Een grijs pictogram geeft aan dat de functie is uitgeschakeld of losgekoppeld voor dat toestel.
  • Een gekleurd pictogram geeft aan dat de functie is verbonden en actief is voor dat toestel.
Handsfree bellen
Slimme meldingen
Garmin Drive functies en services

Slimme meldingen

Wanneer uw toestel is verbonden met de Garmin Drive app, kunt u meldingen van uw smartphone bekijken op uw Garmin toestel, zoals sms-berichten, inkomende gesprekken en agenda-afspraken.

waarschuwing LET OP: Mogelijk moet u enkele minuten wachten voordat u meldingen ontvangt op uw navigatietoestel nadat het verbinding heeft gemaakt met de Garmin Drive app. verschijnt gekleurd in de Bluetooth-instellingen wanneer slimme meldingen zijn verbonden en actief zijn (Pictogrammen Bluetooth-functiestatus).

Meldingen ontvangen


Lees of beantwoord geen meldingen tijdens het rijden. Als u dit wel doet, kunt u worden afgeleid door het scherm, wat kan leiden tot een ongeluk met ernstig persoonlijk letsel of de dood tot gevolg.

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met een ondersteunde telefoon waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd (Live services, verkeersinformatie en smartphonefuncties).

Vanaf de meeste pagina's verschijnt een pop-up wanneer het toestel een melding van uw smartphone ontvangt. Als het toestel in beweging is, moet u bevestigen dat u een passagier bent en niet de bestuurder voordat u meldingen kunt bekijken.

waarschuwing LET OP: Als u de kaart bekijkt, verschijnen meldingen in een kaarttool.

  • Selecteer OK om een melding te negeren.
    De pop-up wordt gesloten, maar de melding blijft actief op uw telefoon.
  • Selecteer View (Bekijken) om een melding te bekijken.
  • Selecteer View (Bekijken) > Play (Afspelen) om naar de melding te luisteren.
    Het toestel leest de melding voor met behulp van tekst-naar-spraaktechnologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.
  • Selecteer View (Bekijken) en selecteer een optie om extra acties uit te voeren, zoals het verwijderen van de melding van uw telefoon.

waarschuwing LET OP: Extra acties zijn alleen beschikbaar voor sommige meldingstypen en moeten worden ondersteund door de app die de melding genereert.

Meldingen ontvangen tijdens het bekijken van de kaart


Lees of beantwoord geen meldingen tijdens het rijden. Als u dit wel doet, kunt u worden afgeleid door het scherm, wat kan leiden tot een ongeluk met ernstig persoonlijk letsel of de dood tot gevolg.

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met een ondersteunde telefoon waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd (Live services, verkeersinformatie en smartphonefuncties).

Wanneer u de kaart bekijkt, verschijnen nieuwe meldingen in een kaarttool aan de rand van het scherm. Als het toestel in beweging is, moet u bevestigen dat u een passagier bent en niet de bestuurder voordat u meldingen kunt bekijken.

  • Selecteer om een melding te negeren of wacht tot de pop-up verloopt.
    De pop-up wordt gesloten, maar de melding blijft actief op uw telefoon.
  • Selecteer de meldingstekst om een melding te bekijken.
  • Selecteer Play Message (Bericht afspelen) om naar de melding te luisteren.
    Het toestel leest de melding voor met behulp van tekst-naar-spraaktechnologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.
  • Zeg Play Message (Bericht afspelen) om naar de melding te luisteren met behulp van een spraakopdracht.
    waarschuwing LET OP: Deze optie is alleen beschikbaar wanneer de geselecteerde taal de spraakopdrachtfunctie ondersteunt en wordt weergegeven in de kaarttool.
  • Selecteer View (Bekijken) en selecteer een optie om extra acties uit te voeren, zoals het verwijderen van de melding van uw telefoon.
    waarschuwing LET OP: Extra acties zijn alleen beschikbaar voor sommige meldingstypen en moeten worden ondersteund door de app die de melding genereert.

De lijst met meldingen bekijken

U kunt een lijst met alle actieve meldingen bekijken.

  1. Selecteer Apps > Smart Notifications (Slimme meldingen).
    De lijst met meldingen wordt weergegeven. Ongelezen meldingen worden zwart weergegeven en eerder gelezen meldingen worden grijs weergegeven.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer de meldingsbeschrijving om een melding te bekijken.
    • Selecteer om naar een melding te luisteren.

Het toestel leest de melding voor met behulp van tekst-naar-spraaktechnologie. Deze functie is niet beschikbaar voor alle talen.

Naar een adres of locatie gaan met de Garmin Drive app

U kunt de Garmin Drive app gebruiken om naar een adres, bedrijf of nuttig punt te zoeken en dit naar uw Garmin toestel te verzenden voor navigatie.

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) in de Garmin Drive app.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u naar een adres in uw buurt wilt zoeken, voert u het huisnummer en de straatnaam in.
    • Als u naar een adres in een andere stad wilt zoeken, voert u het huisnummer, de straatnaam, de plaats en de provincie in.
    • Als u naar een bedrijfsnaam wilt zoeken, voert u de volledige naam of een deel van de naam in.
    • Als u naar een plaats wilt zoeken, voert u de plaats en de provincie in.
      Tijdens het typen verschijnen er suggesties onder het zoekveld.
  3. Selecteer een voorgesteld zoekresultaat.
    De app geeft de locatie weer op een kaart.
  4. Selecteer Go! (Start!) om een route te starten.

Het Garmin toestel begint met navigeren naar de geselecteerde locatie en de locatie wordt toegevoegd aan uw recente zoekopdrachten in het menu Waarheen?

Handsfree bellen

waarschuwing LET OP: Hoewel de meeste telefoons worden ondersteund en kunnen worden gebruikt, kan niet worden gegarandeerd dat een bepaalde telefoon kan worden gebruikt. Mogelijk zijn niet alle functies beschikbaar voor uw telefoon.

Met behulp van draadloze Bluetooth technologie kan uw toestel verbinding maken met uw mobiele telefoon om te worden gebruikt als handsfree toestel (Live Services, Traffic en Smartphonefuncties). Wanneer er een verbinding is, kunt u bellen en gebeld worden via uw toestel.

Bellen

Een nummer kiezen

  1. Selecteer Apps > Telefoon > Kiezen.
  2. Voer het nummer in.
  3. Selecteer Kiezen.

Een contactpersoon in uw telefoonboek bellen

Uw telefoonboek wordt van uw telefoon naar het toestel geladen telkens wanneer uw telefoon en het toestel verbinding maken. Het kan een paar minuten duren voordat het telefoonboek beschikbaar is. Sommige telefoons ondersteunen deze functie niet.

  1. Selecteer Apps > Telefoon > Telefoonboek.
  2. Selecteer een contactpersoon.
  3. Selecteer Bellen.

Een locatie bellen

  1. Selecteer Apps > Telefoon > Blader door categorieën.
  2. Selecteer een nuttige plaats.
  3. Selecteer Bellen.

Een oproep ontvangen

Wanneer u een oproep ontvangt, selecteert u Beantwoorden of Negeren.

De oproepgeschiedenis gebruiken

Uw oproepgeschiedenis wordt van uw telefoon naar het toestel geladen telkens wanneer uw telefoon en het toestel verbinding maken. Het kan een paar minuten duren voordat de oproepgeschiedenis beschikbaar is. Sommige telefoons ondersteunen deze functie niet.

  1. Selecteer Apps > Telefoon > Oproepgeschiedenis.
  2. Selecteer een categorie.
    Er wordt een lijst met oproepen weergegeven, waarbij de meest recente oproepen bovenaan staan.
  3. Selecteer een oproep.

Opties gebruiken tijdens een gesprek

Opties tijdens een gesprek verschijnen op de kaart wanneer u een gesprek beantwoordt. Sommige opties zijn mogelijk niet compatibel met uw telefoon.

informatie TIP: Als u de pagina met gespreksopties sluit, kunt u deze opnieuw openen door te selecteren in het hoofdmenu. U kunt ook > Telefoon selecteren op de kaart.

  • Als u een telefonische vergadering wilt opzetten, selecteert u Oproep toevoegen.
  • Als u audio naar uw telefoon wilt overdragen, selecteert u Handset.
    informatie TIP: U kunt deze functie gebruiken als u de Bluetooth verbinding wilt verbreken en in gesprek wilt blijven, of als u privacy nodig hebt.
  • Als u het toetsenblok wilt gebruiken, selecteert u Toetsenblok.
    informatie TIP: U kunt deze functie gebruiken voor geautomatiseerde systemen, zoals voicemail.
  • Als u de microfoon wilt dempen, selecteert u Dempen.
  • Als u wilt ophangen, selecteert u Gesprek beëindigen.

Een nummer voor thuis opslaan

informatie TIP: Nadat u een thuisnummer hebt opgeslagen, kunt u het thuisnummer bewerken door "Thuis" te bewerken in uw lijst met opgeslagen locaties (Een opgeslagen locatie bewerken).

  1. Selecteer Apps > Telefoon > > Thuisnummer instellen.
  2. Voer uw telefoonnummer in.
  3. Selecteer Gereed.

Naar huis bellen
Voordat u naar huis kunt bellen, moet u een telefoonnummer invoeren voor uw thuislocatie.
Selecteer Apps > Telefoon > Naar huis bellen.

Een Bluetooth toestel loskoppelen

U kunt een Bluetooth toestel tijdelijk loskoppelen zonder het te verwijderen uit de lijst met gekoppelde toestellen. Het Bluetooth toestel kan in de toekomst automatisch verbinding maken met uw Garmin toestel.

  1. Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
  2. Selecteer het toestel dat u wilt loskoppelen.
  3. Schakel het selectievakje naast de naam van uw gekoppelde toestel uit.

Een gekoppelde telefoon verwijderen

U kunt een gekoppelde telefoon verwijderen om te voorkomen dat deze in de toekomst automatisch verbinding maakt met uw toestel.

  1. Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
  2. Selecteer de telefoon en selecteer Apparaat ontkoppelen.

Verkeer

waarschuwing OPMERKING
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid of tijdigheid van de verkeersinformatie.

Uw toestel kan informatie geven over het verkeer op de weg voor u of op uw route. U kunt uw toestel zo instellen dat verkeer wordt vermeden bij het berekenen van routes, en dat een nieuwe route naar uw bestemming wordt gevonden als er een grote verkeersvertraging optreedt op uw actieve route (Verkeersinstellingen). Op de verkeerskaart kunt u de kaart doorbladeren op zoek naar verkeersvertragingen in uw omgeving.

Om verkeersinformatie te kunnen verstrekken, moet uw toestel verkeersgegevens ontvangen.

  • Productmodellen die eindigen op MT, kunnen verkeersgegevens ontvangen via een draadloos uitzendsignaal met behulp van de ingebouwde verkeersontvanger en de meegeleverde voedingskabel voor in de auto (Verkeersgegevens ontvangen via een verkeersontvanger).
  • Alle productmodellen kunnen abonnementsvrije verkeersgegevens ontvangen via de Garmin Drive app (Verkeersgegevens ontvangen via uw smartphone).

Verkeersgegevens zijn niet overal beschikbaar. Ga voor meer informatie over de dekkingsgebieden voor verkeersinformatie naar garmin.com/traffic.

Verkeersgegevens ontvangen via uw smartphone

Uw toestel kan abonnementsvrije verkeersgegevens ontvangen als het is verbonden met een smartphone waarop de Garmin Drive app actief is.

  1. Verbind uw toestel met de Garmin Drive app (Live services, verkeer en smartphonefuncties).
  2. Selecteer op uw Garmin toestel Instellingen > Verkeer en controleer of het selectievakje Verkeer is ingeschakeld.

Verkeersgegevens ontvangen via een verkeersontvanger

waarschuwing OPMERKING
Een verwarmde (gemetalliseerde) voorruit kan de prestaties van de verkeersontvanger negatief beïnvloeden.

Een verkeersontvanger ontvangt verkeersgegevens van een draadloos uitzendsignaal, indien beschikbaar. Om draadloze verkeersgegevens te ontvangen, moet het toestel via een verkeercompatibele voedingskabel op de voeding in de auto zijn aangesloten. Een verkeersontvanger is bij sommige productmodellen inbegrepen (Verkeer). .

Verkeersgegevens zijn niet overal beschikbaar. Ga voor meer informatie over de dekkingsgebieden voor verkeersinformatie naar garmin.com/traffic.

Sluit het toestel via de verkeercompatibele voedingskabel aan op de voeding in de auto (Het Garmin toestel bevestigen en van stroom voorzien in uw voertuig).
Als uw productmodel verkeersgegevens bevat, is de voedingskabel voor in de auto die bij uw toestel is meegeleverd, geschikt voor verkeersinformatie.

Wanneer u zich in een gebied met verkeersdekking bevindt, kan uw toestel verkeersinformatie weergeven en u helpen verkeersvertragingen te vermijden.

Abonnementen voor verkeersontvanger

Een regionaal abonnement voor verkeersgegevens is inbegrepen bij de meeste verkeersontvangers. U kunt abonnementen voor extra regio's toevoegen aan uw verkeersontvanger. Ga voor meer informatie naar garmin.com/traffic.

Verkeersabonnementen weergeven
Selecteer Instellingen > Verkeer > Abonnementen.

Een abonnement toevoegen
U kunt verkeersabonnementen voor andere regio's of landen aanschaffen.

  1. Selecteer Instellingen > Verkeer.
  2. Selecteer Abonnementen > .
  3. Noteer de FM-verkeersontvanger-unit-ID.
  4. Ga naar www.garmin.com/fmtraffic om een abonnement aan te schaffen en een code van 25 tekens te ontvangen.
    De verkeersabonnementscode kan niet opnieuw worden gebruikt. U moet elke keer dat u uw service verlengt een nieuwe code verkrijgen. Als u meerdere FM-verkeersontvangers bezit, moet u voor elke ontvanger een nieuwe code verkrijgen.
  5. Selecteer Volgende op het toestel.
  6. Voer de code in.
  7. Selecteer Gereed.

Verkeer inschakelen

U kunt verkeersgegevens in- of uitschakelen.

  1. Selecteer Instellingen > Verkeer.
  2. Schakel het selectievakje Verkeer in.

Een abonnement toevoegen

U kunt verkeersabonnementen voor andere regio's of landen aanschaffen.

  1. Selecteer Instellingen > Verkeer.
  2. Selecteer Abonnementen > .
  3. Noteer de FM-verkeersontvanger-unit-ID.
  4. Ga naar www.garmin.com/fmtraffic om een abonnement aan te schaffen en een code van 25 tekens te ontvangen.
    De verkeersabonnementscode kan niet opnieuw worden gebruikt. U moet elke keer dat u uw service verlengt een nieuwe code verkrijgen. Als u meerdere FM-verkeersontvangers bezit, moet u voor elke ontvanger een nieuwe code verkrijgen.
  5. Selecteer Volgende op het toestel.
  6. Voer de code in.
  7. Selecteer Gereed.

Spraakopdracht

waarschuwing OPMERKING: Spraakopdrachten zijn niet voor alle talen en regio's beschikbaar, en zijn mogelijk niet beschikbaar op alle modellen.

waarschuwing OPMERKING: Spraakgestuurde navigatie presteert mogelijk niet optimaal in een lawaaierige omgeving.

Met spraakopdrachten kunt u uw toestel bedienen door woorden en opdrachten uit te spreken. Het spraakopdrachtmenu biedt aanwijzingen en een lijst met beschikbare opdrachten.

De activeringszin instellen

De activeringszin is een woord of zin die u kunt zeggen om de spraakopdracht te activeren. De standaard activeringszin is OK Garmin.

TIP: U kunt de kans op onbedoelde activering van spraakopdrachten verminderen door een duidelijke activeringszin te gebruiken.

  1. Selecteer Apps > Spraakopdracht > > Activeringszin.
  2. Voer een nieuwe activeringszin in.
    Het toestel geeft de sterkte van de activeringszin aan terwijl u de zin invoert.
  3. Selecteer Gereed.

Spraakopdracht activeren

  1. Zeg OK Garmin.
    Het spraakopdrachtmenu wordt weergegeven.
    Spraakopdracht activeren
  2. Spreek een opdracht uit het menu uit.
  3. Reageer op de aanwijzingen om de zoekopdracht of actie te voltooien.

Tips voor spraakopdrachten

  • Spreek met een normale stem in de richting van het toestel.
  • Verminder achtergrondgeluiden, zoals stemmen of de radio, om de nauwkeurigheid van de spraakherkenning te verhogen.
  • Spreek opdrachten uit zoals ze op het scherm worden weergegeven.
  • Reageer zo nodig op de spraakaanwijzingen van het toestel.
  • Verleng uw activeringszin om de kans op onbedoelde activering van spraakopdrachten te verminderen.
  • Luister naar twee tonen ter bevestiging wanneer het toestel spraakopdrachten in- en uitschakelt.

Een route starten met spraakopdrachten

U kunt de namen uitspreken van populaire, bekende locaties.

  1. Zeg OK Garmin.
  2. Zeg Zoek plaats.
  3. Luister naar de spraakaanwijzing en spreek de naam van een locatie uit.
    Het toestel geeft een lijst met zoekresultaten weer.
    Een route starten met spraakopdrachten
  4. Zeg het regelnummer van de gewenste locatie.
    Het toestel geeft de locatie op de kaart weer.
  5. Zeg Navigeren.

Instructies dempen

U kunt de spraakaanwijzingen voor spraakopdrachten uitschakelen zonder het toestel te dempen.

  1. Selecteer Apps > Spraakopdracht > .
  2. Selecteer Instructies dempen > Ingeschakeld.

Spraakbesturing

Voor regio's waar de functie Spraakopdracht niet beschikbaar is, wordt de functie Spraakbesturing geactiveerd. Met Spraakbesturing kunt u uw stem gebruiken om het toestel te bedienen. Voordat u de functie Spraakbesturing kunt gebruiken, moet u deze configureren voor uw stem.

Spraakbesturing configureren

De functie Spraakbesturing moet worden geconfigureerd voor de stem van één gebruiker en werkt niet voor andere gebruikers.

  1. Selecteer Apps > Spraakbesturing.
  2. Volg de aanwijzingen op het scherm om opdrachten op te nemen voor elke spraakbesturingszin.
    waarschuwing OPMERKING: U hoeft de exacte zin op het scherm niet voor te lezen. U kunt op basis van uw voorkeur een alternatieve opdracht met dezelfde betekenis uitspreken.

Als u een spraakbesturingsfunctie wilt gebruiken, moet u de opdracht uitspreken die u voor de functie hebt opgenomen.

Spraakbesturing gebruiken

  1. Zeg de opdracht die u hebt opgenomen voor de zin Spraakbesturing.
    Het menu voor spraakbesturing wordt weergegeven.
  2. Volg de aanwijzingen op het scherm.

Tips voor spraakbesturing

  • Spreek met een normale stem in de richting van het toestel.
  • Verminder achtergrondgeluiden, zoals stemmen of de radio, om de nauwkeurigheid van de spraakherkenning te verhogen.
  • Spreek opdrachten uit zoals ze op het scherm worden weergegeven.
  • Luister naar een toon ter bevestiging wanneer het toestel een opdracht succesvol heeft ontvangen.

De apps gebruiken

De gebruikershandleiding bekijken op uw toestel

U kunt de volledige gebruikershandleiding in vele talen op het scherm van het toestel bekijken.

  1. Selecteer Apps > Owner's Manual (Gebruikershandleiding).
    De gebruikershandleiding wordt weergegeven in dezelfde taal als de softwaretekst (Taal- en toetsenbordinstellingen).
  2. Selecteer om de gebruikershandleiding te doorzoeken (optioneel).

De weersvoorspelling bekijken

waarschuwing LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid of tijdigheid van de weergegevens.

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel weergegevens ontvangen. U kunt uw toestel verbinden met de Garmin Drive app om weergegevens te ontvangen (Live Services, Traffic en smartphonefuncties).

  1. Selecteer Apps > Weather (Weer).
    Het toestel geeft de huidige weersomstandigheden en een voorspelling voor de komende dagen weer.
  2. Selecteer een dag.
    De gedetailleerde voorspelling voor die dag wordt weergegeven.

Het weer in de buurt van een andere stad bekijken

  1. Selecteer Apps > Weather (Weer) > Current Location (Huidige locatie).
  2. Selecteer een optie:
    • Als u het weer voor een favoriete stad wilt bekijken, selecteert u een stad in de lijst.
    • Als u een favoriete stad wilt toevoegen, selecteert u Add City (Stad toevoegen) en voert u een stadsnaam in.

De weerradar bekijken

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met een ondersteunde telefoon waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd (Live Services, Traffic en smartphonefuncties).

  1. Selecteer Apps > Weather Radar (Weerradar).
  2. Selecteer om de radarkaart te animeren.

Weerwaarschuwingen bekijken

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met een ondersteunde telefoon waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd (Live Services, Traffic en smartphonefuncties).

waarschuwing LET OP: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.

Tijdens het reizen met uw toestel kunnen weerwaarschuwingen op de kaart worden weergegeven. U kunt ook een kaart met weerwaarschuwingen in de buurt van uw huidige locatie of in de buurt van een geselecteerde stad bekijken.

  1. Selecteer Apps > Weather (Weer).
  2. Selecteer indien nodig een stad.
  3. Selecteer > Weather Alerts (Weerwaarschuwingen).

Wegomstandigheden controleren

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met een ondersteunde telefoon waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd (Live Services, Traffic en smartphonefuncties).

U kunt de weersgerelateerde wegomstandigheden bekijken voor de wegen in uw omgeving, op uw route of in een andere stad.

  1. Selecteer Apps > Weather (Weer).
  2. Selecteer indien nodig een stad.
  3. Selecteer > Road Conditions (Wegomstandigheden).

Reisplanner

U kunt de reisplanner gebruiken om een reis te maken en op te slaan, zodat u er later naartoe kunt navigeren. Dit kan handig zijn voor het plannen van een bezorgroute, een vakantie of een roadtrip. U kunt een opgeslagen reis bewerken om deze verder aan te passen, inclusief het herschikken van locaties, het optimaliseren van de volgorde van stops, het toevoegen van voorgestelde bezienswaardigheden en het toevoegen van vormgevingspunten.

U kunt de reisplanner ook gebruiken om uw actieve route te bewerken en op te slaan.

Een reis plannen
Een reis kan vele bestemmingen omvatten en moet minstens een startlocatie en één bestemming bevatten. De startlocatie is de locatie van waaruit u van plan bent uw reis te beginnen. Als u begint met navigeren op de reis vanaf een andere locatie, geeft het toestel u de mogelijkheid om eerst naar uw startlocatie te routeren. Voor een rondreis kunnen de startlocatie en de eindbestemming hetzelfde zijn.

  1. Selecteer Apps > Trip Planner (Reisplanner) > New Trip (Nieuwe reis).
  2. Selecteer Select Start Location (Startlocatie selecteren).
  3. Kies een locatie voor uw startpunt en selecteer Select (Selecteren).
  4. Selecteer Select Destination (Bestemming selecteren).
  5. Kies een locatie voor een bestemming en selecteer Select (Selecteren).
  6. Selecteer Add Location (Locatie toevoegen) om meer locaties toe te voegen (optioneel).
  7. Nadat u alle benodigde locaties hebt toegevoegd, selecteert u Next (Volgende) > Save (Opslaan).
  8. Voer een naam in en selecteer Done (Gereed).

Locaties in een reis bewerken en opnieuw ordenen

  1. Selecteer Apps > Trip Planner (Reisplanner) > Saved Trips (Opgeslagen reizen).
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u de locatie omhoog of omlaag wilt verplaatsen, selecteert u en sleept u de locatie naar een nieuwe positie in de reis.
    • Als u een nieuwe locatie wilt toevoegen na de geselecteerde locatie, selecteert u .
    • Als u de locatie wilt verwijderen, selecteert u .

De volgorde van bestemmingen in een reis optimaliseren

Het toestel kan automatisch de volgorde van bestemmingen in uw reis optimaliseren om een kortere, efficiëntere route te creëren. De startlocatie en eindbestemming worden niet gewijzigd wanneer u de volgorde optimaliseert.
Selecteer tijdens het bewerken van een reis > Optimize Order (Volgorde optimaliseren).

Bezienswaardigheden langs uw reis ontdekken

Het toestel kan interessante of populaire bezienswaardigheden voorstellen om aan uw reis toe te voegen.

  1. Selecteer tijdens het bewerken van een reis > Suggest Attractions (Bezienswaardigheden voorstellen).
  2. Selecteer een bezienswaardigheid om meer informatie te bekijken.
  3. Selecteer Select (Selecteren) om de bezienswaardigheid aan uw reis toe te voegen.

Routeringsopties voor een reis wijzigen

U kunt aanpassen hoe het toestel de route berekent wanneer u uw reis begint.

  1. Selecteer Apps > Trip Planner (Reisplanner) > Saved Trips (Opgeslagen reizen).
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer het voertuigprofielpictogram en selecteer het voertuig dat u wilt gebruiken tijdens het navigeren op de reis (optioneel).
  4. Selecteer .
  5. Selecteer een optie:
    • Als u vormgevingspunten aan uw reis wilt toevoegen, selecteert u Shape Route (Route vormgeven) en volgt u de instructies op het scherm (Uw route vormgeven).
    • Als u de berekeningsmodus voor de reis wilt wijzigen, selecteert u Route Preference (Voorkeursroute) (De routeberekeningsmodus wijzigen).

Voordat u kunt beginnen met navigeren op een opgeslagen reis, moet het actieve voertuigprofiel op het toestel overeenkomen met het geselecteerde voertuigprofiel voor de reis (Routeringsopties voor een reis wijzigen). Als dit niet overeenkomt, vraagt het toestel u om het voertuigprofiel te wijzigen voordat u de reis kunt starten (Het voertuigprofiel wijzigen).

  1. Selecteer Apps > Trip Planner (Reisplanner) > Saved Trips (Opgeslagen reizen).
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer Go! (Start!).
  4. Selecteer de eerste locatie waarnaar u wilt navigeren en selecteer OK.

Het toestel berekent een route vanaf uw huidige locatie naar de geselecteerde locatie en leidt u vervolgens naar de resterende reisbestemmingen in volgorde.

Uw actieve route bewerken en opslaan

Als er een route actief is, kunt u de reisplanner gebruiken om uw route als een reis te bewerken en op te slaan.

  1. Selecteer Apps > Trip Planner (Reisplanner) > Saved Trips (Opgeslagen reizen) > My Active Route (Mijn actieve route).
  2. Bewerk uw route met behulp van een van de functies van de reisplanner.
    De route wordt telkens opnieuw berekend wanneer u een wijziging aanbrengt.
  3. Selecteer Save (Opslaan) om uw route op te slaan als een reis, zodat u er later opnieuw naartoe kunt navigeren (optioneel).

photoLive verkeerscamera's

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel zijn verbonden met de Garmin Drive app (Live Services, Traffic en smartphonefuncties). photoLive verkeerscamera's bieden live beelden van de verkeerssituatie op belangrijke wegen en kruispunten.
De photoLive service is niet in alle gebieden beschikbaar.

photoLive verkeerscamera's bekijken en opslaan

U kunt live beelden bekijken van verkeerscamera's in de buurt. U kunt ook verkeerscamera's opslaan voor gebieden waar u vaak reist.

  1. Selecteer Apps > photoLive.
  2. Selecteer Touch to Add (Aanraken om toe te voegen)
  3. Selecteer een weg.
  4. Selecteer een verkeerscameralocatie.
    Een voorbeeld van de live afbeelding van de camera verschijnt naast een kaart van de locatie van de camera. U kunt het afbeeldingsvoorbeeld selecteren om de afbeelding op volledig formaat te bekijken.
  5. Selecteer Save (Opslaan) om de camera op te slaan (optioneel).
    Een miniatuurvoorbeeld van de camera wordt toegevoegd aan het hoofdscherm van de photoLive app.

photoLive verkeerscamera's op de kaart bekijken

De photoLive kaarttool toont verkeerscamera's van de weg voor u.

  1. Selecteer op de kaart > photoLive.
    Het toestel toont het live beeld van de dichtstbijzijnde verkeerscamera op de weg voor u, samen met de afstand tot de camera. Wanneer u de camera passeert, laadt het toestel het live beeld van de volgende camera op de weg.
  2. Als er geen camera's voor de weg worden gevonden, selecteert u Find Cameras (Camera's zoeken) om verkeerscamera's in de buurt te bekijken of op te slaan (optioneel).

Een verkeerscamera opslaan

  1. Selecteer Apps > photoLive.
  2. Selecteer Touch to Add (Aanraken om toe te voegen).
  3. Selecteer een weg.
  4. Selecteer een kruispunt.
  5. Selecteer Save (Opslaan).

Vorige routes en bestemmingen bekijken

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de functie voor reisgeschiedenis inschakelen (Toestel- en privacyinstellingen).
U kunt uw vorige routes en plaatsen waar u bent gestopt op de kaart bekijken.
Selecteer Apps > Where I've Been (Waar ik geweest ben).

Instellingen

Kaart- en voertuiginstellingen

Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig).

Vehicle (Voertuig): Hiermee stelt u het voertuigpictogram in dat uw positie op de kaart aangeeft.

Driving Map View (Kaartweergave tijdens het rijden): Hiermee stelt u het perspectief op de kaart in.

Map Detail (Kaartdetails): Hiermee stelt u het detailniveau op de kaart in. Meer details kunnen ervoor zorgen dat de kaart langzamer wordt getekend.

Map Theme (Kaartthema): Hiermee wijzigt u de kleur van de kaartgegevens.

Map Layers (Kaartlagen): Hiermee stelt u de gegevens in die op de kaartpagina worden weergegeven (De kaartlagen aanpassen).

Auto Zoom (Automatisch zoomen): Selecteert automatisch het zoomniveau voor optimaal gebruik van uw kaart. Wanneer deze functie is uitgeschakeld, moet u handmatig in- of uitzoomen.

myMaps: Hiermee stelt u in welke geïnstalleerde kaarten het toestel gebruikt.

Kaarten inschakelen

U kunt kaartproducten inschakelen die op uw toestel zijn geïnstalleerd.

informatie TIP: Ga naar http://buy.garmin.com om extra kaartproducten aan te schaffen.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Map & Vehicle (Kaart en voertuig) > myMaps.
  2. Selecteer een kaart.

Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie).

Route Preview (Voorbeeldroute): Toont een voorbeeld van de belangrijkste wegen in uw route wanneer u met de navigatie begint.

Calculation Mode (Berekeningsmodus): Hiermee stelt u de methode voor routeberekening in.

Avoidances (Vermijdingen): Hiermee stelt u in welke wegkenmerken op een route moeten worden vermeden.

Custom Avoidances (Aangepaste vermijdingen): Hiermee kunt u specifieke wegen of gebieden vermijden.

Toll Roads (Tolwegen): Hiermee stelt u voorkeuren in voor het vermijden van tolwegen.

Tolls and Fees (Tol en kosten): Hiermee stelt u voorkeuren in voor het vermijden van tolwegen en tolstickers.

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.

Environmental Zones (Milieuzones): Hiermee stelt u de vermijdingsvoorkeuren in voor gebieden met milieu- of emissiebeperkingen die van toepassing kunnen zijn op uw voertuig.

Restricted Mode (Beperkte modus): Schakelt alle functies uit die veel aandacht van de bestuurder vereisen.

GPS Simulator (GPS-simulator): Zorgt ervoor dat het toestel geen GPS-signaal ontvangt en bespaart batterijvermogen.

Instellingen berekeningsmodus

Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > Calculation Mode (Berekeningsmodus).

De routeberekening is gebaseerd op wegsnelheden en gegevens over voertuigacceleratie voor een bepaalde route.

Faster Time (Snellere tijd): Berekent routes die sneller te rijden zijn, maar langer kunnen zijn qua afstand.

Shorter Distance (Kortere afstand): Berekent routes die korter zijn qua afstand, maar meer tijd in beslag kunnen nemen om te rijden.

Off Road (Offroad): Berekent een rechte lijn van uw locatie naar uw bestemming.

Een gesimuleerde locatie instellen

Als u zich binnenshuis bevindt of geen satellietontvangst hebt, kunt u de GPS-simulator gebruiken om routes te plannen vanaf een gesimuleerde locatie.

  1. Selecteer Settings (Instellingen) > Navigation (Navigatie) > GPS Simulator (GPS-simulator).
  2. Selecteer View Map (Kaart weergeven) in het hoofdmenu.
  3. Tik twee keer op de kaart om een gebied te selecteren.
    Het adres van de locatie wordt onder aan het scherm weergegeven.
  4. Selecteer de locatiebeschrijving.
  5. Selecteer Set Location (Locatie instellen).

Instellingen draadloos netwerk

Met de instellingen voor draadloze netwerken kunt u Wi‑Fi®-netwerken, gekoppelde Bluetooth-toestellen en Bluetooth-functies beheren.

Selecteer Settings (Instellingen) > Wireless Networks (Draadloze netwerken).

Bluetooth: Schakelt draadloze Bluetooth-technologie in.

Paired Device Name (Naam gekoppeld toestel): De namen van gekoppelde Bluetooth-toestellen worden in het menu weergegeven. U kunt een toestelnaam selecteren om de Bluetooth-functie-instellingen voor dat toestel te wijzigen.

Search for Devices (Zoeken naar toestellen): Zoekt naar Bluetooth-toestellen in de buurt.

Friendly Name (Naam): Hiermee kunt u een naam invoeren die uw toestel identificeert op andere toestellen met draadloze Bluetooth-technologie.

Wi-Fi: Schakelt de Wi‑Fi-radio in.

Saved Networks (Opgeslagen netwerken): Hiermee kunt u opgeslagen netwerken bewerken of verwijderen.

Search for Networks (Zoeken naar netwerken): Zoekt naar Wi‑Fi-netwerken in de buurt (Verbinding maken met een Wi‑Fi-netwerk).

Instellingen voor rijassistentie

Selecteer Settings (Instellingen) > Driver Assistance (Rijassistentie).

Driver Alerts (Waarschuwingen voor de bestuurder): Hiermee kunt u waarschuwingen voor naderende zones of wegomstandigheden in- of uitschakelen (Functies en waarschuwingen voor veiligheid onderweg).

Speeding Alert (Snelheidswaarschuwing): Waarschuwt u wanneer u de maximumsnelheid overschrijdt.

Break Planning (Pauzeplanning): Herinnert u eraan een pauze te nemen en toont aankomende voorzieningen nadat u een langere tijd hebt gereden. U kunt pauzeherinneringen en suggesties voor aankomende voorzieningen in- of uitschakelen.

Proximity Alerts (Naderingswaarschuwingen): Waarschuwt u wanneer u flitspalen of roodlichtcamera's nadert.

Instellingen voor naderingswaarschuwingen

waarschuwing OPMERKING: U moet aangepaste nuttige punten (POI's) hebben geladen om naderingspuntwaarschuwingen te kunnen weergeven.

waarschuwing OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.

Selecteer Settings (Instellingen) > Driver Assistance (Rijassistentie) > Proximity Alerts (Naderingswaarschuwingen).

Audio: Hiermee stelt u de stijl van het geluidssignaal in dat wordt afgespeeld wanneer u naderingspunten nadert.
Alerts (Waarschuwingen): Hiermee stelt u het type naderingspunten in waarvoor waarschuwingen worden afgespeeld.

Weergave-instellingen

Selecteer Settings (Instellingen) > Display (Weergave).

Color Mode (Kleurmodus): Hiermee kunt u de kleurmodus voor dag of nacht selecteren. Als u de optie Auto selecteert, schakelt het toestel automatisch over naar dag- of nachtkleuren, afhankelijk van het tijdstip.

Brightness (Helderheid): Hiermee kunt u de helderheid van het scherm aanpassen.

Display Timeout (Time-out weergave): Hiermee kunt u de hoeveelheid inactiviteit instellen voordat uw toestel in de slaapstand gaat bij gebruik van batterijvoeding.

Screenshot (Schermafbeelding): Hiermee kunt u een foto van het scherm van het toestel maken. Schermafbeeldingen worden opgeslagen in de map Screenshot in de opslag van het toestel.

Verkeersinstellingen

Selecteer in het hoofdmenu Settings (Instellingen) > Traffic (Verkeer).

Traffic (Verkeer): Schakelt verkeersinformatie in.

Current Provider (Huidige provider): Hiermee stelt u de verkeersinformatieprovider in die moet worden gebruikt voor verkeersgegevens. De optie Auto selecteert automatisch de beste beschikbare verkeersgegevens.

Subscriptions (Abonnementen): Geeft een overzicht van de huidige verkeersabonnementen.

Optimize Route (Route optimaliseren): Hiermee kan het toestel automatisch of op verzoek geoptimaliseerde alternatieve routes gebruiken (Verkeersvertragingen op uw route vermijden).

Traffic Alerts (Verkeerswaarschuwingen): Hiermee stelt u de ernst van de verkeersvertraging in waarvoor het toestel een verkeerswaarschuwing weergeeft.

Instellingen voor eenheden en tijd

Als u de pagina met instellingen voor eenheden en tijd wilt openen, selecteert u in het hoofdmenu Settings (Instellingen) > Units & Time (Eenheden en tijd).

Current Time (Huidige tijd): Stelt de tijd van het toestel in.

Time Format (Tijdnotatie): Hiermee kunt u een weergavetijd van 12 uur, 24 uur of UTC selecteren.

Units (Eenheden): Stelt de maateenheid in die voor afstanden wordt gebruikt.

Position Format (Positie-indeling): Hiermee stelt u de coördinaatindeling en het datum in die worden gebruikt voor geografische coördinaten.

De tijd instellen

  1. Selecteer de tijd in het hoofdmenu.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u de tijd automatisch wilt instellen aan de hand van GPS-informatie, selecteert u Automatic (Automatisch).
    • Als u de tijd handmatig wilt instellen, sleept u de getallen omhoog of omlaag.

Taal- en toetsenbordinstellingen

Als u de taal- en toetsenbordinstellingen wilt openen, selecteert u in het hoofdmenu Settings (Instellingen) > Language & Keyboard (Taal en toetsenbord).

Voice Language (Spreektaal): Stelt de taal in voor gesproken aanwijzingen.

Text Language (Teksttaal): Stelt alle tekst op het scherm in op de geselecteerde taal.

waarschuwing OPMERKING: Het wijzigen van de teksttaal wijzigt niet de taal van door de gebruiker ingevoerde gegevens of kaartgegevens, zoals straatnamen.

Keyboard Language (Toetsenbordtaal): Schakelt toetsenbordtalen in.

Instellingen voor toestel en privacy

Selecteer Settings (Instellingen) > Device (Toestel).

About (Over): Toont het versienummer van de software, het ID-nummer van het toestel en informatie over diverse andere softwarefuncties.

Regulatory (Wettelijk): Toont wettelijke markeringen en informatie.

EULAs: Toont de licentieovereenkomsten voor eindgebruikers.

waarschuwing OPMERKING: U hebt deze informatie nodig wanneer u de systeemsoftware bijwerkt of extra kaartgegevens aanschaft.

Device Data Reporting (Rapportage toestelgegevens): Deelt anonieme gegevens om het toestel te verbeteren.

Travel History (Reisgeschiedenis): Hiermee kan het toestel een overzicht opslaan van de plaatsen die u bezoekt. Zo kunt u het reislogboek bekijken, de functie 'Waar ben ik geweest' gebruiken en myTrends-routesuggesties gebruiken.

Reset: Hiermee kunt u uw reisgeschiedenis wissen, instellingen opnieuw instellen of alle gebruikersgegevens verwijderen.

Instellingen herstellen

U kunt een categorie instellingen of alle instellingen herstellen naar de standaard fabrieksinstellingen.

  1. Selecteer Settings (Instellingen).
  2. Selecteer indien nodig een instellingencategorie.
  3. Selecteer > Restore (Herstellen).

Toestelinformatie

E-label, wettelijke en nalevingsinformatie weergeven

  1. Veeg in het instellingenmenu naar de onderkant van het menu.
  2. Selecteer Device (Toestel) > Regulatory (Wettelijk).

Specificaties

Bedrijfstemperatuurbereik Van -20 °C tot 55 °C (van -4 °F tot 131 °F)
Laadtemperatuurbereik Van 0 °C tot 45 °C (van 32 °F tot 113 °F)
Radiofrequentie/-protocol 2,4 GHz bij 13 dBm
Stroomtoevoer Voertuigvoeding via de meegeleverde voedingskabel voor voertuigen. Netstroom via een optioneel accessoire (alleen voor thuis- en kantoorgebruik).
Batterijtype Oplaadbare lithium-ion

Het toestel opladen

waarschuwing OPMERKING: Dit product van klasse III moet worden gevoed door een LPS-voeding.

U kunt de batterij in het toestel opladen met behulp van een van deze methoden.

  • Sluit het toestel aan op de voedingsbron van het voertuig.
  • Sluit het toestel aan op een optionele stroomadapter, zoals een wandstroomadapter.

U kunt een goedgekeurde Garmin AC-DC-adapter voor thuis- of kantoorgebruik aanschaffen bij een Garmin dealer of op www.garmin.com. Het toestel wordt mogelijk langzaam opgeladen wanneer het is aangesloten op een adapter van een andere fabrikant.

Apparaatonderhoud

Kaart- en software-updates

Voor de beste navigatie-ervaring moet u de kaarten en software op uw toestel up-to-date houden.

Kaartupdates bieden de meest recente beschikbare wijzigingen aan wegen en locaties in de kaarten die door uw toestel worden gebruikt.

Als u de kaarten up-to-date houdt, kan uw toestel recent toegevoegde locaties vinden en nauwkeurigere routes berekenen. Kaartupdates zijn groot en het kan enkele uren duren voordat ze zijn voltooid.

Software-updates bieden wijzigingen en verbeteringen aan de functies en de werking van het toestel. Software-updates zijn klein en het duurt enkele minuten voordat ze zijn voltooid. U kunt uw toestel op twee manieren bijwerken.

  • U kunt het toestel met een Wi‑Fi-netwerk verbinden om het direct op het toestel bij te werken (aanbevolen). Met deze optie kunt u uw toestel eenvoudig bijwerken zonder het op een computer aan te sluiten.
  • U kunt het toestel met een computer verbinden en het bijwerken met de Garmin Express applicatie (garmin.com/express).

Verbinding maken met een Wi‑Fi-netwerk

Wanneer u het toestel voor het eerst inschakelt, wordt u gevraagd om verbinding te maken met een Wi‑Fi-netwerk en uw toestel te registreren. U kunt ook verbinding maken met een Wi‑Fi-netwerk via het instellingenmenu.

  1. Selecteer Instellingen > Draadloze netwerken.
  2. Selecteer zo nodig Wi-Fi om Wi‑Fi-technologie in te schakelen.
  3. Selecteer Zoeken naar netwerken.
    Het toestel geeft een lijst met Wi‑Fi-netwerken in de buurt weer.
  4. Selecteer een netwerk.
  5. Voer indien nodig het wachtwoord voor het netwerk in en selecteer Gereed.

Het toestel maakt verbinding met het netwerk en het netwerk wordt toegevoegd aan de lijst met opgeslagen netwerken. Het toestel maakt automatisch opnieuw verbinding met dit netwerk wanneer het binnen bereik is.

Kaarten en software bijwerken via een Wi‑Fi-netwerk

waarschuwing LET OP
Voor kaart- en software-updates moeten mogelijk grote bestanden worden gedownload. Er gelden normale datalimieten of kosten van uw internetprovider. Neem contact op met uw internetprovider voor meer informatie over datalimieten of kosten.

U kunt de kaarten en software bijwerken door uw toestel te verbinden met een Wi‑Fi-netwerk dat toegang tot internet biedt. Zo kunt u uw toestel up-to-date houden zonder het op een computer aan te sluiten.

  1. Verbind het toestel met een Wi‑Fi-netwerk (Verbinding maken met een Wi‑Fi-netwerk).
    Wanneer het toestel met een Wi‑Fi-netwerk is verbonden, controleert het op beschikbare updates. Als er een update beschikbaar is, wordt weergegeven op het pictogram Instellingen in het hoofdmenu.
  2. Selecteer Instellingen > Updates.
    Het toestel controleert op beschikbare updates. Wanneer een update beschikbaar is, wordt Update beschikbaar weergegeven onder Kaart of Software.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u alle beschikbare updates wilt installeren, selecteert u Alles installeren.
    • Als u alleen kaartupdates wilt installeren, selecteert u Kaart > Alles installeren.
    • Als u alleen software-updates wilt installeren, selecteert u Software > Alles installeren.
  4. Lees de licentieovereenkomsten en selecteer Alles accepteren om de overeenkomsten te accepteren.
    waarschuwing OPMERKING: Als u niet akkoord gaat met de licentievoorwaarden, kunt u Afwijzen selecteren. Hiermee stopt u het updateproces. U kunt geen updates installeren totdat u de licentieovereenkomsten hebt geaccepteerd.
  5. Sluit het toestel met de meegeleverde USB-kabel aan op een externe voedingsbron en selecteer Doorgaan (Het toestel opladen,).
    Voor de beste resultaten wordt een USB-wandlader aanbevolen die minimaal 1 A levert. Veel USB-voedingsadapters voor smartphones, tablets of draagbare media-apparaten zijn mogelijk compatibel.
  6. Houd het toestel aangesloten op een externe voedingsbron en binnen het bereik van het Wi‑Fi-netwerk totdat het updateproces is voltooid.

informatie TIP: Als een kaartupdate wordt onderbroken of geannuleerd voordat deze is voltooid, kunnen er kaartgegevens op uw toestel ontbreken. Om ontbrekende kaartgegevens te herstellen, moet u de kaarten opnieuw bijwerken met Wi‑Fi of Garmin Express.

Kaarten en software bijwerken met Garmin Express

U kunt de Garmin Express applicatie gebruiken om de nieuwste kaart- en software-updates voor uw toestel te downloaden en installeren.

  1. Als u de Garmin Express applicatie niet op uw computer hebt geïnstalleerd, gaat u naar garmin.com/express en volgt u de instructies op het scherm om deze te installeren (Garmin Express installeren).
  2. Open de Garmin Express applicatie.
  3. Sluit uw toestel met een mini-USB-kabel aan op uw computer.
    Het kleine uiteinde van de kabel wordt aangesloten op de mini-USB-poort op uw Garmin toestel en het grote uiteinde op een beschikbare USB-poort op uw computer.
    Kaarten/software bijwerken met Garmin Express - Stap 1
  1. Als uw Garmin toestel u vraagt om de modus voor bestandsoverdracht in te schakelen, selecteert u Doorgaan.
  2. Klik in de Garmin Express applicatie op Toestel toevoegen.
    De Garmin Express applicatie zoekt naar uw toestel en geeft de naam en het serienummer van het toestel weer.
  3. Klik op Toestel toevoegen en volg de instructies op het scherm om uw toestel toe te voegen aan de Garmin Express applicatie.
    Wanneer de installatie is voltooid, geeft de Garmin Express applicatie de beschikbare updates voor uw toestel weer.
    Kaarten/software bijwerken met Garmin Express - Stap 2
  4. Selecteer een optie:
    • Als u alle beschikbare updates wilt installeren, klikt u op Alles installeren.
    • Als u een specifieke update wilt installeren, klikt u op Details weergeven en klikt u op Installeren naast de gewenste update.
      De Garmin Express applicatie downloadt en installeert de updates op uw toestel. Kaartupdates zijn erg groot en dit proces kan lang duren bij een langzame internetverbinding.
      waarschuwing OPMERKING: Als een kaartupdate te groot is voor het interne geheugen van het toestel, kan de software u vragen een microSD®-kaart in uw toestel te plaatsen om geheugenruimte toe te voegen (Een geheugenkaart installeren voor kaarten en gegevens).
  5. Volg de instructies op het scherm tijdens het updateproces om de installatie van de updates te voltooien.
    Tijdens het updateproces kan de Garmin Express applicatie u bijvoorbeeld vragen om uw toestel los te koppelen en opnieuw aan te sluiten.

Garmin Express installeren

De Garmin Express applicatie is beschikbaar voor Windows®- en Mac®-computers.

  1. Ga op uw computer naar garmin.com/express.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u de systeemvereisten wilt bekijken en wilt controleren of de Garmin Express applicatie compatibel is met uw computer, selecteert u Systeemvereisten.
    • Als u de applicatie wilt installeren op een Windows-computer, selecteert u Download voor Windows.
    • Als u de applicatie wilt installeren op een Mac-computer, selecteert u Download voor Mac.
  3. Open het gedownloade bestand en volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.

Apparaatonderhoud

waarschuwing LET OP

  • Laat uw toestel niet vallen.
  • Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit permanente schade kan veroorzaken.
  • Gebruik nooit een hard of scherp voorwerp om het touchscreen te bedienen, anders kan er schade ontstaan.
  • Stel het toestel niet bloot aan water.

De buitenkant reinigen

waarschuwing LET OP
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen of oplosmiddelen die plastic onderdelen kunnen beschadigen.

  1. Reinig de buitenkant van het toestel (niet het touchscreen) met een doek die is bevochtigd met een milde zeepoplossing.
  2. Veeg het toestel droog.

Het touchscreen reinigen

  1. Gebruik een zachte, schone, pluisvrije doek.
  2. Bevochtig de doek indien nodig licht met water.
  3. Als u een bevochtigde doek gebruikt, schakelt u het toestel uit en koppelt u het los van de stroomvoorziening.
  4. Veeg voorzichtig over het scherm met de doek.

Diefstal voorkomen

  • Verwijder het toestel en de steun uit het zicht wanneer u ze niet gebruikt.
  • Verwijder de resten die de zuignap op de voorruit achterlaat.
  • Bewaar uw toestel niet in het dashboardkastje.
  • Registreer uw toestel met de Garmin Express software (garmin.com/express).

Het toestel opnieuw opstarten

U kunt uw toestel opnieuw opstarten als het niet meer functioneert.
Houd de aan/uit-knop 12 seconden ingedrukt.

Het toestel, de steun en de zuignap verwijderen

Het toestel uit de steun verwijderen

  • Druk op het ontgrendelingslipje of de knop op de steun.
  • Kantel de onderkant van het toestel omhoog en til het toestel uit de steun.

De steun van de zuignap verwijderen

  1. Draai de toestelsteun naar rechts of links.
  2. Oefen druk uit totdat de aansluiting op de steun de kogel op de zuignap loslaat.

De zuignap van de voorruit verwijderen

  1. Klap de hendel op de zuignap naar u toe.
  2. Trek het lipje op de zuignap naar u toe.

De zekering in de voedingskabel van het voertuig vervangen

waarschuwing LET OP
Wanneer u de zekering vervangt, zorg er dan voor dat u geen kleine onderdelen kwijtraakt en dat u ze in de juiste positie terugplaatst. De voedingskabel van het voertuig werkt alleen als deze correct is gemonteerd.

Als uw toestel niet oplaadt in uw voertuig, moet u mogelijk de zekering vervangen die zich aan de punt van de voertuigadapter bevindt.

  1. Draai het eindstuk linksom om het te ontgrendelen.
    De zekering in de voedingskabel van het voertuig vervangen
    informatie TIP: Mogelijk hebt u een munt nodig om het eindstuk te verwijderen.
  2. Verwijder het eindstuk, de zilveren punt , en de zekering .
  3. Plaats een nieuwe snelle zekering met dezelfde stroomsterkte, zoals 1 A of 2 A.
  4. Plaats de zilveren punt in het eindstuk.
  5. Duw het eindstuk naar binnen en draai het met de klok mee om het weer vast te zetten in de voedingskabel van het voertuig .

Probleemoplossing

De zuignap blijft niet op mijn voorruit zitten

  1. Maak de zuignap en de voorruit schoon met alcohol.
  2. Droog met een schone, droge doek.
  3. Bevestig de zuignap (Het Garmin-toestel in uw voertuig bevestigen en van stroom voorzien).

Mijn toestel ontvangt geen satellietsignalen

  • Controleer of de GPS-simulator is uitgeschakeld (Navigatie-instellingen).
  • Haal uw toestel uit parkeergarages en uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.
  • Blijf enkele minuten stilstaan.

Het toestel wordt niet opgeladen in mijn voertuig

  • Controleer de zekering in de voedingskabel van het voertuig (De zekering in de voedingskabel van het voertuig vervangen).
  • Controleer of het voertuig is ingeschakeld en stroom levert aan het stopcontact.
  • Controleer of de binnentemperatuur van het voertuig binnen het laadtemperatuurbereik ligt dat in de specificaties wordt aangegeven.
  • Controleer of de zekering in het stopcontact van het voertuig niet kapot is.

Mijn batterij blijft niet lang opgeladen

  • Verlaag de helderheid van het scherm (Scherminstellingen).
  • Verkort de time-out van het scherm (Scherminstellingen).
  • Verlaag het volume (Het volume aanpassen).
  • Schakel de Wi-Fi-radio uit wanneer deze niet wordt gebruikt (Instellingen voor draadloos netwerk).
  • Zet het toestel in de energiebesparingsmodus wanneer het niet wordt gebruikt (Het toestel in- of uitschakelen).
  • Houd uw toestel uit de buurt van extreme temperaturen.
  • Laat uw toestel niet in direct zonlicht liggen.

Mijn toestel maakt geen verbinding met mijn telefoon

  • Selecteer Settings (Instellingen) > Wireless Networks (Draadloze netwerken).
    De Bluetooth-optie moet zijn ingeschakeld.
  • Schakel draadloze Bluetooth-technologie in op uw telefoon en houd uw telefoon binnen een afstand van 10 m (33 ft.) van het toestel.
  • Controleer of uw telefoon compatibel is.
    Ga naar www.garmin.com/bluetooth voor meer informatie.
  • Voltooi het koppelingsproces opnieuw.
    Als u het koppelingsproces wilt herhalen, moet u de koppeling tussen uw telefoon en het toestel verbreken (Een gekoppelde telefoon verwijderen) en het koppelingsproces voltooien (Live services, verkeersinformatie en smartphonefuncties).

Een geheugenkaart installeren voor kaarten en gegevens

U kunt een geheugenkaart installeren om de opslagruimte voor kaarten en andere gegevens op uw toestel te vergroten. U kunt geheugenkaarten kopen bij een leverancier van elektronica of naar www.garmin.com/maps gaan om een geheugenkaart te kopen met vooraf geladen Garmin-kaartensoftware. Het toestel ondersteunt microSD-geheugenkaarten van 4 tot 256 GB.

  1. Zoek de geheugenkaartsleuf voor kaarten en gegevens op uw toestel (Garmin® Toestel overzicht).
  2. Plaats een geheugenkaart in de sleuf.
  3. Druk de kaart erin totdat deze vastklikt.

Gegevensbeheer

U kunt bestanden opslaan op uw toestel. Het toestel heeft een geheugenkaartsleuf voor extra gegevensopslag.

waarschuwing OPMERKING: Het toestel is compatibel met Windows 7 en nieuwer, en Mac OS 10.4 en nieuwer.

Over geheugenkaarten

U kunt geheugenkaarten kopen bij een leverancier van elektronica of voorgeladen Garmin-kaartensoftware kopen (www.garmin.com). Geheugenkaarten kunnen worden gebruikt om bestanden zoals kaarten en aangepaste nuttige punten op te slaan.

Het toestel aansluiten op uw computer

U kunt het toestel met een USB-kabel op uw computer aansluiten.

  1. Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de poort op het toestel.
  2. Sluit het grotere uiteinde van de USB-kabel aan op een poort op uw computer.
  3. Wanneer uw Garmin-toestel u vraagt de modus voor bestandsoverdracht te activeren, selecteert u Continue (Doorgaan).

Er wordt een afbeelding van uw toestel dat is verbonden met een computer op het scherm van het toestel weergegeven.
Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer, wordt het toestel weergegeven als een draagbaar toestel, een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume.

Gegevens overzetten vanaf uw computer

  1. Sluit het toestel aan op uw computer (Het toestel aansluiten op uw computer).
    Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer, wordt het toestel weergegeven als een draagbaar toestel, een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume.
  2. Open de bestandsbrowser op uw computer.
  3. Selecteer een bestand.
  4. Selecteer Edit (Bewerken) > Copy (Kopiëren).
  5. Blader naar een map op het toestel.
    waarschuwing OPMERKING: Voor een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume moet u geen bestanden in de map Garmin plaatsen.
  6. Selecteer Edit (Bewerken) > Paste (Plakken).

De USB-kabel loskoppelen

Als uw toestel met uw computer is verbonden als een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume, moet u uw toestel veilig loskoppelen van uw computer om gegevensverlies te voorkomen. Als uw toestel met uw Windows-computer is verbonden als een draagbaar toestel, is het niet nodig om het toestel veilig los te koppelen.

  1. Voer een actie uit:
    • Voor Windows-computers selecteert u het pictogram Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en selecteert u uw toestel.
    • Voor Apple®-computers selecteert u het toestel en selecteert u File (Bestand) > Eject (Verwijderen).
  2. Koppel de kabel los van uw computer.

GPS-signaalstatus weergeven

Houd drie seconden ingedrukt.

Aanvullende kaarten aanschaffen

  1. Ga naar de productpagina van uw toestel op garmin.com.
  2. Klik op het tabblad Maps (Kaarten).
  3. Volg de instructies op het scherm.

Accessoires aanschaffen

Ga naar garmin.com/accessories.

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Garmin CAMPER 780, RV 780, Avtex TOURER TWO Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave