Garmin DRIVE 52 Handleiding

Inhoud

Aan de slag


Raadpleeg de handleiding Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.

  • Werk de kaarten en software op uw toestel bij.
  • Bevestig het toestel in uw voertuig en sluit het aan op een voedingsbron.
  • Verwerf GPS-signalen.
  • Pas het volume en de helderheid van het scherm aan.
  • Navigeer naar uw bestemming.

Overzicht van het Garmin Drive 52 toestel

  1. Aan/uit-knop
  2. USB-poort voor voeding en gegevens
  3. Kaart- en gegevensgeheugenkaartsleuf

Het Garmin Drive toestel in uw voertuig bevestigen en van stroom voorzien


Dit product bevat een lithium-ionbatterij. Om de mogelijkheid van persoonlijk letsel of schade aan het product als gevolg van blootstelling van de batterij aan extreme hitte te voorkomen, dient u het toestel buiten direct zonlicht op te bergen.
Voordat u uw toestel op de batterij gebruikt, moet u deze opladen.

  1. Steek de voedingskabel voor het voertuig in de USB-poort op het toestel.
  2. Druk de steun op de zuignap totdat deze vastklikt.
  3. Druk de zuignap tegen de voorruit en klap de hendel terug naar de voorruit.
  4. Plaats het lipje aan de bovenkant van de steun in de sleuf aan de achterkant van het toestel.
  5. Druk de onderkant van de steun in het toestel totdat deze vastklikt.
  6. Steek het andere uiteinde van de voedingskabel voor het voertuig in een stopcontact in uw voertuig.

Het toestel in- of uitschakelen

  • Om het toestel in te schakelen, drukt u op de aan/uit-knop of sluit u het toestel aan op een voedingsbron.
  • Om het toestel in de energiebesparingsmodus te zetten, drukt u op de aan/uit-knop terwijl het toestel is ingeschakeld. In de energiebesparingsmodus is het scherm uitgeschakeld en gebruikt het toestel zeer weinig stroom, maar kan het direct worden ingeschakeld voor gebruik.
    TIP: U kunt uw toestel sneller opladen door het in de energiebesparingsmodus te zetten tijdens het opladen van de batterij.
  • Om het toestel volledig uit te schakelen, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat een melding op het scherm wordt weergegeven en selecteert u Uitschakelen.
    De melding wordt na vijf seconden weergegeven. Als u de aan/uit-knop loslaat voordat de melding wordt weergegeven, schakelt het toestel over naar de energiebesparingsmodus.

GPS-signalen ontvangen

Wanneer u uw navigatietoestel inschakelt, moet de GPS-ontvanger satellietgegevens verzamelen en de huidige locatie bepalen. De tijd die nodig is om satellietsignalen te ontvangen, is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de afstand tot de locatie waar u uw navigatietoestel het laatst hebt gebruikt, of u vrij zicht op de hemel hebt en hoe lang geleden u uw navigatietoestel het laatst hebt gebruikt. De eerste keer dat u uw navigatietoestel inschakelt, kan het enkele minuten duren voordat het satellietsignalen heeft ontvangen.

  1. Schakel het toestel in.
  2. Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
  3. Ga indien nodig naar een open ruimte, uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.

in de statusbalk geeft de sterkte van het satellietsignaal aan. Wanneer minstens de helft van de balken is gevuld, is het toestel klaar voor navigatie.

Pictogrammen op de statusbalk
De statusbalk bevindt zich boven aan het hoofdmenu. De pictogrammen op de statusbalk geven informatie weer over functies op het toestel. U kunt bepaalde pictogrammen selecteren om instellingen te wijzigen of aanvullende informatie te bekijken.

GPS-signaalstatus. Houd vast om de GPS-nauwkeurigheid en verworven satellietinformatie te bekijken (zie "GPS-signaalstatus weergeven").
Huidige tijd. Selecteer om de tijd in te stellen (zie "De tijd instellen").
Batterijlading.

De knoppen op het scherm gebruiken

Met de knoppen op het scherm kunt u door de pagina's, menu's en menu-opties op uw toestel navigeren.

  • Selecteer om terug te keren naar het vorige menuscherm.
  • Houd vast om snel terug te keren naar het hoofdmenu.
  • Selecteer of om door lijsten of menu's te bladeren.
  • Houd of vast om sneller te bladeren.
  • Selecteer om een contextafhankelijk menu met opties voor het huidige scherm te bekijken.

Het volume aanpassen

  1. Selecteer Volume.
  2. Selecteer een optie:
    • Gebruik de schuifbalk om het volume aan te passen.
    • Selecteer om het geluid van het toestel uit te schakelen.
    • Selecteer voor extra opties.

De helderheid van het scherm aanpassen

  1. Selecteer Instellingen > Scherm > Helderheid.
  2. Gebruik de schuifbalk om de helderheid aan te passen.

Functies en waarschuwingen voor bestuurdersalertheid


De bestuurderswaarschuwingen en de functies voor de maximumsnelheid dienen uitsluitend ter informatie en vervangen niet uw verantwoordelijkheid om alle aangegeven maximumsnelheden na te leven en te allen tijde veilig te rijden. Garmin® is niet verantwoordelijk voor eventuele verkeersboetes of -overtredingen die u ontvangt omdat u zich niet aan alle geldende verkeerswetten en -borden hebt gehouden.
Uw toestel biedt functies die kunnen helpen om veiliger te rijden en de efficiëntie te verhogen, zelfs wanneer u in een bekend gebied rijdt. Het toestel speelt een hoorbare toon of een bericht af en geeft informatie weer voor elke waarschuwing. U kunt de hoorbare toon voor bepaalde soorten bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen. Niet alle waarschuwingen zijn in alle gebieden beschikbaar.
Scholen: Het toestel speelt een toon af en geeft de afstand tot en de maximumsnelheid (indien beschikbaar) voor een naderende school of schoolzone weer.
Verlaging van de maximumsnelheid: Het toestel speelt een toon af en geeft de naderende verlaagde maximumsnelheid weer, zodat u zich kunt voorbereiden om uw snelheid te verminderen.
Maximumsnelheid overschreden: Het toestel speelt een toon af en geeft een rode rand weer op het pictogram voor de maximumsnelheid wanneer u de aangegeven maximumsnelheid voor de huidige weg overschrijdt.
Wijziging van de maximumsnelheid: Het toestel speelt een toon af en geeft de naderende maximumsnelheid weer, zodat u zich kunt voorbereiden om uw snelheid aan te passen.
Verkeerde richting op eenrichtingsweg: Het toestel speelt een bericht af en geeft een waarschuwing op het volledige scherm weer als u de verkeerde richting op een eenrichtingsweg rijdt. De randen van het scherm worden rood weergegeven en er blijft een waarschuwing boven aan het scherm staan totdat u de eenrichtingsweg verlaat of uw rijrichting corrigeert.
Spoorwegovergang: Het toestel speelt een toon af en geeft de afstand tot een naderende spoorwegovergang weer.
Overstekende dieren: Het toestel speelt een toon af en geeft de afstand tot een gebied waar dieren kunnen oversteken weer.
Bocht: Het toestel speelt een toon af en geeft de afstand tot een bocht in de weg weer.
Langzamer verkeer: Het toestel speelt een toon af en geeft de afstand tot langzamer verkeer weer wanneer u langzamer verkeer nadert met een hogere snelheid. Uw toestel moet verkeersinformatie ontvangen om deze functie te kunnen gebruiken (zie "Verkeer").
Vermoeidheidswaarschuwing: Het toestel speelt een toon af en suggereert naderende rustplaatsen nadat u langer dan twee uur zonder stoppen hebt gereden.

Hoorbare bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen

U kunt de hoorbare toon voor bepaalde soorten bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen. De visuele waarschuwing wordt weergegeven, zelfs als de toon is uitgeschakeld.

  1. Selecteer Instellingen > Rijhulpen > Bestuurderswaarschuwingen.
  2. Schakel het selectievakje naast elke waarschuwing in of uit.

Roodlicht- en flitspalen

LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van of de gevolgen van het gebruik van een database met roodlicht- of flitspalen.
OPMERKING: Deze functie is niet voor alle regio's of productmodellen beschikbaar.
Informatie over de locaties van roodlicht- en flitspalen is in sommige gebieden beschikbaar voor sommige productmodellen. Het toestel waarschuwt u wanneer u een gemelde flits- of roodlichtcamera nadert.

  • Om een bijgewerkte database met locaties van roodlicht- en flitspalen te onderhouden, moet uw toestel een actief abonnement hebben om veiligheidscameragegevens te downloaden en op te slaan. Ga naar garmin.com/speedcameras om de beschikbaarheid en compatibiliteit te controleren of om een abonnement of eenmalige update aan te schaffen. U kunt op elk gewenst moment een nieuwe regio aanschaffen of een bestaand abonnement verlengen.
    OPMERKING: In sommige regio's bevatten sommige productbundels vooraf geladen roodlicht- en flitspaalgegevens met abonnementsvrije updates.
  • U kunt de Garmin Express software (garmin.com/express) gebruiken om de cameradatabase die op uw toestel is opgeslagen bij te werken. U dient uw toestel regelmatig bij te werken om de meest actuele cameragegevens te ontvangen.

Locaties zoeken en opslaan

De kaarten die op uw toestel zijn geladen, bevatten locaties, zoals restaurants, hotels, autoservices en gedetailleerde straatinformatie. Het menu Waarheen? helpt u uw bestemming te vinden door middel van verschillende methoden om deze informatie te bekijken, zoeken en opslaan.
Selecteer in het hoofdmenu Waarheen?.

  • Selecteer Zoeken om snel alle locaties op uw toestel te zoeken (zie "Een locatie zoeken met de zoekbalk").
  • Selecteer Adres om een adres te zoeken (zie "Een adres zoeken").
  • Selecteer Categorieën om vooraf geladen nuttige punten te zoeken of te bekijken (zie "Een locatie zoeken op categorie").
  • Selecteer naast het huidige zoekgebied om in een andere stad of gebied te zoeken (zie "Het zoekgebied wijzigen").
  • Selecteer Opgeslagen om uw opgeslagen locaties te bekijken en te bewerken (zie "Locaties opslaan").
  • Selecteer Recent om locaties weer te geven die u onlangs hebt geselecteerd in de zoekresultaten (zie "Recent gevonden locaties weergeven").
  • Selecteer Foursquare® om Foursquare® nuttige punten te bekijken, zoeken en in te checken (zie "Foursquare nuttige punten zoeken").
  • Selecteer TripAdvisor om TripAdvisor® nuttige punten en beoordelingen te bekijken en te zoeken (zie "TripAdvisor").
  • Selecteer History® om HISTORY® nuttige punten, foto's en informatie te bekijken en te zoeken (zie "HISTORY nuttige punten zoeken").
  • Selecteer National Parks om nationale parken te zoeken en parkkaarten te verkennen (zie "Nationale parken zoeken").
  • Selecteer Coördinaten om naar specifieke geografische coördinaten te navigeren (zie "Een locatie zoeken met coördinaten").

U kunt de zoekbalk gebruiken om naar locaties te zoeken door een categorie, merknaam, adres of plaatsnaam in te voeren.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer Zoeken in de zoekbalk.
  3. Voer de volledige of een deel van de zoekterm in. Voorgestelde zoektermen worden onder de zoekbalk weergegeven.
  4. Selecteer een optie:
    • Voer een categorienaam in om naar een bedrijfstype te zoeken (bijvoorbeeld "bioscopen").
    • Voer de volledige of een deel van de naam in om naar een bedrijfsnaam te zoeken.
    • Voer het huisnummer en de straatnaam in om naar een adres bij u in de buurt te zoeken.
    • Voer het huisnummer, de straatnaam, de plaats en de provincie in om naar een adres in een andere plaats te zoeken.
    • Voer de plaats en de provincie in om naar een plaats te zoeken.
    • Voer de breedte- en lengtegraadcoördinaten in om naar coördinaten te zoeken.
  5. Selecteer een optie:
    • Selecteer de term om te zoeken met een voorgestelde zoekterm.
    • Selecteer om te zoeken met de tekst die u hebt ingevoerd.
  6. Selecteer indien nodig een locatie.

Een adres zoeken

OPMERKING: De volgorde van de stappen kan variëren, afhankelijk van de kaartgegevens die op uw toestel zijn geladen.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer indien nodig om in een andere plaats of gebied te zoeken.
  3. Selecteer Adres.
  4. Volg de instructies op het scherm om adresinformatie in te voeren.
  5. Selecteer het adres.

Resultaten van het zoeken naar een locatie

Standaard worden de zoekresultaten voor locaties weergegeven in een lijst, met de dichtstbijzijnde locatie bovenaan. U kunt omlaag scrollen om meer resultaten te bekijken.
Locaties zoeken en opslaan - Stap 1

  1. Selecteer een locatie om het optiemenu weer te geven.
  2. Selecteer deze optie om gedetailleerde informatie over de geselecteerde locatie weer te geven.
  3. Selecteer deze optie om parkeerplaatsen in de buurt van de locatie te vinden.
  4. Selecteer deze optie om alternatieve routes naar de locaties weer te geven.
  5. Start! Selecteer deze optie om de navigatie naar de locatie te starten via de aanbevolen route.
  6. Selecteer deze optie om de zoekresultaten op de kaart weer te geven.

Zoekresultaten voor locatie op de kaart

U kunt de resultaten van het zoeken naar een locatie op de kaart bekijken in plaats van in een lijst.
Selecteer in de zoekresultaten voor locaties. De dichtstbijzijnde locatie wordt in het midden van de kaart weergegeven en basisinformatie over de geselecteerde locatie wordt onder aan de kaart weergegeven.
Locaties zoeken en opslaan - Stap 2

  1. Sleep de kaart om extra zoekresultaten weer te geven.
  2. Aanvullende zoekresultaten.
  3. Selecteer deze optie om een andere locatie weer te geven. Overzicht van de geselecteerde locatie. Selecteer deze optie om gedetailleerde informatie over de geselecteerde locatie weer te geven.
  4. Start! Selecteer deze optie om de navigatie naar de locatie te starten via de aanbevolen route.
  5. Selecteer deze optie om de zoekresultaten in een lijst weer te geven.

Het zoekgebied wijzigen

Het toestel zoekt standaard naar locaties in de buurt van uw huidige locatie. U kunt ook in andere gebieden zoeken, zoals in de buurt van uw bestemming, in de buurt van een andere plaats of langs uw actieve route.

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer naast het huidige zoekgebied .
    Locaties zoeken en opslaan - Stap 3
  3. Selecteer een zoekgebied.
  4. Volg indien nodig de instructies op het scherm om een specifieke locatie te selecteren.

Het geselecteerde zoekgebied wordt weergegeven naast . Wanneer u naar een locatie zoekt met behulp van een van de opties in het menu Waarheen?, stelt het toestel eerst locaties in de buurt van dit gebied voor.

Nuttige plaatsen

Een nuttige plaats is een plek die u mogelijk nuttig of interessant vindt. Nuttige plaatsen zijn geordend per categorie en kunnen populaire reisbestemmingen omvatten, zoals tankstations, restaurants, hotels en uitgaansgelegenheden.

Een locatie zoeken op categorie

  1. Selecteer Waarheen?.
  2. Selecteer een categorie of selecteer Categorieën.
  3. Selecteer indien nodig een subcategorie.
  4. Selecteer een locatie.

Zoeken binnen een categorie
Nadat u een nuttige plaats hebt gezocht, kunnen bepaalde categorieën een lijst met Snel zoeken weergeven met de laatste vier bestemmingen die u hebt geselecteerd.

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën.
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer een optie:
    • Selecteer een bestemming in de lijst met Snel zoeken aan de rechterkant van het scherm.
      De lijst met Snel zoeken biedt een lijst met recent gevonden locaties in de geselecteerde categorie.
    • Selecteer indien nodig een subcategorie en selecteer een bestemming.

Nationale parken zoeken

Apparaatmodellen met kaarten voor Noord-Amerika of de Verenigde Staten bevatten ook gedetailleerde informatie over nationale parken in de Verenigde Staten. U kunt naar een nationaal park of een locatie in een nationaal park navigeren.

  1. Selecteer Waarheen? > Nationale parken.
    Er verschijnt een lijst met nationale parken, met het dichtstbijzijnde park bovenaan.
  2. Selecteer Zoeken en voer de volledige of een deel van de parknaam in om de resultaten te beperken (optioneel).
  3. Selecteer een nationaal park.
    Er verschijnt een lijst met categorieën voor locaties van objecten en voorzieningen in het park onder de parknaam.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u wilt beginnen met navigeren naar het park, selecteert u Start!.
    • Als u meer parkinformatie wilt bekijken of de objecten en voorzieningen van het park wilt verkennen, selecteert u Informatie.
    • Als u snel een locatie in het park wilt vinden, selecteert u een categorie in de lijst onder de parknaam en selecteert u een locatie.

Objecten en voorzieningen in nationale parken verkennen
U kunt gedetailleerde informatie bekijken over de objecten en voorzieningen die beschikbaar zijn in een nationaal park en naar specifieke locaties in het park navigeren. U kunt bijvoorbeeld campings, bezienswaardigheden, bezoekerscentra en populaire attracties vinden.

  1. Selecteer in de zoekresultaten een nationaal park en selecteer Informatie.
  2. Selecteer Dit park verkennen.
    Er verschijnt een lijst met categorieën voor parkobjecten en -voorzieningen.
  3. Selecteer een categorie.
  4. Selecteer een locatie en selecteer Start!.

HISTORY-nuttige plaatsen zoeken

Uw toestel bevat HISTORY-nuttige plaatsen, waarmee u meer te weten kunt komen over historisch belangrijke locaties en bezienswaardigheden over de hele wereld, zoals historische gebouwen, monumenten, musea en bekende locaties van historische gebeurtenissen.

  1. Selecteer Waarheen? > History®.
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer om een foto en een korte samenvatting van de geschiedenis van de locatie te bekijken.

Foursquare

Foursquare is een op locaties gebaseerd sociaal netwerk. Uw toestel bevat vooraf geladen Foursquare-nuttige plaatsen, die worden aangegeven met het Foursquare-logo in de zoekresultaten.

Foursquare-nuttige plaatsen zoeken
U kunt zoeken naar Foursquare-nuttige plaatsen die op uw toestel zijn geladen.
Selecteer Waarheen? > Categorieën > Foursquare®.

TripAdvisor

Uw toestel bevat TripAdvisor-nuttige plaatsen en -beoordelingen. TripAdvisor-beoordelingen worden automatisch weergegeven in de zoekresultaten voor toepasselijke nuttige plaatsen. U kunt ook zoeken naar TripAdvisor-nuttige plaatsen in de buurt en sorteren op afstand of populariteit.

TripAdvisor-nuttige plaatsen zoeken

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > TripAdvisor.
  2. Selecteer een categorie.
    Er verschijnt een lijst met TripAdvisor-nuttige plaatsen in de buurt voor de categorie.
  3. Selecteer Resultaten sorteren om de zoekresultaten te sorteren op afstand of populariteit (optioneel).

OPMERKING: Deze functie is mogelijk niet in alle gebieden of voor alle productmodellen beschikbaar.
U kunt een route maken naar een nuttige plaats (POI) in een grotere gelegenheid, zoals een winkel in een winkelcentrum of een specifieke terminal op een luchthaven.

  1. Selecteer Waarheen? > Zoeken.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u naar de gelegenheid wilt zoeken, voert u de naam of het adres van de gelegenheid in, selecteert u en gaat u naar stap 3.
    • Als u naar de nuttige plaats wilt zoeken, voert u de naam van de nuttige plaats in, selecteert u en gaat u naar stap 5.
  3. Selecteer de gelegenheid.
    Er verschijnt een lijst met categorieën onder de gelegenheid, zoals restaurants, autoverhuurbedrijven of terminals.
  4. Selecteer een categorie.
  5. Selecteer de nuttige plaats en selecteer Start!.

Het toestel maakt een route naar het parkeerterrein of de ingang van de gelegenheid die zich het dichtst bij de nuttige plaats bevindt. Wanneer u bij de bestemming aankomt, geeft een geblokte vlag de aanbevolen parkeerplaats aan. Een gelabeld punt geeft de locatie aan van de nuttige plaats in de gelegenheid.

Een gelegenheid verkennen
OPMERKING:
Deze functie is mogelijk niet in alle gebieden of voor alle productmodellen beschikbaar.
U kunt een lijst bekijken met alle nuttige plaatsen die zich in de gelegenheid bevinden.

  1. Selecteer een gelegenheid.
  2. Selecteer > Deze gelegenheid verkennen.

Zoekhulpmiddelen

Met zoekhulpmiddelen kunt u zoeken naar specifieke soorten locaties door te reageren op aanwijzingen op het scherm.

Een kruispunt zoeken

U kunt zoeken naar een kruispunt of splitsing tussen twee straten, snelwegen of andere wegen.

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > Kruispunten.
  2. Volg de aanwijzingen op het scherm om straatinformatie in te voeren.
  3. Selecteer het kruispunt.

Een locatie zoeken met behulp van coördinaten

U kunt een locatie zoeken met behulp van breedte- en lengtegraadcoördinaten. Dit kan handig zijn bij geocaching.

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > Coördinaten.
  2. Selecteer indien nodig en wijzig de coördinaatindeling of het nulpunt.
  3. Voer de breedte- en lengtegraadcoördinaten in.
  4. Selecteer Bekijken op kaart.

Parkeren

Uw Garmin Drive-toestel bevat gedetailleerde parkeergegevens, die u kunnen helpen bij het vinden van parkeergelegenheid in de buurt op basis van de waarschijnlijkheid van beschikbare parkeerplaatsen, het type parkeerterrein, de prijs of de geaccepteerde betaalmethoden.

Parkeergelegenheid zoeken in de buurt van uw huidige locatie

  1. Selecteer Waarheen? > Categorieën > Parkeren.
  2. Selecteer Parkeergelegenheid filteren en selecteer een of meer categorieën om parkeergelegenheid te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar.
  3. Selecteer een parkeerlocatie.
  4. Selecteer Start!.

Parkeergelegenheid zoeken in de buurt van een bepaalde locatie

  1. Zoek een locatie.
  2. Selecteer in de zoekresultaten een locatie.
  3. Selecteer .
    Er verschijnt een lijst met parkeerterreinen in de buurt van de geselecteerde locatie.
  4. Selecteer Parkeergelegenheid filteren en selecteer een of meer categorieën om parkeergelegenheid te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar.
  5. Selecteer een parkeerlocatie.
  6. Selecteer Start!.

Informatie over parkeerkleuren en -symbolen

Parkeerlocaties met gedetailleerde parkeergegevens hebben een kleurcode om de waarschijnlijkheid van het vinden van een parkeerplaats aan te geven. Symbolen geven het type beschikbare parkeerplaatsen (straat of terrein), relatieve prijsinformatie en het type betaling aan.
U kunt de legenda voor deze kleuren en symbolen op het toestel bekijken.
Selecteer in de zoekresultaten voor parkeergelegenheid .

Recent gevonden locaties bekijken

Uw toestel slaat een geschiedenis op van de laatste 50 locaties die u hebt gevonden.
Selecteer Waarheen? > Recent.

De lijst met recent gevonden locaties wissen
Selecteer Waarheen? > Recent > > Wissen > Ja.

Huidige locatiegegevens bekijken

U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om informatie over uw huidige locatie te bekijken. Deze functie is handig als u uw locatie aan hulpdiensten moet doorgeven.
Selecteer het voertuig op de kaart.

Hulpdiensten en brandstof vinden

U kunt de pagina Waar ben ik? gebruiken om de dichtstbijzijnde ziekenhuizen, politiebureaus en tankstations te vinden.

  1. Selecteer het voertuig op de kaart.
  2. Selecteer Hospitals (Ziekenhuizen), Police Stations (Politiebureaus), Fuel (Brandstof) of Roadside Assist. (Pechhulp).
    LET OP: sommige servicecategorieën zijn niet in alle gebieden beschikbaar.
    Er verschijnt een lijst met locaties voor de geselecteerde service, met de dichtstbijzijnde locaties bovenaan.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u naar de locatie wilt navigeren, selecteert u Go! (Start!).
    • Als u het telefoonnummer en andere locatiegegevens wilt bekijken, selecteert u Informatie.

Routebeschrijving naar uw huidige locatie opvragen

Als u iemand anders moet vertellen hoe hij/zij naar uw huidige locatie moet gaan, kan uw toestel u een lijst met routebeschrijvingen geven.

  1. Selecteer het voertuig op de kaart.
  2. Selecteer Menu > Directions to Me (Route naar mij).
  3. Selecteer een beginlocatie.
  4. Selecteer Select (Selecteren).

Een snelkoppeling toevoegen

U kunt snelkoppelingen toevoegen aan het menu Waarheen?. Een snelkoppeling kan verwijzen naar een locatie, een categorie of een zoekhulpmiddel.
Het menu Waarheen? kan maximaal 36 snelkoppelingspictogrammen bevatten.

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Add Shortcut (Snelkoppeling toevoegen).
  2. Selecteer een item.

Een snelkoppeling verwijderen

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Menu > Remove Shortcut(s) (Snelkoppeling(en) verwijderen).
  2. Selecteer een snelkoppeling om te verwijderen.
  3. Selecteer de snelkoppeling opnieuw om te bevestigen.
  4. Selecteer Done (Gereed).

Locaties opslaan

Een locatie opslaan

  1. Zoek naar een locatie (zie "Een locatie zoeken op categorie").
  2. Selecteer een locatie in de zoekresultaten.
  3. Selecteer Meer > Save (Opslaan).
  4. Voer een naam in en selecteer Done (Gereed).

Uw huidige locatie opslaan

  1. Selecteer het voertuigpictogram op de kaart.
  2. Selecteer Save (Opslaan).
  3. Voer een naam in en selecteer Done (Gereed).
  4. Selecteer OK (OK).

Een opgeslagen locatie bewerken

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Saved (Opgeslagen).
  2. Selecteer zo nodig een categorie.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer Meer.
  5. Selecteer Menu > Edit (Bewerken).
  6. Selecteer een optie:
    • Selecteer Name (Naam).
    • Selecteer Phone Number (Telefoonnummer).
    • Selecteer Categories (Categorieën) om categorieën toe te wijzen aan de opgeslagen locatie.
    • Selecteer Change Map Symbol (Kaartsymbool wijzigen) om het symbool te wijzigen dat wordt gebruikt om de opgeslagen locatie op een kaart aan te geven.
  7. Bewerk de gegevens.
  8. Selecteer Done (Gereed).

Categorieën toewijzen aan een opgeslagen locatie

U kunt aangepaste categorieën toevoegen om uw opgeslagen locaties te ordenen.
LET OP: categorieën worden in het menu met opgeslagen locaties weergegeven nadat u minstens 12 locaties hebt opgeslagen.

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Saved (Opgeslagen).
  2. Selecteer een locatie.
  3. Selecteer Meer.
  4. Selecteer Menu > Edit (Bewerken) > Categories (Categorieën).
  5. Voer een of meer categorienamen in, gescheiden door komma's.
  6. Selecteer zo nodig een voorgestelde categorie.
  7. Selecteer Done (Gereed).

Een opgeslagen locatie verwijderen

LET OP: verwijderde locaties kunnen niet worden hersteld.

  1. Selecteer Where To? (Waarheen?) > Saved (Opgeslagen).
  2. Selecteer Menu > Delete Saved Places (Opgeslagen plaatsen verwijderen).
  3. Selecteer het vak naast de opgeslagen locaties die u wilt verwijderen en selecteer Delete (Verwijderen).

Een route volgen

Routes

Een route is een pad van uw huidige locatie naar een of meer bestemmingen.

  • Het toestel berekent een aanbevolen route naar uw bestemming op basis van de voorkeuren die u hebt ingesteld, waaronder de routeberekeningsmodus (zie "De routeberekeningsmodus wijzigen") en vermijdingen (zie "Vertragingen, tolwegen en gebieden vermijden").
  • U kunt snel beginnen met navigeren naar uw bestemming via de aanbevolen route, of u kunt een alternatieve route selecteren (zie "Een route starten").
  • Als er bepaalde wegen zijn die u moet gebruiken of vermijden, kunt u de route aanpassen (zie "Uw route vormgeven").
  • U kunt meerdere bestemmingen aan een route toevoegen (zie "Een locatie aan uw route toevoegen").

Een route starten

  1. Selecteer Waarheen? en zoek een locatie (zie "Locaties zoeken en opslaan").
  2. Selecteer een locatie.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u wilt beginnen met navigeren via de aanbevolen route, selecteert u Start!.
    • Als u een alternatieve route wilt kiezen, selecteert u , en selecteert u een route. Alternatieve routes worden rechts van de kaart weergegeven.
    • Als u de route wilt bewerken, selecteert u > Route bewerken en voegt u vormgevingspunten aan de route toe (zie "Uw route vormgeven").

Het toestel berekent een route naar de locatie en begeleidt u met behulp van gesproken aanwijzingen en informatie op de kaart (zie "Uw route op de kaart"). Een voorbeeld van de belangrijkste wegen in uw route wordt enkele seconden aan de rand van de kaart weergegeven.
Als u bijkomende bestemmingen moet aandoen, kunt u de locaties aan uw route toevoegen (zie "Een locatie aan uw route toevoegen").

Een route starten met behulp van de kaart

U kunt een route starten door een locatie op de kaart te selecteren.

  1. Selecteer Kaart weergeven.
  2. Sleep en zoom op de kaart om het gebied weer te geven waarin u wilt zoeken.
  3. Selecteer indien nodig om de weergegeven nuttige punten op categorie te filteren.
    Locatiemarkeringen ( of een blauwe stip) worden op de kaart weergegeven.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer een locatiemarkering.
    • Selecteer een punt, zoals een straat, kruising of adreslocatie.
  5. Selecteer Start!.

Naar huis gaan

De eerste keer dat u een route naar huis start, vraagt het toestel u om uw thuislocatie in te voeren.

  1. Selecteer Waarheen? > Ga naar huis.
  2. Voer indien nodig uw thuislocatie in.

Uw thuislocatie bewerken

  1. Selecteer Waarheen? > > Thuislocatie instellen.
  2. Voer uw thuislocatie in.

Uw route op de kaart

Tijdens uw reis begeleidt het toestel u naar uw bestemming met behulp van gesproken aanwijzingen en informatie op de kaart. Instructies voor uw volgende afslag of afrit, of andere acties worden boven aan de kaart weergegeven.
Uw route op de kaart

  1. Volgende actie in de route. Geeft de volgende afslag, afrit of andere actie aan en de rijstrook waarop u moet rijden, indien beschikbaar.
  2. Afstand tot de volgende actie.
  3. Naam van de straat of afrit die bij de volgende actie hoort.
  4. Route gemarkeerd op de kaart.
  5. Volgende actie in de route. Pijlen op de kaart geven de locatie van aankomende acties aan.
  6. Voertuigsnelheid.
  7. Naam van de weg waarop u rijdt.
  8. Geschatte aankomsttijd.
    TIP: U kunt dit veld aanraken om de informatie te wijzigen die wordt weergegeven (zie "Het kaartgegevensveld wijzigen").
  9. Kaarttools. Bieden tools om u meer informatie te tonen over uw route en omgeving.

Actieve rijstrookassistentie

Als u bepaalde afslagen, afritten of knooppunten in uw route nadert, wordt indien beschikbaar een gedetailleerde simulatie van de weg naast de kaart weergegeven. Een gekleurde lijn geeft de juiste rijstrook voor de afslag aan.
Actieve rijstrookassistentie

Afslagen en aanwijzingen bekijken

Terwijl u een route volgt, kunt u aankomende afslagen, rijstrookwisselingen of andere aanwijzingen voor uw route bekijken.

  1. Selecteer vanaf de kaart een optie:
    • Als u aankomende afslagen en aanwijzingen tijdens de navigatie wilt bekijken, selecteert u > Afslagen.
      De kaarttool geeft de volgende vier afslagen of aanwijzingen naast de kaart weer. De lijst wordt automatisch bijgewerkt terwijl u de route volgt.
    • Als u de volledige lijst met afslagen en aanwijzingen voor de hele route wilt weergeven, selecteert u de tekstbalk boven aan de kaart.
  2. Selecteer een afslag of aanwijzing (optioneel).
    Gedetailleerde informatie wordt weergegeven. Er kan een afbeelding van het knooppunt worden weergegeven voor knooppunten op grote wegen, indien beschikbaar.

De volledige route op de kaart bekijken

  1. Selecteer tijdens de navigatie ergens op de kaart.
  2. Selecteer .

Aankomen op uw bestemming

Wanneer u uw bestemming nadert, biedt het toestel informatie om u te helpen uw route te voltooien.

  • geeft de locatie van uw bestemming op de kaart aan en een gesproken aanwijzing meldt dat u uw bestemming nadert.
  • Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt het toestel u automatisch om naar parkeerplaatsen te zoeken. U kunt Ja selecteren om parkeerplaatsen in de buurt te vinden (zie "Parkeerplaatsen in de buurt van uw bestemming").
  • Wanneer u bij uw bestemming stopt, beëindigt het toestel automatisch de route. Als het toestel uw aankomst niet automatisch detecteert, kunt u Stop selecteren om uw route te beëindigen.

Parkeerplaatsen in de buurt van uw bestemming

Uw toestel kan u helpen een parkeerplaats in de buurt van uw bestemming te vinden. Wanneer u bepaalde bestemmingen nadert, vraagt het toestel u automatisch om naar parkeerplaatsen te zoeken.

  1. Selecteer een optie:
    • Wanneer het toestel u dit vraagt, selecteert u Ja om naar parkeerplaatsen in de buurt te zoeken.
    • Als het toestel u dit niet vraagt, selecteert u Waarheen? > Categoriën > Parkeren, en selecteert u > Mijn bestemming.
  2. Selecteer Parkeerplaats filteren, en selecteer een of meer categorieën om parkeerplaatsen te filteren op beschikbaarheid, type, prijs of betaalmethoden (optioneel).
    OPMERKING: Gedetailleerde parkeergegevens zijn niet in alle gebieden of voor alle parkeerlocaties beschikbaar.
  3. Selecteer een parkeerlocatie en selecteer Start! > Toevoegen als volgende stop.

Het toestel begeleidt u naar de parkeerplaats.

Uw laatste parkeerplaats vinden

Wanneer u het toestel loskoppelt van de stroomvoorziening van het voertuig terwijl het toestel is ingeschakeld, wordt uw huidige locatie opgeslagen als een parkeerplaats.
Selecteer Apps > Laatste plek.

Uw actieve route wijzigen

Een locatie aan uw route toevoegen

Voordat u een locatie aan uw route kunt toevoegen, moet u een route volgen (zie "Een route starten").
U kunt locaties toevoegen aan het midden of einde van uw route. U kunt bijvoorbeeld een tankstation toevoegen als de volgende bestemming in uw route.
TIP: Als u complexe routes wilt maken met meerdere bestemmingen of geplande stops, kunt u de reisplanner gebruiken om een reis te plannen, in te plannen en op te slaan (zie "Een reis plannen").

  1. Selecteer vanaf de kaart > Waarheen?.
  2. Zoek een locatie (zie "Locaties zoeken en opslaan").
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer Start!.
  5. Selecteer een optie:
    • Als u de locatie als de volgende bestemming in uw route wilt toevoegen, selecteert u Toevoegen als volgende stop.
    • Als u de locatie aan het einde van uw route wilt toevoegen, selecteert u Toevoegen als laatste stop.
    • Als u de locatie wilt toevoegen en de volgorde van de bestemmingen in uw route wilt bewerken, selecteert u Toevoegen aan actieve route.

Het toestel herberekent de route om de toegevoegde locatie op te nemen en begeleidt u in de juiste volgorde naar de bestemmingen.

De volgende bestemming in uw route overslaan

Als uw actieve route meer dan één bestemming bevat, kunt u de volgende bestemming overslaan en uit uw route verwijderen.
Selecteer vanaf de kaart > Route bewerken > Volgende bestemming overslaan.
Het toestel herberekent de route en begint met navigeren naar de volgende resterende bestemming.

Uw route vormgeven

Voordat u uw route kunt vormgeven, moet u een route starten (zie "Een route starten").
U kunt uw route handmatig vormgeven om de koers te wijzigen. Zo kunt u de route leiden om een bepaalde weg te gebruiken of door een bepaald gebied te gaan zonder een bestemming aan de route toe te voegen.

  1. Raak een willekeurige plaats op de kaart aan.
  2. Selecteer .
    Het toestel gaat naar de routevormgevingsmodus.
  3. Selecteer een locatie op de kaart.
    TIP: U kunt selecteren om op de kaart in te zoomen en een nauwkeurigere locatie te selecteren.
    Het toestel herberekent de route om via de geselecteerde locatie te reizen.
  4. Selecteer indien nodig een optie:
    • Als u meer vormgevingspunten aan de route wilt toevoegen, selecteert u extra locaties op de kaart.
    • Als u een vormgevingspunt wilt verwijderen, selecteert u .
  5. Wanneer u klaar bent met het vormgeven van de route, selecteert u Start!.

Een omleiding nemen

U kunt een omleiding nemen over een bepaalde afstand langs uw route of een omleiding rond bepaalde wegen nemen. Dit is handig als u bouwzones, afgesloten wegen of slechte wegomstandigheden tegenkomt.

  1. Selecteer vanaf de kaart > Route bewerken.
    TIP: Als de tool Route bewerken niet in het kaarttoolsmenu staat, kunt u deze toevoegen.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u uw route over een bepaalde afstand wilt omleiden, selecteert u Omleiding op afstand.
    • Als u een omleiding wilt nemen rond een bepaalde weg op de route, selecteert u Omleiding op weg.
    • Als u een nieuwe route wilt zoeken, selecteert u Omleiding.

De routeberekeningsmodus wijzigen

  1. Selecteer Instellingen > Berekeningsmodus.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer Snellere tijd om routes te berekenen die sneller zijn om te rijden, maar langer kunnen zijn qua afstand.
    • Selecteer Offroad om punt-naar-punt routes te berekenen (zonder wegen).
    • Selecteer Kortere afstand om routes te berekenen die korter zijn qua afstand, maar langer kunnen duren om te rijden.

De route stoppen

Selecteer vanaf de kaart > Stop.

Voorgestelde routes gebruiken

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u ten minste één locatie opslaan en de functie voor reisgeschiedenis inschakelen (zie "Toestel- en privacyinstellingen").
Met de myTrends functie voorspelt uw toestel uw bestemming op basis van uw reisgeschiedenis, de dag van de week en het tijdstip van de dag. Nadat u een aantal keren naar een opgeslagen locatie bent gereden, kan de locatie worden weergegeven in de navigatiebalk op de kaart, samen met de geschatte reistijd en verkeersinformatie.
Selecteer de navigatiebalk om een voorgestelde route naar de locatie te bekijken.

Vertragingen, tolwegen en gebieden vermijden

Verkeersvertragingen op uw route vermijden

Voordat u verkeersvertragingen kunt vermijden, moet u verkeersinformatie ontvangen (zie "Traffic").
Standaard optimaliseert het toestel uw route om verkeersvertragingen automatisch te vermijden. Als u deze optie hebt uitgeschakeld in de verkeersinstellingen (zie "Verkeersinstellingen"), kunt u verkeersvertragingen handmatig bekijken en vermijden.

  1. Selecteer tijdens de navigatie > Traffic.
  2. Selecteer indien beschikbaar Alternatieve route.
  3. Selecteer Start!.

Tolwegen vermijden

Uw toestel kan voorkomen dat u door gebieden wordt geleid waar tol moet worden betaald, zoals tolwegen, tolbruggen of gebieden met congestie. Het toestel kan nog steeds een tolgebied in uw route opnemen als er geen andere redelijke routes beschikbaar zijn.

  1. Selecteer Instellingen.
  2. Selecteer een optie:
    OPMERKING: Het menu verandert op basis van uw regio en de kaartgegevens op uw toestel.
    • Selecteer Tolwegen.
    • Selecteer Tol en kosten > Tolwegen.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u elke keer wilt worden gevraagd voordat u door een tolgebied wordt geleid, selecteert u Altijd vragen.
    • Als u tolwegen altijd wilt vermijden, selecteert u Vermijden.
    • Als u tolwegen altijd wilt toestaan, selecteert u Toestaan.
  4. Selecteer Opslaan.

Tolvignetten vermijden

Als de kaartgegevens op uw toestel gedetailleerde informatie over tolstickers bevatten, kunt u wegen vermijden of toestaan waarvoor tolstickers voor elk land vereist zijn.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.

  1. Selecteer Instellingen > Tol en kosten > Tolvignetten.
  2. Selecteer een land.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u elke keer wilt worden gevraagd voordat u door een gebied wordt geleid waarvoor tolstickers vereist zijn, selecteert u Altijd vragen.
    • Als u wegen waarvoor tolstickers vereist zijn altijd wilt vermijden, selecteert u Vermijden.
    • Als u wegen waarvoor tolstickers vereist zijn altijd wilt toestaan, selecteert u Toestaan.
  4. Selecteer Opslaan.

Wegkenmerken vermijden

  1. Selecteer Instellingen > Vermijdingen.
  2. Selecteer de wegkenmerken die u op uw routes wilt vermijden en selecteer OK.

Milieuzones vermijden

Uw toestel kan gebieden met milieu- of emissiebeperkingen vermijden die mogelijk van toepassing zijn op uw voertuig.

  1. Selecteer Instellingen > Milieuzones.
  2. Selecteer een optie:
    1. Als u elke keer wilt worden gevraagd voordat u door een milieuzone wordt geleid, selecteert u Altijd vragen.
    2. Als u milieuzones altijd wilt vermijden, selecteert u Vermijden.
    3. Als u milieuzones altijd wilt toestaan, selecteert u Toestaan.
  3. Selecteer Opslaan.

Aangepaste vermijdingen

Met aangepaste vermijdingen kunt u specifieke gebieden of weggedeelten selecteren om te vermijden. Wanneer het toestel een route berekent, vermijdt het deze gebieden en wegen, tenzij er geen andere redelijke route beschikbaar is.

Een weg vermijden

  1. Selecteer Instellingen > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer indien nodig Vermijding toevoegen.
  3. Selecteer Weg vermijden toevoegen.
  4. Selecteer het beginpunt van het weggedeelte dat u wilt vermijden en selecteer Volgende.
  5. Selecteer het eindpunt van het weggedeelte en selecteer Volgende.
  6. Selecteer Gereed.

Een gebied vermijden

  1. Selecteer Instellingen > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer indien nodig Vermijding toevoegen.
  3. Selecteer Gebied vermijden toevoegen.
  4. Selecteer de linkerbovenhoek van het gebied dat u wilt vermijden en selecteer Volgende.
  5. Selecteer de rechteronderhoek van het gebied dat u wilt vermijden en selecteer Volgende.
    Het geselecteerde gebied wordt op de kaart gearceerd.
  6. Selecteer Gereed.

Een aangepaste vermijding uitschakelen
U kunt een aangepaste vermijding uitschakelen zonder deze te verwijderen.

  1. Selecteer Instellingen > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer een vermijding.
  3. Selecteer > Uitschakelen.

Aangepaste vermijdingen verwijderen

  1. Selecteer Instellingen > Aangepaste vermijdingen.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u alle aangepaste vermijdingen wilt verwijderen, selecteert u .
    • Als u één aangepaste vermijding wilt verwijderen, selecteert u de vermijding en selecteert u > Verwijderen.

Als u tijdens het navigeren geen wegen volgt, kunt u de modus Offroad gebruiken.

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie.
  2. Selecteer Berekeningsmodus > Offroad > Opslaan.
    De volgende route wordt berekend als een rechte lijn naar de locatie.

De kaart gebruiken

U kunt de kaart gebruiken om naar een route te navigeren (zie 'Uw route op de kaart') of om een kaart van uw omgeving te bekijken wanneer er geen route actief is.

  1. Selecteer Kaart weergeven.
  2. Raak een willekeurige plaats op de kaart aan.
  3. Selecteer een optie:
    • Sleep de kaart om naar links, rechts, omhoog of omlaag te pannen.
    • Als u wilt in- of uitzoomen, selecteert u of .
    • Als u wilt schakelen tussen de weergaven Noord boven en 3D, selecteert u .
    • Als u de weergegeven nuttige punten op categorie wilt filteren, selecteert u .
    • Als u een route wilt starten, selecteert u een locatie op de kaart en selecteert u Start! (zie 'Een route starten via de kaart').

Kaarttools

Kaarttools bieden snelle toegang tot informatie en apparaatfuncties terwijl u de kaart bekijkt. Wanneer u een kaarttool activeert, wordt deze weergegeven in een venster aan de rand van de kaart.
Stop: stopt de navigatie van de actieve route.
Route bewerken: hiermee kunt u een omweg nemen of locaties in uw route overslaan (zie 'Uw actieve route wijzigen').
Dempen: hiermee dempt u het hoofdvolume.
Steden verderop: geeft de komende steden en services langs uw actieve route of langs een snelweg weer (zie 'Steden verderop').
Verderop: geeft de komende locaties langs de route of de weg waarop u reist weer (zie 'Verderop').
Verkeer: geeft de verkeersomstandigheden langs uw route of in uw omgeving weer (zie "Aankomend verkeer bekijken"). Deze functie is niet in alle gebieden of voor alle apparaatmodellen beschikbaar.
Reisgegevens: geeft aanpasbare reisgegevens weer, zoals snelheid of afstand (zie 'Reisgegevens bekijken vanaf de kaart').
Afslaan: geeft een lijst met de komende afslagen in uw route weer (zie 'Afslaan en aanwijzingen bekijken').
Pauzeplanning: geeft pauzeherinneringen en voorgestelde stops weer.

Een kaarttool bekijken

  1. Selecteer op de kaart .
  2. Selecteer een kaarttool.
    De kaarttool wordt weergegeven in een venster aan de rand van de kaart.
  3. Wanneer u klaar bent met het gebruik van de kaarttool, selecteert u .

Verderop

De tool Verderop biedt informatie over komende locaties langs uw route of de weg waarop u reist. U kunt komende nuttige punten per categorie bekijken, zoals restaurants, tankstations of rustplaatsen.
U kunt drie categorieën aanpassen die in de tool Verderop worden weergegeven.

Aankomende locaties bekijken

  1. Selecteer op de kaart > Verderop.
    Tijdens het reizen toont de kaarttool de volgende locatie langs uw weg of route in elk van de drie categorieën.
    Als u niet reist, toont de kaarttool de drie categorienamen.
  2. Selecteer een optie:
    • Als de kaarttool categorieën weergeeft, selecteert u een categorie om een lijst met nabijgelegen locaties in die categorie weer te geven.
    • Als de kaarttool aankomende locaties weergeeft, selecteert u een locatie om locatiegegevens te bekijken of een route naar de locatie te starten.

De categorieën Verderop aanpassen

U kunt de locatiecategorieën wijzigen die worden weergegeven in de tool Verderop.

  1. Selecteer op de kaart > Verderop.
  2. Selecteer een categorie.
  3. Selecteer .
  4. Selecteer een optie:
    • Als u een categorie omhoog of omlaag in de lijst wilt verplaatsen, selecteert u de pijl naast de categorienaam en sleept u deze.
    • Als u een categorie wilt wijzigen, selecteert u de categorie.
    • Als u een aangepaste categorie wilt maken, selecteert u een categorie, selecteert u Aangepast zoeken en voert u de naam van een bedrijf of categorie in.
  5. Selecteer Opslaan.

Steden verderop

Wanneer u op een snelweg reist of naar een route navigeert die een snelweg bevat, biedt de tool Steden verderop informatie over de komende steden langs de snelweg. Voor elke stad toont de kaarttool de afstand tot de snelwegafslag en de beschikbare services, vergelijkbaar met de informatie op de snelwegborden.

Komende steden en afritservices bekijken

  1. Selecteer op de kaart .
    Wanneer u langs een snelweg of een actieve route reist, toont de kaarttool informatie over komende steden en afslagen.
  2. Selecteer een stad.
    Het toestel toont een lijst met nuttige punten die zich bij de geselecteerde stadsafrit bevinden, zoals tankstations, accommodaties of restaurants.
  3. Selecteer een locatie en selecteer Start! om de navigatie te starten.

Reisgegevens

Reisgegevens bekijken vanaf de kaart

Voordat u reisgegevens op de kaart kunt bekijken, moet u de tool toevoegen aan het kaarttoolmenu.
Selecteer op de kaart > Reisgegevens.

Aangepaste reisinformatie op de kaart bekijken
U kunt de kaarttool voor reisgegevens gebruiken om aangepaste reisinformatie op de kaart weer te geven.

  1. Selecteer op de kaart > Reisgegevens.
  2. Selecteer een optie:
    Reisgegevens bekijken vanaf de kaart
    • Selecteer een gegevensveld in de tool voor reisgegevens À en selecteer de informatie die in het veld moet worden weergegeven.
    • Selecteer het aanpasbare kaartgegevensveld Á en selecteer de informatie die in het veld moet worden weergegeven.

De pagina met reisinformatie weergeven

Op de pagina met reisinformatie worden uw snelheid en statistieken over uw reis weergegeven.
OPMERKING: Als u vaak stopt, laat u het toestel ingeschakeld, zodat de verstreken tijd tijdens de reis nauwkeurig kan worden gemeten.
Selecteer Snelheid op de kaart.

Het reislogboek weergeven

Uw toestel houdt een reislogboek bij, een overzicht van de route die u hebt afgelegd.

  1. Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > Kaartlagen.
  2. Schakel het selectievakje Reislogboek in.

Reisgegevens opnieuw instellen

  1. Selecteer Snelheid op de kaart.
  2. Selecteer > Veld(en) opnieuw instellen.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u niet naar een route navigeert, selecteert u Alles selecteren om elk gegevensveld behalve de snelheidsmeter op de eerste pagina opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reisgegevens opnieuw instellen om de informatie op de reiscomputer opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Max. snelheid opnieuw instellen om de maximumsnelheid opnieuw in te stellen.
    • Selecteer Reis B opnieuw instellen om de kilometerteller opnieuw in te stellen.

Aankomend verkeer bekijken

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet uw toestel verkeersgegevens ontvangen (zie 'Verkeer').
U kunt verkeersincidenten bekijken die zich voordoen langs uw route of langs de weg waarop u reist.

  1. Tijdens het navigeren van een route selecteert u > Verkeer.
    Het dichtstbijzijnde aankomende verkeersincident verschijnt in een venster aan de rechterkant van de kaart.
  2. Selecteer het verkeersincident om aanvullende details te bekijken.

Verkeer op de kaart bekijken

De verkeerskaart toont de verkeersdoorstroming en vertragingen op nabijgelegen wegen met kleurcodes.

  1. Selecteer Apps > Verkeer in het hoofdmenu.
  2. Selecteer indien nodig > Legenda om de legenda voor de verkeerskaart te bekijken.

Zoeken naar verkeersincidenten

  1. Selecteer Apps > Verkeer in het hoofdmenu.
  2. Selecteer > Incidenten.
  3. Selecteer een item in de lijst.
  4. Als er meer dan één incident is, gebruikt u de pijlen om extra incidenten te bekijken.

De kaart aanpassen

De kaartlagen aanpassen

U kunt aanpassen welke gegevens op de kaart worden weergegeven, zoals pictogrammen voor nuttige punten en wegomstandigheden.

  1. Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > Kaartlagen.
  2. Schakel het selectievakje in naast elke laag die u op de kaart wilt weergeven.

Het kaartgegevensveld wijzigen

  1. Selecteer een gegevensveld op de kaart.
    OPMERKING: U kunt de snelheid niet aanpassen.
  2. Selecteer een type gegevens dat u wilt weergeven.

Het kaartperspectief wijzigen

  1. Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > Weergave rijdende kaart.
  2. Selecteer een optie:
    • Selecteer Richting boven om de kaart in twee dimensies (2D) weer te geven, met uw reisrichting bovenaan.
    • Selecteer Noord boven om de kaart in 2D weer te geven met het noorden bovenaan.
    • Selecteer 3D om de kaart in drie dimensies weer te geven.

Verkeer

LET OP
Garmin is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid of tijdigheid van de verkeersinformatie.

Uw toestel kan informatie geven over het verkeer op de weg voor u of op uw route. U kunt uw toestel zo instellen dat verkeer wordt vermeden bij het berekenen van routes en dat er een nieuwe route naar uw bestemming wordt gezocht als er een grote verkeersvertraging optreedt op uw actieve route (zie "Verkeersinstellingen"). Via de verkeerskaart kunt u op de kaart zoeken naar verkeersvertragingen in uw omgeving.
Om verkeersinformatie te kunnen leveren, moet uw toestel verkeersgegevens ontvangen.

  • Productmodellen die eindigen op MT kunnen verkeersgegevens ontvangen via een draadloos uitzendsignaal met behulp van de ingebouwde verkeersontvanger en de meegeleverde voedingskabel voor in de auto (zie "Verkeersgegevens ontvangen via een verkeersontvanger").
  • Productmodellen die eindigen op MT-S kunnen via de Smartphone Link app kosteloos verkeersgegevens ontvangen (zie "Verkeersgegevens ontvangen via Smartphone Link"). Deze modellen kunnen geen draadloos verkeerssignaal ontvangen.

Verkeersgegevens zijn niet overal beschikbaar. Ga voor meer informatie over de dekkingsgebieden naar garmin.com/traffic.

Verkeersgegevens ontvangen via een verkeersontvanger

LET OP
Verwarmde (gemetalliseerde) voorruiten kunnen de prestaties van de verkeersontvanger nadelig beïnvloeden.

Een verkeersontvanger ontvangt verkeersgegevens via een draadloos uitzendsignaal, waar beschikbaar. Om draadloze verkeersgegevens te ontvangen, moet het toestel via een verkeerscompatibele voedingskabel zijn aangesloten op een stroombron in de auto. Een verkeersontvanger is inbegrepen bij sommige productmodellen (zie "Verkeer").
Verkeersgegevens zijn niet overal beschikbaar. Ga voor meer informatie over de dekkingsgebieden naar garmin.com/traffic.
Sluit het toestel met behulp van de verkeerscompatibele voedingskabel aan op een stroombron in de auto (zie "Het Garmin Drive toestel monteren en van stroom voorzien in uw voertuig").
Als uw productmodel verkeersgegevens bevat, is de bij uw toestel meegeleverde voedingskabel verkeerscompatibel.
Wanneer u zich in een dekkingsgebied bevindt, kan uw toestel verkeersinformatie weergeven en u helpen verkeersvertragingen te vermijden.

Abonnementen voor de verkeersontvanger

Bij de meeste verkeersontvangers is een regionaal abonnement voor verkeersgegevens inbegrepen. U kunt abonnementen voor extra regio's toevoegen aan uw verkeersontvanger. Ga voor meer informatie naar garmin.com/traffic.

Verkeersabonnementen weergeven
Selecteer Instellingen > Verkeer > Abonnementen.

Een abonnement toevoegen
U kunt verkeersabonnementen aanschaffen voor andere regio's of landen.

  1. Selecteer Instellingen > Verkeer.
  2. Selecteer Abonnementen > .
  3. Noteer de FM-verkeersontvanger-ID.
  4. Ga naar www.garmin.com/fmtraffic om een abonnement te kopen en een code van 25 tekens te ontvangen.
    De code van het verkeersabonnement kan niet opnieuw worden gebruikt. U moet telkens wanneer u uw service verlengt een nieuwe code verkrijgen. Als u meerdere FM-verkeersontvangers hebt, moet u voor elke ontvanger een nieuwe code verkrijgen.
  5. Selecteer Volgende op het toestel.
  6. Voer de code in.
  7. Selecteer Gereed.

OPMERKING: Smartphone Link verkeersgegevens zijn alleen beschikbaar voor productmodellen die eindigen op MT-S.
Uw toestel kan kosteloos verkeersgegevens ontvangen via de Smartphone Link app.

  1. Verbind uw toestel met Smartphone Link (zie "Verbinding maken met Smartphone Link").
  2. Selecteer op uw Garmin Drive toestel Instellingen > Verkeer en controleer of het selectievakje Verkeer is ingeschakeld.

U moet uw Garmin Drive toestel koppelen met uw telefoon en verbinding maken met Smartphone Link om bepaalde functies te kunnen gebruiken, zoals live verkeers- en parkeerinformatie. Nadat de toestellen zijn gekoppeld, maken ze automatisch verbinding wanneer ze zijn ingeschakeld en binnen bereik zijn.

  1. Installeer de Garmin Smartphone Link app op uw smartphone.
    U kunt de Smartphone Link app zoeken in de app store op uw smartphone of ga naar garmin.com/smartphonelink.

www.apple.com

play.google.com

  1. Selecteer op uw Garmin Drive toestel Apps > Smartphone Link > Verbinden.
  2. Open de Garmin Smartphone Link app op uw smartphone en accepteer de licentieovereenkomst.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u koppelt met een Apple® smartphone, beantwoordt u de aanwijzingen op het scherm om het koppelingsproces te voltooien.
    • Als u koppelt met een smartphone met Android, voltooit u stap 5-8.
  4. Selecteer op uw smartphone met Android Bluetooth-instellingen weergeven.
    De Bluetooth® instellingen voor uw smartphone worden weergegeven.
  5. Selecteer indien nodig de optie om te zoeken naar toestellen in de buurt.
  6. Selecteer de naam van uw Garmin Drive toestel in de lijst met Bluetooth toestellen.
    TIP: De Bluetooth-naam voor uw Garmin Drive toestel wordt weergegeven op het Garmin Drive scherm. U moet de toestelnaam selecteren die is aangegeven voor het besturingssysteem van uw smartphone.
  7. Beantwoord de aanwijzingen op het scherm om het koppelingsproces te voltooien.

U kunt uw telefoon tijdelijk loskoppelen of de koppeling permanent ongedaan maken. Uw toestel ontvangt geen gegevens van de Smartphone Link app wanneer uw telefoon is losgekoppeld.

  1. Selecteer Apps > Smartphone Link > .
  2. Selecteer de naam van uw telefoon.
  3. Selecteer een optie:
    • Als u uw telefoon tijdelijk wilt loskoppelen van uw toestel, schakelt u het selectievakje Smartphone Link uit.
      Als u weer Smartphone Link gegevens wilt ontvangen, moet u het selectievakje inschakelen om uw toestel verbinding te laten maken met Smartphone Link.
    • Als u de koppeling tussen uw telefoon en uw toestel permanent ongedaan wilt maken, selecteert u Koppeling apparaat ongedaan maken.
      Uw telefoon is niet langer gemachtigd om verbinding te maken met uw toestel. Als u in de toekomst verbinding wilt maken met uw telefoon, moet u uw telefoon en toestel opnieuw koppelen.

Als u de koppeling van uw telefoon hebt ongedaan gemaakt, moet u uw Bluetooth instellingen op uw smartphone openen en uw Garmin Drive toestel verwijderen uit de lijst met gekoppelde toestellen. Dit kan problemen voorkomen als u de toestellen in de toekomst opnieuw wilt koppelen. Raadpleeg de handleiding van uw smartphone voor meer informatie over het verwijderen van gekoppelde toestellen.

Verkeer inschakelen

U kunt verkeersgegevens in- of uitschakelen.

  1. Selecteer Instellingen > Verkeer.
  2. Schakel het selectievakje Verkeer in.

Verkeer bekijken op de kaart

De verkeerskaart geeft de verkeersstroom en vertragingen op nabijgelegen wegen aan met kleurcodes.

  1. Selecteer Apps > Verkeer in het hoofdmenu.
  2. Selecteer indien nodig > Legenda om de legenda voor de verkeerskaart weer te geven.

Zoeken naar verkeersincidenten

  1. Selecteer Apps > Verkeer in het hoofdmenu.
  2. Selecteer > Incidenten.
  3. Selecteer een item in de lijst.
  4. Als er meer dan één incident is, gebruikt u de pijlen om meer incidenten weer te geven.

De apps gebruiken

De gebruikershandleiding op uw toestel bekijken

U kunt de volledige gebruikershandleiding op het toestelscherm in verschillende talen bekijken.

  1. Selecteer Apps > Gebruikershandleiding.
    De gebruikershandleiding wordt weergegeven in dezelfde taal als de softwaretekst (zie "Taal- en toetsenbordinstellingen").
  2. Selecteer om in de gebruikershandleiding te zoeken (optioneel).

Reisplanner

U kunt de reisplanner gebruiken om een reis te maken en op te slaan, waarna u er later naartoe kunt navigeren. Dit kan handig zijn voor het plannen van een bezorgroute, een vakantie of een roadtrip. U kunt een opgeslagen reis bewerken om deze verder aan te passen, inclusief het opnieuw ordenen van locaties, het optimaliseren van de volgorde van stops, het toevoegen van aanbevolen bezienswaardigheden en het toevoegen van vormgevingspunten.
U kunt de reisplanner ook gebruiken om uw actieve route te bewerken en op te slaan.

Een reis plannen

Een reis kan vele bestemmingen bevatten en moet minstens een startlocatie en één bestemming bevatten. De startlocatie is de locatie vanwaar u uw reis wilt beginnen. Als u begint met navigeren naar de reis vanaf een andere locatie, geeft het toestel u de mogelijkheid om eerst naar uw startlocatie te routeren. Voor een rondreis kunnen de startlocatie en de uiteindelijke bestemming hetzelfde zijn.

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Nieuwe reis.
  2. Selecteer Startlocatie selecteren.
  3. Kies een locatie voor uw startpunt en selecteer Selecteren.
  4. Selecteer Bestemming selecteren.
  5. Kies een locatie voor een bestemming en selecteer Selecteren. 6 Selecteer Locatie toevoegen om meer locaties toe te voegen (optioneel).
  6. Nadat u alle benodigde locaties hebt toegevoegd, selecteert u Volgende > Opslaan.
  7. Voer een naam in en selecteer Gereed.

Locaties in een reis bewerken en opnieuw ordenen

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer een locatie.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u de locatie omhoog of omlaag wilt verplaatsen, selecteert u en sleept u de locatie naar een nieuwe positie in de reis.
    • Als u na de geselecteerde locatie een nieuwe locatie wilt toevoegen, selecteert u .
    • Als u de locatie wilt verwijderen, selecteert u .

De volgorde van bestemmingen in een reis optimaliseren
Het toestel kan automatisch de volgorde van bestemmingen in uw reis optimaliseren om een kortere, efficiëntere route te maken. De startlocatie en de uiteindelijke bestemming worden niet gewijzigd wanneer u de volgorde optimaliseert.
Tijdens het bewerken van een reis selecteert u > Volgorde optimaliseren.

Bezienswaardigheden ontdekken langs uw reis

Het toestel kan interessante of populaire bezienswaardigheden voorstellen om aan uw reis toe te voegen.

  1. Tijdens het bewerken van een reis selecteert u > Reisinstellingen > Bezienswaardigheden voorstellen.
  2. Selecteer een bezienswaardigheid om meer informatie weer te geven.
  3. Selecteer Selecteren om de bezienswaardigheid aan uw reis toe te voegen.

De routeringsopties voor een reis wijzigen

U kunt aanpassen hoe het toestel de route berekent wanneer u aan uw reis begint.

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer > Reisinstellingen.
  4. Selecteer een optie:
    • Als u vormgevingspunten aan uw reis wilt toevoegen, selecteert u Route vormgeven en volgt u de aanwijzingen op het scherm (zie "Uw route vormgeven").
    • Als u de berekeningsmodus voor de reis wilt wijzigen, selecteert u Voorkeursroute (zie "De berekeningsmodus van de route wijzigen").
  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Opgeslagen reizen.
  2. Selecteer een opgeslagen reis.
  3. Selecteer Start!.
  4. Selecteer de eerste locatie waar u naartoe wilt navigeren en selecteer Start.
    Het toestel berekent een route vanaf uw huidige locatie naar de geselecteerde locatie en leidt u vervolgens in volgorde naar de overige reisbestemmingen.

Uw actieve route bewerken en opslaan

Als er een route actief is, kunt u de reisplanner gebruiken om uw route te bewerken en als reis op te slaan.

  1. Selecteer Apps > Reisplanner > Mijn actieve route.
  2. Bewerk uw route met behulp van een van de functies van de reisplanner.
    De route wordt opnieuw berekend telkens wanneer u een wijziging aanbrengt.
  3. Selecteer Opslaan om uw route als reis op te slaan, zodat u er later opnieuw naartoe kunt navigeren (optioneel).

Eerdere routes en bestemmingen bekijken

Voordat u deze functie kunt gebruiken, moet u de functie reisgeschiedenis inschakelen (zie "Toestel- en privacyinstellingen").
U kunt uw eerdere routes en plaatsen waar u bent gestopt op de kaart bekijken.
Selecteer Apps > Waar ben ik geweest.

Garmin Drive-instellingen

Kaart- en voertuiginstellingen

Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig.
Voertuig: Hiermee stelt u het voertuigpictogram in dat uw positie op de kaart aangeeft.
Weergave rijkaart: Hiermee stelt u het perspectief op de kaart in.
Kaartdetails: Hiermee stelt u het detailniveau op de kaart in. Meer details kunnen ervoor zorgen dat de kaart langzamer wordt getekend.
Kaartthema: Wijzigt de kleur van de kaartgegevens.
Kaarttools: Hiermee stelt u de snelkoppelingen in die in het menu met kaarttools worden weergegeven.
Kaartlagen: Hiermee stelt u de gegevens in die op de kaartpagina worden weergegeven (zie 'De kaartlagen aanpassen').
Autozoom: Selecteert automatisch het zoomniveau voor optimaal gebruik van uw kaart. Als deze optie is uitgeschakeld, moet u handmatig in- of uitzoomen.
myMaps: Hiermee stelt u in welke geïnstalleerde kaarten het toestel gebruikt.

Kaarten inschakelen
U kunt kaartproducten inschakelen die op uw toestel zijn geïnstalleerd.
TIP: Ga naar http://buy.garmin.com om extra kaartproducten aan te schaffen.

  1. Selecteer Instellingen > Kaart en voertuig > myMaps.
  2. Selecteer een kaart.

Selecteer Instellingen.
Routevoorbeeld: Toont een voorbeeld van de belangrijkste wegen in uw route wanneer u de navigatie start.
Berekeningsmodus: Hiermee stelt u de methode voor routeberekening in.
Vermijdingen: Hiermee stelt u in welke wegkenmerken u wilt vermijden op een route.
Aangepaste vermijdingen: Hiermee kunt u specifieke wegen of gebieden vermijden.
Tolwegen: Hiermee stelt u voorkeuren in voor het vermijden van tolwegen.
Tol en kosten: Hiermee stelt u voorkeuren in voor het vermijden van tolwegen en tolbadges.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.
Beperkte modus: Schakelt alle functies uit die veel aandacht van de bestuurder vereisen.
GPS-simulator: Voorkomt dat het toestel een GPS-signaal ontvangt en bespaart batterijvermogen.

Instellingen berekeningsmodus

Selecteer Instellingen > Navigatie > Berekeningsmodus.
De routeberekening is gebaseerd op wegsnelheden en voertuigversnellingsgegevens voor een bepaalde route.
Snellere tijd: Berekent routes die sneller te rijden zijn, maar langer kunnen zijn in afstand.
Kortere afstand: Berekent routes die korter zijn in afstand, maar meer tijd kunnen kosten om te rijden.
Offroad: Berekent een rechte lijn van uw locatie naar uw bestemming.

Een gesimuleerde locatie instellen

Als u zich binnenshuis bevindt of geen satellietontvangst hebt, kunt u de GPS-simulator gebruiken om routes te plannen vanaf een gesimuleerde locatie.

  1. Selecteer Instellingen > Navigatie > GPS-simulator.
  2. Selecteer Kaart weergeven in het hoofdmenu.
  3. Tik twee keer op de kaart om een gebied te selecteren.
    Het adres van de locatie wordt onder aan het scherm weergegeven.
  4. Selecteer de locatiebeschrijving.
  5. Selecteer Locatie instellen.

Instellingen voor rijhulpsystemen

Selecteer Instellingen > Rijhulpsysteem.
Bestuurderswaarschuwingen: Hiermee kunt u waarschuwingen voor aankomende zones of wegomstandigheden in- of uitschakelen (zie 'Functies en waarschuwingen voor bestuurdersassistentie').
Snelheidswaarschuwing: Waarschuwt u wanneer u de maximumsnelheid overschrijdt.
Pauzeplanning: Herinnert u eraan om een pauze te nemen en toont aankomende services nadat u langere tijd hebt gereden. U kunt pauzeherinneringen en suggesties voor aankomende services in- of uitschakelen.
Waarschuwingen nabijheid: Waarschuwt u wanneer u flitspalen of roodlichtcamera's nadert.

Instellingen waarschuwingen nabijheid

OPMERKING: U moet aangepaste nuttige punten (POI's) hebben geladen om waarschuwingen voor nabijheidspunten weer te geven.
OPMERKING: Deze functie is niet in alle gebieden beschikbaar.
Selecteer Instellingen > Rijhulpsysteem > Waarschuwingen nabijheid.
Audio: Hiermee stelt u de stijl van de waarschuwing in die wordt afgespeeld wanneer u nabijheidspunten nadert.
Waarschuwingen: Hiermee stelt u het type nabijheidspunten in waarvoor waarschuwingen worden afgespeeld.

Instellingen achteruitrijcamera

Met de instellingen voor de achteruitrijcamera kunt u gekoppelde Garmin-achteruitrijcamera's en camera-instellingen beheren. Dit menu wordt alleen weergegeven op uw navigatietoestel wanneer het toestel is aangesloten op een draadloze camera-ontvangkabel. Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw achteruitrijcamera voor meer informatie over het koppelen van camera's en camera-instellingen. Ga naar garmin.com/backupcamera om een Garmin-achteruitrijcamera te kopen.
Selecteer Instellingen > Achteruitrijcamera en selecteer een gekoppelde camera.
Ontkoppelen: Verwijdert de gekoppelde camera. U moet de camera opnieuw koppelen voordat u deze met dit toestel en deze kabel kunt bekijken.
Naam wijzigen: Hiermee kunt u de naam van de gekoppelde camera wijzigen.
Geleidelijnen: Toont of verbergt geleidelijnen en stelt u in staat de positie van de geleidelijnen aan te passen.

Scherminstellingen

Selecteer Instellingen > Scherm.
Kleurmodus: Hiermee kunt u de kleurmodus voor dag of nacht selecteren. Als u de optie Auto selecteert, schakelt het toestel automatisch over naar dag- of nachtkleuren op basis van het tijdstip.
Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van het scherm aanpassen.
Time-out scherm: Hiermee kunt u de hoeveelheid inactiviteit instellen voordat uw toestel in de slaapstand gaat terwijl het batterijvermogen gebruikt.
Screenshot: Hiermee kunt u een foto van het toestelscherm maken. Screenshots worden opgeslagen in de map Screenshot van de toestelopslag.

Verkeersinstellingen

Selecteer Instellingen > Verkeer in het hoofdmenu.
Verkeer: Schakelt verkeer in.
Huidige provider: Stelt de verkeersprovider in die moet worden gebruikt voor verkeersgegevens. De optie Auto selecteert automatisch de beste beschikbare verkeersgegevens.
Abonnementen: Geeft een overzicht van de huidige verkeersabonnementen.
Route optimaliseren: Hiermee kan het toestel automatisch of op verzoek geoptimaliseerde alternatieve routes gebruiken (zie 'Verkeersvertragingen op uw route vermijden').
Verkeerswaarschuwingen: Stelt de ernst van de verkeersvertraging in waarvoor het toestel een verkeerswaarschuwing weergeeft.
Gesproken verkeersaanwijzingen: Schakelt gesproken aanwijzingen voor verkeersgebeurtenissen in.

Instellingen voor eenheden en tijd

Als u de pagina met instellingen voor eenheden en tijd wilt openen, selecteert u Instellingen > Eenheden en tijd in het hoofdmenu.
Huidige tijd: Hiermee stelt u de tijd op het toestel in.
Tijdnotatie: Hiermee kunt u een 12-uurs, 24-uurs of UTC-weergavetijd selecteren.
Eenheden: Hiermee stelt u de meeteenheid in die wordt gebruikt voor afstanden.
Positie-indeling: Hiermee stelt u de coördinaatindeling en het datum in die worden gebruikt voor geografische coördinaten.

De tijd instellen

  1. Selecteer de tijd in het hoofdmenu.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u de tijd automatisch wilt instellen met behulp van GPS-informatie, selecteert u Automatisch.
    • Als u de tijd handmatig wilt instellen, sleept u de cijfers omhoog of omlaag.

Instellingen voor taal en toetsenbord

Als u de instellingen voor taal en toetsenbord wilt openen, selecteert u Instellingen > Taal en toetsenbord in het hoofdmenu.
Spreektaal: Hiermee stelt u de taal in voor gesproken aanwijzingen.
Teksttaal: Hiermee stelt u alle tekst op het scherm in op de geselecteerde taal.
OPMERKING: Het wijzigen van de teksttaal wijzigt niet de taal van door de gebruiker ingevoerde gegevens of kaartgegevens, zoals straatnamen.
Toetsenbordtaal: Schakelt toetsenbordtalen in.

Instellingen voor toestel en privacy

Selecteer Instellingen > Toestel.
Over: Geeft het versienummer van de software, het toestel-id-nummer en informatie over verschillende andere softwarefuncties weer.
Regelgeving: Geeft wettelijke markeringen en informatie weer.
EULA's: Geeft de licentieovereenkomsten voor eindgebruikers weer.
OPMERKING: U hebt deze informatie nodig wanneer u de systeemsoftware bijwerkt of extra kaartgegevens aanschaft.
Reisgeschiedenis: Hiermee kan het toestel een overzicht opslaan van de plaatsen waar u naartoe gaat. Hierdoor kunt u het reislogboek bekijken, de functie Waar ben ik geweest gebruiken en myTrends-voorgestelde routes gebruiken.
Resetten: Hiermee kunt u uw reisgeschiedenis wissen, instellingen resetten of alle gebruikersgegevens verwijderen.

Gegevens en instellingen resetten
Het toestel biedt verschillende opties voor het verwijderen van uw gebruikersgegevens en het terugzetten van alle instellingen naar de fabrieksinstellingen.

  1. Selecteer Instellingen > Toestel > Resetten.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u uw reisgeschiedenis wilt wissen, selecteert u Reisgeschiedenis wissen.
      Met deze optie worden alle records verwijderd van de plaatsen waar u bent geweest. Opgeslagen locaties of geïnstalleerde kaarten worden niet verwijderd.
    • Als u alle instellingen wilt terugzetten naar de fabrieksinstellingen, selecteert u Standaardinstellingen herstellen.
      Met deze optie worden geen gebruikersgegevens verwijderd.
    • Als u alle gebruikersgegevens wilt verwijderen en alle instellingen wilt terugzetten naar de fabrieksinstellingen, selecteert u Gegevens verwijderen en instellingen resetten.
      Met deze optie worden alle gebruikersgegevens verwijderd, inclusief uw opgeslagen locaties, recent gevonden locaties en reisgeschiedenis. Geïnstalleerde kaarten worden niet verwijderd.

Toestelinformatie

Regelgevings- en nalevingsinformatie weergeven

  1. Veeg in het instellingenmenu naar de onderkant van het menu.
  2. Selecteer Toestel > Regelgeving.

Specificaties

Bedrijfstemperatuurbereik Van -20 °C tot 55 °C (van -4 °F tot 131 °F)
Oplaadtemperatuurbereik Van 0 °C tot 45 °C (van 32 °F tot 113 °F)
Radiofrequentie/-protocol 2,4 GHz Bluetooth
Stroomtoevoer Voertuigvoeding via de meegeleverde voertuigvoedingskabel. Netstroom met behulp van een optioneel accessoire (alleen voor thuis- en kantoorgebruik).
Batterijtype Oplaadbare lithium-ion

Het toestel opladen

OPMERKING: Dit product van klasse III moet worden gevoed door een LPS-voeding.
U kunt de batterij in het toestel opladen met behulp van een van deze methoden.

  • Sluit het toestel aan op de voertuigvoeding.
  • Sluit het toestel aan op een optionele voedingsadapter, zoals een wandvoedingsadapter.
    U kunt een goedgekeurde Garmin AC-DC-adapter die geschikt is voor thuis- of kantoorgebruik kopen bij een Garmin-dealer of op www.garmin.com. Het toestel laadt mogelijk langzaam op wanneer het is aangesloten op een adapter van derden.

Apparaatonderhoud

Garmin Support Center

Ga naar support.garmin.com voor hulp en informatie, zoals producthandleidingen, veelgestelde vragen, video's en klantondersteuning.

Kaart- en software-updates

Voor de beste navigatie-ervaring moet u de kaarten en software op uw toestel up-to-date houden.
Kaartupdates bieden de nieuwste beschikbare wijzigingen aan wegen en locaties in de kaarten die door uw toestel worden gebruikt. Als u de kaarten up-to-date houdt, kan uw toestel recent toegevoegde locaties vinden en nauwkeurigere routes berekenen. Kaartupdates zijn groot en het kan enkele uren duren om ze te voltooien.
Software-updates bieden wijzigingen en verbeteringen aan de functies en de werking van het toestel. Software-updates zijn klein en het duurt enkele minuten om ze te voltooien.
U kunt het toestel op een computer aansluiten en het bijwerken met de Garmin Express applicatie (garmin.com/express).

Kaarten en software bijwerken met Garmin Express
U kunt de Garmin Express applicatie gebruiken om de nieuwste kaart- en software-updates voor uw toestel te downloaden en installeren.

  1. Als u de Garmin Express applicatie nog niet op uw computer hebt geïnstalleerd, gaat u naar garmin.com/express en volgt u de instructies op het scherm om deze te installeren.
  2. Open de Garmin Express applicatie Garmin Express applicatie.
  3. Sluit uw toestel aan op uw computer met behulp van een miniUSB-kabel.
    Het kleine uiteinde van de kabel wordt aangesloten op de mini-USB-poort op uw Garmin Drive toestel en het grote uiteinde op een beschikbare USB-poort op uw computer.
  4. Als uw Garmin Drive toestel u vraagt om de modus voor bestandsoverdracht te openen, selecteert u Ja.
  5. Klik in de Garmin Express applicatie op Toestel toevoegen (Add a Device).
    De Garmin Express applicatie zoekt naar uw toestel en geeft de toestelnaam en het serienummer weer.
  6. Klik op Toestel toevoegen (Add Device) en volg de instructies op het scherm om uw toestel toe te voegen aan de Garmin Express applicatie.
    Wanneer de installatie is voltooid, toont de Garmin Express applicatie de beschikbare updates voor uw toestel.
  7. Selecteer een optie:
    • Als u alle beschikbare updates wilt installeren, klikt u op Alles installeren (Install All).
    • Als u een specifieke update wilt installeren, klikt u op Details weergeven (View Details) en klikt u op Installeren (Install) naast de update die u wilt.

De Garmin Express applicatie downloadt en installeert de updates op uw toestel. Kaartupdates zijn erg groot en dit proces kan lang duren bij tragere internetverbindingen.
OPMERKING: Als een kaartupdate te groot is voor de interne opslag van het toestel, kan de software u vragen om een microSD®-kaart in uw toestel te plaatsen om opslagruimte toe te voegen (zie "Een geheugenkaart installeren voor kaarten en gegevens").

  1. Volg de instructies op het scherm tijdens het updateproces om de installatie van updates te voltooien.
    Tijdens het updateproces kan de Garmin Express applicatie u bijvoorbeeld vragen om uw toestel los te koppelen en opnieuw aan te sluiten.

Garmin Express installeren
De Garmin Express applicatie is beschikbaar voor Windows® en Mac® computers.

  1. Ga op uw computer naar garmin.com/express.
  2. Selecteer een optie:
    • Als u de systeemvereisten wilt bekijken en wilt controleren of de Garmin Express applicatie compatibel is met uw computer, selecteert u Systeemvereisten (System Requirements).
    • Als u wilt installeren op een Windows computer, selecteert u Download voor Windows (Download for Windows).
    • Als u wilt installeren op een Mac computer, selecteert u Download voor Mac (Download for Mac).
  3. Open het gedownloade bestand en volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.

Apparaatonderhoud

LET OP

  • Laat uw toestel niet vallen.
  • Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig kan worden blootgesteld aan extreme temperaturen, omdat dit permanente schade kan veroorzaken.
  • Gebruik nooit een hard of scherp voorwerp om het touchscreen te bedienen, omdat dit schade kan veroorzaken.
  • Stel het toestel niet bloot aan water.

De buitenkant reinigen
LET OP
Vermijd chemische reinigers en oplosmiddelen die plastic onderdelen kunnen beschadigen.

  1. Reinig de buitenkant van het toestel (niet het touchscreen) met een doek die is bevochtigd met een milde zeepoplossing.
  2. Veeg het toestel droog.

Het touchscreen reinigen

  1. Gebruik een zachte, schone, pluisvrije doek.
  2. Maak de doek indien nodig licht vochtig met water.
  3. Als u een vochtige doek gebruikt, schakelt u het toestel uit en koppelt u het los van de stroomvoorziening.
  4. Veeg voorzichtig over het scherm met de doek.

Diefstal voorkomen

  • Verwijder het toestel en de steun uit het zicht wanneer u ze niet gebruikt.
  • Verwijder de resten die door de zuignap op de voorruit zijn achtergebleven.
  • Bewaar uw toestel niet in het dashboardkastje.
  • Registreer uw toestel met behulp van de Garmin Express software (garmin.com/express).

Het toestel opnieuw opstarten

U kunt uw toestel opnieuw opstarten als het niet meer functioneert.
Houd de aan/uit-knop 12 seconden ingedrukt.

De steun en de zuignap van het toestel verwijderen

Het toestel van de steun verwijderen

  1. Druk op het lipje of de knop op de steun om deze los te maken.
  2. Kantel de onderkant van het toestel omhoog en til het toestel uit de steun.

De steun van de zuignap verwijderen

  1. Draai de toestelsteun naar rechts of links.
  2. Oefen druk uit totdat de opening op de steun de kogel op de zuignap loslaat.

De zuignap van de voorruit verwijderen

  1. Klap de hendel op de zuignap naar u toe.
  2. Trek het lipje op de zuignap naar u toe.

De zekering in de voedingskabel van het voertuig vervangen

LET OP
Wanneer u de zekering vervangt, mag u geen kleine onderdelen kwijtraken en zorg ervoor dat ze in de juiste positie worden teruggeplaatst. De voedingskabel van het voertuig werkt niet tenzij deze correct is gemonteerd.

Als uw toestel niet oplaadt in uw voertuig, moet u mogelijk de zekering vervangen die zich aan de punt van de voertuigadapter bevindt.

  1. Draai het eindstuk tegen de klok in om het te ontgrendelen.

    TIP: Mogelijk hebt u een munt nodig om het eindstuk te verwijderen.
  2. Verwijder het eindstuk, de zilveren punt en de zekering .
  3. Plaats een nieuwe snelle zekering met dezelfde stroomsterkte, zoals 1 A of 2 A.
  4. Plaats de zilveren punt in het eindstuk.
  5. Duw het eindstuk naar binnen en draai het met de klok mee om het weer in de voedingskabel van het voertuig te vergrendelen .

Probleemoplossing

De zuignap blijft niet op mijn voorruit zitten

  1. Reinig de zuignap en de voorruit met ontsmettingsalcohol.
  2. Droog met een schone, droge doek.
  3. Bevestig de zuignap (zie "De Garmin Drive in uw voertuig bevestigen en van stroom voorzien").

Mijn toestel ontvangt geen satelliet signalen

  • Controleer of de GPS-simulator is uitgeschakeld (zie "Navigatie-instellingen").
  • Haal uw toestel uit parkeergarages en uit de buurt van hoge gebouwen en bomen.
  • Blijf enkele minuten stilstaan.

Het toestel laadt niet op in mijn voertuig

  • Controleer de zekering in de voedingskabel van het voertuig (zie "De zekering in de voedingskabel van het voertuig vervangen").
  • Controleer of het voertuig is ingeschakeld en stroom levert aan het stopcontact.
  • Controleer of de binnentemperatuur van het voertuig zich binnen het oplaadtemperatuurbereik bevindt dat in de specificaties is aangegeven.
  • Controleer of de zekering in het stopcontact van het voertuig niet kapot is.

Mijn batterij blijft niet lang opgeladen

  • Verlaag de helderheid van het scherm (zie "Scherminstellingen").
  • Verkort de time-out van het scherm (zie "Scherminstellingen").
  • Verlaag het volume (zie "Het volume aanpassen").
  • Zet het toestel in de energiebesparende modus wanneer het niet in gebruik is (zie "Het toestel in- of uitschakelen").
  • Houd uw toestel uit de buurt van extreme temperaturen.
  • Laat uw toestel niet in direct zonlicht liggen.

Een geheugenkaart installeren voor kaarten en gegevens

U kunt een geheugenkaart installeren om de opslagruimte voor kaarten en andere gegevens op uw toestel te vergroten. U kunt geheugenkaarten kopen bij een elektronicawinkel, of naar www.garmin.com/maps gaan om een geheugenkaart te kopen met vooraf geladen Garmin kaartsoftware. Het toestel ondersteunt microSD-geheugenkaarten van 4 tot 32 GB.

  1. Zoek de sleuf voor de kaart voor kaarten en gegevens op uw toestel (zie "Overzicht van de Garmin Drive 52").
  2. Plaats een geheugenkaart in de sleuf.
  3. Druk deze erin totdat deze vastklikt.

Gegevensbeheer

U kunt bestanden op uw toestel opslaan. Het toestel heeft een sleuf voor een geheugenkaart voor extra gegevensopslag.
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95, 98, Me, Windows NT® en Mac OS 10.3 en eerder.

Over geheugenkaarten
U kunt geheugenkaarten kopen bij een elektronicawinkel of vooraf geladen Garmin kaartsoftware kopen (www.garmin.com). Naast kaart- en gegevensopslag kan de geheugenkaart worden gebruikt om bestanden op te slaan, zoals kaarten, afbeeldingen, geocaches, routes, waypoints en aangepaste nuttige punten.

Het toestel aansluiten op uw computer
U kunt het toestel met een USB-kabel op uw computer aansluiten.

  1. Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de poort op het toestel.
  2. Steek het grotere uiteinde van de USB-kabel in een poort op uw computer.
  3. Als uw Garmin Drive toestel u vraagt om de modus voor bestandsoverdracht te openen, selecteert u Ja.

Een afbeelding van uw toestel dat is verbonden met een computer, wordt op het scherm van het toestel weergegeven.
Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer wordt het toestel weergegeven als een draagbaar toestel, een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume.

Gegevens overdragen vanaf uw computer

  1. Sluit het toestel aan op uw computer (zie "Het toestel aansluiten op uw computer").
    Afhankelijk van het besturingssysteem van uw computer wordt het toestel weergegeven als een draagbaar toestel, een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume.
  2. Open de bestandsbrowser op uw computer.
  3. Selecteer een bestand.
  4. Selecteer Bewerken (Edit) > Kopiëren (Copy).
  5. Blader naar een map op het toestel.
    OPMERKING: Voor een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume mag u geen bestanden in de Garmin map plaatsen.
  6. Selecteer Bewerken (Edit) > Plakken (Paste).

De USB-kabel loskoppelen
Als uw toestel als een verwisselbare schijf of een verwisselbaar volume op uw computer is aangesloten, moet u uw toestel veilig loskoppelen van uw computer om gegevensverlies te voorkomen. Als uw toestel als een draagbaar toestel op uw Windows computer is aangesloten, is het niet nodig om het toestel veilig los te koppelen.

  1. Voer een handeling uit:
    • Voor Windows computers selecteert u het pictogram Hardware veilig verwijderen (Safely Remove Hardware) in het systeemvak en selecteert u uw toestel.
    • Voor Apple computers selecteert u het toestel en selecteert u Bestand (File) > Uitwerpen (Eject).
  2. Koppel de kabel los van uw computer.

De GPS-signaalstatus weergeven

Houd drie seconden ingedrukt.

Extra kaarten aanschaffen

  1. Ga naar de productpagina van uw toestel op garmin.com.
  2. Klik op het tabblad Kaarten (Maps).
  3. Volg de aanwijzingen op het scherm.

Accessoires aanschaffen

Ga naar garmin.com/accessories.

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download Garmin DRIVE 52 Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave