Leidingaansluitingen
Afb. 13 Verwijder de zijafdekking
5
Leidingaansluitingen
OPMERKING
Schade aan de installatie door resten in de leidingen!
Vaste stoffen, metaal-/kunststofspanen, hennep- en weefselbandresten
en dergelijke materialen kunnen zich in pompen, ventielen en warmte-
wisselaars afzetten.
▶ Voorkom het binnendringen van vreemde voorwerpen in het buizen-
systeem.
▶ Leidingcomponenten en -verbindingen niet direct op de vloer leggen.
▶ Zorg er bij het ontbramen voor, dat geen spanen in de buis achterblij-
ven.
▶ Spoel het leidingsysteem grondig door voor het aansluiten van de
warmtepomp en binneneenheid om vreemde deeltjes daaruit te ver-
wijderen.
Voor gemakkelijke toegang, wordt geadviseerd de achterste leidingen
eerst aan te sluiten.
12
5.
3.
Afb. 14 Leidingaansluitingen
Wanneer de aansluiting zonder boiler wordt uitgevoerd, moeten de lei-
dingen worden afgedopt.
0010046947-001
▶ Plaats doppen op de aanvoer- en retourwarmwaterleidingen.
Wanneer geen boiler wordt aangesloten, moet de elektrische verwar-
ming worden geactiveerd om actieve ontdooiing te waarborgen.
Conform goede installatiepraktijk kan het nodig zijn extra ontluchtings-
ventielen te plaatsen op het hoogste punt van de installatie.
5.1
OPMERKING
Materiële schade door vorst en UV-straling!
Bij stroomuitval kan het water in de leidingen bevriezen.
Door UV-straling kan de isolatie bros worden en na enige tijd afbrokke-
len.
▶ Gebruik voor leidingen, aansluitingen en verbindingen buiten een
isolatie van ten minste 19 mm dik.
▶ Monteer aftapkranen, zodat het water uit de naar de warmtepomp
toe en van de warmtepomp weg lopende leidingen bij langere stil-
stand en vorstgevaar kunnen worden afgetapt.
▶ UV- en vochtbestendige isolatie gebruiken.
▶ Isoleer de wanddoorvoer.
▶ In gebouwen moet een isolatie voor leidingen van ten minste 12 mm
dik gebruikt worden. Dit is ook voor een veilig en efficiënt warmwa-
terbedrijf belangrijk.
Alle warmtetransporterende leidingen moeten van een geschikte warm-
te-isolatie conform de geldende voorschriften worden voorzien.
In de koelmodus moeten alle aansluitingen en leidingen conform de gel-
dende normen worden geïsoleerd om condensatie te voorkomen.
1.
Isolatie
Compress 5800i AW – 6721892047 (2024/08)
6.
2.
4.
0010049216-001