18. Haal de luchtdrukregelaar van de tank (CP) van de
luchtregelaars van het toevoersysteem terug en open
het messing ventiel op het tankdeksel.
A
. 35
FB
19. Als de luchtdruk in de tank is afgevoerd, verwijdert u de
pluggen van de tankpoort en sluit u de retourleidingen
van de tank weer aan.
20. Stel de luchtdrukregelaar van de tank weer in op de
gewenste druk.
21. Sluit de circulatieventielen.
22. Vul het A-monsterafnameventiel:
a.
Druk herhaaldelijk op
Druk op
. Draai de luchtregelaar van de
doseerpomp (CD) langzaam rechtsom open en
laat de druk oplopen totdat doseerpomp A start.
3B0367S
om in te stellen op
.
b.
Open met een afvalcontainer onder het ventiel
het A-monsterafnameventiel langzaam totdat
er schoon materiaal uit komt en sluit dan het
monsterafnameventiel.
23. Herhaal de vorige stap om het B-monsterafnameventiel
voor te bereiden.
24. Vul de slang voor A-materiaal:
a.
Verwijder de uitlaatfitting van het mengspruitstuk
zodat materialen kunnen worden afgegeven
zonder te mengen.
b.
Plaats een afvalemmer onder de uitlaat van het
mengspruitstuk.
B-ventiel
A-ventiel
De eerste keer opstarten
ti20109a
Uitlaatfitting
ti20088a
33