Probleem
De doseerpompen lopen niet wanneer de
runmodus is geselecteerd en het blauwe
lampje brandt.
Pomptest voltooid zonder fout, maar
A- of B-component heeft meer dan
750 cc vloeistof in beker.
Batchtest voltooid zonder fout, maar A-
en B-component heeft meer vloeistof in
beker dan weergegeven op het scherm.
Het spuitapparaat start niet als de
startknop wordt ingedrukt.
Vloeistofkleppen lekken bij stang.
Vloeistofklep lekt tussen hoofd- en
uitlaatbehuizing.
Het materiaal hardt niet consistent uit.
3B0367S
Oorzaak
Luchtdruk naar de doseerpompen te laag Verhoog de druk tot 50 psi (0,35 MPa,
De luchtdruk naar de doseerventielen is
te laag.
De circulatieventielen of kogelventiel van
het mengspruitstuk zijn niet open.
Luchttoevoerslangen zijn verstopt
Solenoïdeklep zit vast.
Luchtstuurventiel(en) naar motor zitten
vast.
Doseerventiel(en) gaat/gaan niet open.
De luchtmotor is afgeslagen.
De verkeerde doseerpompen zijn op
de schermen van de Systeeminstelling
geselecteerd.
Er zit lucht in de vloeistof door overmatig
schudden, circulatie en warmte.
De vloeistof wordt, wanneer het onder
druk is gecomprimeerd, als volume
gemeten.
Zie oorzaken voor vorige probleem met
pomptest.
Defecte startschakelaar of bedrading.
Defecte stopschakelaar of bedrading.
Losse of versleten pakkingen.
O-ring op zitting werkt niet.
De verhouding is niet goed ingesteld.
Het materiaal is niet juist gemengd.
Materiaal niet goed geconditioneerd
voordat het toegevoegd werd aan het
spuitapparaat.
Onvoldoende integratieslang gebruikt.
Informatie over het oplossen van problemen
Oplossing
3,5 bar) of hoger.
Controleer de luchtregelaar achter het
hoofdluchtpaneel. Moet 80-85 psi
(0,55-0,59 MPa, 5,5-5,9 bar) zijn.
Open de kogelventielen.
Kijk of er kinken in de luchttoevoerslangen
zitten of dat ze afgeknepen worden.
Activeer de solenoïde handmatig. Als het
dan niet werkt, vervang het dan. Zie de
reparatiehandleiding van de XM PFP.
Vervang het ventiel of de ventielen. Zie de
reparatiehandleiding voor de XM PFP.
Geef de ventiel(en) een servicebeurt of ver-
vang het/ze. Zie de reparatiehandleiding
voor de XM PFP.
Zie handleiding 3A5423.
Zie Bijlage A - Display gebruikersinter-
face vanaf pagina66.
Herhaal de pomptest met verse vloeistof.
Als de specifieke dichtheid van elke vloei-
stof gekend is, controleer de stalen dan per
gewicht (750 cc x specifieke dichtheid is
gelijk aan gewicht in gram). Als het gewicht
correct is, is het extra volume in de beker
lucht.
Zie oplossingen voor vorig probleem met
pomptest.
Controleer de continuïteit van de startscha-
kelaar en de bedrading; normaal gesproken
is de schakelaar een open circuit.
Zie Bedradingsschema's in de reparatie-
handleiding van de XM PFP.
Controleer de continuïteit van de stopscha-
kelaar en de bedrading; normaal gesproken
is de schakelaar een gesloten circuit.
Zie Bedradingsschema's in de reparatie-
handleiding van de XM PFP.
Draai pakkingmoer vast. Als het lek blijft,
vervang dan de pakkingen.
Vervang beide O-ringen op de zitting.
Controleer of de juiste verhouding is inge-
steld en op basis van volume.
Test doseerpomp. Zorg ervoor dat de mixer
schoon is; spoel indien nodig.
Positie mixer na integratieslang.
Mix het materiaal grondig.
Voeg meer integratieslang toe.
Selecteer onder instellingen „Snel dose-
ren".
63