134
Infotainmentsysteem
Volume voor verkeersberichten (TA)
Het volume voor de verkeersberich‐
ten kan proportioneel met het nor‐
male audiovolume worden verhoogd
of verlaagd.
Druk op de CONFIG-knop voor ope‐
nen van het systeeminstelmenu.
Selecteer Radio-instellingen, RDS-
opties en TA-volume.
CD 300: selecteer Audio-instellingen,
RDS-opties en TA-volume.
Stel de waarde voor de volume toe-
of afname in.
Personaliseren
(alleen CD 400)
Diverse instellingen van het infotain‐
mentsysteem kunnen separaat wor‐
den opgeslagen in elke sleutel (be‐
stuurder) van de auto.
Opgeslagen instellingen
Wanneer u de autosleutel uit het con‐
tactslot trekt, worden de volgende in‐
stellingen automatisch voor de ge‐
bruikte sleutel opgeslagen:
■ laatste volume-instellingen; één vo‐
lumeniveau voor alle niet-telefoon‐
bronnen (radio, CD-speler, AUX,
USB)
■ alle zendervoorkeuren
■ alle tooninstellingen; elk van deze
instellingen worden separaat opge‐
slagen voor elk van de volgende
audiobronnen (indien beschik‐
baar): AM, FM, CD-speler, AUX,
USB
■ laatste actieve audiobron
■ laatst actieve radiozender (sepa‐
raat voor elk frequentiebereik)
■ laatst actieve displaymodus
■ laatste positie in audio/MP3-CD of
wisselaar (indien beschikbaar) in‐
clusief discnummer, tracknummer,
map
■ status van shuffle songinstellingen
(CD-speler)
■ status van TP (Trafic Programme)
instelling
■ cursorpositie voor elk menu op het
display
Activeren/deactiveren
personalisatie
Druk op de CONFIG-knop voor ope‐
nen van het systeeminstelmenu.
Selecteer Auto-instellingen en vervol‐
gens Comfortinstellingen.
Pers. inst. voor bestuurder op Aan of
Uit zetten.