164
Infotainmentsysteem
Om een standaard Infotainmentsys‐
teem-menu nogmaals weer te geven
drukt u een knop op het Infotainment‐
systeem.
Zo lang een foto geselecteerd blijft in
het Fotokeuze-menu, kan deze op elk
gewenst moment worden weergege‐
ven met behulp van de INFO-knop.
Navigatie
Algemene aanwijzingen
Het navigatiesysteem brengt u be‐
trouwbaar en zonder kaartlezen naar
de gewenste bestemming, ook wan‐
neer u ter plaatse helemaal niet be‐
kend bent.
De dynamische routebegeleiding
zorgt ervoor dat de actuele verkeers‐
situatie betrokken wordt bij de route‐
berekening als dynamische routebe‐
geleiding is ingeschakeld. Hiervoor
ontvangt het Infotainmentsysteem via
RDS-TMC verkeersberichten in het
betreffende ontvangstgebied.
Het navigatiesysteem kan echter
geen rekening houden met de actuele
verkeerssituatie, recentelijk veran‐
derde verkeersregels en plotseling
optredende gevaren of knelpunten
(bijv. wegwerkzaamheden).
Voorzichtig
Het gebruik van het navigatiesys‐
teem vrijwaart de bestuurder niet
van zijn verantwoordelijkheid cor‐
rect en oplettend aan het verkeer
deel te nemen. De relevante ver‐
keersregels moeten zonder uit‐
zondering in acht worden geno‐
men. Wanneer de routebegelei‐
ding tegen de verkeersregels in‐
gaat, moet u altijd de verkeersre‐
gels volgen.
Werking van het
navigatiesysteem
Het navigatiesysteem gebruikt sen‐
soren om de positie en beweging van
de auto te bepalen. De afgelegde weg
wordt via het kilometertellersignaal
van de auto bepaald en een gyrosen‐
sor meet de draaibewegingen in
bochten. De positiebepaling vindt
plaats m.b.v. satellieten van het GPS
(Global Positioning System).