246
Rijden en bediening
Mocht het systeem bovendien tijdelijk
niet werken wegens sneeuw op de
sensoren, gaat r branden.
Belangrijke tips voor het gebruik
van parkeerhulpsystemen
9 Waarschuwing
Reflecterende oppervlakken van
voorwerpen of kleding en externe
geluidsbronnen kunnen er in be‐
paalde omstandigheden toe lei‐
den dat het systeem een obstakel
niet registreert.
Voorzichtig
De sensoren werken eventueel
minder goed wanneer deze bijv.
met ijs of sneeuw zijn bedekt.
De parkeerhulpsystemen werken
eventueel minder goed wanneer
de sensoren van hoogte zijn ver‐
anderd.
Bijzondere omstandigheden gel‐
den voor hoge auto's (bijv. terrein‐
wagens, personenbusjes, bestel‐
wagens) De objectherkenning in
het bovenste deel van de auto kan
niet worden gegarandeerd.
Objecten met een erg klein reflec‐
tievlak, zoals smalle voorwerpen
of zachte materialen, herkent het
systeem mogelijkerwijs niet.
Parkeerhulpsystemen dienen niet
om de bestuurder voor onver‐
wachte obstakels te laten uitwij‐
ken.
Let op
De sensor kan een niet-bestaand
voorwerp (storingsecho) herkennen
door akoestische of mechanische in‐
vloeden van buitenaf.
Blindehoeksysteem
Het blindehoeksysteem detecteert en
meldt objecten aan beide kanten van
de auto, binnen een gespecificeerde
"blindehoek"zone. Het systeem geeft
bij het detecteren van objecten die in
de binnen- en buitenspiegels wellicht
niet zichtbaar zijn in elke buitenspie‐
gel een visuele waarschuwing.
De sensoren van het systeem zitten
in de bumper links en rechts op de
auto.
9 Waarschuwing
Het blinde-hoeksysteem vervangt
het zicht van de bestuurder niet.
Het systeem detecteert geen:
■ Auto's die zich buiten de blinde
hoeken bevinden, en die moge‐
lijk snel naderen.
■ Voetgangers, fietsers of dieren.
Controleer voordat u van rijstrook
verandert altijd alle spiegels, kijk
over uw schouder en gebruik de
richtingaanwijzer.
Wanneer het systeem onderweg een
auto in de blinde hoek detecteert, bij
het inhalen van een voertuig of bij in‐
gehaald worden, licht er een oranje