334
Klantinformatie
■ Reacties van de auto in specifieke
verkeerssituaties (bijv. ontplooien
van een airbag, activeren van de
stabiliteitsregeling)
■ Omgevingscondities (bijv. tempe‐
ratuur)
Deze gegevens zijn uitsluitend tech‐
nisch en helpen bij het identificeren
en corrigeren van fouten en het opti‐
maliseren van boordfuncties.
Bewegingsprofielen die op afgelegde
routes duiden, kunnen niet met deze
gegevens worden aangemaakt.
Als er services worden gebruikt (bijv.
reparatiewerkzaamheden, onder‐
houdsprocessen, garantieclaims,
kwaliteitsborging), kunnen medewer‐
kers van het servicenetwerk (inclusief
de fabrikant) deze technische infor‐
matie met speciale diagnoseappara‐
tuur uit de voorvaal- en foutgege‐
vensopslagmodules aflezen. Raad‐
pleeg desgewenst deze werkplaat‐
sen voor meer informatie. Na het cor‐
rigeren van een fout worden de ge‐
gevens gewist uit de foutopslagmo‐
dule of worden ze constant over‐
schreven.
Bij het gebruik van deze auto kunnen
er zich situaties voordoen waarin
deze technische gegevens in ver‐
band met andere informatie (o.a. on‐
gevalmelding, schade aan de auto,
getuigenverklaringen) met een per‐
soon kunnen worden geassocieerd -
mogelijk met behulp van een expert.
Bij extra contractueel met de klant
overeengekomen functies (bijv. loka‐
liseren van de auto in noodgevallen)
mogen er bepaalde gegevens m.b.t.
de auto vanuit de auto worden ver‐
zonden.
Radiofrequentie-
identificatie (RFID)
RFID-technologie wordt in sommige
auto's gebruikt voor functies als ban‐
denspanningscontrole en beveiliging
van het ontstekingssysteem. Het
wordt ook gebruikt in combinatie met
comfortfuncties, zoals afstandsbedie‐
ningen voor het op afstand vergren‐
delen/ontgrendelen en starten en
zenders in auto's voor garagedeuro‐
peners. RFID-technologie in Chevro‐
let-modellen maakt geen gebruik van
persoonlijke informatie, registreert
dergelijke gegevens evenmin en
brengt ook geen koppelingen tot
stand met enig ander Chevrolet-sys‐
teem dat persoonlijke informatie be‐
vat.