Door de sensorsignalen met de digi‐
tale kaarten op de SD-kaart met
kaartgegevens te vergelijken, kan de
positie tot op ca. 10 m nauwkeurig
worden bepaald.
Het systeem werkt in principe ook met
een slechte GPS-ontvangst, maar
daarbij neemt de nauwkeurigheid van
de positiebepaling af, wat in foute po‐
sitiemeldingen resulteert.
Nadat u de bestemming of spec. be‐
stemmingen (eerstvolgend tanksta‐
tion, hotel, etc.) hebt ingevoerd, wordt
de route vanaf uw huidige positie naar
de gekozen bestemming berekend.
De routebegeleiding vindt plaats door
navigatiecommando's en door een
richtingspijl, evenals door een meer‐
kleurig kaartscherm.
TMC- verkeersinformatiesys‐
teem en dynamische
routebegeleiding
Het TMC-verkeersinformatiesysteem
ontvangt van de TMC-radiozenders
alle actuele verkeersinformatie. Bij
een actieve dynamische routebege‐
leiding wordt deze informatie gebruikt
om de hele route te berekenen. Daar‐
bij wordt de route zo gepland dat vol‐
gens de vooraf ingestelde criteria om
verkeersproblemen heen wordt gere‐
den.
Is er een actueel verkeersprobleem
tijdens een actieve routebegeleiding,
vraagt het systeem - afhankelijk van
de vooraf gemaakte instelling - of de
route veranderd moet worden.
De TMC-verkeersinformatie wordt op
het routebegeleidingsscherm met
symbolen weergegeven of verschijnt
in het TMC-berichten-menu als gede‐
tailleerde tekst.
Een voorwaarde voor het gebruik van
TMC-verkeersinformatie is de ont‐
vangst van TMC-zenders in de be‐
treffende regio.
Dynamische routebegeleiding werkt
alleen als verkeersinformatie wordt
ontvangen via het TMC verkeersin‐
formatiesysteem.
De dynamische routebegeleidings‐
functie kan worden uitgeschakeld in
het Navigatie-opties-menu, zie hoofd‐
stuk "Begeleiding" 3 190.
Infotainmentsysteem
Kaartgegevens
Alle benodigde kaartgegevens zijn
opgeslagen op een SD-kaart die bij
het Infotainmentsysteem wordt gele‐
verd.
Voor gedetailleerde beschrijvingen
over het omgaan met en vervangen
van de SD-kaart met kaartgegevens,
zie hoofdstuk "Kaarten" 3 199.
Gebruik
Bedieningselementen
De belangrijkste navigatie-specifieke
bedieningselementen zijn als volgt:
NAV-knop: activeer de navigatie;
toon de huidige positie (bij actieve
routebegeleiding); toon berekende
route (bij actieve routebegeleiding);
wisselen tussen weergave volledige
kaart, pijlweergave (bij actieve route‐
begeleiding) en weergave in gedeeld
scherm, zie "Informatie op het dis‐
play" hieronder.
DEST-toets: menu met opties voor
bestemmingsinvoer openen.
165