Download Print deze pagina

Algemene Informatie Zuinig Rijden; Stroomverbruik, Zuinig Omgaan Met Stroom - Volvo Xc90 2003 Handleiding

Starten en rijden
Algemene informatie
Zuinig rijden
Zuinig rijden houdt in dat u anticiperend en
rustig rijdt en uw rijstijl en snelheid afstemt op
de heersende verkeerssituatie.
Let op het volgende:
• Laat de motor zo spoedig mogelijk op
bedrijfstemperatuur komen! D.w.z. dat u
de motor niet stationair moet laten lopen,
maar zo spoedig mogelijk moet
wegrijden en de motor licht moet
belasten.
• Een koude motor verbruikt meer
brandstof dan een warme.
• Laat de auto zoveel mogelijk staan voor
de kortere ritten, waarbij de motor niet op
temperatuur komt.
• Rijd rustig! Vermijd onnodig snel
optrekken en krachtig remmen.
• Laat zware lading niet onnodig lang in de
auto liggen.
• Gebruik geen winterbanden op sneeu-
wvrije en droge wegen.
• Verwijder de lastdrager, wanneer u deze
niet meer nodig hebt.
• Open de zijramen niet onnodig.
Nieuwe auto's en gladde wegen
Het rijgedrag van de auto varieert afhankelijk van
de vraag of uw auto is uitgerust met een handge-
schakelde of een automatische versnellingsbak.
Aarzel daarom niet om onder gecontroleerde
omstandigheden (zoals op een slipbaan) te testen
hoe de auto bij gladheid reageert.
98
Op oneffen wegen rijden
Hoewel de Volvo XC90 voornamelijk gecon-
strueerd is voor het gebruik op verharde wegen,
biedt de auto ook goede eigenschappen op
onverharde en slecht onderhouden wegen. De
auto gaat desondanks langer mee als u op het
volgende let:
• Rijd langzaam als het wegdek oneffen is
om schade aan het onderstel van de auto
te voorkomen.
• Als de ondergrond rul is of uit droog zand
of sneeuw bestaat, verdient het altijd de
voorkeur om de auto in beweging te
houden en overschakelen te voorkomen.
Breng de auto nooit tot stilstand.
• Als de weg buitengewoon steil is zodat
het gevaar bestaat dat de auto kantelt,
moet u de auto nooit op de helling
proberen te keren maar achteruit terugr-
ijden. Rijd nooit schuin maar altijd recht
een helling op en af.
1% Rijd bij voorkeur geen steile helling op of af,
wanneer het brandstofniveau laag is. De kataly-
sator kan beschadigd raken, als de motor onvol-
doende brandstof krijgt.
Zorg er bij het beklimmen van buitengewoon steile
helling voor dat de brandstoftank voor meer dan de
helft gevuld is, om motoruitval te voorkomen.
Doorwaaddiepte
U kunt met de auto door waterpartijen van
maximaal 48 cm diep rijden.
1% Bij diepere waterpartijen kan er water in
de differentieelklokken en de transmissie
dringen. De smerende eigenschappen van de
olie nemen daarbij af, waardoor deze systemen
minder lang meegaan.
Houd een lage snelheid aan tijdens het waden
en breng de auto niet in het water tot stilstand.
Trap na het passeren van de waterpartij lichtjes
op het rempedaal om te controleren of de
remwerking in orde is. Bij water en vuil op de
remblokken kunnen er vertragingen in de
remwerking optreden.
Maak de aansluitingen voor de elektrische
motorverwarmer en de aanhangerkoppeling
schoon na ritten in water en modder.
1% Laat de auto niet langdurig in water staan
dat tot boven de dorpelbalken komt om
elektrische storingen te voorkomen.
Stroomverbruik, zuinig omgaan
met stroom
De elektrische functies van de auto belasten de
accu in verschillende mate. Laat de
contactsleutel niet te lang achtereen in stand II
staan, wanneer u de motor hebt afgezet. Maak
in plaats daarvan gebruik van stand I. In deze
stand wordt er minder stroom afgenomen.
Voorbeelden van onderdelen/systemen die veel
stroom afnemen zijn: interieurventilator, ruiten-
wissers, Infotainmentsysteem (hoog volume)
en parkeerlichten. Let er tevens op dat de
verschillende accessoires het elektrische
systeem belasten. Maak daarom geen gebruik
van functies die veel stroom nemen, wanneer u
de motor hebt afgezet.
Als de accuspanning laag is, verschijnt er een
melding op het display. U moet de accu in dat
geval bijladen door de motor te starten.
loading