functie weer uit met een druk op een
willekeurige knop van de afstandsbediening.
Als u niets doet, wordt de paniekfunctie na 25
seconden automatisch uitgeschakeld.
4. "Approach"-verlichting
Doe het volgende, wanneer u de auto nadert:
• Druk op de gele knop (4) van uw
afstandsbediening.
De interieurverlichting, de stadslichten, de
kentekenplaatverlichting en de lampjes in de
buitenspiegels (extra) gaan branden. Als er een
aanhanger achter de auto hangt, gaat ook de
verlichting van de aanhanger branden. De
lampen blijven 30, 60 of 90 seconden branden.
In een erkende Volvo-werkplaats kunt u een
passende inschakelduur laten instellen.
Doe het volgende om de "Approach"-
verlichting uit te schakelen:
• Druk nogmaals op de gele knop van uw
afstandsbediening.
5. Vergrendelen
Met knop (5) vergrendelt u alle portieren, de
achterklep en de tankvulklep. Voor de
tankvulklep geldt een vertraging van ca.
10 minuten.
6. Sleutel in-/uitklappen
U kunt de sleutel inklappen door knop (6) in te
drukken, terwijl u het mechanische gedeelte
inklapt.
De ingeklapte sleutel wordt automatisch uitge-
klapt met een druk op de knop.
Batterij in afstandsbediening
vervangen
Als de sloten niet meer op de gebruikelijke
afstand reageren op signalen van de afstandsbe-
diening, moet u de batterij vervangen.
• Haal de afdekking los door deze met een
smalle schroevendraaier aan de
achterkant voorzichtig open te wrikken.
• Vervang de batterij (type CR 2032, 3 volt)
en zorg dat de pluspool omhoogwijst.
Kom niet met uw vingers aan de polen
van de batterij of de contactvlakken.
• Plaats de afdekking terug. Zorg dat het
afdichtrubber goed zit en intact is, zodat
er geen vocht kan binnendingen.
• Geef de lege batterij af bij uw Volvo-
dealer, zodat deze op milieuvriendelijke
wijze wordt verwerkt.
Sloten en alarm
89