:$$56&+8:,1*
$LUEDJ SDVVDJLHUV]LMGH
• Bevestig QRRLW een kinderzitje op de
passagiersstoel, als de auto is uitgerust
met een airbag aan de passagierszijde
(SRS).
• Laat kinderen QRRLW voor de passa-
gierstoel zitten of staan.
• Personen kleiner dan 1,40 m mogen
QRRLW op de passagiersstoel plaats-
nemen.
• Laat de passagier zoveel mogelijk
rechtop zitten met de voeten op de
vloer en de rug tegen de rugleuning.
De passagier moet de veiligheids-
gordel omdoen.
• Breng voorwerpen of accessoires
nooit op of in de buurt van het SRS-
paneel (boven het dashboardkastje) of
binnen de actieradius van de airbag
aan.
• Laat geen losse voorwerpen op de
vloer, de stoel, of het dashboard
liggen.
• Verricht nooit zelf werkzaamheden
aan de onderdelen van het SRS-
systeem in de stuurwielnaaf of op het
paneel boven het dashboardkastje.
Waarschuwingslampje in
instrumentenpaneel
Het SRS-systeem wordt continu gecontroleerd
door de sensor/regeleenheid. Op het instrumen-
tenpaneel bevindt zich een waarschuwings-
lampje. Dit lampje gaat branden, wanneer u de
contactsleutel in stand I, II of III draait. Het
lampje dooft, wanneer de sensor/regeleenheid
heeft vastgesteld dat er geen storingen zijn in
het SRS-systeem. Een dergelijke controle
neemt doorgaans ca. 7 seconden in beslag.
:$$56&+8:,1*
Als het waarschuwingslampje (SRS) blijft
branden of kortstondig oplicht tijdens het
rijden, dan betekent dit dat het SRS-systeem
niet naar behoren werkt. Bezoek een
erkende Volvo-werkplaats.
Veiligheid
13