1. AC, ON/OFF
De koel- en ontwasemingsfunctie van de
airconditioning is actief, wanneer de LED (ON)
brandt. De airconditioning is uitgeschakeld,
wanneer de LED (OFF) brandt.
Wanneer u op de ontdooierknop
de airconditioning ook altijd actief (voor zover
de draaiknop voor de ventilatorsnelheid niet in
stand 0 staat).
2. Recirculatie
U kunt de recirculatie inschakelen, als u vieze
lucht, uitlaatgassen en dergelijke buiten wilt
houden. De lucht in het passagierscompar-
timent wordt dan gerecirculeerd, d.w.z. er
wordt geen lucht van buiten de auto aange-
zogen, wanneer de functie actief is. Bij gebruik
van de recirculatie (in combinatie met het AC-
systeem) wordt de lucht in de passagiersruimte
bij warm weer sneller afgekoeld.
Als u de recirculatie lang laat aanstaan, kan er
met name in de winter wasem en ijs op de
binnenkant van de ruiten ontstaan. Met de
timerfunctie beperkt u de kans op ijs, wasem en
een slechte lucht.
Ga als volgt te werk om deze te activeren:
• Druk de knop
langer dan 3
seconden in. De LED knippert gedurende
5 seconden. De lucht in de auto wordt
gedurende 3 tot 12 minuten gerecircu-
leerd, afhankelijk van de buitentempe-
ratuur.
• Telkens wanneer u op
de timerfunctie geactiveerd.
Doe het volgende om de timerfunctie uit te
schakelen:
• Druk de knop
langer dan 3 seconden in. De LED gaat
drukt, is
5 seconden branden ter bevestiging van
uw keuze.
Wanneer u de ontdooierfunctie
de recirculatie altijd uitgeschakeld.
3. Luchtverdeling
Voor optimaal comfort kunt u de met stippen
gemarkeerde luchtverdelingsstanden tussen de
verschillende symbolen gebruiken om de lucht-
verdeling precies af te stellen.
drukt, wordt
Luchtverdeling
nogmaals maar dan
kiest, is
vindt er geen luchtrecir-
culatie plaats. Het AC-
systeem is altijd
ingeschakeld. Er komt
een bepaalde hoeveelheid
lucht uit de blaasmonden.
een bepaalde hoeveelheid
lucht uit de blaasmonden.
hoeveelheid lucht uit de
blaasmonden en uit de
ontdooieropeningen voor
de voorruit en de
zijramen.
Klimaatregeling
Toepassing
Lucht via de
Voor een goede
blaasmonden
koeling bij warm
voor- en achterin.
weer.
Lucht naar de
Voor het verwij-
ramen.
deren van ijs en
In deze stand
wasem. Laat de
ventilator op hoge
snelheid draaien.
Lucht naar de
Voor een comfor-
vloer en de
tabel klimaat en een
ramen. Er komt
goede ontwaseming
bij koud weer. Laat
de ventilator niet te
langzaam draaien.
Lucht naar de
Voor verwarming
vloer. Er komt
van de voeten.
een bepaalde
Lucht naar de
Bij zonnig weer en
vloer en de blaas-
matige buitentem-
monden.
peraturen.
57