Sloten en alarm
Vergrendelen en ontgrendelen (vervolg)
Safelock-functie
Bij activering van de zogeheten safelock-
functie zijn de portieren niet meer van de
binnenzijde te openen, als ze eenmaal
vergrendeld zijn.
De safelock-functie kan alleen van de buiten-
zijde worden geactiveerd door het bestuurder-
sportier met de sleutel of de afstandsbediening
te vergrendelen. Alle portieren moeten zijn
gesloten, voordat u de safelock-functie kunt
activeren. De portieren kunnen daarna niet meer
van de binnenzijde worden geopend. De auto
kan alleen van de buitenzijde worden geopend
met de sleutel in het bestuurdersportier of via de
afstandsbediening.
De safelock-functie treedt 25 seconden na
vergrendeling van de portieren in werking.
Safelock-functie en eventuele
alarmsensoren tijdelijk
deactiveren
Als u de portieren van de buitenzijde wilt
vergrendelen terwijl er iemand in de auto
achterblijft (bijvoorbeeld tijdens de overtocht
met een veerverbinding), kunt u de safelock-
functie tijdelijk deactiveren. U doet dat als
volgt:
92
• Steek de sleutel in het contactslot, draai
deze in stand II en vervolgens terug in
stand I of 0.
• Druk op de knop (zie afbeelding).
Als de auto is uitgerust met alarm stelt u ook de
bewegings- en niveausensoren buiten werking,
zie pagina 96.
De LED in de knop licht op en blijft branden,
totdat u de auto met de sleutel of de afstandsbe-
diening vergrendelt. Er verschijnt een bericht
op het display zolang de sleutel in het
contactslot steekt. De volgende keer dat u het
contact inschakelt, worden de sensoren weer
geactiveerd.
:$$56&+8:,1*
Laat niemand in de auto zitten zonder op het
moment dat de safelock-functie geactiveerd
wordt.