Download Print deze pagina

Volvo XC90 2003 Handleiding pagina 65

5. Luchtverdeling
• Wanneer u de bovenste knop hebt
ingedrukt, stroomt er lucht uit de
openingen bij de ruiten.
• Wanneer u de middelste knop hebt
ingedrukt, stroomt er lucht uit de
openingen ter hoogte van bovenlichaam
en hoofd.
• Wanneer u de onderste knop hebt
ingedrukt, stroomt er lucht uit de
openingen ter hoogte van benen en
voeten.
Druk op AUTO, wanneer u de automatische
luchtverdeling weer wilt activeren.
6. Interieurtemperatuursensor
De interieurtemperatuursensor registreert de
temperatuur in het interieur.
7. Ontdooier, voorruit en
zijramen
Met deze knop kunt u de voorruit en de
zijramen snel ontwasemen en ontdooien. De
ventilator draait dan op hoge snelheid en stuurt
lucht naar de zijramen. De LED in de
ontdooierknop brandt, wanneer de functie is
ingeschakeld. Het AC-systeem wordt automa-
tisch dusdanig ingesteld, dat de binnenkomende
lucht zoveel mogelijk van vocht ontdaan wordt.
De lucht wordt niet gerecirculeerd.
8. Elektrisch verwarmde
achterruit en buitenspiegels
Met deze knop kunt u de achterruit en de buiten-
spiegels snel ontdoen van condens of ijs, zie
pagina 42 voor meer informatie over deze
functie.
9. Elektrisch verwarmde
voorstoelen
Doe het volgende, als u extra verwarming in de
voorstoel(en) wenst:
• Eenmaal indrukken: Maximale
verwarming – beide LED's in de
schakelaar(s) gaan branden.
• Nogmaals indrukken: Minimale
verwarming – één van de LED's in de
schakelaar(s) gaat branden.
• Nogmaals indrukken: Verwarming uitge-
schakeld – geen van de LED's in de
schakelaar(s) brandt.
U kunt de temperatuur van de verwarming in
uw Volvo-werkplaats laten bijstellen.
10 en 12. Temperatuur
Met de twee draaiknoppen kunt u de temper-
atuur aan de bestuurderszijde en de passag-
ierszijde instellen. Let erop dat de
passagiersruimte niet sneller warm of koud
wordt, wanneer u een hogere of lagere temper-
atuur kiest dan de gewenste temperatuur.
Klimaatregeling
11. Schemeringssensor
De schemeringssensor stemt de verlichting van
de instrumenten automatisch af op de lichtinval.
13. Ventilator
U kunt de snelheid waarmee de ventilator draait
verhogen of verlagen door aan de knop te
draaien. In de stand AUTO wordt de ventila-
torsnelheid automatisch geregeld. De eerder
ingestelde ventilatorsnelheid wordt dan
genegeerd.
Als u de knop voor de ventilatorsnelheid zover
linksom draait dat alleen de oranje LED links
boven de knop oplicht, zijn de ventilator en het
AC-systeem uitgeschakeld.
14. Ventilator, achter in
passagiersruimte
U kunt de snelheid waarmee de ventilator draait
verhogen of verlagen door aan de knop te
draaien. Dit geldt alleen, als u voor zowel
airconditioning voor- (1) als achterin hebt
gekozen, zie pagina 37.
63
loading