Download Print deze pagina
Gordelwaarschuwing
Het lampje brandt, zolang de bestuurder
en de voorpassagier de gordel niet hebben
omgedaan.
Te lage oliedruk
Als het lampje tijdens het rijden oplicht, is
de druk van de motorolie te laag. Zet de
motor onmiddellijk af en controleer het
motoroliepeil. Als het lampje oplicht
terwijl het oliepeil in orde is, moet u de
auto tot stilstand brengen en contact
opnemen met een erkende Volvo-
werkplaats.
Storing in uitlaatgasreini-
gingssysteem
Neem contact op met een erkende Volvo-
werkplaats om het systeem te laten
controleren.
Storing in SRS-systeem
Als het waarschuwingssymbool oplicht, is
er een storing in het SRS-systeem geregis-
treerd. Rijd de auto naar een erkende
Volvo-werkplaats om het systeem te laten
controleren.
Dynamo laadt niet bij
Als het lampje tijdens het rijden oplicht, is
er waarschijnlijk sprake van een storing in
het elektrische systeem. Breng een bezoek
aan een erkende Volvo-werkplaats.
Voorgloeifunctie motor
(diesel)
Het lampje licht op wanneer de voorgloei-
functie van de motor actief is. Wanneer het
lampje dooft, kunt u de motor starten.
Geldt alleen voor dieselmodellen.
Instrumenten, schakelaars en bediening
Parkeerrem aangezet
Let erop dat het lampje alleen aangeeft
dát u de parkeerrem hebt aangezet en
niet hoe hard. Controleer dit laatste door
op het parkeerrempedaal te trappen! Als
u de parkeerrem tijdens het rijden aanzet,
hoort u een belsignaal als waarschuwing.
Mistachterlicht
Het lampje brandt, wanneer u het
mistachterlicht hebt ingeschakeld.
Controlelampje aanhanger
Het controlelampje knippert, wanneer u
de richtingaanwijzers op de auto en op
de aanhanger gebruikt. Als het lampje
niet knippert, is één van de richtingaan-
wijzers op de auto of de aanhanger
defect.
33
loading