Sloten en alarm
Alarmsysteem (vervolg)
Alarmsensoren en safelock-
functie tijdelijk deactiveren
Om te voorkomen dat het alarm afgaat wanneer
u bijv. een hond in de auto achterlaat of gebruik
maakt van een veerboot, kunt u de bewegings-
melder en de niveausensoren tijdelijk uitscha-
kelen en wel als volgt:
• Steek de sleutel in het contactslot, draai
deze in stand II en vervolgens terug in
stand I of 0.
• Druk op de knop.
De LED in de knop licht op en blijft branden,
totdat u de auto met de sleutel of de afstandsbe-
diening vergrendelt.
Er verschijnt een bericht op het display zolang
de sleutel in het contactslot steekt. De volgende
96
keer dat u het contact inschakelt, worden de
sensoren weer geactiveerd.
Als uw auto is uitgerust met de zogeheten
safelock-functie, wordt ook deze functie tegelij-
kertijd geactiveerd, zie pagina 92.
Alarmdiode op dashboard
Een alarmdiode boven op het dashboard (zie
afbeelding) geeft de status van het alarm-
systeem aan:
• Het lampje brandt niet: Het alarm is
uitgeschakeld.
• Het lampje licht éénmaal per seconde op:
Het alarm is ingeschakeld.
• Het lampje knippert snel vanaf het
moment van uitschakelen van het alarm
tot het moment van inschakelen van het
contact: Het alarm is afgegaan.
• Als er een storing is opgetreden in het
alarmsysteem, verschijnt er een display-
bericht.
Als het alarmsysteem niet goed werkt,
moet u de auto in een erkende Volvo-
werkplaats laten nakijken.
:$$56&+8:,1*
Voer nooit zelf reparaties aan of wijzigingen
in het alarmsysteem uit. Dergelijke ingrepen
kunnen van invloed zijn op de verzekerings-
voorwaarden.