Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Drukcontrole En Oververhittingsbeveiliging; Werkingscontrole; Bedrijfstemperaturen; Onderhoud - Bosch Compress 3000 Awes Installatiehandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor Compress 3000 AWES:
Inhoudsopgave

Onderhoud

6.3

Drukcontrole en oververhittingsbeveiliging

Drukbewaking en oververhittingsbeveiliging zijn alleen in binneneenhe-
den met geïntegreerde elektrische bijverwarming aanwezig.
Drukcontrole en oververhittingsbeveiliging zijn in serie geschakeld. Op
de bedieningseenheid gegeven alarmen of informatie wijzen dus op een
te lage installatiedruk of een te hoge temperatuur van de elektrische bij-
verwarming.
OPMERKING:
Materiële schade door drooglopen!
Wanneer de cv-pomp PC0 gedurende langere tijd bij een te lage bedrijfs-
druk wordt gebruikt, kan deze beschadigd raken.
▶ Repareer eventuele lekken in de installatie bij het activeren van de
drukcontrole.
Het activeren van de drukcontrole blokkeert alleen de elektrische bijver-
warming. De circulatiepomp PC0 en de buiteneenheid kunnen bij vorst-
gevaar verder werken.
Drukcontrole
De binneneenheid heeft een drukcontrole, die wordt geactiveerd, zodra
de druk in de cv-installatie tot onder 0,5 bar afneemt. Zodra de druk la-
ger wordt dan 0,5 bar, wordt de drukcontrole automatisch gereset.
▶ Zorg ervoor, dat het expansievat en het overstortventiel op de gespe-
cificeerde installatiedruk zijn berekend en controleer, of in de instal-
latie een extra expansievat nodig is.
▶ Controleer de installatie op eventuele lekkage, eventueel is een gro-
ter expansievat nodig.
▶ De druk in de cv-installatie langzaam door bijvullen met water via het
vulventiel verhogen.
Oververhittingsbeveiliging
De oververhittingsbeveiliging wordt geactiveerd, wanneer de tempera-
tuur van de elektrische bijverwarming hoger wordt dan 95 °C
▶ Controleer de bedrijfsdruk.
▶ Controleer verwarmings- en warmwaterinstellingen.
▶ Oververhittingsbeveiliging resetten. Daarvoor de toets aan de onder-
kant van de aansluitdoos indrukken ([13], afb. 2).
6.4

Werkingscontrole

▶ Neem de installatie in gebruik conform de handleidingen van de be-
dieningseenheid.
▶ Ontlucht de installatie conform hoofdstuk 6.1.
▶ Actieve componenten van de installatie conform de handleidingen
van de bedieningseenheid testen.
▶ Controleer of aan de startvoorwaarde voor de buiteneenheid is vol-
daan.
▶ Controleer of er een verwarmings- of warmwatervraag aanwezig is.
-of-
▶ Warm water aftappen of de stooklijn verhogen, om een vraag te gene-
reren (eventueel de instelling voor cv-bedrijf af bij hogere buiten-
temperatuur veranderen).
▶ Controleer, of de buiteneenheid start.
▶ Zorg ervoor dat er geen actuele alarmen aanwezig zijn (zie handlei-
dingen van de bedieningseenheid).
-of-
▶ Storingen conform de handleidingen van de bedieningseenheid op-
lossen.
18
▶ Bedrijfstemperaturen conform de handleiding van de bediening-
seenheid controleren.
6.4.1

Bedrijfstemperaturen

Controleer de bedrijfstemperaturen tijdens cv-bedrijf (niet in warmwa-
terbedrijf).
Voor optimale werking van de installatie moet het debiet in de warmte-
pomp en de cv-installatie worden gecontroleerd. Voer de controle uit na
10 minuten warmtepompbedrijf bij hoog compressorvermogen.
Het temperatuurverschil voor de warmtepomp moet voor de verschillen-
de cv-installaties worden ingesteld.
▶ Bij vloerverwarming 5 K als temperatuurverschil Stel verwarmen in.
▶ Bij radiatoren 8 K als temperatuurverschil Stel verwarmen in.
Deze instellingen zijn voor de warmtepomp optimaal.
Controleer het temperatuurverschil bij hoog compressorvermogen:
▶ Open het diagnosemenu.
▶ Monitorwaarden kiezen.
▶ Selecteer de warmtepomp.
▶ Kies de temperaturen.
▶ Aanvoertemperatuur primair (warmtegeleider uit, sensor TC3) en re-
tourtemperatuur (warmtegeleider in, sensor TC0) in cv-bedrijf afle-
zen. De aanvoertemperatuur moet hoger zijn dan de
retourtemperatuur.
▶ Bereken het verschil TC3–TC0.
▶ Controleer, of het verschil overeenkomt met de voor cv-bedrijf inge-
stelde deltawaarde.
Bij te hoog temperatuurverschil:
▶ Cv-installatie ontluchten.
▶ Reinig de filter/zeef.
▶ Controleren buisafmetingen.
Temperatuurverschil in de cv-installatie
▶ Vermogen op de cv-pomp PC1 zodanig instellen, dat het volgende
verschil wordt bereikt:
▶ Bij vloerverwarming: 5 K.
▶ Bij radiatoren: 8 K.
7
Onderhoud
GEVAAR:
Gevaar voor elektrische schokken!
▶ Schakel, voordat werkzaamheden aan de elektrische installatie wor-
den uitgevoerd, de hoofdvoeding uit.
OPMERKING:
Vervormingen door warmte!
Bij te hoge temperaturen vervormt het isolatiemateriaal (EPP) in de bin-
neneenheid.
▶ Bescherm bij soldeerwerkzaamheden in de warmtepomp het isola-
tiemateriaal met warmtebestendig materiaal of vochtige doeken.
▶ Gebruik alleen originele wisselstukken!
▶ Bestel reserve-onderdelen conform de reserveonderdelenlijst.
▶ Vervang gedemonteerde dichtingen en O-ringen door nieuwe exem-
plaren.
Bij een inspectie moeten de hierna beschreven werkzaamheden worden
uitgevoerd.
Geactiveerde alarmen weergeven
Compress 3000 AWES – 6720892181 (2020/06)
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave