WAARSCHUWING
● Automatische grasmaaier! Blijf uit de buurt van de
machine! Houd toezicht op kinderen!
● Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor
toekomstig gebruik.
1
Veiligheid op de werkplek
a Gebruik de machine niet in een explosieve
omgeving, zoals in de aanwezigheid van
brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Machi-
nes veroorzaken vonken die het stof of de dam-
pen kunnen doen ontbranden.
b Lees de instructies zorgvuldig. Wees ver-
trouwd met de bedieningselementen en het
juiste gebruik van de machine.
c Laat de machine nooit gebruiken door men-
sen die niet op de hoogte zijn van deze in-
structies of door kinderen. Lokale voorschriften
kunnen de leeftijd van de bediener en sommige
functies van de machine beperken.
d De bediener of gebruiker is verantwoordelijk
voor ongevallen of gevaren die zich voordoen
voor andere personen of hun eigendom.
e Als het maaigebied dalingen bevat, zoals
trappen, zwembaden of steile hellingen waar
de robot zou kunnen vallen, moet het gevaar-
lijke gebied fysiek worden afgescheiden om
te voorkomen dat de robot hier naartoe gaat.
2
Elektrische veiligheid
a Netstekkers moeten bij het stopcontact pas-
sen. Wijzig nooit iets aan de stekker. Gebruik
geen laadstekkers bij geaarde toestellen. On-
gewijzigde stekkers en passende stopcontacten
verminderen het risico op elektrische schokken.
b Vermijd lichaamscontact met geaarde opper-
vlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen
en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elek-
trische schokken als je lichaam geaard is.
c Misbruik het snoer niet. Gebruik het snoer
nooit om een apparaat te dragen, te trekken of
los te koppelen. Beschadigde of verstrikte snoe-
ren verhogen het risico op een elektrische schok.
d Als een apparaat met netaansluiting buiten of
in een vochtige omgeving gebruikt wordt, ge-
bruik dan een met aardlekschakelaar (RCD)
beveiligde voeding. Het gebruik van een RCD
vermindert het risico op elektrische schokken.
e Zorg voor de juiste installatie van het automa-
tische perimeterafbakeningssysteem volgens
de instructies.
f Controleer regelmatig het gebied waar de ma-
chine gebruikt gaat worden en verwijder alle
stenen, stokken, draden, botten en andere
vreemde voorwerpen.
g Controleer regelmatig visueel of de messen,
mesbouten en maai-eenheid niet versleten of
beschadigd zijn. Vervang versleten of bescha-
digde messen en bouten in sets om evenwicht te
behouden.
h Wees voorzichtig bij machines met meerdere
spoelen omdat het draaien van een blad ande-
re bladen kan doen draaien.
3
Persoonlijke veiligheid
a Laat de machine niet bedienen door personen
die niet bekend zijn met de machine of deze
instructies. Machines zijn gevaarlijk in de han-
den van ongetrainde gebruikers.
62
b Blijf alert, let op wat je doet en gebruik jouw
gezond verstand wanneer je een apparaat be-
dient. Gebruik geen apparaat als je moe bent
of onder invloed van drugs, alcohol of medi-
cijnen.
c Verwijder een eventuele stelsleutel of sleutel
voordat je de machine bedient. Een sleutel of
een sleutel die aan een draaiend deel van de ma-
chine is bevestigd, kan leiden tot persoonlijk let-
sel.
d Als je de machine handmatig bedient, moet je
altijd goed blijven staan en jouw evenwicht
bewaren. Hierdoor kan de machine in onver-
wachte situaties beter onder controle worden ge-
houden.
e Laat de vertrouwdheid met het veelvuldig ge-
bruik van machines niet toe dat je zelfgenoeg-
zaam wordt en de veiligheidsbeginselen voor
gereedschap negeert.
4
Machinegebruik en -onderhoud
a Haal de stekker uit het stopcontact en schakel
het apparaat uit voordat je eventuele aanpas-
singen doorvoert, accessoires verwisselt of
het apparaat opbergt. Dergelijke preventieve
veiligheidsmaatregelen verminderen het risico
dat het apparaat per ongeluk wordt gestart.
b Onderhoud van machines en accessoires.
Controleer op foutieve uitlijning of binding
van bewegende delen, breuk van onderdelen
en elke andere omstandigheid die de werking
van de machine kan beïnvloeden. Als er scha-
de is, laat de machine dan repareren alvorens
deze te gebruiken.
c Gebruik de machine en accessoires volgens
deze instructies, rekening houdend met de
werkomstandigheden en de uit te voeren
werkzaamheden.Gebruik van de machine voor
andere dan de bedoelde werkzaamheden kan
leiden tot een gevaarlijke situatie.
d Gebruik de machine nooit met defecte af-
schermingen of zonder veiligheidsvoorzie-
ningen. Bijvoorbeeld overlopers en/of
grasopvangers, op hun plaats.
e Plaats je handen of voeten niet in de buurt van
of onder draaiende onderdelen. Blijf altijd uit de
buurt van de afvoeropening.
f Til of draag een machine nooit terwijl de mo-
tor draait.
g Schakel het apparaat uit
- voordat je een verstopping verwijdert;- voor-
dat je de machine controleert, schoonmaakt
of eraan werkt.
h Laat de machine niet zonder toezicht werken
als je weet dat er huisdieren, kinderen of men-
sen in de buurt zijn.
5
Onderhoud
a Laat jouw machine onderhouden door een ge-
kwalificeerde reparateur die uitsluitend origi-
nele vervangingsonderdelen gebruikt. Zo blijft
de veiligheid van de machine gewaarborgd.
b Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en
schroeven goed aangedraaid blijven om de
veilige werking van de machine te waarbor-
gen.
c Controleer de grasvangkorf regelmatig op
slijtage of schade.
d Vervang versleten of beschadigde onderde-
len voor de veiligheid.
Nederlands