Maaiblad
8
Het gazon wordt gemaaid door de roterende, draai-
ende mesbladen op het maaiblad.
voorwielen
9
De voorwielen worden gebruikt om de robotmaaier
aan te drijven en te besturen.
Achterwiel
10
Het achterwiel wordt gebruikt voor de aandrijving
en stuurinrichting van de robotmaaier.
Accupakketvak
11
Inbouwplaats van het accupakket.
Oplaadstation
12
Grondpennen voor RTK-antenne
13
Grondpennen oplaadstation
14
Schroeven voor muurbevestiging
15
Reservemes
16
Reserveschroeven
17
* optional
Symbolen op het display
Symbool
Betekenis
Wachtwoord instellingen
Tijd instellingen
Bluetooth
WLAN
Symbolen op het bedieningspaneel
Symbool
Betekenis
AAN/UIT-toets
START-toets/Werkstart/Menu-na-
vigatie "boven".
HOME-toets/Terug naar oplaad-
station/Menu-navigatie "onder"
OK-toets/Bevestigen
GEVAAR
Beschadigingsgevaar
Kabels en leidingen die onbeschermd in het maaige-
bied liggen, kunnen beschadigd geraken!
Laat geen kabels en leidingen onbeschermd achter in
het maaigebied.
WAARSCHUWING
Gevaar voor verbranding
Laad de grasmaaier niet op als de grasmaaier zelf, het
oplaadapparaat of het stopcontact beschadigd is.
Laad de grasmaaier niet op als de temperatuur hoger is
dan 40 °C (104 °F) of lager dan 5 °C (41 °F).
Onderbreek het laadproces als er sprake is van een ab-
normale geur, abnormaal geluid of abnormaal licht.
Laad niet op in de buurt van ontvlambare of explosieve
materialen.
Instructie
Verwijder vóór inbedrijfstelling alle beschermfolies.
WAARSCHUWING
Risico op letsel door scherpe mesbladen.
De messen van de maaier kunnen ernstige snijwonden
veroorzaken.
Zorg ervoor dat kinderen en huisdieren zich niet in het
maaigebied bevinden.
1. Verwijder takken, bladeren, speelgoed, kabels, ste-
nen of andere obstakels van het gazon
Instructie
Voordat de robotmaaier wordt geïnstalleerd, moet het
gazon worden gemaaid tot een maximale hoogte van
10 cm en moet het maaisel worden verzameld om opti-
male maairesultaten en een gezond gazon te garande-
ren.
Afbeelding C
Instructie
Het maaivlak mag niet groter zijn dan 1500m² voor het
model RCX 4 en 3000m² voor het model RCX 6.
Hoge muren of bomen mogen niet meer dan 30 % van
het gazonoppervlak beslaan.
Nauwe zones die smaller zijn dan 3 meter en langer dan
5 meter mogen niet meer dan 30% van het gazonopper-
vlak beslaan. Daardoor wordt gewaarborgd dat het sa-
tellietpositiesignaal voldoende dekking heeft.
Installeren van het oplaadstation
GEVAAR
Gevaar van letsels
Gebruik geen beschadigde kabels of stekkers. Contro-
leer de kabels en stekkers regelmatig!
Instructie
Zorg ervoor dat de grasmaaier uit het oplaadstation kan
rijden en kan terugkeren zonder belemmerd te worden.
Plaats het oplaadstation op een vlakke ondergrond
waar het WLAN van het huis bereik heeft.
Afbeelding D
Er mogen zich geen obstakels bevinden binnen een
straal van 1,5 m.
Afbeelding E
Zorg ervoor dat het oplaadstation stevig op een vlakke
ondergrond staat.
Afbeelding F
1. Bevestig het oplaadstation met de grondpennen op
het gazon.
2. Sluit de netkabel aan op het oplaadstation.
Nederlands
Inbedrijfstelling
Gazon voorbereiden
65