28. Plaats het inlaatspruitstuk (1) op het inlaatventielhuis (6).
Breng de twaalf kolomschroeven (2) en borgringen (3)
losjes aan.
29. Draai de vier binnenste kapschroeven kruiselings en
gelijkmatig aan tot 3 N.m om de ventielen gelijkmatig
te belasten. Draai vervolgens alle kapschroeven kruise-
lings en gelijkmatig aan tot 11,5–24,5 N.m. Zie Afb. 15.
30. Plaats het inlaatspruitstuk en het complete spruitstuk
op de pompstandaard. Breng de drie bouten (D) van de
pompstandaard aan en draai ze strak vast. Zie Afb. 8,
blz. 18.
31. Smeer de nieuwe dichtingen (21*, 28*) en installeer ze in
het inlaat- en uitlaathuis (6, 5). Zet de cilinder (27) en de
stijgbuizen (20) op hun plaats in het inlaatventielhuis (6).
Zet het uitlaathuis (5) op de cilinder en de stijgbuizen.
32. Breng de zes kolomschroeven (4), borgringen (18) en
moeren (19) aan. Draai de schroeven kruiselings en
gelijkmatig aan tot 81–88 N.m. Zie Afb. 15.
33. Smeer de dichtingen (15*) en druk er één in beide zijden
van het uitlaatventielhuis (5). Druk de zittingen (17), met
de niet-versleten zijde naar de kogels gericht, in het
uitlaatventielhuis. Breng vervolgens de kogels (13)
en de kogelgeleiders (14) aan.
34. Plaats het uitlaatspruitstuk (1) op het uitlaatventielhuis
(5) en breng de twaalf kapschroeven (2) en borgringen
(3) losjes aan. Draai de vier binnenste kapschroeven
kruiselings en gelijkmatig aan tot 3 N.m om de ventielen
gelijkmatig te belasten. Draai vervolgens alle kapschroeven
kruiselings en gelijkmatig aan tot 24–27 N.m. Zie Afb. 15.
24
309136
Onderhoud
35. Draai de pakkingmoer (12) aan tot 67 N.m. Weer
losdraaien en opnieuw aandraaien tot 27–34 N.m.
36. Sluit de motor weer aan zoals slaat uitgelegd op blz. 18.
Zorg ervoor dat de aardingsdraad wordt aangesloten.
1
Kruiselings en gelijkmatig aandraaien tot 81–88 N.m.
Draai deze 4 schroeven kruiselings en gelijkmatig aan tot
3 N.m. en draai vervolgens alle 12 schroeven kruiselings
2
en gelijkmatig aan tot 24–27 N.m.
Afb. 15
4
1
2
2
01410