Pagina 1
Robus RBS400 RBS600 RBS600HS Reductiemotor voor schuifpoorten NL - Instructies en waarschuwingen voor de installatie...
Pagina 2
NEDERLANDS Volledige en originele instructies INHOUDSOPGAVE ALGEMENE AANBEVELINGEN EN WAT TE DOEN ALS (handleiding voor het oplossen VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID van problemen) Algemene waarschuwingen ....... .3 Problemen oplossen .
Pagina 3
ALGEMENE AANBEVELINGEN EN – De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor materiële VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE schade of persoonlijk letsel die voortvloeien uit de niet-naleving van de montage-instructies. In die gevallen is de garantie op VEILIGHEID materiaalfouten uitgesloten. ALGEMENE AANBEVELINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID –...
Pagina 4
– Kijk niet rechtstreeks in ledlampen. Apparaten met radio-inrichting – Nice S.p.A., de fabrikant van deze apparatuur, verklaart hierbij dat het product voldoet aan richtlijn 2014/53/EU. – De instructiehandleiding en de volledige tekst van de EG-verkla- ring van overeenstemming zijn beschikbaar op het volgende in- ternetadres: www.niceforyou.com onder het gedeelte “support”...
Pagina 5
BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT ROBUS is een lijn onomkeerbare elektromechanische reductiemotoren, bestemd voor de automatisering van schuifpoorten. Ze beschikken over een elektronische besturingseenheid en een insteekconnector type "SM" voor ontvangers van type OXI of OXIBD (zie de paragraaf “Aansluiting van een radio-ontvanger type SM (optioneel accessoire)”).
Pagina 6
GEBRUIKSLIMIETEN VAN HET PRODUCT INSTALLATIE De gegevens met betrekking tot de prestaties van het product vindt u in het “TECHNISCHE KENMERKEN” (pag. 54) en zijn de enige waarden INSTALLATIE waarmee de geschiktheid voor gebruik correct kan worden beoordeeld. Controleer de gebruikslimieten van ROBUS en van de accessoires die u CONTROLES VOORAFGAAND AAN DE wilt installeren, en beoordeel de geschiktheid van hun kenmerken voor de INSTALLATIE...
Pagina 7
Tabel 3 SCHATTING VAN DE LEVENSDUUR IN VERHOUDING TOT DE ZWAARTE-INDEX VAN DE BEWEGING ROBUS 600 Zwaarte-index % ROBUS 400 ROBUS 600 Levensduur in cycli Gewicht van de vleugel (kg) Tot 200 200 ÷ 400 400 ÷ 500 500 ÷ 600 Lengte van de vleugel (m) Tot 4 4 ÷...
Pagina 8
IDENTIFICATIE EN AFMETINGEN ONTVANGST VAN HET PRODUCT De afmetingen van de ingenomen ruimte staan aangegeven in “Afbeel- Hieronder vindt u een lijst en afbeeldingen van alle onderdelen van de kit. ding 2”. 340 mm 220 mm Mod. 600 HS Mod. 400 / 600 Reductiemotor Metalen bevestigingselementen (schroeven, borgringen enz.) Verankeringsstaven...
Pagina 9
WERKZAAMHEDEN TER VOORBEREIDING VAN DE INSTALLATIE In de afbeelding wordt een voorbeeld van een automatiseringsinstallatie met Nice-componenten weergegeven. A Reductiemotor Opmerking 1 Als de voedingskabel langer is dan 30 m, is er een B Fotocellen kabel met een grotere doorsnede nodig (3 x 2,5 mm...
Pagina 10
INSTALLATIE VAN DE REDUCTIEMOTOR Open voordat u met de installatie begint de stophaak (A) en verwijder het deksel (B) door de bevestigingsschroe- ven los te draaien, nadat u de motor handmatig hebt ont- Een onjuiste installatie kan ernstig letsel veroorzaken bij grendeld met de meegeleverde sleutel degene die de werkzaamheden uitvoert en bij personen die gebruikmaken van de installatie.
Pagina 11
giet het beton om de funderingsplaat vast te zetten ("Afbeelding plaats de reductiemotor (D) en zorg ervoor dat u het tandwiel (E) 9") onder de tandheugel (F) plaatst ("Afbeelding 12") Controleer voordat het beton hard wordt, of de funde- ringsplaat perfect waterpas en evenwijdig is aan de vleu- gel van de poort wacht tot het beton is uitgehard en verwijder de moeren ("Afbeel- ding 10")
Pagina 12
plaats de meegeleverde borgringen en moeren, en draai ze lichtjes draai de moeren voor het bevestigen van de reductiemotor aan de vast ("Afbeelding 15") funderingsplaat krachtig aan en breng sticker (I) aan met de ont- grendelingsinstructies ("Afbeelding 18") open de vleugel van de poort handmatig, waarbij u 2/3 cm vanaf de stel de hoogte van de reductiemotor af met de stelschroeven (H) mechanische stop vrijlaat ("Afbeelding 19") en plaats het tandwiel op circa 1 of 2 mm van de tandheugel om...
Pagina 13
sluit de vleugel van de poort met de hand en laat hem op 2/3 cm klem de kabel in de kabelklem om beschadiging tijdens de volgen- van de mechanische aanslag. Herhaal de hierboven beschreven de stappen te voorkomen ("Afbeelding 24") handelingen om de beugel van de eindaanslag te bevestigen ("Af- beelding 21") 2-3 cm...
Pagina 14
HANDMATIG ONTGRENDELEN EN BELANGRIJK. De motorreductor is vooraf ingesteld (fa- VERGRENDELEN VAN DE REDUCTIEMOTOR brieksinstelling) om rechts te worden geïnstalleerd. ("Af- beelding 26") De reductiemotor is uitgerust met een mechanisch ontgrendelingssysteem waarmee de automatisering handmatig geopend en gesloten kan worden. Deze handelingen dienen te worden uitgevoerd als de elektrische energie uitvalt, bij storingen in functionering en tijdens de installatie.
Pagina 15
ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN VOORAFGAANDE CONTROLES Alle elektrische aansluitingen moeten tot stand worden gebracht met de netspanning uitgeschakeld en de nood- voeding (indien aanwezig in de automatisering) losge- koppeld. De aansluitwerkzaamheden mogen uitsluitend door ge- kwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Doe het volgende om de elektrische aansluitingen tot stand te brengen: Open de vergrendelingshaak (A) met de meegeleverde sleutel Draai de schroeven (B) los Verwijder het deksel (C) ("Afbeelding 30")
Pagina 16
SCHEMA EN BESCHRIJVING VAN DE AANSLUITINGEN 4 3 1 AANSLUITSCHEMA Bluebus Bluebus FLASH STOP 4 3 2 BESCHRIJVING VAN DE AANSLUITINGEN Tabel 5 ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN Klemmen Beschrijving Deze uitgang is standaard geprogrammeerd voor de bediening van een knipperlicht. De uitgang kan geprogrammeerd FLASH worden met alle compatibele interfaces (zie het hoofdstuk "PROGRAMMERING BESTURINGSEENHEID").
Pagina 17
ADRESSERING VAN DE AANGESLOTEN 4 3 3 FUNCTIES VAN DE TOETSEN OP DE INRICHTINGEN MET BLUEBUS-SYSTEEM BESTURINGSEENHEID Op de besturingseenheid bevinden zich 4 toetsen: deze kunnen op ver- Het systeem “BlueBUS” biedt de mogelijkheid om de besturingseenheid schillende manieren reageren naargelang van de status waarin de bestu- via adressering met speciale jumpers de fotocellen te laten herkennen en ringseenheid zich bevindt.
Pagina 18
4 4 1 FOTOSENSOR FT210B Tabel 6 De fotosensor FT210B verenigt in één enkele inrichting een systeem voor ADRESSEN VAN DE FOTOCELLEN krachtbegrenzing (type C volgens de norm EN12453) en een detectie-in- Positie van de Fotocel richting voor obstakels op de optische as tussen de zender TX en de ont- bruggen vanger RX (type D volgens de norm EN12453).
Pagina 19
"SLAVE"-MODUS Gegarandeerde compatibiliteit met twee producten van de huidige generatie of met één van de huidige generatie en één van de vorige generatie (niet voor januari 2019) Bij een juiste programmering en aansluiting kan ROBUS in de modus “Slave” (slaaf) werken; deze werkingsmodus wordt gebruikt indien het nodig is 2 tegenover elkaar geplaatste vleugels te automatiseren en u wilt dat deze vleugels synchroon lopen.
Pagina 20
In de modus Slave met producten van de eerdere genera- EINDCONTROLES EN START tie (RBA3) moeten de Bluebus-aansluitkabels tussen de twee motoren worden omgekeerd. EINDCONTROLES EN START AANSLUITING OP DE VOEDING De voedingsaansluiting moet worden gemaakt door er- Bluebus Bluebus varen, deskundig personeel dat in het bezit is van de ver- eiste kenmerken, met volledige inachtneming van wetten, MASTER...
Pagina 21
HERKENNING VAN INRICHTINGEN Statusled (L) brandt ononderbroken rood Nadat de installatie van stroom is voorzien, dient de besturingseenheid de op de ingangen “BlueBUS” en “STOP” aangesloten inrichtingen te herkennen, en verder ook de op de schakelaar ingestelde draairichting van de motor. Via deze procedure wordt bovendien de op de besturing- seenheid aangesloten uitbreidingsmodule ingangen en uitgangen herkend en opgeslagen.
Pagina 22
5 3 2 HANDELINGEN VOOR HET AANLEREN VAN DE LENGTE Als de procedure succesvol beëindigd is, gaan de leds "L3" en "L4" uit. VAN DE VLEUGEL Controleer voordat u verdergaat of de poortvleugel halverwege staat (noch volledig gesloten, noch volledig open). Is dit niet het geval, ontgrendel dan de motor, beweeg de poortvleugel en vergrendel de motor opnieuw.
Pagina 23
CONTROLE VAN DE BEWEGING VAN DE OMKEREN VAN DE DRAAIRICHTING VAN DE AUTOMATISERING MOTOR Na het aanleren van de lengte van de vleugel is het raadzaam enkele ma- Om de draairichting te wijzigen, volstaat het de schakelaar (A) op de ge- noeuvres uit te voeren om te controleren of de automatisering correct be- wenste richting te plaatsen en het zoeken naar Bluebus-inrichtingen te weegt...
Pagina 24
Handmatig ontgrendelen en vergrendelen van de reductie- dig dit aan de eigenaar van de automatisering. motor” (pag. 14) (“Afbeeldingen 85 en 86”) Van alle genoemde documenten stelt Nice, via de eigen controleer of de automatisering handmatig geopend en gesloten technische assistentiedienst, de gebruikshandleidingen kan worden met een kracht die niet groter is dan de voorziene en gidsen ter beschikking.
Pagina 25
De tijd voor de uitvoering van de procedures is beperkt. RADIOPROGRAMMERING Alvorens te starten, moet u het hele proces aandachtig lezen zodat u het begrijpt. RADIOPROGRAMMERING De symbolen die in de diverse procedures voor programmering/annulering BESCHRIJVING VAN DE met de interne radiomodule worden gebruikt, vindt u terug in “Tabel 10”. RADIOPROGRAMMERING 7 1 1 OPSLAG VAN ZENDERTOETSEN IN HET GEHEUGEN Raadpleeg bij de uitvoering van de programmeringsprocedures de “Af-...
Pagina 26
LET OP = raadpleeg de website www.niceforyou.com voor meer informatie over de functies die gekoppeld zijn aan de ver- wijderbare radio-ontvangers. Tabel 10 LEGENDA VAN DE IN DE HANDLEIDING GEBRUIKTE SYMBOLEN Beschrijving Symbool Led “R” brandt permanent Led “R” lang knipperend Led “R”...
Pagina 27
CONTROLE CODERING ZENDERS Om na te gaan tot welke codering de eventueel al in de ontvanger opgeslagen zenders behoren, gaat u te werk zoals aangegeven in de volgende tabel: Tabel 11 CONTROLE VAN HET TYPE CODERING DAT DOOR DE AL OPGESLAGEN ZENDERS WORDT GEBRUIKT Beschrijving Symboliek OFF ON...
Pagina 28
7 3 2 GEHEUGENOPSLAG IN “MODUS 2” Tijdens de uitvoering van de procedure opgegeven in “Tabel 13” slaat de ontvanger slechts één toets van alle toetsen op de zender op; daarbij wordt de door de installateur gekozen functionaliteit toegewezen. Om nog meer toetsen op te slaan, moet u de procedure voor iedere toets die u wilt opslaan van bij het begin herhalen. De uitgevoerde opslag zal één enkele geheugenplaats innemen en aan de opgeslagen toets zal het commando worden gekoppeld dat door de instal- lateur is gekozen in de “Lijst met commando’s”...
Pagina 29
WISSEN AFSTANDSBEDIENING 7 4 1 EEN ENKEL COMMANDO GEKOPPELD AAN EEN TOETS UIT HET GEHEUGEN VAN DE ONTVANGER WISSEN Tijdens de uitvoering van de procedure opgegeven in “Tabel 15” kan de opslag van een commando gekoppeld aan een toets worden gewist Let op! Als de zender in “Modus 1”...
Pagina 30
7 4 3 BLOKKERING (OF DEBLOKKERING) VAN OPSLAGPROCEDURES UITGEVOERD VIA DE PROCEDURE “VLAKBIJ DE BESTURINGSEENHEID” EN/OF VIA DE “ACTIVERINGSCODE” Via de procedure aangegeven in “Tabel 17” kan de opslag van nieuwe zenders in de ontvanger worden tegengegaan wanneer men de procedure “vlakbij de ontvanger”...
Pagina 31
PROGRAMMERING BESTURINGSEENHEID PROGRAMMERING BESTURINGSEENHEID Op de besturingseenheid zitten 3 toetsen: (“Afbeelding 50”) die kunnen worden gebruikt voor zowel het bedienen van de besturingseenheid als voor het programmeren van de beschikbare functies. Aerial De beschikbare programmeerbare functies zijn ingedeeld op twee ni- veaus en hun werkingsstatus wordt aangegeven door de acht leds “L1 L8”...
Pagina 32
PROGRAMMERING EERSTE NIVEAU (ON-OFF) Alle functies van het eerste niveau zijn in de fabriek geprogrammeerd op “OFF” en kunnen op een willekeurig moment worden gewijzigd. Raadpleeg “ Tabel 18” om de verschillende functies na te gaan. 8 2 1 PROCEDURE VOOR PROGRAMMERING OP HET EERSTE NIVEAU De programmeerprocedure geeft ongeveer 20 seconden tijd tussen het indrukken van de ene toets en de andere.
Pagina 33
PROGRAMMERING TWEEDE NIVEAU (INSTELBARE PARAMETERS) Alle parameters van het tweede niveau zijn in de fabriek geprogrammeerd zoals in de “KLEUR GRIJS” aangegeven in “Tabel 19” en kunnen op elk mo- ment worden veranderd. De parameters zijn instelbaar op een schaal van 1 tot 8. Om de waarde te weten die overeenkomt met elke led, zie “Tabel 19”. Als de configuratie van een parameter (niveau 2) niet wordt herkend vergeleken met de bestaande configuraties, zal de besturingseenheid de twee leds L1 en L8 tegelijkertijd afwisselend laten branden om aan te geven dat de actuele waarde buiten het bereik ligt.
Pagina 34
FUNCTIES VAN HET TWEEDE NIVEAU (INSTELBARE PARAMETERS) Ingangsled Parameter Led (niveau) Ingestelde waarde Beschrijving Functie “Controlelampje poort open” Actief bij gesloten vleugel Stelt de functies af die aan de uitgang OGI Actief bij open vleugel gekoppeld zijn (ongeacht de functie die aan Actief bij radio-uitgang nr.2 Uitgang OGI de uitgang gekoppeld is, levert deze als hij...
Pagina 35
MyNicePro of via alle compatibele – P2 = niet gebruikt interfaces van Nice worden geconfigureerd. Bij de start van iedere manoeuvre schakelt de automatisering het groene of rode licht in om de status van het onderhoud aan te geven volgens het...
Pagina 36
De module slaagt er niet in om verbinding te maken met het wifi- Rood permanent Groen brandend Permanent thuisnetwerk of met de Nice-cloud. 8 5 2 INTERFACE BIDI-WIFI Let op! Als de interface BiDi-Wifi niet correct geplaatst wordt, kan hij beschadigd raken of de besturingseenheid Voor de aansluiting van de interface BiDi-Wifi: blijvend beschadigen.
Pagina 37
AANSLUITING VAN PROVIEW WISSEN VAN HET GEHEUGEN Op de besturingseenheid bevindt zich een BusT4-connector, waarop via Met de hieronder beschreven procedure zet u de bestu- de interface IBT4N de “ProView”-interface kan worden aangesloten; hier- ringseenheid terug op de in de fabriek geprogrammeerde mee kunnen installatie, onderhoud en diagnostiek van de volledige auto- matisering volledig en snel worden beheerd via de wifi-verbinding en de waarden.
Pagina 38
WAT TE DOEN ALS (handleiding voor het oplossen van problemen) WAT TE DOEN ALS... (handleiding voor het oplossen van problemen) PROBLEMEN OPLOSSEN In de volgende tabel worden nuttige tips gegeven voor gevallen van storing die tijdens de installatie of bij defecten kunnen optreden. Tabel 22 OPSPORING VAN DEFECTEN Symptomen...
Pagina 39
VERVANGEN VAN DE PRINTPLAAT VOOR DE MOTOR In het geval van een storing kan de printplaat voor de motor worden ver- vangen via de volgende procedures Koppel de voeding van de besturingseenheid los door de zekering F2 en eventueel de noodvoeding te verwijderen Verwijder eventuele bedradingen Verwijder de besturingseenheid (zie “Verwijderen van de bestu- ringseenheid”...
Pagina 40
SIGNALERINGEN MET HET KNIPPERLICHT Het knipperlicht FLASH zal tijdens de manoeuvre één maal per seconde knipperen; wanneer er een storing is, zal het kortere knippersignalen geven; deze knippersignalen worden tweemaal herhaald met daartussen een pauze van een seconde. Tabel 24 SIGNALERINGEN OP HET KNIPPERLICHT FLASH Snelle knippersignalen Oorzaak...
Pagina 41
Statuslampje met aangeleerde afstanden Tabel 25 STATUSLAMPJE Groen licht Het lampje gaat aan het begin van elke manoeuvre aan als er geen storingen in het systeem zijn, en gaat uit als de Brandt beweging voltooid is. Normale werking Rood licht Het lampje gaat aan het begin van elke manoeuvre aan als het aantal manoeuvres dat is ingesteld voor onderhoud wordt Brandt overschreden, en gaat uit als de manoeuvre is voltooid.
Pagina 42
Tabel 28 LEDS OP DE TOETSEN VAN DE BESTURINGSEENHEID Led 1 Beschrijving Tijdens de normale werking geeft dit aan dat “Automatisch sluiten” niet actief is. Tijdens de normale werking geeft dit aan dat “Automatisch sluiten” actief is. Programmering van de functies in uitvoering. Knippert Als de led tegelijk met “L2”...
Pagina 43
RADIODIAGNOSTIEK Tabel 29 SIGNALERING VAN DE LED R VAN DE BESTURINGSEENHEID Langdurige knipperingen > kleur GROEN bij inschakeling Gebruikte codering: “O-code” Geen enkele afstandsbediening opgeslagen Langdurige knipperingen > kleur GROEN tijdens de werking Dit geeft aan dat de ontvangen code niet is opgeslagen Opslag van de code in het geheugen Geheugen gewist Tijdens het programmeren geeft dit aan dat de code niet in het geheugen mag worden opgeslagen...
Pagina 44
LIJST VAN OPGETREDEN STORINGEN Met ROBUS kunnen eventuele storingen worden weergegeven die zich tijdens de laatste 8 manoeuvres hebben voorgedaan, bijvoorbeeld onderbreking van een manoeuvre door de activering van een fotocel of contactlijst. Om de lijst van storingen te bekijken, gaat u te werk volgens de aanwijzingen in “ Tabel 30”.
Pagina 45
10 1 3 UITBREIDINGSMODULE I/O (OPTIONEEL ACCESSOIRE) VERDERE INFORMATIE (Accessoires) De besturingseenheid is uitgerust voor de plaatsing van diverse varianten van I/O-uitbreidingsmodules die extra ingangen en uitgangen beschikbaar VERDERE INFORMATIE (Accessoires) maken. Iedere extra ingang/uitgang is individueel personaliseerbaar alsof het een fysieke ingang/uitgang van de besturingseenheid is. 10 1 TOEVOEGEN OF VERWIJDEREN VAN Telkens wanneer een uitbreidingsmodule wordt ingevoegd of verwijderd, INRICHTINGEN...
Pagina 46
Tabel 31 UITBREIDINGSMODULES Het product Beschrijving Kenmerken input Kenmerken output IN 3 = potentiaalvrij contact (COM - IN3) OUT3 = Open Drain (max. 10 W = 24 V - 0,4 A) 4 Input IN 4 = potentiaalvrij contact (COM - IN4) OUT4 = Open Drain (max.
Pagina 47
10 1 8 FOTOCELLEN MET RELAIS MET FUNCTIE FOTOTEST De besturingseenheid omvat de functie FOTOTEST, die de betrouwbaarheid van de veiligheidsinrichtingen verhoogt. Deze functie maakt het mogelijk om voor het geheel bestaande uit de besturingseenheid en de veiligheidsfotocellen de “categorie II” volgens de norm EN 13849-1 te bereiken. Let op! Om de FOTOTEST-functionaliteit te kunnen activeren, moet u de configuratie wijzigen via compatibele wifi-interfa- ces en de MyNice Pro App Bij de start van elke beweging worden de betrokken veiligheidsinrichtingen gecontroleerd;...
Pagina 48
10 1 9 FOTOCELLEN MET RELAIS ZONDER FUNCTIE FOTOTEST De besturingseenheid omvat de specifieke FOTO-ingang waarop het NC-contact van de fotocellen met relais kan worden aangesloten. In tegenstelling tot de configuratie met “FOTOTEST” wordt de manoeuvre na een commando uitgevoerd zonder de geldigheid van het signaal afkomstig van de foto- cellen te controleren;...
Pagina 49
10 1 10 ELEKTRISCHE VERGRENDELING sluit de speciale kabel aan op de connector van de bufferbatterij (PS124) ("Afbeelding 69") Uitgang OGI is in de fabriek geactiveerd voor de functie OGI (lampje Hek open = Open Gate Indicator), maar kan ook geprogrammeerd worden voor de besturing van een elektrisch slot (zie paragraaf “Programmering tweede niveau (instelbare parameters)”...
Pagina 50
10 3 AANSLUITING VAN DE OVIEW- 10 4 AANSLUITING VAN ANDERE INRICHTINGEN PROGRAMMEEREENHEID Indien het vereist is om externe inrichtingen te voorzien van stroom, bij- voorbeeld een lezer voor transponderkaarten of de verlichting van de sleu- Op de besturingseenheid is een BusT4-connector aanwezig, waarop de telschakelaar, kan de voeding verkregen worden zoals aangegeven in de “Oview”-programmeereenheid kan worden aangesloten door middel van afbeelding.
Pagina 51
10 4 1 FOTOCELLEN EPMOB EN GEBRUIKERSLICHT ELMM Hieronder wordt de installatie van de fotocel EPMOR ge- illustreerd Zie voor meer informatie de meegeleverde handleiding bij de fotocel. ROBUS 600 HS wordt geleverd zonder bevestigingsbeu- gels voor de accessoires. In kit RBSKITSAFE1 zijn beu- gels en gebruikerslicht ELMM inbegrepen.
Pagina 52
bevestig de fotocel aan de beugel (M) met de eerder verwijderde Let op! Controleer voordat u verder gaat met de definitie- schroef en moer ("Afbeelding 78") ve bevestiging of de fotocel is uitgelijnd met de reflecte- rende eenheid (EPMOB) o (EPMOR) Let op! Let op de installatierichting van de fotocel bevestig de fotocel definitief aan de bevestigingsbeugel.
Pagina 53
voer de elektrische bedrading van het gebruikerslicht ELMM (N) uit sluit de kabels aan zoals aangegeven ("Afbeelding 84") ("Afbeelding 82") bevestig het gebruikerslicht met de klem (O) ("Afbeelding 83") plaats het deksel draai de schroeven vast sluit de bevestigingshaak en verwijder de meegeleverde sleutel. NEDERLANDS –...
Pagina 54
TECHNISCHE KENMERKEN TECHNISCHE KENMERKEN Alle vermelde technische specificaties hebben betrekking op een omgevingstemperatuur van 20 °C (± 5 °C). Nice S.p.A. behoudt zich het recht voor om, wanneer dit maar noodzakelijk wordt geacht, wijzigingen aan het product aan te brengen, waarbij hoe dan ook de gebruiksbestemming en de functionaliteit gelijk blijven.
Pagina 55
Tabel 34 TECHNISCHE KENMERKEN VAN DE GEÏNTEGREERDE RADIO-ONTVANGER Beschrijving Technische kenmerk Type Ingebouwde bidirectionele ontvanger Decodering OXIBD: “BD”/“O-code” Maximumaantal zenders dat in het geheugen Tot 100, indien opgeslagen in “Modus 1” opgeslagen kan worden Ingangsimpedantie 50 Ω Ontvangstfrequentie 433,92MHz Zendfrequentie 433.92 MHz (alleen BD) Gevoeligheid - 108 dBm...
Pagina 56
CONFORMITEIT CONFORMITEIT EU-verklaring van overeenstemming en inbouwverklaring betreffende “niet-voltooide machines” De EG-verklaring van overeenstemming is te downloaden vanaf de website www.niceforyou. RBS400 RBS600 RBS600HS www.Niceforyou.com www.Niceforyou.com www.Niceforyou.com www.Niceforyou.com www.Niceforyou.com www.Niceforyou.com 56 – NEDERLANDS...
Pagina 57
ONDERHOUD VAN HET PRODUCT AFDANKING VAN HET PRODUCT ONDERHOUD VAN HET PRODUCT AFDANKING VAN HET PRODUCT Om het veiligheidsniveau constant te houden en de maximale levensduur Dit product maakt deel uit van de automatisering en bij- van de gehele automatisering te garanderen, is regelmatig onderhoud gevolg dienen ze samen afgedankt te worden.
Pagina 58
INSTRUCTIES EN WAARSCHUWINGEN Voordat u de automatisering voor de eerste maal gaat gebruiken, is het Veiligheidsinrichtingen buiten gebruik: het is mogelijk de automatise- raadzaam u door de installateur te laten uitleggen waar de restrisico’s ont- ring ook te laten werken wanneer een van de veiligheidsinrichtingen niet staan en enkele minuten van uw tijd te besteden aan het lezen van deze goed functioneert of buiten bedrijf is.
Pagina 59
Handmatig ontgrendelen en vergrendelen van de reductiemotor De reductiemotor is uitgerust met een mechanisch ontgrendelingssysteem waarmee de automatisering handmatig geopend en gesloten kan worden. Deze handelingen dienen te worden uitgevoerd als de elektrische energie uitvalt, bij storingen in functionering en tijdens de installatie. Ontgrendelen gebeurt als volgt: Open de vergrendelingshaak (A) met de meegeleverde sleutel ("Af- beelding 85")
Pagina 60
Nice worden gewijzigd. LET OP: Nice behoudt zich het recht voor om de referentiewaarden en de functionaliteiten zonder voorafgaande kennisge- ving te wijzigen.
Pagina 61
15 3 INSTALLATIEPARAMETERS Programmering beschikbaar via compatibele interfaces Bluebus zoeken (0x0A) Met deze functie kan de procedure worden gestart voor het aanleren van de inrichtingen die op de Bluebus-ingang en de STOP-ingang zijn aange- sloten. Wordt ook gebruikt om de draairichting van de motor te identificeren (zie paragraaf Draairichting motor) en de koppeling van de aangesloten uitbreidingsmodules uit te voeren.
Pagina 62
Wissen van gegevens (0x0C) De hierna beschreven procedures voor wissen kunnen niet worden geannuleerd. Met deze functie kan de configuratie van de besturingseenheid en de erin opgeslagen gegevens worden gewist door te kiezen uit de beschikbare opties: – Geen wissen Er wordt geen enkele wisprocedure uitgevoerd;...
Pagina 63
– open tot deactivering = als tijdens een sluitmanoeuvre de veiligheidsinrichtingen (fotocellen) geactiveerd worden, begint de automatisering een openingsmanoeuvre uit te voeren die doorgaat tot de fotocellen gedeactiveerd zijn. Op dit punt stopt de manoeuvre en zodra de in de functie “wachttijd”...
Pagina 64
Beheer snelheid (0x40) – Snelheid openen (25 100 (%), standaard = 60%) Deze functie dient voor het programmeren van de snelheid die de motor tijdens een openingsmanoeuvre gebruikt. – Snelheid vertraging openen (22 100 (%), standaard = 22%) Deze functie dient voor het programmeren van de snelheid die de motor tijdens de vertragingsfase van een openingsmanoeuvre gebruikt. –...
Pagina 65
Voorwaarschuwing (0x93) – Actief (ON OFF, standaard = OFF) Met deze functie kan vóór de start van iedere manoeuvre een voorwaarschuwing worden gegenereerd om tijdig een gevaarlijke situatie te melden. De voorwaarschuwingstijden kunnen voor iedere draairichting worden geconfigureerd Functie ON = activeert de waarschuwingstijd die verstrijkt tussen de inschakeling van het signaleringsknipperlicht en het begin van een openings- of sluitmanoeuvre Functie OFF = de inschakeling van het signaleringsknipperlicht valt samen met het begin van de manoeuvre –...
Pagina 66
Blokkering toetsen (ON OFF, standaard = OFF) (0x9C) Met deze functie kan de werking van de toetsen op de besturingseenheid gedeactiveerd worden. Deze functie is bijzonder nuttig als er kinderen aan- wezig zijn Functie ON = de besturingseenheid houdt eender welk commando tegen dat met behulp van de toetsen op de besturingseenheid wordt ingevoerd Functie OFF = normale werking Let op! De toets Radio blijft actief Blokkering interne radio (ON...
Pagina 67
In de navolgende tabellen worden alle beschikbare en door de besturingseenheid interpreteerbare commando’s vermeld. Deze commando’s zijn onderverdeeld in BASIS en GEAVANCEERDE commando’s en kunnen met eender welke bron worden gebruikt (afstandsbe- diening, bedrade ingangen op klemmenbord, compatibele interfaces van Nice …) 16 1 BASISCOMMANDO’S Commando’s gebruikt in een typische installatie...
Pagina 68
CONFIGURATIE COMMANDO’S CONFIGURATIE COMMANDO’S 17 1 STANDAARDCONFIGURATIE Dit deel groepeert de beschikbare configuraties die kunnen worden toegewezen aan de ingangen op de besturingseenheid (inclusief eventuele uitbrei- dingsmodules). Belangrijk! Opdat de besturingseenheid correct werkt, is het noodzakelijk dat aan de ingangen het gewenste commando en vervolgens de gewenste bedrijfsmodus worden toegewezen.
Pagina 69
WERKINGSMODI VAN DE COMMANDO’S BEDRIJFSMODI INSTRUCTIE BESCHRIJVING (standaard in vet) De besturingseenheid forceert een sluitcommando, alleen op het ogenblik dat de hoofdvoeding is weggevallen. Sluiting in noodgeval Sluiten woonblok Let op! De functionaliteit wordt alleen geactiveerd als er een secundaire voeding aanwezig is (voorbeeld: batterypack).
Pagina 70
BEDRIJFSMODI BESCHRIJVING De beschreven sequentie “openen - openen” wordt uitgevoerd. Als het commando meerdere keren wordt verzonden, wordt Openen woonblok 1 het niet in aanmerking genomen tot de positie van maximale opening is bereikt. De beschreven sequentie “openen - openen” wordt uitgevoerd. Als het commando meerdere keren wordt verzonden, wordt het niet in aanmerking genomen tot de positie van maximale opening is bereikt.
Pagina 71
CONFIGURATIE INGANGEN CONFIGURATIE INGANGEN Onder dit item worden de functies gegroepeerd die beschikbaar zijn en toegewezen kunnen worden aan de ingangen die aanwezig zijn op de bestu- ringseenheid en op eventuele uitbreidingsmodules (optionele accessoires). De ingangen op het klemmenbord van de besturingseenheid worden geïdentificeerd als: –...
Pagina 72
CONFIGURATIE UITGANGEN CONFIGURATIE UITGANGEN In dit deel worden de op de uitgangen beschikbare functies vermeld die aanwezig zijn op de besturingseenheid en op eventuele uitbreidingsmodules (optionele accessoires). 19 1 CONFIGURATIE UITGANGEN BESTURINGSEENHEID Onder dit item worden de functies gegroepeerd die beschikbaar zijn en toegewezen kunnen worden aan de uitgangen die aanwezig zijn op de bestu- ringseenheid van een automatisering.
Pagina 73
CONFIGURATIE UITGANGEN BESTURINGSEENHEID FUNCTIE BESCHRIJVING Wanneer deze functie geprogrammeerd is, wordt de uitgang geactiveerd zodra de applicatie zich in positie van Zuignap 1 maximale sluiting bevindt. (0x0B) [opmerking 1] Opmerking: in alle andere situaties is de uitgang gedeactiveerd. Wanneer de zuignap gedeactiveerd is, wordt de tijd geprogrammeerd in de functie “tijd zuignap”...
Pagina 74
CONFIGURATIE UITGANGEN VAN DE UITBREIDINGSMODULES FUNCTIE BESCHRIJVING De uitgang voorziet de fotocellen met relais van stroom en controleert de integriteit ervan bij aanvang van de manoeuvre. FotoTest (0x25) Het type interactie is strikt gerelateerd aan de configuratie van de ingangen die geconfigureerd zijn als FOTO, FOTO1 en FOTO2.