Statuslampje met aangeleerde afstanden
STATUSLAMPJE
Groen licht
Brandt
Uit
Rood licht
Brandt
Uit
Knipperlicht
Statuslampje met niet-aangeleerde afstanden
STATUSLAMPJE
Groen licht
Brandt
Uit
Rood licht
Brandt
Uit
Knipperlicht
9 5 2 LED BESTURINGSEENHEID
LEDS VAN DE KLEMMEN OP DE BESTURINGSEENHEID
Status
Led Bluebus
Uit
Aan
2 groene knipperingen per
seconde
2 snelle groene
knipperingen
Serie rode knippersignalen
met een pauze van 1
seconde ertussen
Reeks snelle en langdurige
rode knipperingen
Led STOP
Uit
Aan
Led SbS
Uit
Aan
Led FOTO
Uit
Aan
Het lampje gaat aan het begin van elke manoeuvre aan als er geen storingen in het systeem zijn, en gaat uit als de
beweging voltooid is.
Normale werking
Het lampje gaat aan het begin van elke manoeuvre aan als het aantal manoeuvres dat is ingesteld voor onderhoud wordt
overschreden, en gaat uit als de manoeuvre is voltooid.
Normale werking.
De besturingseenheid heeft een storing gedetecteerd: zie "Tabel 24"
Het lampje gaat aan als de eindaanslag voor openen is bereikt.
Normale werking
Het lampje gaat aan als de eindaanslag voor sluiten is bereikt.
Normale werking.
De besturingseenheid heeft een storing gedetecteerd: zie "Tabel 24"
Betekenis
Storing
Ernstige storing
Alles in orde
De status van de ingangen is gewijzigd
Diverse
Kortsluiting op BlueBUS-klem
Activering van de ingang STOP
STOP niet geactiveerd
Alles in orde
Activering van de ingang SbS
Activering van de ingang FOTO
Alles in orde
Mogelijke oplossing
Controleer of er voeding is. Controleer of de zekeringen niet
gesprongen zijn; is dat wel zo, achterhaal dan de oorzaak
van het defect en vervang de zekeringen door nieuwe met
dezelfde stroomwaarde.
Er is een ernstige storing; probeer de besturingseenheid
enkele seconden uit te schakelen; als de storing aanhoudt,
is er een defect en moet de elektronische printplaat worden
vervangen.
Reguliere werking van de besturingseenheid.
Dit is normaal wanneer een verandering plaatsvindt in een
van de ingangen: SbS, STOP, OPEN, CLOSE, activering van
de fotocellen of wanneer de radiozender wordt gebruikt.
Raadpleeg de informatie in "Signaleringen met het
knipperlicht".
De klem loskoppelen en de oorzaak van de kortsluiting op de
BlueBUS-aansluitingen controleren. Na verwijdering van de
kortsluiting begint de led na een tiental seconden opnieuw
regelmatig te knipperen.
Controleer de inrichtingen die aangesloten zijn op de STOP-
ingang.
STOP-ingang actief.
Ingang SbS niet actief.
Dit is normaal als de inrichting die is aangesloten op de SbS-
ingang effectief actief is.
Ingang FOTO geactiveerd.
Het is normaal als de veiligheidsvoorziening niet is
geactiveerd.
Tabel 25
Tabel 26
Tabel 27
NEDERLANDS – 41