19
CONFIGURATIE UITGANGEN
19
CONFIGURATIE UITGANGEN
In dit deel worden de op de uitgangen beschikbare functies vermeld die aanwezig zijn op de besturingseenheid en op eventuele uitbreidingsmodules
(optionele accessoires).
19 1 CONFIGURATIE UITGANGEN BESTURINGSEENHEID
Onder dit item worden de functies gegroepeerd die beschikbaar zijn en toegewezen kunnen worden aan de uitgangen die aanwezig zijn op de bestu-
ringseenheid van een automatisering.
De uitgangen van de besturingseenheid zijn als volgt geïdentificeerd:
– UITGANG 1 (0x51) (standaard = Knipperlicht)
– UITGANG 2 (0x52) (standaard = Sca/OGI)
a
LET OP! De uitgangen zijn beperkt tot 24 V DC - 10 W
CONFIGURATIE UITGANGEN BESTURINGSEENHEID
FUNCTIE
Niet gespecificeerd
(Geen)
Sca/OGI
(lampje Hek open)
Hek open
Hek gesloten
Onderhoud
FotoTest
Knipperlicht
Knipperlicht1
Knipperlicht 24V
Gebruikerslicht
Status poort
Aanwezigheid
Elektrisch slot 1
[opmerking 1]
Elektrische vergrendeling 1
[opmerking 1]
72 – NEDERLANDS
ID
BESCHRIJVING
De besturingseenheid forceert de status van de uitgang naar uit. Geen enkel commando of interactie van de
besturingseenheid kan de status van de uitgang omschakelen.
Het geprogrammeerde lampje geeft de bedrijfsstatussen van de besturingseenheid aan:
lampje uit = applicatie in positie van Maximale sluiting;
(0x01)
langzaam knipperend = applicatie in uitvoeringsfase openingsmanoeuvre;
snel knipperend lampje = applicatie in uitvoeringsfase sluit- manoeuvre;
vast brandend lampje = applicatie in positie van Maximale opening.
Het geprogrammeerde lampje geeft de bedrijfsstatussen van de besturingseenheid aan:
(0x02)
lampje brandt = applicatie in positie van maximale opening
lampje uit = applicatie in andere posities.
Het geprogrammeerde lampje geeft de bedrijfsstatussen van de besturingseenheid aan:
(0x03)
lampje brandt = applicatie in positie van Maximale sluiting;
lampje uit = applicatie in andere posities. Uitgang actief 24 V DC/max. 10 W.
Het geprogrammeerde lampje geeft aan hoeveel manoeuvres er zijn uitgevoerd en dus de eventuele noodzaak
om onderhoud uit te voeren aan de installatie:
(0x04)
lampje brandt gedurende 2 sec bij het begin van de openingsmanoeuvre = aantal manoeuvres minder dan
80%;
lampje knippert tijdens de uitvoering van de volledige manoeuvre = aantal manoeuvres tussen 80 en 100%;
lampje knippert altijd = aantal manoeuvres meer dan 100%.
De uitgang voorziet de fotocellen met relais van stroom en controleert de integriteit ervan bij aanvang van de
manoeuvre.
(0x25)
Het type interactie is strikt gerelateerd aan de configuratie van de ingangen die geconfigureerd zijn als FOTO,
FOTO1 en FOTO2.
Met deze functie kan het signaleringsknipperlicht de uitvoering van de lopende manoeuvre aangeven.
(0x05)
De knipperingen volgen een regelmatige frequentie (0,5 seconden aan; 0,5 seconden uit).
Met deze modus kan de uitgang bediend worden met een spanning van 12 V DC.
Met deze functie kan de uitgang los van de status van de motor omschakelen tussen aan/uit.
(0x13)
De activeringen volgen een regelmatige frequentie (0,5 seconden aan; 0,5 seconden uit).
Met deze functie kan het signaleringsknipperlicht de uitvoering van de lopende manoeuvre aangeven.
(0x17)
De knipperingen volgen een regelmatige frequentie (0,5 seconden aan; 0,5 seconden uit).
Deze modus bedient de uitgang met een spanning van 24 V DC.
(0x06)
De uitgang volgt de status van het gebruikerslicht op de besturingseenheid.
De uitgang volgt de status van de beweging van de motor ongeacht de draairichting:
(0x1E)
lampje brandt = motor in beweging
lampje uit = motor staat stil.
Wanneer de automatisering stil staat, wordt de uitgang ingeschakeld bij activering van eender welke fotocel
(0x23)
gedurende een tijdspanne van 5 seconden (de tijd is niet programmeerbaar).
Wanneer deze functie geprogrammeerd is, wordt bij uitvoering van de openingsmanoeuvre het elektrisch
(0x07)
slot geactiveerd gedurende een tijdspanne gelijk aan de tijdspanne die geprogrammeerd is in de functie "tijd
elektrisch slot".
Op de uitgang kan een elektrische vergrendeling met slot worden aangesloten (uitvoeringen met alleen een
elektromagneet of zonder elektronische inrichtingen).
(0x09)
Tijdens de openingsmanoeuvre wordt de elektrische vergrendeling geactiveerd en blijft deze actief om de
automatisering vrij te geven en de manoeuvre uit te voeren. Bij het sluiten moet u controleren of de elektrische
vergrendeling zich mechanisch weer vastzet.
Tabel 42