4 3 3 FUNCTIES VAN DE TOETSEN OP DE
BESTURINGSEENHEID
Op de besturingseenheid bevinden zich 4 toetsen: deze kunnen op ver-
schillende manieren reageren naargelang van de status waarin de bestu-
ringseenheid zich bevindt.
PROGRAMMERINGSMODUS
A
f
– scrolt vooruit door het programmeringsmenu
– verhoogt de waarde van de parameter die op dat moment gewijzigd
wordt met één punt
B
g
– opent de configuratie van de geselecteerde parameter
– bevestigt de geselecteerde waarde van de gekozen parameter
C
h
– scrolt achteruit door het programmeringsmenu
– verlaagt de waarde van de parameter die op dat moment gewijzigd
wordt met één punt
D
i
– niet ingeschakeld
NORMALE WERKING
A
f
– voert een opening uit
B
g
– stopt de lopende manoeuvre onmiddellijk
– schakelt bij stilstaande motor het gebruikerslicht uit
– deze toets gedurende 3 seconden indrukken verleent u toegang tot het
programmeringsmenu
C
h
– voert een sluiting uit
D
i
– hiermee kunnen radiocommando's opgeslagen worden in het geheu-
gen of geannuleerd worden
34
4 4
ADRESSERING VAN DE AANGESLOTEN
INRICHTINGEN MET BLUEBUS-SYSTEEM
Het systeem "BlueBUS" biedt de mogelijkheid om de besturingseenheid
via adressering met speciale jumpers de fotocellen te laten herkennen en
de correcte detectiefunctie toe te kennen.
Adressering dient zowel op TX als op RX uitgevoerd te worden (waarbij de
jumpers op dezelfde manier geplaatst moeten worden); hierbij dient u na
te gaan of er geen andere stellen fotocellen met hetzelfde adres bestaan.
In een automatisering voor geautomatiseerde schuifpoorten kunnen de
fotocellen zoals in onderstaande afbeelding worden geïnstalleerd.
m
Aan het einde van de installatieprocedure, of nadat er fo-
tocellen of andere inrichtingen zijn verwijderd, moet de
herkenningsprocedure worden uitgevoerd (zie de para-
graaf "Herkenning van inrichtingen")
NEDERLANDS – 17