4
ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
4
ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
4 1
VOORAFGAANDE CONTROLES
f
Alle elektrische aansluitingen moeten tot stand worden
gebracht met de netspanning uitgeschakeld en de nood-
voeding (indien aanwezig in de automatisering) losge-
koppeld.
a
De aansluitwerkzaamheden mogen uitsluitend door ge-
kwalificeerd personeel worden uitgevoerd.
Doe het volgende om de elektrische aansluitingen tot stand te brengen:
1
Open de vergrendelingshaak (A) met de meegeleverde sleutel
2
Draai de schroeven (B) los
3
Verwijder het deksel (C) ("Afbeelding 30")
30
B
A
4
Leid de voedingskabel door het voorbereide gat (laat 20/30 cm
kabel over) en sluit hem aan op de juiste klem (D)
5
Zet de kabel vast ter hoogte van de mantel met behulp van de
meegeleverde kabelklem
6
Plaats alle verbindingskabels naar de verschillende inrichtingen en
laat deze 20 à 30 cm langer dan nodig is. Zie "Tabel 4" voor het
type kabels en "Afbeelding 33" voor de aansluitingen
7
Verzamel alle kabels die in de reductiemotor lopen en bind ze sa-
men met een kabelbinder ("Afbeelding 31")
31
D
C
4 2
VERWIJDEREN VAN DE BESTURINGSEENHEID
De besturingseenheid kan verwijderd worden als het niet eenvoudig lukt
om de elektrische aansluitingen tot stand te brengen.
1
Houd de besturingseenheid (A) stevig vast met één hand
2
Verwijder bedradingen of klemmen
3
Druk de plastic steun (B) voorzichtig naar beneden en verwijder de
besturingseenheid
4
De besturingseenheid zit vast aan de twee steunen (C) ("Afbeel-
ding 32")
32
A
B
C
NEDERLANDS – 15