04 Comfort en rijplezier
Klimaatregeling
Klimaatinstellingen
afstellen. Kies uit
Laag
Voor een beschrijving van het menusysteem
(zie pagina 118).
Temperatuurregeling
Met deze knop kunt u de tem-
peratuur aan de bestuurders-
en passagierszijde onafhan-
kelijk van elkaar instellen.
04
Bij het starten van de motor
wordt de laatst verrichte
instelling hervat.
N.B.
Let erop dat de passagiersruimte niet snel-
ler warm of koud wordt, wanneer u een
hogere of lagere temperatuur kiest dan de
gewenste.
AC – Airconditioning AAN/UIT
Wanneer het lampje bij ON
brandt, wordt de airconditio-
ning automatisch geregeld.
De binnenkomende lucht
wordt dan automatisch afge-
koeld en van vocht ontdaan.
128
De airconditioning is uitgeschakeld, wanneer
Autom. blower
het lampje bij OFF brandt. De overige functies
,
Normaal
of
Hoog
.
worden nog steeds automatisch geregeld.
Wanneer u ontwaseming geselecteerd hebt,
wordt de airconditioning ingesteld op maxi-
male ontvochtiging.
Ontwaseming
schakeld.
Bij activering van deze functie vindt bovendien
het volgende plaats om de lucht in het interieur
zoveel mogelijk van vocht te ontdoen:
•
de airconditioning wordt automatisch
ingeschakeld
•
de recirculatie wordt automatisch uitge-
schakeld.
De airconditioning is handmatig uit te schake-
len met de knop AC. Bij het uitschakelen van
de ontwaseming hervat de klimaatregeling de
voorgaande instellingen.
U gebruikt de ontwaseming
om de voorruit en de zijruiten
snel te ontwasemen en te ont-
dooien. Er stroomt lucht naar
de ruiten. Het lampje in de
ontwasemingsknop brandt,
wanneer de functie is inge-
Recirculatie/Interior Air Quality System
Recirculatie
Wanneer de recirculatie actief
is, brandt het oranje lampje
rechts in de knop. U kunt deze
functie inschakelen als u vieze
lucht, uitlaatgassen en derge-
lijke buiten wilt houden. De
lucht in de passagiersruimte
wordt dan gerecirculeerd. Er komt met andere
woorden geen lucht van buiten de auto in, wan-
neer deze functie actief is. Als de lucht in de
auto te lang recirculeert, kan de binnenzijde
van de ruiten beslaan.
Timer
Bij een geactiveerde timerfunctie zal de kli-
maatregeling afhankelijk van de buitentempe-
ratuur na een bepaalde tijd de handmatig
geactiveerde recirculatiestand verlaten. Dit
beperkt de kans op ijs, beslagen ruiten en een
slechte luchtkwaliteit. U kunt de functie active-
ren/deactiveren onder
Klimaatinstellingen
Timer
recirculatie. Voor een beschrijving
van het menusysteem (zie pagina 118).
N.B.
Wanneer u de ontwaseming selecteert,
wordt de recirculatie altijd uitgeschakeld.