Bediening
Via het menusysteem op het display van de
middenconsole zijn bepaalde instellingen te
verrichten. Voor informatie over het gebruik
van het menusysteem (zie pagina 118).
De actuele status valt te controleren op het
boordcomputerdisplay met behulp van de lin-
ker stuurhendel.
Symbolen en meldingen op display
Symbool
Melding
Driver Alert UIT
Driver Alert niet beschik-
baar
Duimwiel. Draai aan het duimwiel totdat
river Alert
op het display verschijnt. Op de
tweede regel staan de opties
beschikbaar
of
Niveaumarkering
Knop READ. Bevestigt en wist een opge-
slagen waarschuwing.
Driver Alert Control activeren
Ga in het menusysteem van het display op de
middenconsole naar
Instellingen van de auto
Driver
Alert. Kies de optie
De functie wordt geactiveerd bij een
snelheid hoger dan 65 km/h en blijft
actief zolang de snelheid boven de
60 km/h ligt. Op het display staat een
niveaumarkering in de vorm van 1–5 balkjes,
waarbij een klein aantal balkjes voor ongecon-
troleerd rijgedrag staat. Omgekeerd geldt dat
een groot aantal balkjes voor stabiel rijgedrag
staat.
Betekenis
De functie is niet ingeschakeld.
De snelheid is lager dan 60 km/h, de weg is niet voorzien van duidelijke markeringsstrepen of de
camerasensor werkt tijdelijk niet. Voor meer informatie over de beperkingen van de camerasensor
(zie pagina 172).
04 Comfort en rijplezier
Driver Alert System – DAC*
D
Als de auto zwalkneigingen vertoont wordt u
gewaarschuwd met een zoemersignaal en de
displaymelding
Uit
,
Niet
Als u uw rijgedrag niet corrigeert wordt enige
.
tijd later opnieuw gewaarschuwd.
WAARSCHUWING
Neem een waarschuwing altijd serieus,
omdat u bij slaperigheid uw lichamelijke
conditie vaak minder goed kan inschatten.
Aan
.
Breng bij een waarschuwing of een gevoel
van vermoeidheid de auto zo spoedig
mogelijk tot stilstand om rust te houden.
Studies hebben aangetoond dat rijden bij
vermoeidheid even gevaarlijk is in het ver-
keer als rijden onder invloed.
*
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Driver Alert Tijd voor pauze
.
04
177