02 Sloten en alarm
Transpondersleutel/sleutelblad
Kofferdeksel
Paniekfunctie
02
PCC* (Personal Car Communicator)
Informatie
Functietoetsen
Vergrendelen – Vergrendelt de portieren
en het kofferdeksel en activeert het alarm.
Ontgrendelen – Ontgrendelt de portieren
en het kofferdeksel en deactiveert het alarm.
De ontgrendelingsfunctie kan dusdanig gewij-
zigd worden dat bij eenmaal indrukken van de
toets niet meer alle portieren tegelijk worden
ontgrendeld, maar alleen het bestuurderspor-
tier. Bij een tweede keer indrukken (binnen
10 seconden) worden de overige portieren ont-
grendeld.
42
U kunt de functie wijzigen onder
van de auto
Instellingen vergrendelen
Portieren
ontgrendelen. Voor een
beschrijving van het menusysteem (zie
pagina 118).
Approach-verlichting – Bestemd om de
verlichting van de auto op afstand in te scha-
kelen. Voor meer informatie (zie pagina 86).
Kofferdeksel – Ontgrendelt alleen het kof-
ferdeksel en deactiveert de alarmfunctie voor
het kofferdeksel. Voor meer informatie (zie
pagina 53).
Paniekfunctie – Bestemd om in noodge-
vallen de aandacht van anderen te trekken.
Als u de rode toets ten minste 3 seconden lang
ingedrukt houdt of tweemaal achtereen binnen
3 seconden indrukt, worden de richtingaanwij-
zers, de interieurverlichting en de claxon geac-
tiveerd.
U kunt deze functie met dezelfde toets weer
uitschakelen, als de functie minimaal 5 secon-
den actief geweest is. Als u niets doet, wordt
de functie na 2 minuten en 45 seconden auto-
matisch uitgeschakeld.
Doorluchtfunctie
Bij lang indrukken (ten minste 4 seconden) van
de toets
of
worden alle zijruiten tege-
Instellingen
lijk korte tijd geopend en weer gesloten. Daarbij
wordt een openstaand schuifdak ook gesloten.
U kunt de functie bijvoorbeeld gebruiken om bij
warm weer snel voor frisse lucht in de auto te
zorgen.
WAARSCHUWING
Controleer of niemand met de handen
bekneld raakt wanneer u het schuifdak en
de zijruiten vanaf de transpondersleutel
sluit.
Bereik transpondersleutel
De transpondersleutel is te gebruiken binnen
een straal van 20 m rond de auto.
N.B.
Er kunnen storingen optreden in de functies
van de transpondersleutel door radiogolven
in de lucht, omringende gebouwen, topo-
grafische omstandigheden e.d. Het is altijd
mogelijk de auto te vergrendelen/ontgren-
delen met het sleutelblad (zie pagina 44).