03 Bestuurdersmilieu
Sleutelstanden
Functies
03
Contactslot met transpondersleutel, knop START/
STOP.
Transpondersleutel aanbrengen en
verwijderen
U brengt de transpondersleutel in het contact-
slot aan. Bij licht indrukken van de transpon-
dersleutel wordt deze verder naar binnen
getrokken.
Verwijder de transpondersleutel door er lichte
druk op uit te oefenen. De sleutel komt dan
naar buiten, waarna u deze kunt uitnemen. Een
automatische versnellingsbak* moet daarbij in
stand P staan.
Voor informatie over de functie van het audio-
systeem bij een uitgenomen transpondersleu-
tel (zie pagina 135).
*
72
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
BELANGRIJK
Vreemde voorwerpen in het contactslot
kunnen tot functiestoringen leiden of
schade aan het slot toebrengen.
De transpondersleutel niet verkeerd om
insteken! Pak de sleutel beet aan het uit-
einde met het sleutelblad. zie pagina 44.
Sleutelstand 0
Steek de transpondersleutel in het contactslot.
Sleutelstand I
Duw de transpondersleutel in het contactslot
en druk op de knop START/STOP ENGINE.
N.B.
Om sleutelstand II te bereiken zonder de
motor te starten dient u het rem-/koppe-
lingspedaal niet te bedienen.
Sleutelstand II
Duw de transpondersleutel in het contactslot
en druk ca. 2 seconden op de knop START/
STOP ENGINE.
Motor starten
Voor het starten van de motor (zie
pagina 98).
Motor afzetten
Druk op START/STOP ENGINE.
Als de auto rolt of als de keuzehendel niet in
stand P staat bij auto's met een automatische
versnellingsbak: Druk tweemaal achtereen op
de knop of houd de knop ingedrukt totdat de
motor afslaat.
Sleutelstand 0 hervatten
Druk op de knop START/STOP ENGINE om
vanuit stand I, II terug te gaan naar sleutelstand
0.
N.B.
Laat bij het verslepen de transpondersleutel
in het contactslot zitten zodat de verlichting
kan worden ingeschakeld.