Draai de verlichtingsdraaiknop naar de middel-
ste stand (ook de kentekenplaatverlichting
gaat branden).
Om het achteropkomende verkeer te waar-
schuwen worden de achterlichten ook bij het
openen van het kofferdeksel automatisch inge-
schakeld.
Remlichten
De remlichten gaan automatisch branden wan-
neer u remt.
Noodremlichten en automatische
alarmlichten, EBL
Bij krachtig remmen of ABS-regeling worden
de noodremlichten (EBL, Emergency Brake
Lights) geactiveerd. Dit houdt in dat de rem-
lichten knipperen om het achteropkomende
verkeer onmiddellijk te waarschuwen.
Het systeem wordt geactiveerd als het ABS
meer dan 0,5 seconden achtereen actief is of
bij krachtig afremmen, maar alleen bij snelhe-
den hoger dan 50 km/h. Wanneer de snelheid
van de auto tot onder de 30 km/h is gedaald,
branden de remlichten weer op de normale
manier en worden de alarmlichten automatisch
ingeschakeld. De alarmlichten blijven knippe-
ren totdat u weer wegrijdt, maar zijn uit te scha-
kelen met de knop voor de alarmlichten.
Mistlampen voorzijde*
Knop voor mistlampen voorzijde.
De mistlampen vóór zijn in te schakelen in
combinatie met het groot licht/dimlicht of de
stadslichten/parkeerlichten vóór en de achter-
lichten.
Druk op de knop voor in- en uitschakeling. Het
lampje in de knop brandt, wanneer de mist-
lampen aan de voorzijde branden.
N.B.
De regels voor het gebruik van de mist-
lampen vóór verschillen van land tot land.
03 Bestuurdersmilieu
Mistachterlicht
Knop voor mistachterlicht.
Het mistachterlicht dat uit een lamp aan de
achterzijde van de auto bestaat, is alleen in te
schakelen wanneer u het groot licht/dimlicht
voert al dan niet gecombineerd met de mist-
lampen aan de voorzijde.
Druk op de knop voor in-/uitschakeling. Het
controlelampje voor het mistachterlicht
op het instrumentenpaneel en het lampje in de
knop branden, wanneer het mistachterlicht
ingeschakeld is.
Het mistachterlicht dooft automatisch bij het
afzetten van de motor.
*
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Verlichting
03
83