06 Onderhoud en specificaties
Motorruimte
informatie contact op met een erkende Volvo-
werkplaats.
Vulopening en peilstok
Benzinemotor.
06
Dieselmotor.
228
Houd voor het verversen en het vervangen de
intervallen aan die staan aangegeven in het
Service- en garantieboekje.
BELANGRIJK
Gebruik voor het bijvullen van olie een olie-
soort van dezelfde kwaliteit en met dezelfde
viscositeit (zie pagina 280).
Bij een nieuwe auto is het belangrijk om het
oliepeil te controleren, voordat de olie voor de
eerste keer volgens schema moet worden ver-
verst.
De betrouwbaarste meting wordt verkregen bij
een koude motor vóór de start. Meteen na het
afzetten van de motor krijgt u een verkeerd
resultaat. De peilstok geeft dan een te laag peil
aan, omdat de olie geen tijd heeft gehad om
terug te lopen naar het oliecarter.
De olie moet binnen het gemarkeerde gebied op
de peilstok staan.
Parkeer de auto op een vlakke ondergrond, zet
de motor af en wacht ten minste
10 tot 15 minuten zodat de olie weer kan terug-
lopen in het oliecarter. Voor de bij te vullen
hoeveelheid (zie pagina 280 en verder).
Oliepeil controleren bij een koude motor
1. Veeg de peilstok schoon.
2. Controleer het peil met de peilstok. De olie
moet tussen het MIN- en MAX-streepje
staan.
3. Als de olie dichter bij het MIN-streepje ligt,
kunt u eerst 0,5 liter olie bijvullen. Vul bij
totdat de olie dichter bij het MAX-streepje
dan bij het MIN-streepje op de peilstok ligt.