Remassistentie
Als het gevaar voor een botsing na de bots-
waarschuwing verder toeneemt, treedt de
remassistent in werking. De remassistent treft
de nodige voorbereidingen voor een snelle
remmanoeuvre waarna de remmen licht wor-
den aangezet. Dit is te merken aan een lichte
schok.
Als u het rempedaal met een bepaalde snelheid
bedient, wordt het maximale remvermogen
geleverd ook al trapt u het pedaal niet zo ver
in.
Automatische rem
Als u niet op de waarschuwing reageert treedt,
als een botsing onvermijdelijk is, de automati-
sche rem in werking zonder dat u daarvoor het
rempedaal hoeft te bedienen. De auto wordt
daarbij afgeremd om de botssnelheid te beper-
ken. Voor het maximale remvermogen dient u
zelf bij te remmen.
Bediening
Via een menusysteem op het display van de
middenconsole zijn eventuele instellingen te
verrichten. Voor informatie over het gebruik
van het menusysteem (zie pagina 118).
N.B.
De remassistent is altijd actief en kan niet
worden uitgeschakeld.
Aan en Uit
Doe het volgende om de botswaarschuwing in-
of uit te schakelen. Maak in het menu
Instellingen van de auto
Inst.
botswaarschuwing
een keuze uit de opties
Aan
en
Uit.
. Bij het starten van de motor geldt
automatisch de instelling die actief was toen de
motor werd afgezet.
Waarschuwingssignalen activeren/
deactiveren
Als bij het starten van de motor blijkt dat u
ervoor gekozen hebt het systeem in te scha-
kelen worden de waarschuwingszoemer en het
waarschuwingslampje automatisch geacti-
veerd.
De waarschuwingszoemer is apart te active-
ren/deactiveren via de opties
Aan
Instellingen van de auto
Inst.
botswaarschuwing
Waarschuwingsgeluid.
Waarschuwingsafstand instellen
De waarschuwingsafstand is de afstand waar-
bij het visuele waarschuwingssignaal en de
waarschuwingszoemer worden afgegeven.
04 Comfort en rijplezier
Botswaarschuwing met automatische rem*
Kies uit de opties
onder
Instellingen van de auto
botswaarschuwing
Waarschuwingsafstand.
De waarschuwingsafstand is bepalend voor de
gevoeligheid van het systeem. Bij de waar-
schuwingsafstand
schuwd. Ga altijd uit van de instelling
maar als deze instelling te vaak tot waarschu-
wingen leidt (wat in bepaalde situaties als hin-
derlijk kan worden ervaren) kunt u overgaan op
de waarschuwingsafstand
Maak alleen in uitzonderingsgevallen zoals bij
dynamisch rijden gebruik van de waarschu-
Kort
wingsafstand
N.B.
Bij gebruik van de adaptieve cruisecontrol
worden het waarschuwingslampje en de
waarschuwingszoemer door de cruisecon-
trol gehanteerd, ook al hebt u de botswaar-
en
Uit
onder
schuwing gedeactiveerd.
De botswaarschuwing waarschuwt u bij
gevaar voor een botsing, maar de functie is
niet in staat uw reactietijd te verkorten.
Voor een optimale werking van de bots-
waarschuwing dient u de afstandscontrole
altijd in te stellen op volgtijd 4–5 (zie
pagina 167).
*
Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.
Lang
Normaal
Kort
,
of
Inst.
Lang
wordt eerder gewaar-
Lang
,
Normaal
.
.
171
04